
Sign up to save your podcasts
Or


Beton, hout of een combinatie van materialen: hoe maak je de duurzaamste keuze voor een gebouw? In deze aflevering van In groen beton gegoten gaat Harm Edens in gesprek met Rob Doomen, partner en adviseur constructies bij Pieters, en Robert Platje, partner en architect bij Mei Architects and Planners. Zij bespreken waarom samenwerking tussen architect en constructeur steeds belangrijker wordt om tot duurzame ontwerpen te komen.
Architecten en constructeurs hebben ieder hun eigen rol, maar juist in de samenwerking ontstaan nieuwe oplossingen. Daarbij draait het volgens Doomen niet alleen om kennis delen, maar ook om openheid over eerdere projecten. Wat werkte goed en wat juist niet? Die ervaringen helpen om bij nieuwe projecten betere keuzes te maken.
Een belangrijke keuze gaat over materialen. Door de toenemende schaarste aan grondstoffen moeten ontwerpteams kritischer kijken naar wat ze gebruiken, hoeveel ze gebruiken en waar materialen vandaan komen. Platje kijkt daarbij ook nadrukkelijk naar de maakbaarheid en het gebruik van hernieuwbare en biobased materialen. Woongebouw SAWA in Rotterdam laat volgens hem zien wat er mogelijk is met hout als belangrijk constructiemateriaal.
Dat betekent niet dat beton uit gebouwen verdwijnt. Doomen verwacht dat beton de komende jaren bijvoorbeeld bij funderingen noodzakelijk blijft. De uitdaging is om dat beton zo duurzaam mogelijk toe te passen en materialen slimmer te combineren: beton waar het moet, andere materialen waar het kan. Hybride bouwen, bijvoorbeeld met houten vloeren, kan het materiaalgebruik en de milieu-impact van een gebouw verminderen.
Ook flexibiliteit speelt een belangrijke rol. Door gevel, draagconstructie, installaties en inrichting zoveel mogelijk van elkaar los te koppelen, kan een gebouw later makkelijker een andere functie krijgen. Zo verlengen we de levensduur en voorkomen we dat gebouwen onnodig worden gesloopt.
Volgens Doomen ligt daarom een belangrijke rol bij onafhankelijke ontwerpteams. Architecten en constructeurs kunnen samen, zonder vooraf voor één materiaal te kiezen, zoeken naar de beste oplossing voor een project. Want verduurzamen vraagt niet alleen om andere materialen, maar vooral om anders ontwerpen, kennis delen en samenwerken.
Hoe krijg je duizenden partijen in de bouwketen in beweging richting dezelfde duurzame doelen? In de eerste aflevering van het tweede seizoen van In groen beton gegoten gaat Harm Edens in gesprek met Roger Mol van Rijkswaterstaat en Marc Unger van het Rijksvastgoedbedrijf. Over de rol van publieke opdrachtgevers, ruimte voor koplopers en de vraag hoe we duurzame innovaties sneller kunnen opschalen.
De verduurzaming van de bouw vraagt om verandering in de hele keten. Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf willen daarbij de lat hoog leggen. Voor het Rijksvastgoedbedrijf geldt een duidelijke lijn: duurzaam bouwen vormt het uitgangspunt. Tegelijkertijd zien beide organisaties hoe complex verandering in de praktijk is. Bij één bouwproject werken al snel zo'n twaalf partijen samen, terwijl de totale keten uit duizenden partijen bestaat.
Bestaande bouwmethoden hebben zich vaak al tientallen jaren bewezen. Nieuwe, duurzamere oplossingen moeten die zekerheid nog opbouwen en passen niet altijd binnen bestaande normen en regels. Daardoor kost de stap van innovatie naar grootschalige toepassing tijd.
Een aanpak die volgens Mol en Unger helpt, is de koploper-peloton-aanpak. Koplopers krijgen ruimte om nieuwe oplossingen te ontwikkelen en in de praktijk te testen. Zodra een aanpak zich bewijst, kan een veel grotere groep bedrijven ermee aan de slag. Publieke opdrachtgevers kunnen deze ontwikkeling stimuleren en zo ook concurrentie op duurzaamheid aanjagen.
Maar de versnelling moet groter. Wanneer publieke opdrachtgevers dezelfde normen en eisen hanteren, krijgen bedrijven meer duidelijkheid en kunnen succesvolle innovaties makkelijker opschalen. Tegelijkertijd groeit de bereidheid om kennis over duurzaamheid te delen. Rijkswaterstaat deelt bijvoorbeeld ervaringen met het hergebruik van liggers uit viaducten en werkt aan standaarden die hergebruik en vervanging eenvoudiger maken.
Hoe zorgen we ervoor dat koplopers ruimte krijgen, het peloton kan volgen en duurzame vernieuwing uiteindelijk de standaard wordt?
Wat is er nodig om echt de stap te zetten naar groen beton? In deze laatste aflevering, live opgenomen op het Beton Event 2025 in Den Bosch, gaat Harm Edens in gesprek met vier eerdere gasten: Marcel Bruin, Pim Peters, Sonja Fennis en Wim Jansze. Samen blikken ze terug op de podcastserie én kijken ze vooruit naar de veranderingen die de sector te wachten staan.
De gasten brengen elk hun eigen perspectief mee. Van onderzoek naar cement en beton, het zuinig omgaan met materialen, het beoordelen en toekomstbestendig houden van bruggen tot het ontwikkelen van nieuwe prefaboplossingen en digitale processen. Hun ervaringen laten zien hoe breed de beweging richting duurzaam beton is.
Aan de hand van stellingen bespreken ze de belangrijkste vragen van dit moment. Moeten we elk gebouw ontwerpen voor hergebruik? Hoe maken we milieukosten zichtbaar in de prijs van nieuw beton? En is CO₂-opslag in beton een realistische route naar grootschalige emissiereductie?
Ook onderwerpen als circulariteit, digitalisering en de rol van opdrachtgevers komen aan bod. De gasten gaan in op de vraag hoe proeftuinen kunnen doorgroeien tot reguliere praktijk en wat ervoor nodig is om innovaties breder toe te passen. Daarbij speelt het digitale materiaalpaspoort een belangrijke rol, omdat het inzicht geeft in wat er later herbruikbaar is.
Deze aflevering biedt een breed overzicht van de uitdagingen én de kansen op weg naar een volledig duurzame betonsector.
De Nederlandse betonsector loopt wereldwijd voorop in verduurzaming.
In deze aflevering gaat Harm Edens in gesprek met Bart van Melick (BTE Groep) en Alfons van Woensel (Bruil Groep) over de volgende stap: van klinkervervanging naar écht groen beton.
Beide bedrijven werken aan innovatieve oplossingen die beton circulair en klimaatvriendelijk maken.
Bij Bruil gebeurt dat met betongranulaat uit de keten, klinkervervanging en 3D-betonprinten – een techniek die minder materiaal vraagt.
BTE ontwikkelde het eigen bindmiddel INVIE, dat voor 85 procent bestaat uit secundaire materialen en geen natuurlijke grondstoffen nodig heeft.
De businesscase van groen beton wordt steeds sterker: grijs beton wordt duurder, terwijl duurzame alternatieven terrein winnen. Toch blijft regelgeving een uitdaging. Nieuwe betonsoorten vragen om aangepaste normen, processen en installaties.
Het TRL-systeem (Technology Readiness Levels) helpt bedrijven daarbij. Het maakt zichtbaar waar innovaties staan, stimuleert samenwerking en versnelt de stap van idee naar praktijk.
Hoe werken grote publieke organisaties samen aan de versnelling van duurzaam beton? In deze aflevering praat Harm Edens met Willem Gall (Havenbedrijf Rotterdam) en Sonja Fennis (Rijkswaterstaat) over de stap van grijs naar groen beton – en de uitdagingen die daarbij horen.
Bij Rijkswaterstaat bestaat ongeveer 95 procent van alle constructies uit beton. De ambitie is duidelijk: in 2030 volledig circulair werken en tegelijk de CO₂-uitstoot sterk terugdringen. Rijkswaterstaat ondertekende het Betonakkoord en gebruikt de lessen uit succesvolle pilots om duurzame toepassingen op te schalen naar reguliere projecten. Sonja Fennis legt uit hoe binnen de organisatie wordt gewerkt aan kennisopbouw en samenwerking in de keten.
Ook het Havenbedrijf Rotterdam wil zijn infrastructuur versneld verduurzamen. Willem Gall vertelt hoe het havenbedrijf nieuwe ontwikkelingen in duurzaam beton actief toepast in lopende projecten. Ze wachten niet af tot de regelgeving rond is, maar testen zelf of het materiaal aan de technische eisen voldoet – met concrete resultaten als gevolg.
Toch is de weg naar grootschalige toepassing lang. Regelgeving kan pas volgen wanneer er voldoende ervaring en praktijkkennis is opgebouwd. Daarom stimuleren partijen als Rijkswaterstaat de ontwikkeling van groen beton van onderaf: via consortia, proeftuinen en gezamenlijke investeringen in innovatie. Slechts een klein deel van die innovaties haalt de eindstreep, maar elke stap brengt de sector dichter bij een CO₂-neutrale toekomst.
Wat bedoelen we eigenlijk met gerecycled beton? In deze aflevering van In groen beton gegoten gaat Harm Edens in gesprek met Simon Wijte (Adviesbureau Hageman en TU Eindhoven) en Jan-Pedro Vis (Renewi Commercial Waste) over de toekomst van hergebruik en recycling in de betonsector.
Volgens Simon Wijte is er geen vaste definitie van gerecycled beton. Hij maakt onderscheid tussen re-use – het hergebruik van complete betonnen constructies – en het opnieuw inzetten van losse betonelementen. Pas wanneer beton wordt gebroken en vermalen, verdwijnt volgens hem de essentie van beton: er is dan een nieuw bindmiddel nodig om er weer beton van te maken.
Jan-Pedro Vis kijkt breder en onderscheidt drie recyclingketens: hergebruik van constructies (re-use), recycling van beton naar beton, en het benutten van reststromen als nieuw bindmiddel. Deze vormen moeten naast elkaar bestaan om de sector op weg te helpen naar nul CO₂-uitstoot.
Beiden benadrukken het belang van zorgvuldige sloop. Beton moet gescheiden blijven van andere materialen, anders verliest het zijn waarde als grondstof. Dat vraagt om duidelijke keuzes bij opdrachtgevers en woningcorporaties: wie circulair wil slopen, moet dat vanaf het begin in de keten organiseren.
Wijte werkt met zijn team aan een database van herbruikbare betonnen elementen – een soort Marktplaats voor beton. Zo kan bij nieuwe projecten sneller worden gekeken wat er al beschikbaar is. En één ding is voor hem duidelijk: beton blijft alleen echt circulair als het schoon blijft.
Hoe helpt digitalisering om beton duurzamer te maken? In deze aflevering praat Harm Edens met René du Pree (Martens Beton) en Wim Jansze (Consolis VBI) over datagedreven innovatie, prefabproductie en de rol van technologie in een toekomstbestendige betonsector.
Bij Consolis VBI ligt de focus op productinnovatie in prefabbeton: werken met geopolymeerbeton, minder materiaalgebruik en een slanker productieproces. Automatisering en kunstmatige intelligentie (AI) spelen daarin een grote rol. Dankzij slimme software weet het bedrijf tot wel tien procent meer productiviteit te behalen. Ook wordt hard gewerkt aan het digitale materiaalpaspoort, waarin precies staat welke materialen in een gebouw zijn verwerkt. Dat maakt toekomstig hergebruik en recycling een stuk eenvoudiger.
Martens Beton zet digitalisering in om beter te ontwerpen en slimmer samen te werken. Door gebruik te maken van openbare data van gemeenten en waterschappen maakt het bedrijf maatwerkontwerpen voor rioleringen. René du Pree benadrukt het belang van ketensamenwerking en digitale communicatie tussen partijen in de betonbouw.
Digitalisering levert niet alleen snelheid en efficiëntie op, maar vooral minder verspilling. Minder fouten betekent minder materiaalverlies – en precies daar zit de duurzame winst voor de toekomst.
Kunnen we gebouwen zo ontwerpen dat ze nooit meer gesloopt hoeven worden? In deze aflevering praat Harm Edens met Bart van Kampen (De Zwarte Hond) en Pim Peters (IMd Raadgevende Ingenieurs) over hergebruik, adaptief bouwen en de waarde van beton dat generaties meegaat.
Architect Bart van Kampen pleit al jaren voor adaptief bouwen. Zijn uitgangspunt is eenvoudig: nooit meer slopen. Hij ziet adaptief bouwen als een duurzamer alternatief voor modulair bouwen, dat juist veel energie kost en impact heeft op het klimaat. Door gebouwen flexibeler te ontwerpen – met maatvoeringen die uiteenlopende functies mogelijk maken – kunnen ze honderden jaren meegaan. Dat vraagt wel om beton dat minimaal tweehonderd jaar meegaat en zijn kwaliteit behoudt.
Ingenieur Pim Peters ontwikkelde het zogenoemde donorskelet: het hergebruik van betonnen onderdelen uit te slopen gebouwen. Daarmee blijft de constructieve waarde van beton behouden, maar de praktijk blijkt lastig. Het zorgvuldig demonteren van gebouwen kost veel arbeid, terwijl nieuw materiaal nog te goedkoop is.
Adaptief bouwen is bij de start duurder, maar levert op lange termijn juist winst op. De uitdaging zit in het huidige systeem: de opdrachtgever van nu profiteert meestal niet van de restwaarde in de toekomst, omdat gebouwen vaak meerdere keren van eigenaar wisselen. Peters en Van Kampen pleiten daarom voor een andere manier van rekenen én denken. Ook ruimtelijke regels moeten mee veranderen. Flexibele bestemmingsplannen en bijvoorbeeld een sloopbelasting kunnen hergebruik en herbouw stimuleren.
Hoe kan beton niet alleen minder CO2 uitstoten, maar zelfs CO2 opslaan? In deze aflevering praat Harm Edens met Marcel Bruin (Heidelberg Materials) en Erik Amesz (APP All Protect & NET BV) over beton dat actief bijdraagt aan een schoner klimaat.
De betonsector kijkt verder dan alleen emissiereductie. Beton heeft van nature al de eigenschap om CO2 uit de lucht te halen, en onderzoekers werken nu aan manieren om dat proces te versterken. Bij Heidelberg Materials onderzoekt Marcel Bruin hoe bestaand beton kan worden gerecycled. Daarbij worden de grondstoffen weer losgemaakt, zodat ze opnieuw bruikbaar zijn. Vooral het cementrijke deel – de fijne fractie – kan veel CO2 opnemen. Zo krijgt oud beton letterlijk een tweede leven als klimaatvriendelijk materiaal.
Erik Amesz richt zich bij de startup NET BV op projecten die zelfs negatieve emissies opleveren. Hij werkt onder meer met geopolymeerbeton en Biochar. Biochar is pure koolstof, een restproduct uit pyrolysecentrales, en vormt een natuurlijke CO2-opslag. Omdat het ontstaat uit bomen die tijdens hun groei CO2 hebben opgenomen, blijft die koolstof nu veilig vastgelegd in beton. Zo wordt een deel van het probleem letterlijk onderdeel van de oplossing.
Beide gasten zien dat de sector bruist van ideeën en initiatieven. Toch is er volgens Bruin een echte revolutie nodig. CO2-opvang, hergebruik, opslag, alternatieve bindmiddelen en een herbruikbaar beton voor volgende generaties: het hoort allemaal bij de transitie waar we middenin zitten. Nederland loopt voorop in Europa, zowel in innovatie als recycling. En de wil om te veranderen is groot.
Harm Edens gaat in gesprek met Rob van Berkel, specialist duurzaam bouwen bij BAM Infraconsult, het advies- en ingenieursbureau van BAM Infra Nederland, en Lukas Arnout, managing director van ResourceFull. Bij Reourcefull ontwikkelen ze innovatieve cementvervangers op basis van reststromen.
Samen bespreken zij hoe we beton groener kunnen maken. BAM werkt aan cementreductie en nieuwe generaties geopolymeerbeton, terwijl ResourceFull zoekt naar alternatieve bindmiddelen uit reststromen. Wat zijn de kansen, welke obstakels liggen er in de regelgeving, en waarom loopt België soms voor op Nederland? Ontdek hoe innovatie en samenwerking de sleutel vormen naar duurzamer beton.
From the publisher's feed
In groen beton gegoten is de podcast van de Betonvereniging, gepresenteerd door Harm Edens.
In de podcast stellen we vragen over verduurzaming, circulariteit, samenwerking en…
De podcast wordt mede mogelijk gemaakt door Bosch Beton, Rijkswaterstaat, Ecocem, Teunesen en BAM Infra, die de ambitie delen om samen te werken aan een leefbare en toekomstbestendige bouwsector.