Evangelische Kerk Utrecht

Word opnieuw gegrepen door het evangelie


Listen Later

Galaten 2:11-14.

Maar toen Petrus later in Antiochië kwam, heb ik eerlijk tegen hem gezegd dat wat hij deed niet goed was. 12 Want eerst ging hij gewoon eten bij niet-Joodse mensen die in Jezus waren gaan geloven. Maar toen er Joodse gelovigen uit de gemeente van Jakobus naar Antiochië kwamen, was hij bang dat zij daar iets van zouden zeggen. En hij durfde dat niet meer te doen. 13 Ook de andere Joden in de stad die in Jezus waren gaan geloven durfden dat niet meer. Zelfs Barnabas ging met hen meedoen. 14 Maar ik zag dat dit volgens de waarheid van het goede nieuws niet juist is. Daarom zei ik tegen Petrus waar iedereen bij was: “Jij, als Jood, kon eerst op dezelfde manier als de niet-Joodse gelovigen leven in plaats van als een Jood. Hoe durf je dan nu van de niet-Joden te eisen dat ze zich aan de Joodse regels gaan houden?

Zullen we bidden?

Wat gebeurd hier?

Wat gebeurd hier? Dat was de vraag die ik mij stelde toen ik met dit stuk aan de slag was. In dit stuk wordt een ontmoeting beschreven tussen Paulus en Petrus in Antiochië. Deze ontmoeting lezen we niet terug in Handelingen, maar dat hoeft ook niet. Als mensen dit wilden controleren, dan waren op het moment van schrijven nog genoeg mensen die hier getuige van waren geweest. Het valt op dat Paulus in dit stuk opnieuw zijn zelfstandigheid van zijn Apostelschap toont. Niet het menselijk aanzien is belangrijk, maar de ‘waarheid van het evangelie’.

Het is opvallen dat dit stuk eigenlijk direct na het stuk over het convent van de Apostelen in Jeruzalem wordt beschreven. In één brief hebben we nu al meerdere malen gezien dat de waarheid van het evangelie voor Paulus super belangrijk is. Als hij niets had gedaan, dan was de waarheid van het evangelie verwatert. Dan hadden we binnen een paar jaar geen evangelie meer gehad en hadden we nu geen kerk gehad.

Een belangrijk woord in dit stuk is het woord dwingen. Vers 14 (hsv) zegt: “…Waarom dwingt u de heidenen op de Joodse manier te leven?” Dit dwingen is hetzelfde dwingen als genoemd wordt in vers 3, waar ik drie keer geleden over sprak. In vers 14 wil Petrus de heidenen dwingen te leven zoals de Joden. Maar in vers 3 werd Titus niet gedwongen zich te laten besnijden (dus te voldoen aan de wetten van Mozes). Daarnaast gaat het om de waarheid van het evangelie. Paulus is in Jeruzalem niet aan de kant gegaan voor de mensen die de Joodse wetten over de heidenen heen wilden leggen, “zodat de waarheid van het Evangelie bij u zou blijven”. En in vers 14 zegt Paulus dat hij zag dat ze “niet overeenkomstig de waarheid van het Evangelie wandelden”.

Paulus laat in dit stuk zien dat hij een onafhankelijke Apostel is. Niet zomaar een persoon die de aanbeveling of goedkeuring nodig had van Petrus, of Jacobus of Johannes. Hij wordt niet door Petrus geleid, hij leidt Petrus eigenlijk de juiste kant op. Paulus was er heel duidelijk over; hij was een ambassadeur van het Evangelie. Het Evangelie wat hij zelf had ontvangen van Jezus.

Paulus stond ervoor dat het Evangelie staat voor goed nieuws. Het goede nieuws dat we recht tegenover God mogen staan, doordat Jezus voor onze fouten aan het kruis is gegaan. De bijbel leert dat ieder mens zondig is en daardoor niet bij God kan komen. Jezus is voor onze zonden aan het kruis gegaan, hij is dood gegaan en opgestaan uit de dood. Hiermee kocht Jezus het recht voor ons om weer bij God te kunnen komen en in relatie met Hem te staan. De enige manier om weer in relatie met God te mogen leven is door ons te bekeren van ons oude leven en het offer van Jezus aan te nemen. Als we iets aan eisen toevoegen aan dit goede nieuws, dan zouden we mensen aanmoedigen om te vertrouwen op hun eigen werken. Als je vertrouwt op je eigen werken, dan breek je het evangelie af en is het niets meer waard. Als rechtvaardiging en heiliging niet door geloof alleen zijn, dan zou je jouw redding toch nog er

...more
View all episodesView all episodes
Download on the App Store

Evangelische Kerk UtrechtBy Evangelische Kerk Utrecht