Evangelische Kerk Utrecht

“Geestelijke dingen” 2 Korintiërs 12


Listen Later

“Geestelijke dingen” 2 Korintiërs 12
Montanus het jaar 156

Het is het jaar 156. Ja, je hoort het goed! 156! Het nieuws van Jezus die gekruisigd is, die voor mensen geleden heeft, gebloed heeft, die het mogelijk gemaakt heeft voor iedereen als ze hun geloof, hun vertrouwen in Hem stellen, om vergeven te zijn van zonde, bevrijd te zijn van schaamte, niet meer bang te zijn voor een oordeel (tegenwoordig niet meer bang voor, maar in vroeger tijden écht wel hoor!)! Niet eens alleen joden, maar zelfs Romeinse soldaten (Cornelius Hand. hoofdstuk 10), Griekse mensen en zelfs die halfbakken types als Samaritanen, het nieuws van Jezus verspreid zich door het Romeinse Rijk. En het idiote was, deze Jezus was opgestaan uit de dood. En nog gekker, als je zei van deze christenen dat ze gek waren geworden en je bedreigde ze met de dood, dan wilden ze er graag voor sterven! Jezus die naar de aarde kwam, mens werd, de incarnatie met een moeilijk woord, dood was gegaan om de schuld af te betalen voor de mensheid, de dood overwon en weer opstond uit de dood, naar de hemel was gegaan en de heilige geest gaf om in Christenen te wonen. Het ontstaan van de eerste kerk. Dit noemde men “de grote gebeurtenis”. Het had in de afgelopen jaren, nu het het jaar 156 was, de wereld verandert. Niets zou ooit meer hetzelfde zijn. De maatschappij op z’n kop. Die kerk, die christenen met hun Jezus hadden maar één God. Oké, en daar verschilden de christenen over van mening, ze hadden één God met drie namen, of drie gezichten (ons woord persoon komt van masker/rol), of drie verschijningen, het mysterie van de drie-eenheid (dit moesten ze in 156 nog onder woorden brengen), maar ultiem wees dit naar één God! Dat kan niet! Je hebt een heel leger van goden en afgoden nodig! Dit ontwricht de maatschappij! De Kerk was geboren, een groep mensen die overal opdook, overal in kleinere plaatselijke groepen samenkwam, was een groep mensen die leefden door de kracht van de heilige geest. Maar de kerk worstelde ook. Vanaf het prille begin. Ze vermengde erg met de wereld om haar heen, ze werd een religie naast andere religies, het merkbare, tastbare van Gods heilige Geest werd minder. En in klein Asia, huidig Turkije, stond een man op. Montanus. En Montanus zou opwekking brengen. Een nieuwe geestelijke herleving! Hij was als een profeet uit oud testamentische tijden. Hij bracht verse wind! Hij stond voor een christelijk geloof dat zich apart zette van de wereld. Dat zich zou zuiveren! Heiliger. Hij sprak, gedreven door de “geest” over een kerk dat zich moest zuiveren. Als hij daar gestopt was, was er weinig aan de hand. Maar Montanus met zijn twee profetessen aan zijn zijde stopte daar niet, nee, ze raakten in een vervoering, in een extase, op een manier dat in de Bijbel bij het volk van God niet voorkwam, namelijk hun lichamen werden als het ware “uitgeschakeld” als de “geest van de waarheid” dóór hen heen sprak! Eng! Hij en zijn profetessen waren ervan overtuigd dat God hen had gegeven als Zijn “nieuwe instrumenten” van verse openbaring. En dat de geest door hen heen iets nieuws zou brengen. Ze vertelden dat Jezus snel terug zou komen. Dit gaf gedoe in de tweede eeuw van onze jaartelling. Wat moest de kerk hiermee? Dit was wanorde! Dat Montanus buiten zinnen kon zijn, opriep tot heiligheid en Jezus snelle terugkeer “voorspelde” wa

...more
View all episodesView all episodes
Download on the App Store

Evangelische Kerk UtrechtBy Evangelische Kerk Utrecht