
Sign up to save your podcasts
Or


Nanda van den Berg is directeur van Huis Marseille, Museum voor Fotografie. Tijdens haar studie in de jaren tachtig stuitte ze in een wat vergeten artikel op het werk van Claude Cahun en wist ze meteen: dit wordt mijn afstudeeronderwerp. Dat herkenningsmoment, het gevoel bij een kunstenaar, een foto of een boek: ‘hier moet ik iets mee, dát is het’, is haar sindsdien blijven begeleiden.
Pas later vond ze taal voor wat er dan gebeurt. In 2006/2007 las ze The Fashionable Mind van Kennedy Fraser. Fraser beschrijft mode als meer dan kleding: als een systeem van signalen dat laat zien wat er onderhuids in een tijd verschuift. Voor Van den Berg was dat vooral een heldere definitie van iets wat ze al lang ervoer. Noem het trendgevoeligheid, noem het een antenne, maar het is geen doelbewuste zoektocht. Beelden dringen zich aan. Haar selectieproces is daardoor associatief en intuïtief: kijken, wikken, terugkeren, totdat een werk zijn eigen noodzaak bewijst.
Die focus op het sprekende, het scherpe, het excellente is voor haar geen elitair motto maar een verdedigingslinie. In een omgeving waarin we dagelijks worden overspoeld door vluchtige beeldproductie en waarin generatieve AI de toevoer van laagwaardige ‘slop’ verder aanjaagt, wil ze werk tonen dat weerstand biedt door precisie en eigenzinnigheid. Omdat het méér zegt over het nu: over hoe we kijken, verlangen, consumeren, herinneren.
Het privaat gefinancierde Huis Marseille kiest daarmee een andere koers dan veel publiek gefinancierde collega-instellingen, waar participatie vaak het vertrekpunt is. In Huis Marseille staan het beeld en het oeuvre centraal, al is de inzet vergelijkbaar: de eigen tijd zichtbaar en voelbaar maken. Hoe dat in de praktijk werkt, vertelt Van den Berg in een nieuwe aflevering van De Museoloog.
By Arnoud OddingNanda van den Berg is directeur van Huis Marseille, Museum voor Fotografie. Tijdens haar studie in de jaren tachtig stuitte ze in een wat vergeten artikel op het werk van Claude Cahun en wist ze meteen: dit wordt mijn afstudeeronderwerp. Dat herkenningsmoment, het gevoel bij een kunstenaar, een foto of een boek: ‘hier moet ik iets mee, dát is het’, is haar sindsdien blijven begeleiden.
Pas later vond ze taal voor wat er dan gebeurt. In 2006/2007 las ze The Fashionable Mind van Kennedy Fraser. Fraser beschrijft mode als meer dan kleding: als een systeem van signalen dat laat zien wat er onderhuids in een tijd verschuift. Voor Van den Berg was dat vooral een heldere definitie van iets wat ze al lang ervoer. Noem het trendgevoeligheid, noem het een antenne, maar het is geen doelbewuste zoektocht. Beelden dringen zich aan. Haar selectieproces is daardoor associatief en intuïtief: kijken, wikken, terugkeren, totdat een werk zijn eigen noodzaak bewijst.
Die focus op het sprekende, het scherpe, het excellente is voor haar geen elitair motto maar een verdedigingslinie. In een omgeving waarin we dagelijks worden overspoeld door vluchtige beeldproductie en waarin generatieve AI de toevoer van laagwaardige ‘slop’ verder aanjaagt, wil ze werk tonen dat weerstand biedt door precisie en eigenzinnigheid. Omdat het méér zegt over het nu: over hoe we kijken, verlangen, consumeren, herinneren.
Het privaat gefinancierde Huis Marseille kiest daarmee een andere koers dan veel publiek gefinancierde collega-instellingen, waar participatie vaak het vertrekpunt is. In Huis Marseille staan het beeld en het oeuvre centraal, al is de inzet vergelijkbaar: de eigen tijd zichtbaar en voelbaar maken. Hoe dat in de praktijk werkt, vertelt Van den Berg in een nieuwe aflevering van De Museoloog.