
Sign up to save your podcasts
Or


“Wie zeg jij dat Ik ben?” Is vandaag de eerste titel van de serie “Jezus leren kennen”. En voordat je over die vraag na moet denken of er voor jezelf een antwoord op hoeft te geven wil ik beginnen met een andere vraag: “Wie zeggen de mensen dat Jezus is?” Wie zeggen de mensen om ons heen, in onze samenleving, in je buurt, op uw werk of op je school, dat Jezus is?
Luc 9:18 Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’
Welke mensen bedoelt de Here Jezus? Het volk Israel, de Romeinen, Koning Herodus, de schriftgeleerden en de farizeeën, enzovoort. Wanneer je een paar verzen in hetzelfde hoofdstuk terugleest, de context bekijkt, dan zie je dat Jezus met Zijn leerlingen in het land Israel rondtrok en het goede nieuws over het komende Koninkrijk verkondigde. Wat wordt er bedoelt met het komende Koninkrijk? Dat Jezus Koning wordt, de macht van de duisternis verbroken wordt en een ieder die in Jezus gelooft voor altijd zal leven. Dit goede nieuws verkondigen wij als kerk ook! En dit goede nieuws verkondigen gaat samen met demonen uitdrijvingen en genezingen en dit gaf reuring! Dit gaf gedoe! Het zette alle belangrijke mensen aan het denken. De toenmalige religieuze elite, de Farizeeën, de toenmalige wereldheersers, Koning Herodus. Ze vroegen zich allemaal af: “Wie is die man, wie is die Jezus?”
Koning Herodus die Johannes de Doper om het leven gebracht heeft maakt zich dan ook grote zorgen: “Zou Johannes uit de dood zijn opgestaan?” Hij zal wel denken: “Dan hangt mij nog wat boven het hoofd.” (Luc. 9:7-8)
Lucas 9:7-8 […] Want er waren mensen die zeiden dat Jezus de profeet Elia was. Er waren ook mensen die zeiden dat Jezus een andere profeet van vroeger was. En er waren mensen die zeiden: ‘Het is Johannes de Doper, die uit de dood is opgestaan!’ (BGT)
Bij deze mensen maar ook bij de rest van het volk rijst de levensgrote vraag: “Wie is deze man?” Wie is die Jezus? Hij doet wonderen als een profeet! Denk eens aan de, 1, wonderlijke voedselvermenigvuldigingen, in dit tekstgedeelte hebben we net de allereerste achter de rug. De profeet Elisa, in het oude testament, deed ook aan voedsel vermenigvuldigen, hij gaf 100 te eten. (2 kon 4:42) Jezus in één keer 5000 mannen (vrouwen en kinderen niet meegeteld) en later nog eens een keer 4000 mannen. Hij overtrof de profeet Elisa.
Er is reuring in Israel, er gebeurt iets. Het is als een hete zomerdag, dat de lucht trilt. Zo voelt de atmosfeer in Israel aan. De wonderen en tekenen van Jezus lopen behoorlijk gelijk op met dat wat voor de Israëlieten bekend was, de profeten. Jezus werd wijd verspreid gezien als een profeet zoals het volk kende uit vroeger tijden. Tijden van weleer. En Jezus spreekt het feit dat men Hem voor een profeet houdt, niet tegen. Als Hij in het plaatsje Nazareth, waar Hij opgroeide, niet gehoord wordt en weinig wonderen en tekenen doet, zegt Hij: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ (Mat 13:57)
Dus het antwoord van de leerlingen op de vraag “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” is helemaal niet gek: 19 Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profe
By Evangelische Kerk Utrecht“Wie zeg jij dat Ik ben?” Is vandaag de eerste titel van de serie “Jezus leren kennen”. En voordat je over die vraag na moet denken of er voor jezelf een antwoord op hoeft te geven wil ik beginnen met een andere vraag: “Wie zeggen de mensen dat Jezus is?” Wie zeggen de mensen om ons heen, in onze samenleving, in je buurt, op uw werk of op je school, dat Jezus is?
Luc 9:18 Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’
Welke mensen bedoelt de Here Jezus? Het volk Israel, de Romeinen, Koning Herodus, de schriftgeleerden en de farizeeën, enzovoort. Wanneer je een paar verzen in hetzelfde hoofdstuk terugleest, de context bekijkt, dan zie je dat Jezus met Zijn leerlingen in het land Israel rondtrok en het goede nieuws over het komende Koninkrijk verkondigde. Wat wordt er bedoelt met het komende Koninkrijk? Dat Jezus Koning wordt, de macht van de duisternis verbroken wordt en een ieder die in Jezus gelooft voor altijd zal leven. Dit goede nieuws verkondigen wij als kerk ook! En dit goede nieuws verkondigen gaat samen met demonen uitdrijvingen en genezingen en dit gaf reuring! Dit gaf gedoe! Het zette alle belangrijke mensen aan het denken. De toenmalige religieuze elite, de Farizeeën, de toenmalige wereldheersers, Koning Herodus. Ze vroegen zich allemaal af: “Wie is die man, wie is die Jezus?”
Koning Herodus die Johannes de Doper om het leven gebracht heeft maakt zich dan ook grote zorgen: “Zou Johannes uit de dood zijn opgestaan?” Hij zal wel denken: “Dan hangt mij nog wat boven het hoofd.” (Luc. 9:7-8)
Lucas 9:7-8 […] Want er waren mensen die zeiden dat Jezus de profeet Elia was. Er waren ook mensen die zeiden dat Jezus een andere profeet van vroeger was. En er waren mensen die zeiden: ‘Het is Johannes de Doper, die uit de dood is opgestaan!’ (BGT)
Bij deze mensen maar ook bij de rest van het volk rijst de levensgrote vraag: “Wie is deze man?” Wie is die Jezus? Hij doet wonderen als een profeet! Denk eens aan de, 1, wonderlijke voedselvermenigvuldigingen, in dit tekstgedeelte hebben we net de allereerste achter de rug. De profeet Elisa, in het oude testament, deed ook aan voedsel vermenigvuldigen, hij gaf 100 te eten. (2 kon 4:42) Jezus in één keer 5000 mannen (vrouwen en kinderen niet meegeteld) en later nog eens een keer 4000 mannen. Hij overtrof de profeet Elisa.
Er is reuring in Israel, er gebeurt iets. Het is als een hete zomerdag, dat de lucht trilt. Zo voelt de atmosfeer in Israel aan. De wonderen en tekenen van Jezus lopen behoorlijk gelijk op met dat wat voor de Israëlieten bekend was, de profeten. Jezus werd wijd verspreid gezien als een profeet zoals het volk kende uit vroeger tijden. Tijden van weleer. En Jezus spreekt het feit dat men Hem voor een profeet houdt, niet tegen. Als Hij in het plaatsje Nazareth, waar Hij opgroeide, niet gehoord wordt en weinig wonderen en tekenen doet, zegt Hij: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ (Mat 13:57)
Dus het antwoord van de leerlingen op de vraag “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” is helemaal niet gek: 19 Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profe