
Sign up to save your podcasts
Or


Het maakt de Chinese overheid niet veel uit hoe het Iraanse regime eruitziet, zolang het maar olie levert.
De Amerikaanse en Israëlische bombardementen op Iran worden door China met argusogen gevolgd. Beijing is immers Teherans belangrijkste partner. Deze twee landen vonden elkaar in hun overeenkomstige geschiedenis en beleidsdoelen: beide landen kunnen bogen op een niet-westerse beschaving die teruggaat tot de oudheid, en beide landen verzetten zich tegen een door het Westen gedomineerde wereldorde. Ook energiezekerheid speelt een rol in China’s relatie met Iran. In 2025 was meer dan 55 procent van de totale olie-import van China afkomstig uit het Midden-Oosten (zo’n 13 procent uit Iran), en het grootste deel daarvan moest door de Straat van Hormuz komen, de zee-engte voor de Iraanse kust. Door de bombardementen ligt de Iraanse olieleverantie nu stil en loopt de productie in alle Golfstaten gevaar, zodat China het gevaar loopt geen olie meer uit de regio te kunnen halen. Sommige analisten speculeren daarom dat het Teheran toch te hulp zal schieten. Zo niet met directe militaire interventie, dan tenminste met materiële ondersteuning in de vorm van apparatuur en onderdelen die zowel militair als civiel inzetbaar zijn, zoals Beijing die ook al aan Rusland levert voor de oorlog in Oekraïne.
Maar al maakt China zich zorgen, het is niet waarschijnlijk dat het zich in de strijd zal mengen. De twaalfdaagse oorlog van Israël tegen Iran in juni 2025 ontlokte China niet meer dan de geijkte diplomatieke steunbetuigingen aan de Islamitische Republiek. En op de officiële persconferentie van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken deze week waren de felste bewoordingen gereserveerd voor een veroordeling van de liquidatie van Irans opperste leider ayatollah Ali Khamenei, niet voor de hele militaire campagne tegen Iran. Met de oproep aan ‘alle betrokken partijen om de militaire operaties te beëindigen’ – dus niet alleen aan de VS en Israël maar ook aan Iran – en om de ’soevereiniteit, veiligheid en territoriale integriteit’ van de Golfstaten te eerbiedigen wekt China de indruk dat het net zo hard zijn best doet om de betrekkingen met de Golfstaten goed te houden als die met Iran.
Deze terughoudendheid is niet van vandaag of gisteren. Sinds de Hamas-aanval op Israël van 7 oktober 2023 is China in toenemende mate ontgoocheld geraakt over de capaciteiten en de geloofwaardigheid van Iran als regionale machtsfactor. De Chinese strategen hebben hun vertrouwen in het land ook verloren omdat het volgens hen geneigd is om voor westerse druk te zwichten in plaats van terug te vechten, zoals blijkt uit de aanhoudende Iraanse wens om met Washington te blijven onderhandelen. Uiteindelijk beschouwt China een regimewisseling in Iran niet als het slechtst mogelijke scenario. Het is bereid om samen te werken met welke regering er straks ook komt bovendrijven, zolang de olieleveranties en de gezamenlijke economische belangen maar gewaarborgd zijn. Pas als die belangen gevaar lopen, of als een lange uitputtingsslag het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen en zich er nadrukkelijker in gaan mengen.
Pas als de oliebelangen gevaar lopen, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen
De Iran-strategie van China berustte lange tijd op de gedachte dat het land een bruggenhoofd kon vormen voor de verdediging van de Chinese belangen in het Midden-Oosten. Om hun toenemende samenwerking te bekrachtigen en hun banden op het gebied van economie en veiligheid verder aan te halen sloten de twee landen in 2021 een vijfentwintigjarig strategisch partnerschap. Maar vanwege Iraanse huiver voor meer Chinese invloed en daaruit voortvloeiende aantasting van de eigen soevereiniteit en onafhankelijkheid kwam er van de in het akkoord voorgenomen investeringen van 400 miljard dollar weinig terecht, en Beijing raakte gefrustreerd over de wispelturige en onbetrouwbare houding van Teheran. China heeft bovendien geconcludeerd dat de macht en de revolutionaire geloofwaardigheid van het land zwaar worden overschat. Met een bevolking die tienmaal zo groot is als die van Israël en driemaal zo groot als die van Saoedi-Arabië heeft Iran niettemin een bbp dat nog geen 90 procent van dat van Israël en niet meer dan 25 procent van dat van Saoedi-Arabië bedraagt. Volgens de Chinese analyse schrikt het zijn tegenstanders vooral af met proxy-oorlogen en asymmetrische oorlogsvoering, zodat het machtiger lijkt dan het is en zijn interne zwaktes verbloemt.
Irans strategische doel van een islamitische revolutie staat in de ogen van China ook op gespannen voet met de stappen die nodig zijn om dat doel te bereiken. In de analyse van Niu Xinchun, hoofd van het onderzoeksinstituut voor Chinees-Arabische betrekkingen aan de Ningxia-universiteit, biedt de islamitische ideologie geen ruimte voor concessies aan de Verenigde Staten over politieke en nucleaire kwesties. Maar vanwege de verlammende sancties is een betere relatie met de Verenigde Staten een eerste vereiste om de economie erbovenop te helpen, het land sterker te maken en de binnenlandse roep om hervormingen te laten verstommen. Zo zit Iran dus klem tussen zijn verzet tegen de VS en de noodzaak om met Washington tot een vergelijk te komen, tussen zijn conservatieve theologische wortels en de noodzaak van hervorming.
Bovendien vinden veel Chinese analisten dat Iran vaak slap optreedt tegen tegenstanders. Nadat in 2020 de hoogste Iraanse generaal Qassem Soleimani door de VS was geliquideerd, en toen Israël in 2024 de Iraanse ambassade in Syrië had bestookt, vond men de vergeldingsacties van Teheran tegen Amerikaanse militaire bases in Irak en Israël bepaald niet indrukwekkend. Ook de Iraanse vergeldingsaanvallen voor de twaalfdaagse oorlog, waarbij Qatar en de Verenigde Staten steeds vooraf door Iran werden gewaarschuwd, werden algemeen als zwak en ineffectief beschouwd. Chinese internetters deden het spottend af als ‘vergelding voor de bühne’. In Chinese commentaren over het Midden-Oosten klinkt inmiddels veel pessimisme door: Chinese opiniemakers zoals de bekende deskundige Hu Xijin zien Iran en zijn bevolking nu wegzinken in een moeras en nemen het Teheran kwalijk dat het land daarin is beland.
Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd
Het Chinese vertrouwen is ook ondermijnd door hoe Iran omgaat met de proxy-groeperingen die het in andere landen onderhoudt. Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd. Zo konden Hamas en Hezbollah door Israël worden gedecimeerd zonder dat Iran met enige steun of vergelding van belang kwam. China hoorde in december 2024 verbluft aan hoe de Iraanse banden met proxy-groeperingen in de regio (de zogenaamde ‘as van het verzet’) door vicepresident Mohammad Zarif werden ontkend: volgens hem had Iran daar geen macht over. En in april 2025 trok Iran zijn militair personeel terug uit Jemen terwijl dat land door de Amerikanen werd gebombardeerd. Ze lieten hun Houthi-bondgenoten dus in de steek om de spanningen met de VS niet verder op te voeren, in de hoop onderhandelingen met dat land te kunnen hervatten.
Beijing is ook teleurgesteld over het falen van het Iraanse regime op binnenlands vlak. In de Chinese staatsmedia wordt het regime niet openlijk bekritiseerd, maar in kringen van Chinese beleidsmakers maakt men zich geen illusies over de verkeerde beleidskeuzes, de wijdverbreide corruptie en de povere bestuurlijke prestaties van Teheran. Israël kon in de twaalfdaagse oorlog heel gericht Iraanse topmilitairen en kerngeleerden uitschakelen doordat het veiligheidsapparaat geïnfiltreerd was. Dat wekt de indruk dat veel Iraanse functionarissen geen vertrouwen hebben in hun eigen systeem en bereid zijn hun land te verraden. Chinese leiders twijfelen aan de levensvatbaarheid van een Iraanse staat waar de eigen functionarissen geen vertrouwen in hebben.
Vanwege die teleurstelling over het Iraanse leiderschap is Beijing niet zonder meer gekant tegen een regimewisseling. Omdat het er vooral belang aan hecht dat Iran een levensvatbare economische partner blijft, staat het neutraal tegenover de aard van het regime. Als de Amerikaanse en Israëlische aanvallen de wilde militaire ambities van Iran een halt toeroepen en het land zijn positie als economische mogendheid weet te herwinnen, kan China daar vrede mee hebben.
Dat China zal proberen het huidige regime overeind te houden is ook onwaarschijnlijk in het licht van zijn eigen betrekkingen met de Verenigde Staten. Voor eind maart staat er een ontmoeting gepland tussen Donald Trump en Xi Jinping. Dat zou kunnen leiden tot een groot akkoord dat een echte détente inluidt na acht traumatische jaren van harde rivaliteit tussen de twee grootmachten. Beijing wil zijn poging om met Trump samen te werken niet laten doorkruisen door een oorlog in het Midden-Oosten.
De Chinese belangen in Iran draaien vooral om energiezekerheid. China heeft zijn energievoorziening gediversifieerd en zwaar geïnvesteerd in steenkool, zonne-, wind- en kernenergie. Olie is in 2025 door hernieuwbare energiebronnen voorbijgestreefd als de tweede grootste energiebron na steenkool, maar blijft een onmisbare rol spelen in de Chinese economie. Het land is nog steeds van geïmporteerde olie afhankelijk voor zijn vlieg- en scheepsverkeer en voor petrochemische producten. Het heeft een oliereserve van naar schatting 1,3 tot 1,4 miljard vaten, circa 30 procent van zijn invoer in 2025: genoeg voor een korte, maar niet voor een langdurige verstoring van de aanvoer uit het Midden-Oosten.
Iets wat China wel zorgen baart, wat deze afwegingen kan doorkruisen en het land toch kan dwingen om in actie te komen, is de afsluiting van de Straat van Hormuz. Daarmee zou meer dan de helft van de Chinese olie-import worden afgesneden. De mogelijkheid van een regionaal conflict met een langdurige sluiting van de scheepvaartroutes is door Midden-Oosten-deskundigen en topmensen uit de Chinese oliesector altijd weggewuifd. Een oorlog in de regio die het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zo was de gedachte, zou leiden tot een wereldwijde energiecrisis waarvoor snel een collectieve oplossing zou worden gevonden. Tijdens de twaalfdaagse oorlog beweerden Chinese deskundigen al dat Iran de Straat van Hormuz niet zou afsluiten, omdat het daarmee de hele Golfregio tegen zich in het harnas zou jagen en zijn eigen inkomsten in gevaar zou brengen. Dit was het argument dat Beijing inzette tegen de binnenlandse roep om (en westerse speculatie over) de opbouw van een Chinese militaire aanwezigheid in de regio.
Die aanname dat de energieproducenten en -consumenten van de wereld niet zullen toestaan dat de regio uit elkaar valt, wordt nu op de proef gesteld. Beijing oefent druk uit op Teheran om de Straat van Hormuz open te houden en geen maatregelen te nemen die het vervoer van olie verstoren. Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland, dat momenteel al goed is voor meer dan 17 procent van de Chinese olie-import. Maar het is beducht voor al te grote afhankelijkheid van één leverancier, uit angst dat ook die kraan ineens kan worden dichtgedraaid.
Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland
Een nog groter probleem voor China is een langdurige oorlog. Als het Iraanse regime de bombardementen van Amerika en Israël doorstaat en met zijn tegenaanvallen echt schade weet aan te richten, wordt Beijing voor een dilemma gesteld. Als Teheran ophoudt met meebuigen, terug gaat vechten en overleeft, wordt het voor China moeilijk om aan de zijlijn te blijven staan en het regime geen steun te geven. Het blijft zijn belangrijkste partner in de regio. Als Iran nu wel daadkracht en weerbaarheid aan de dag legt en China hulp blijft weigeren, laat het zich kennen als een ontrouwe bondgenoot. Mengt het zich wel in de strijd, dan zal China het land wellicht net zo steunen als Rusland in de oorlog tegen Oekraïne: met apparatuur zoals drones, afname van Iraanse olie, en technologische ondersteuning voor de opbouw van de Iraanse defensie-industrie.
Hoe langer het regime het uitzingt, hoe meer China zal moeten doen om het te ondersteunen, en hoe meer dit de oorlog weer verder zal rekken. Maar als het regime snel ten val komt, zoals dat van Bashar al-Assad in Syrië, of als er juist snel een stabiele nieuwe situatie ontstaat zoals in Venezuela na de ontvoering van Nicolás Maduro, dan zal China daar niet lang om rouwen. Vertrouwen in de leiding van de Islamitische Republiek had China al niet meer. Waar het nu om gaat, is hoe het met de nieuwe machthebbers kan samenwerken om te zorgen dat de olie uit het Midden-Oosten blijft stromen.
Bondi Beach, ooit een symbool voor de multiculturele identiteit van Sydney, is na de aanslag in december 2025 veranderd in een grimmige herinnering aan het levende antisemitisme binnen de Australische maatschappij.
Bondi Beach heeft een speciale plek binnen de Australische geschiedenis. In een land waar ruim 90 procent van de bevolking binnen 50 kilometer van de kust woont, staan stranden symbool voor de kern van het Australische gedachtegoed; een openbare plaats waar iedereen gelijk is. Een plek met zonlicht en een verre horizon, passend bij het optimistische karakter van het land. Bondi belichaamt dit credo. Kunstenaars en fotografen gebruiken deze 800 meter lange sikkel al jaren als inspiratiebron. Maar het bloedbad van 14 december heeft de idealen verstoord en dwingt Australiërs hun identiteit en samenleving in twijfel te trekken. Nadat twee in het zwart geklede schutters een Chanoekaviering op het strand beschoten, kwamen minstens twaalf mensen om het leven en raakten negenentwintig mensen gewond. [Later is het uitgekomen op vijftien overledenen en veertig gewonden.] Door sociale media is ontstellend beeldmateriaal van deze gebeurtenis snel in het publieke domein terechtgekomen, bijvoorbeeld van de man die door de Australische televisie werd geïdentificeerd als Ahmed El Ahmed, een winkeleigenaar en vader van twee, die eigenhandig een schutter neerhaalde. Ook is vastgelegd hoe de politie de schutters aanhield. Op de beelden is te zien hoe agenten een razende menigte moeten tegenhouden die klaarstaat om wraak te nemen.
Hoewel Bondi een oord is voor backpackers en surfers, vormt het ook het epicentrum van de Joodse gemeenschap van Sydney. In de decennia voor en na de Tweede Wereldoorlog vestigden Joodse vluchtelingen uit Europa zich in Bondi – eerst op de vlucht voor de nazi’s, later voor de communisten. Tussen Bondi Beach en het stadscentrum van Sydney ligt een rijke, heuvelige buitenwijk, waar een groot deel van de Joodse gemeenschap woont.
De schutters hebben het hart van deze wereld getroffen, een wereld die decennialang open en ontspannen was, zelfs zodanig geïntegreerd dat die term niet meer van toepassing was.
Maar ook vóór deze aanslag was het relatief onbezorgde bestaan van Joden in Sydney al aan het afbrokkelen. Slechts twee weken voor de schietpartij publiceerde de Executive Council of Australian Jewry een verslag over een toenemend aantal antisemitische incidenten, van graffiti en posters tot brandstichting en aanvallen.
Ook vóór deze aanslag was het relatief onbezorgde bestaan van Joden in Sydney al aan het afbrokkelen
Na de terroristische aanval op Israël van 7 oktober door Hamas en de daaropvolgende invasie van Gaza door het Israëlische leger, is het aantal antisemitische incidenten ernstig toegenomen. Aan het begin van dit decennium schommelde het aantal incidenten in Australië rond de 450. Dit stabiele jaargemiddelde is gestegen naar 2062 voorvallen in 2024, met 1654 voorvallen in de twaalf maanden tot 30 september 2025. In de provincie New South Wales, waar Sydney een groot deel van uitmaakt, vond ongeveer 40 procent van deze incidenten plaats.
In het verslag komt een verontrustende reeks gebeurtenissen voorbij. Joodse mensen worden geconfronteerd met de Hitlergroet of krijgen grove woorden naar hun hoofd geslingerd. Een auto werd in de as gelegd en er werd brand gesticht in een restaurant en een kinderopvang. Nazisymbolen en -leuzen werden herhaaldelijk op muren en ramen van Joodse synagogen en scholen gekladderd.
Vervolgens stonden er begin november zestig zwartgeklede betogers buiten het parlementsgebouw van New South Wales met een spandoek met daarop de tekst ‘schaf de Joodse lobby af’.
‘Er heerst een ziekte in de hedendaagse Australische maatschappij, en dat is Jodenhaat,’ zei Daniel Aghion van de Executive Council of Australian Jewry bij de publicatie van het verslag. Maar zelfs hij had zich de gruwel die op de loer lag niet kunnen voorstellen.
De aanslag bij Bondi Beach is niet alleen de ergste antisemitische aanslag die Australië ooit heeft gekend, het is tevens de dodelijkste terroristische op Australisch grondgebied ooit. Op een aantal opmerkelijke uitzonderingen na hebben Australische steden nauwelijks rassenrellen meegemaakt. Stemmers scharen zich zelden achter het soort militante anti-immigratiepopulisten die de Europese peilingen tegenwoordig domineren. Australiërs zullen zich nu afvragen hoe een samenleving die lang de deur openhield voor migratie en trots was op de bijkomende tolerantie, zo heeft kunnen veranderen.
Het land heette in de jaren zestig voor het eerst groepen Italiaanse en Griekse migranten welkom, die een enorme invloed hebben gehad op de cultuur. Vervolgens kwamen er in de jaren zeventig en tachtig Vietnamese vluchtelingen, evenals Libanezen die de burgeroorlog ontvluchtten. Net als de Zuid-Europeanen stuitten ze aanvankelijk op lokale achterdocht of zelfs vijandigheid, alvorens hun niche te vinden in het – toen nog – flexibele Australië.
In de jaren negentig waren de Chinezen en Koreanen aan de beurt. Rond deze tijd verscheen de roodharige, populistische Pauline Hanson ten tonele, die verkondigde dat Australië te veel Aziatische immigranten toeliet.
Stemmers scharen zich zelden achter militante anti-immigratiepopulisten die de Europese peilingen domineren
De toenmalige conservatieve regering onder John Howard wist de toenemende zorgen over immigratie te bedaren door ‘de bootjes tegen te houden’ – doelend op illegale migratie vanuit het noorden. De overheid gebruikte dit optreden tegen illegale migratie om legale migratie toegankelijker te maken. Er volgde een vloedgolf aan migrerende families en hoogopgeleiden, waarbij migranten uit het Indische subcontinent de afgelopen jaren het voortouw namen. Het aantal Australiërs dat in het buitenland is geboren, steeg sinds de eeuwwisseling van 23 naar 32 procent.
De migratie van moslims begon tijdens de vele conflicten in het Midden-Oosten en ontstak misschien wel een van de grootste culturele conflicten tot nu toe, hoewel het aantal Australiërs dat zich als moslim identificeert nauwelijks boven de 3 procent uitkomt. In december 2005 brak er een gevecht uit tussen witte mannen en Libanese Australiërs op Cronulla Beach in Sydney – ook al een deuk in het imago van het strand, dat symbool stond voor egalitaire openheid. ‘We grew here, you flew here’, luidde het motto. Hanson kwam onlangs onder de internationale aandacht toen ze de plenaire zaal van de Australische senaat betrad in een boerka.
De Joodse emigratiegolf ging vooraf aan deze ontwikkelingen, evenals de bijkomende antisemitische reacties. Joden bedragen nu ongeveer 0,4 procent van de bevolking, een aantal dat overeenkomt met het VK [en Nederland].
Zo raakte ook de Joodse gemeenschap in Australië verzeild in de grote kwesties van onze tijd: de toekomst van migratie en multiculturalisme en de ogenschijnlijk onoverbrugbare polarisatie die deze onderwerpen oproepen. Al in de eerste verslagen werd gemeld dat een van de schutters een recentelijk ontslagen metselaar was van Pakistaans-Islamitische afkomst.
De focus van het debat rond antisemitisme kan hierdoor overgaan in een gesprek over het gevaar van de islam op Australisch grondgebied. Dit debat zal genuanceerd worden door het heldhaftige optreden van Ahmed El Ahmed op 14 december, die zijn landgenoten eraan herinnerde dat groepen mensen niet over één kam te scheren zijn. Niemand weet dit beter dan de Joodse gemeenschap, die dagelijks te maken heeft met de vage grens tussen pro-Palestina- of anti-Israëlsentiment en antisemitisme.
Het opvallende aan de positie van de Joodse bevolking is dat ze haast politiek omsingeld zijn. Zelfs als de woede vanuit het overwegend linkse, pro-Palestijnse kamp niet ontaardt in antisemitisme, draagt het nog bij aan een klimaat waarin neonazigroepen – zoals de in het zwart gehulde parlementbetogers – hun eigen boosaardigere complottheorieën kunnen promoten.
Het opvallende aan de positie van de Joodse bevolking is dat ze haast politiek omsingeld zijn.
In de buitenwijken ten oosten van Sydney zijn de oorlogsvluchtelingen en hun nakomelingen er lang van uitgegaan dat ze de schaduw van het antisemitisme goed en wel hadden achtergelaten op het besneeuwde continent. Nu werpt het een lijkwade over het zonovergoten strand. De lokale Joodse gemeenschap staat samen met alle andere Australiërs voor de vraag: zal de geopolitieke vloedgolf de nationale mythe van het openbare democratische strand met zich meesleuren als het weer eb wordt?
En deze vraag gaat niet alleen Australiërs aan. Europese regeringen, waaronder de Britse, zijn momenteel bezig de beveiliging van Chanoeka-vieringen opnieuw te beoordelen. Zoals Marina Rosenberg van de Anti-Defamation League al vóór de gruwelijke gebeurtenissen zei: ‘Wat in Australië gebeurt, is een alarmbel voor de hele wereld.’
De legalisering van psilocybine bij psychotherapie wordt in Tsjechië – als eerste EU-land – met open armen én enige voorzichtigheid ontvangen.
‘Opeens weet je dat je problemen kunnen worden opgelost. Wat de oplossing is weet je niet, maar wel weet je dat er een oplossing bestaat en dat je de tijd hebt om die te zoeken. Dat stelt je gerust.’ Zo beschrijft de zeventiger Vladimir de ervaring die vijf jaar geleden op een novembermiddag zijn leven voorgoed veranderde. De depressies waaraan hij leed vanaf het moment dat hij alleen voor de opvoeding van zijn twee zoons was komen te staan, en die in de loop der jaren erger waren geworden, verdwenen en zouden nooit meer met dezelfde hevigheid terugkomen. De verschillende psychiatrische behandelingen die hij als eenzame alleenstaande ouder had uitgeprobeerd hadden weliswaar voor verademing gezorgd, maar dat was telkens slechts van korte duur geweest, waarna het alleen maar weer erger werd. ‘Depressies verlammen je, slopen je en beroven je van je levenslust,’ zegt hij om deze vicieuze cirkel te beschrijven. ‘Je ziet geen uitweg meer.’
Toen zijn behandelend arts hem zo’n vijf jaar geleden het advies gaf deel te nemen aan een onderzoek van het Nationaal instituut voor geestelijke gezondheid (NUDZ) naar de effecten van de stof psilocybine, reageerde Vladimir aanvankelijk terughoudend. De chemische stof, die van nature voorkomt in paddo’s, brengt een verandering teweeg in je staat van bewustzijn. Volgens de Tsjechische wet valt de stof onder de verboden middelen. ‘Van drugs heb ik altijd een afkeer gehad,’ zegt Vladimir, die niet rookt en sinds een operatie aan zijn alvleesklier ook geen alcohol meer drinkt.
Maar uiteindelijk liet hij zich overtuigen door de veelbelovende uitkomsten die het onderzoek tot dan toe had laten zien. Ook wakkerde het nummer ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ van zijn favoriete band The Beatles – dat over lsd zou gaan, de hallucinogene stof die verwant is aan psilocybine – zijn interesse enigszins aan. Het psilocybinetablet dat hij op doktersadvies innam voordat hij geblinddoekt op een comfortabele bank ging liggen om met een koptelefoon naar elektronische muziek te luisteren, leek iets te kunnen waar geen enkel medicijn daarvoor toe in staat was geweest: het verbeterde zijn mentale gezondheid.
Vanaf januari is deze optie beschikbaar voor iedereen die haar nodig heeft. Als eerste EU-land heeft Tsjechië in de zomer van 2025 het gebruik van psilocybine bij psychotherapie gelegaliseerd. Daarmee is het met Australië, Nieuw-Zeeland en Zwitserland wereldwijd een van de pioniers geworden op het gebied van deze therapie, die volgens velen een van de meest veelbelovende psychiatrische ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw is.
Het onderzoek naar psychedelische substanties beleefde zijn hoogtijdagen na de Tweede Wereldoorlog. Dankzij psychiaters als Stanislav Grof en Miloš Vojtěchovský behoorde Tsjechoslowakije wereldwijd tot de koplopers op dit gebied. De populairste stof, lsd, werd destijds door het staatsbedrijf Spofa met dozen tegelijk aan psychiatrische klinieken geleverd, terwijl de artistieke en wetenschappelijke elite deelnam aan officiële experimenten. Doordat drugs echter op steeds meer plekken verboden werden, kwam er een wereldwijd verbod op psychedelica. Het onderzoek naar de stoffen, die als een revolutie in de geestelijke gezondheidszorg werden gezien, werd voor enkele decennia in de ijskast gezet.
‘Ik geloofde dat een gedeelde mystieke ervaring, het besef dat we hier niet slechts van onze geboorte tot onze dood zijn, maar deel uitmaken van iets groters, een tegengif zou zijn tegen de oorlog in Vietnam,’ zei de Amerikaanse activist Rick Doblin, een van de drijvende krachten achter de zogeheten ‘psychedelische renaissance’, dit jaar in een interview met Respekt, waarin hij herinneringen ophaalde aan zijn jeugd. Psychedelica waren in de jaren zestig bepalend voor zijn generatie. Nooit heeft Doblin het geloof in het potentieel van psychedelische middelen opgegeven. Ondanks het strikte verbod op drugs dat halverwege de jaren tachtig werd ingevoerd, richtte hij de non-profitorganisatie MAPS op, die eraan bijdroeg dat vergeten stoffen beetje bij beetje weer in de geneeskunde terugkeerden. En toen er deze eeuw weer opnieuw onderzoek werd gedaan, leverde dat indrukwekkende uitkomsten op.
Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen
Om een voorbeeld te noemen: een onderzoek uit 2016 toonde aan dat 67 procent van de patiënten met een klinische depressie binnen een week na de inname van een psychedelicum verlichting ervoer. Bij de meerderheid van hen hield het effect zelfs langer dan drie maanden aan. Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen, waarvan de traditionele farmacologische behandeling al enige tijd is gestagneerd. ‘Zonder Stanislav Grof waren we niet geweest waar we nu zijn,’ zei Doblin in juni op een conferentie in Praag, waarmee hij de Tsjechische bijdrage op dit gebied prees.
En het blijft niet bij de herinnering aan de beroemde founding fathers. Tsjechische psychiaters zijn in het nieuwe millennium op de rijdende trein van de psychedelische renaissance gesprongen, en het NUDZ behoort nu zelfs tot de meest gerespecteerde instituten wereldwijd die onderzoek doen naar psychedelica.
Deskundigen zijn er tegenwoordig van overtuigd dat de mentale toestand van iemand die een psychedelische sessie ondergaat van fundamentele invloed is op het verloop ervan. Daarom probeerde Vladimir op advies van artsen en psychotherapeuten, die hem op de ervaring hadden voorbereid, met zijn beste humeur naar de sessie te komen. Hij nam zijn vrouw mee ter ondersteuning en had souvenirs van zijn reizen naar Bali en Thailand bij zich. Nadat hij het tablet met een nauwkeurig afgemeten dosis had ingeslikt en op de bank was gaan liggen, gebeurde er aanvankelijk helemaal niets. Tot hij zich ineens realiseerde dat hij de muziek uit de koptelefoon, die hij normaal gesproken alleen met zijn gehoor zou waarnemen, voor zijn ogen zag. ‘Ik zag kleuren die niet in woorden te vatten zijn, omdat ze niet bestaan,’ zo probeert hij de ervaring te beschrijven.
Achter Vladimirs gesloten oogleden begonnen bekende kunstwerken ‘in onwerkelijke kleuren’ op te duiken, zoals de Dame met de hermelijn van Leonardo da Vinci. En hij zag [de hooggelegen Praagse wijk] Vyšehrad: ‘Ik keek van de heuvel naar beneden en zag daar ineens in de donkere rivier een ingang naar een andere wereld, de grens tussen het bekende en het onbekende,’ zo herinnert hij zich het moment dat de chemische stof ten volle was ingetreden.
Opnieuw voelde hij de brandende twijfel of hij ondanks al zijn inspanningen wel een goede vader voor zijn zoons was geweest. Hij bedacht wat hij fout had gedaan. Maar toen hij door de geheime poort de andere wereld was binnengetreden, verdween de behoefte om al zijn beslissingen in goed en slecht op te delen. ‘Ik realiseerde me dat één mislukte poging niet het einde hoeft te zijn. Dat gaf me een geweldig perspectief. Alles viel ineens op zijn plek,’ aldus de gepensioneerde, die in zijn leven heel wat beroepen heeft gehad, van metrobestuurder tot IT-ondernemer.
‘Alles viel ineens op zijn plek’
Die ene ervaring zou hem van zijn zware depressies hebben verlost, maar soms voelt Vladimir dat het effect van de psilocybinetherapie afneemt. Om te voorkomen dat zijn depressies terugkeren, koopt hij nu ongeveer vier keer per jaar paddo’s, die hij onder toezicht van zijn vrouw gebruikt. ‘Maar ik ben blij dat ik vanaf het nieuwe jaar legaal aan psilocybine kan komen,’ zegt hij.
Psychedelica werken volgens een ander principe dan traditionele psychiatrische geneesmiddelen. Naast het reguleren van de niveaus van neurotransmitters die de stemming beïnvloeden, kan het toedienen van psilocybine onder professionele begeleiding een zeer diepgaande, soms zelfs mystieke ervaring opleveren. De psychologische impact ervan kan het perspectief van de patiënt op zijn of haar levenssituatie veranderen. Het helende effect wordt getriggerd door de beleefde ervaring; daardoor hebben psychedelica niet alleen het potentieel om de symptomen van problemen te verzachten, maar ook om de oorzaken ervan aan te pakken.
De verandering in het denken, zoals Vladimir die beschrijft, is het belangrijkste voordeel van de behandeling, dat verder ontwikkeld kan worden door middel van psychotherapie. ‘Psychedelica bieden zogenoemde inzichten,’ aldus psychiater en NUDZ-directeur Jiří Horáček, die al 25 jaar onderzoek doet naar deze stoffen. Hij test het gebruik ervan onder andere bij kankerpatiënten die oog in oog met hun naderende levenseinde vaak pijnlijke, existentiële stress ervaren. ‘Psilocybine levert bij deze cliënten zeer positieve resultaten op,’ zegt hij.
‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum’
Volgens Horáček leidt het gebruik van de stof soms tot het geruststellende besef dat de zin van het leven niet slechts gelegen is in ons tijdelijke bestaan, maar dat we deel uitmaken van de ontwikkeling van het universum en dat onze genen van generatie op generatie worden doorgegeven. ‘Ik heb een aantal patiënten gehad die dankzij psilocybine tot het besef kwamen dat hun leven zin had, ook al werd dat door ziekte bedreigd,’ zegt de psychiater. ‘Ze kregen hun levensvreugde terug en de kracht om voor hun kleinkinderen te zorgen, in de tuin te werken, te sporten of de natuur in te gaan. Dat effect houdt lang aan.’
Psychiater Tomáš Páleníček, een collega van Horáček bij het NUDZ, zegt dat mensen na het gebruik van psilocybine het gevoel kunnen hebben dat hun ‘ego in elkaar stort’, of bijna-doodervaringen kunnen krijgen. ‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum, dat we er slechts een ogenblik zijn en dan weer verdwijnen. Dat besef is soms een enorme opluchting die kan helpen de eindigheid van het leven te accepteren, of onderscheid te maken tussen wat wel en niet belangrijk is in het leven.’
Deze buitengewone ervaringen worden mogelijk gemaakt door het feit dat psilocybine de verbinding tussen verschillende hersendelen vergroot, en zo het repertoire aan gedachten uitbreidt. ‘Iemand kan dan dingen bedenken die anders ondenkbaar zijn,’ aldus Horáček. De belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle psychedelische therapie is echter een grondige voorbereiding, deskundige begeleiding van de patiënt en integratie van de ervaring. Zo voorkom je dat de sessie uitloopt op een angstaanjagende ‘bad trip’ zoals die bij recreatief drugsgebruik op de loer ligt.
De weg naar de legalisering van psilocybine in Tsjechië werd gebaand door een wijziging in het Wetboek van Strafrecht. Dit amendement, dat de voorheen gedemoniseerde drug veranderde in een medicijn, werd – enigszins verrassend – in de Kamer van Afgevaardigden ingediend door Marek Benda, de conservatieve fractievoorzitter van de ODS [Občanská Demokratická Strana, Democratische Burgerpartij]. Die geeft toe dat het niet zijn persoonlijke initiatief was: hij nam het uitgewerkte voorstel over van zijn partijgenoot en oud-burgemeester van Praag, Pavel Bém, die de politiek heeft verlaten en zich nu voornamelijk wijdt aan zijn oorspronkelijke beroep als psychiater en deskundige op het gebied van drugsbeleid. ‘Klinische en preklinische studies tonen aan dat psilocybine een mogelijkheid biedt om een groot aantal mensen te helpen,’ zegt Bém, die ook samenwerkte met collega’s van het NUDZ.
De indieners van het voorstel benadrukken dat het niet de bedoeling is psilocybine te legaliseren voor recreatieve doeleinden. Het wetsvoorstel werd eind mei door het parlement goedgekeurd, vervolgens zonder problemen door de Senaat geloodst en in juli door de president ondertekend. ‘Ik ben blij. Het laat zien dat de Kamer van Afgevaardigden bereid is gedurfde stappen te zetten wanneer haar redelijke, wetenschappelijk onderbouwde argumenten worden voorgelegd,’ aldus een tevreden Bém, die in 2013 als parlementslid meehielp aan de legalisering van medicinale cannabis. (En later regelde hij dat president Zeman gratie verleende aan de organisatoren van psychedelische ceremonies met ayahuasca uit het Amazonegebied.)
Welke medisch specialisten psilocybine mogen voorschrijven, moet nog worden bepaald. Verwacht wordt dat naast psychiaters ook specialisten in de palliatieve zorg de mogelijkheid krijgen om patiënten aan het einde van hun leven te helpen. De daadwerkelijke toediening van het medicijn blijft echter in handen van psychiaters en artsen met een certificering in psychotherapie, die de sessies moeten begeleiden. ‘Het zal zeker niet zo zijn dat er een recept voor psilocybine wordt voorgeschreven, en dat de patiënt vervolgens zijn tabletten bij de apotheek afhaalt,’ zegt Páleníček.
Deskundigen komen nu op het ministerie van Volksgezondheid bijeen om de regels voor behandeling nauwkeurig vast te leggen. Het meest waarschijnlijk is volgens Páleníček dat er een behandeling beschikbaar komt voor patiënten met depressie of een ongeneeslijke ziekte. Maar volgens hem komen ook andere diagnoses aan de orde, zoals posttraumatische stressstoornis, verslavingen of eetstoornissen. Depressie zal waarschijnlijk de meest voorkomende indicatie zijn: ongeveer een derde van de patiënten reageert niet op klassieke antidepressiva; psilocybine betekent voor hen een nieuwe behandelmogelijkheid.
Er is al lange tijd een tekort aan psychiaters in Tsjechië, en patiënten moeten tegenwoordig een half jaar wachten op hun eerste sessie. En ook psilocybinetherapie kost tijd: volgens Páleníček kunnen de voorbereiding, de toediening zelf en de daaropvolgende integratie van ervaringen tot wel zestien uur werk in beslag nemen. Het heeft echter één voordeel: als het effect optreedt, begint het vaak direct nadat de psilocybine is uitgewerkt en houdt het lang aan, weken of maanden, waardoor de patiënt niet zo vaak naar de dokter hoeft.
Hoewel de beroepsgemeenschap de baanbrekende legalisering over het algemeen unaniem heeft verwelkomd, roepen sommigen op tot voorzichtigheid. Jan Vevera, hoofd van de psychiatrische kliniek van de faculteit Geneeskunde in Pilsen, wijst erop dat de huidige psychische problemen hun oorsprong vinden in sociale problemen, een hoog stressniveau en algehele ontevredenheid, die niet met medische middelen kunnen worden opgelost. ‘Ook al is psilocybine geen klassiek antidepressivum, het is nog altijd een pil waarin een deel van de samenleving mogelijk een wonderoplossing voor hun problemen zou kunnen zien.’
‘Als je zegt dat psilocybine geen drug is, maar een remedie voor maatschappelijke problemen, zullen mensen er vaker voor kiezen,’ vervolgt Vevera. Hij herinnert eraan dat er de afgelopen decennia meer nieuwe methoden zijn geweest waar de maatschappij veel van verwachtte, zoals biofeedback, lichttherapie of transcraniële stimulatie. De resultaten voldeden uiteindelijk niet aan de verwachtingen. ‘Dit is geen argument tegen psychedelica, maar een argument om de hoge verwachtingen te temperen,’ benadrukt de psychiater. Hij zegt dat er tot nu toe onderzoek is gedaan met een te kleine steekproef van de bevolking en dat het volgens hem niet is uitgesloten dat psilocybine, net als marihuana, een psychose kan veroorzaken.
Volgens voorstanders van de nieuwe behandeling is het essentieel dat psilocybine alleen wordt toegediend door experts die kunnen beoordelen wie er baat bij heeft en een veilig verloop kunnen garanderen. Ze moeten ervaring hebben met het begeleiden van patiënten en idealiter ook legaal ervaring met psychedelica hebben opgedaan tijdens een gespecialiseerde opleiding. Páleníček schat dat er in Tsjechië op dit moment nog geen tien van zulke experts zijn.
Alleen door het naleven van strikte regels kan er worden voldaan aan de verwachtingen die de psychedelische renaissance twee decennia geleden heeft gewekt. ‘De situatie op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg in Tsjechië is ernstig, dus hebben we sterke instrumenten nodig om die te verbeteren,’ zegt Horáček. ‘En psychedelica kunnen zeker zo’n instrument zijn.’
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» De IJzerertsmijnen van Guinee
» Het lichaam tijdens klimaatverandering
» Medeplichtigheid door taalgebruik
Het heeft iets ontroerends, dat we in deze tijd waarin oorlogen niet alleen in ‘de rest van de wereld’ maar ook direct om ons heen aanwezig zijn, herontdekken hoe belangrijk vriendschap is. Al betwijfel ik of het ooit onontdekt is geweest, maar zelfs jongeren beginnen de kwalijke kanten van de telefoon helder onder ogen te zien, aldus het Zweedse Dagens Nyheter. Hoewel je daarmee al je vrienden met één druk op de knop kunt oproepen, kun je ze op die manier misschien toch niet helemaal bereiken. Wat betekent bijvoorbeeld het woord LOL (Laughing Out Loud) in een bericht?
Moeten we ons voorstellen dat de ander, dubbel van het lachen, met moeite nog net die letters weet in te typen? Integendeel. Harriet Armstrong kwam erachter dat ze het vaak typte als ze aan het huilen was, en startte een (online) onderzoek naar de term, die werd omschreven als een middel om sociale banden te versterken, een gemeenschappelijke interpretatie – althans, de suggestie daarvan. ‘Hahahaha lol kom alsjeblieft langs!’ besluit ze haar bijdrage voor Granta.
Moeten we ons voorstellen dat de ander, dubbel van het lachen, met moeite nog net die letters weet in te typen? Integendeel
Een gezonde wens, want nu blijkt dat we zelfs gezonder oud worden als we ons onder anderen begeven. Eén ding dat zogenaamde superagers (mensen van tachtig jaar of ouder met een geheugen vergelijkbaar met dat van iemand van twintig of dertig jaar jonger) gemeen hebben is dat ze regelmatig anderen zien en vriendschappen hoog hebben zitten. Ik kan me voorstellen dat hierbij meespeelt dat vrienden je flexibel houden in plaats van dat je verstart – een kans die veel groter is als je alleen bent. Ben Connelly beargumenteert in Persuasion hoe de geschiedenis keer op keer liet zien dat flexibele samenlevingen beter tegen onvoorziene crises zijn opgewassen dan gesloten, eenvormige systemen, die de laatste jaren in opkomst zijn. ‘(…) als een olifant van tweemaal zijn hoogte valt, breekt hij alle botten in zijn lijf. Een muis kan van tien keer zijn hoogte vallen en daarna doodleuk wegrennen.’ Inderdaad blijkt dat onder één jaar Trump de ongelijkheid in de VS enorm is toegenomen – wat niet in zijn voordeel zal werken bij de midterms in november, voorspelt Financial Times.
Overigens is er ook een groep die de fantastische kanten van de mobiele telefoon pas net aan het ontdekken is: de pensionado’s. De arme millennials zijn weer eens de klos, en moeten voortaan zowel hun kinderen als hun ouders van het scherm zien af te houden. Al kan ik me voorstellen dat dat eerste op een gegeven moment vanzelf gaat, als de telefoon vooral wordt geassocieerd met ‘oude mensen’, zoals eerder voor Facebook gold. Haalt toch een beetje de lol eraf.
Echte kracht wordt verward met eenvormigheid, terwijl het meer een kwestie is van flexibiliteit, van veerkracht. Het zijn juist de vrije, niet totalitaire samenlevingen die beter zijn toegerust om in een onzekere toekomst te overleven, volgens deze auteur.
Zowel bij nieuw rechts als in het kamp van klimaatlinks heerst momenteel de opvatting dat juist de kwaliteiten waarop de Verenigde Staten zich vroeger lieten voorstaan, het land in feite verzwakken. Pluralisme, zo hoor je vaak, leidt tot een verdeelde en onbestuurbare samenleving. De regels van de rechtsstaat zitten de overheid in de weg bij de aanpak van grote problemen. En door de wispelturigheid van de kiezer moeten politici vaak alweer weg voordat ze de kans hebben gehad blijvende verandering door te voeren.
Sommige populisten voor wie een zwakke staat een groter schrikbeeld is dan een totalitaire staat, zouden de diversiteit van onze samenleving graag verruilen voor volstrekte eendracht. Onder milieuactivisten neigt men tot de gedachte dat de omvang van de klimaatcrisis geen ruimte meer laat voor de keuzevrijheid van de democratische rechtsstaat.
Maar al deze critici zien kracht voor zwakheid aan. Vooral bij nieuw rechts zien velen het verschil niet tussen krachtpatserij en echte kracht. Ze denken dat onze vijanden ons voorbij dreigen te streven, dat Rusland en China de toekomst hebben en dat de VS en het hele Westen onherroepelijk in verval zijn. Maar echte kracht is vaak meer een kwestie van flexibiliteit dan van eenvormigheid. Een open samenleving is meestal buigzamer dan een gesloten samenleving. In een tijd waarin de lokroep van de gesloten samenleving onverbiddelijk aanzwelt, moeten we niet vergeten dat we dit scenario in de loop van de twintigste eeuw al zo vaak hebben zien aflopen met de ondergang van gesloten samenlevingen, of die nu fascistisch of communistisch waren. Het is goed om in deze tijd voor ogen te houden hoe robuust open samenlevingen in feite zijn, en waarom er zo’n hardnekkige neiging bestaat om hun veerkracht te onderschatten.
Nassim Nicholas Taleb, de derivatenhandelaar die ook filosoof is en boeken schrijft over onzekerheid, geeft het voorbeeld van de muis en de olifant. De olifant is veel en veel groter. Maar als een olifant van tweemaal zijn eigen hoogte valt, breekt hij alle botten in zijn lijf. Een muis kan van tien keer zijn eigen hoogte vallen en daarna doodleuk wegrennen. Omdat onze soort geëvolueerd is in een omgeving waarin grootte gelijkstond aan kracht, hebben we de neiging een autoritair regime dat zich grootmaakt ook sterk te wanen. We beseffen niet hoe broos de botten van de olifant zijn. Taleb betoogt dat ons gezond verstand (het primitieve deel van onze hersenen) ons vaak in de weg zit in de uiterst complexe omgevingen waarin we nu leven.
Dat we behoefte hebben aan een andere manier van denken, die meer uitgaat van redundantie, risicospreiding, openheid en misschien nog het voornaamst van al: een diepe laag nederigheid.
En het is inderdaad opvallend dat telkens opnieuw dezelfde denkfout wordt gemaakt. In de twintigste eeuw waren er altijd wel vooraanstaande commentatoren die verkondigden dat de vrije wereld in verval was en autocratie de toekomst had. Zij bleken het telkens bij het verkeerde eind te hebben, en toch blijft die oude voorspelling de kop opsteken.
Zelfs tegenstanders van totalitarisme waren bang dat die staatsvorm toch onvermijdelijk was. Iets van die fascinatie met autocratisch machtsvertoon zie je ook in James Burnhams boek The Managerial Revolution (1941), dat in sommige rechtse kringen nu weer populariteit geniet. Burnham dacht dat het kapitalisme zou plaatsmaken voor een nieuwe ‘managersklasse’, die een geleide economie zou opleggen. Elders in zijn werk stelde hij het ‘fanatisme’ van de nazi’s tegenover de veronderstelde ‘apathie’ van Frankrijk en Groot-Brittannië. Uit al zijn werk spreekt de vrees dat vrije samenlevingen te zwak zijn om zich tegen een sluipend despotisme te verzetten.
Maar Burnhams betoog werd eigenlijk al grotendeels ontkracht door de gebeurtenissen in zijn eigen tijd, zoals George Orwell in 1946 opmerkte in zijn essay ‘Bedenkingen bij James Burnham’. Hij schreef:
‘Overdreven ontzag voor macht vertroebelt de politieke blik, omdat het bijna onvermijdelijk uitloopt op de overtuiging dat de huidige trends zich onveranderd zullen voortzetten. (…) Dat moet wel tot verkeerde voorspellingen leiden, want zelfs al wordt de richting van de ontwikkelingen juist ingeschat, het tempo zal verkeerd worden ingeschat. Binnen vijf jaar tijd voorspelde Burnham zowel dat Duitsland door Rusland zou worden bedwongen als het omgekeerde. In beide gevallen volgde hij hetzelfde instinct: het instinct om te buigen voor de overwinnaar van het moment, om de huidige trend als onomkeerbaar te beschouwen.’
Wat Orwell bij Burnham constateert, zie je tegenwoordig terug bij schrijvers die betogen dat Amerika is uitgeteld en dat er een vorm van ‘postliberalisme’ nodig is om onze verkalkte cultuur nieuw leven in te blazen. Denkers zoals Burnham zagen de trend van het moment – zwakke democratieën, de schijnbaar niet te stuiten opkomst van totalitaire staten – en gingen ervan uit dat aan die trend nooit meer een einde zou komen. Tekenen van verdeeldheid en balkanisering zijn voor de hedendaagse tegenhangers van Burnham in de VS niet moeilijk te vinden. Alleen trappen ze in dezelfde valkuil als hij door er klakkeloos van uit te gaan dat die trends zich in een rechte lijn zullen doorzetten en onze ondergang moeten inluiden.
Maar zo werkt de geschiedenis niet. Crises zijn meestal onvoorzien, evenals de oplossing ervan. In een levendige en dynamische samenleving als de onze, waarin plaats is voor een breed scala aan verschillende instituties, is er ook meer kans dan in een centraal geleide samenleving dat de elementen al voor handen zijn om een crisis te weerstaan en er zelfs sterker uit te komen. In zijn boek Antifragiel: Dingen die baat hebben bij wanorde (2012) probeerde Taleb deze schijnbare paradox te verklaren vanuit het verschil tussen de relatief eenvoudige omgevingen waarin het ‘gezond verstand’ van de mens is ontstaan en de veel complexere omgevingen waarin we tegenwoordig leven: omgevingen waarin de kans op ‘zwarte zwanen’ steeds groter wordt en waarin je systemen nodig hebt die ‘antifragiel’ zijn. Een perfect voorbeeld van het tekortschieten van gezondverstandoplossingen is ‘het stelselmatig voorkomen van bosbranden “voor de veiligheid”, wat de grote bosbranden juist veel erger maakt’.
Zo is ons beleid vaak in de greep van een achterhaald soort gezond verstand dat onze samenleving veel kwetsbaarder maakt. We denken dat we de economie beschermen door de staat er meer macht over te geven, maar in feite werpen we zo alleen maar belemmeringen op voor het aanpassen van die economie wanneer interne of externe schokken dat vereisen.
De remedie is volgens Taleb om af te stappen van ons gezondverstanddenken en de primitieve behoefte alles in de hand te houden, en om te leren enige mate van willekeur en onvoorspelbaarheid te accepteren. De vrije markt, tegenpool van een geleide economie, is niet alleen beweeglijker en flexibeler en daardoor beter in staat om schokken op te vangen, maar vermijdt ook de versterkende effecten die in strak gereguleerde markten schering en inslag zijn en die een kleine crisis kunnen aanwakkeren tot een systeemcrisis. Redundantie, de spreiding van macht en de vrijheid om te innoveren zijn eigenschappen die een samenleving bestand maken tegen schokken waar een geharnast en met dwang geleid systeem aan ten onder gaat.
laat je niet verblinden door de illusie van macht
De critici van de vrije samenleving hebben gelijk als ze zeggen dat zo’n samenleving alle kanten tegelijk op wordt getrokken door vakbonden, het bedrijfsleven, de kerken, maatschappelijke organisaties, universiteiten, non-profitorganisaties en duizenden andere instellingen. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat autocratische samenlevingen een vorm van eendracht aan de dag leggen waaraan het ons ontbreekt, of ze nu doelen op het Rusland van Poetin of het Italië van Mussolini. Maar ze zitten ernaast als ze denken dat verscheidenheid de vrije samenleving zwakker maakt, of dat eenvormigheid een gesloten samenleving sterker maakt. Het zijn juist de vrije samenlevingen die beter zijn toegerust om in een onzekere toekomst te overleven en zelfs te gedijen, en de gesloten samenlevingen die hun zwakte verhullen.
Dat wil niet zeggen dat vrije samenlevingen altijd van gesloten samenlevingen zullen winnen, of dat de historische ontwikkeling altijd in de richting van meer vrijheid gaat. Mensen zullen waarschijnlijk dezelfde fouten blijven maken die we in de loop van de geschiedenis altijd hebben gemaakt. Maar aan iedereen die in naam van de kracht nu onze vrijheid wil afdanken: laat je niet verblinden door de illusie van macht.
Zover komen dat je niet meer bang bent.
Dat is het ultieme doel van de mens.
– Italo Calvino, Het pad van de spinnennesten
Eind januari 2024. Hind Rajab is vijf jaar oud. Ze zit ineengedoken op de achterbank in de auto van haar oom en tante, samen met hun vier kinderen. Meteen nadat het zoveelste evacuatiebevel werd gegeven in het westelijke gebied van Gaza, is haar moeder met haar andere kinderen te voet gevlucht, maar vanwege de kou en de regen is Hind door haar oom en tante in de auto meegenomen.
Het is vroeg in de middag, het gedreun van de bommen dringt de auto binnen en er lijkt een verkeersopstopping te zijn. Er is iets aan de hand. Haar oom en tante voelen het, ze zijn nerveus, zitten opgewonden te praten. Niet ver van een tankstation in de wijk Tel al-Hawa wordt de auto meermaals beschoten door Israëlische machinegeweren.
Daarna een ijzige stilte. Hind kijkt om zich heen: niemand praat meer, ze zitten allemaal in elkaar gezakt. Met trillende handen pakt ze de telefoon uit de handen van haar vijftienjarige nichtje Layan, die is getroffen terwijl ze in gesprek was met iemand van de Rode Halve Maan. Hind vertelt: ‘De anderen zijn dood, of misschien slapen ze’, en smeekt om hulp. ‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang.’ De medewerkster aan de andere kant van de lijn is hevig bezorgd, want ze weet hoe gevaarlijk de situatie is; ze noemt Hind liefdevol ‘habibti’, ‘schatje’, en blijft aan de lijn om haar gezelschap te houden.
‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang’
Na een drie uur durende communicatie – zo veel tijd hadden haar collega’s van de Rode Halve Maan nodig voor overleg met de Israëlische autoriteiten om de locatie van de auto te bepalen en toestemming te krijgen om het meisje in veiligheid te brengen – verzekert de medewerkster Hind dat er twee hulpverleners naar haar toe komen. De registratie van dit hartverscheurende gesprek, waarbij het leven van het kind aan een zijden draadje hangt, is bewaard gebleven voor de geschiedenis, en zal hopelijk ook ooit gebruikt kunnen worden door rechters, om de verantwoordelijken voor het bloedbad waarbij Hind door het Israëlische leger werd vermoord te straffen.
Pas na twaalf dagen zal het levenloze lichaam van Hind worden gevonden, in die auto waarop iemand maar is blijven schieten, doorboord door 335 kogels, niet ver van de ambulance met daarin de lijken van de hulpverleners van de Rode Halve Maan, die haar niet op tijd hebben kunnen bereiken. Het Britse team van Forensic Architecture, onder leiding van professor Eyal Weizman, heeft de afstanden en de richting van de schoten gereconstrueerd. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat het ‘niet plausibel’ is dat de Israëlische soldaten die vanuit de tank schoten geen duidelijk zicht zouden hebben gehad op de burgers die in de auto zaten – onder wie dus kinderen.
Het verhaal van Hind is een symbool geworden voor de wreedheid van de Israëlische aanval op de bevolking van Gaza, sinds 7 oktober 2023. Maar dit meisje is meer dan drie maanden na 7 oktober gedood, toen Israël al meer dan 26.000 mensen had vermoord, onder wie minstens 10.000 kinderen. Hoe heeft men dit allemaal kunnen laten gebeuren? En hoe is het mogelijk dat er ook nu – eind maart 2025, terwijl ik dit boek aan het redigeren ben –, nu het vastgestelde aantal omgekomen kinderen al meer dan 17.000 bedraagt, van wie er duizend nog geen één jaar waren, nog steeds straffeloosheid heerst, en dat de moordmachine die Israël in gang heeft gezet onvermoeibaar doorgaat? Het antwoord schuilt in decennia van manipulatief woordgebruik, dat heeft geleid tot een verwrongen perceptie van de machtsverhoudingen tussen Israëliërs en Palestijnen.
Elk Palestijns leven wordt gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël
De laatste dertig jaar heeft die bewuste manipulatie velen ertoe gebracht om te geloven dat de Palestijnen verantwoordelijk zijn voor hun eigen situatie, en dat ze een existentiële dreiging vormen voor Israël. Ook de kinderen? Ja, die ook, en misschien wel vooral de kinderen, want in de logica van de Israëlische aanval die na 7 oktober begon wordt elk Palestijns leven gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël.
Hoeveel Palestijnse kinderen zijn er zo omgekomen? Met de straffeloosheid van de schuldigen, met het gruwelijke verdriet van hele families en gemeenschappen? Dat zijn er tienduizenden. Het verhaal van Hind, hoe afschuwelijk ook, is niet ongewoon in Palestina. Mohammed Tamimi was twee jaar oud toen hij, een paar maanden voor 7 oktober 2023, door het Israëlische bezettingsleger – dat formeel bekendstaat onder de naam Israëlisch defensieleger (Israël Defence Forces: IDF) – door zijn hoofd werd geschoten terwijl hij bij zijn vader in de auto zat op de bezette Westelijke Jordaanoever. Niemand werd er verantwoordelijk voor gehouden, zoals gewoonlijk.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen Max en ik in Jeruzalem woonden, grensde onze tuin aan een heuveltje waarop een reusachtige, ongelooflijke moerbeiboom stond, die maandenlang vruchten droeg. Onder die boom lag altijd een paars tapijt van gevallen moerbeien, en de kinderen kwamen ze vaak rapen.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Vlak naast ons huis was een stenen muurtje waar zo’n metalen hekwerk op stond, dat er ooit, jaren eerder, provisorisch moest zijn geplaatst. De kinderen kropen er altijd onderdoor om moerbeien te gaan rapen, waardoor er een opening was ontstaan. Op een dag zag ik ze en zei: ‘Hé kinderen, als jullie moerbeien willen mogen jullie ook bij mij aanbellen en dan doe ik de poort voor jullie open, dan hoeven jullie niet daar onderdoor te kruipen.’ De meesten van hen verstonden me niet, want bijna niemand van hen sprak Engels, behalve een jongetje met donkere wallen dat ik al vaker in de buurt had zien spelen met zijn tweelingzusje en hun vriendjes.
‘Hallo,’ herhaalde ik dus, nu rechtstreeks tegen hem. ‘Ik weet dat jullie hier in de wijk wonen, ik heb jullie al heel vaak zien spelen. Als jullie moerbeien willen is het geen probleem, vraag het dan gewoon aan ons, zodat je je niet bezeert aan dat hekwerk.’ Zijn beleefde maar vastberaden antwoord deed me versteld staan.
‘Nee, dank u,’ zei hij. ‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan.’ Die kleine Mohammed was al heel assertief op zijn elfde.
Zijn familie was een van de eerste in de wijk Sheikh Jarrah geweest die door Israëlische kolonisten – gewapende burgers die de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever bevolken, met steun van het leger – uit hun huis was gezet.
‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan’
In dit huis had Rifqa, de oma van Mohammed en van zijn zusje Muna, in 1948 haar toevlucht gezocht nadat ze was verdreven uit Haifa (sindsdien deel van Israël). Na een lange juridische strijd werd in 2009 het hoofdgebouw van hun bezit ingenomen door Israëlische kolonisten, terwijl de familie El-Kurd in de moestuin een huisje moest bouwen waar ze noodgedwongen met z’n allen in gingen wonen.
De reactie van Mohammed verbaasde me, want het is niet vanzelfsprekend dat een kind van elf jaar – of zeven, twaalf, veertien jaar – zo’n duidelijk besef heeft van rechten, ruimte en identiteit. Maar dat is wel de realiteit voor de Palestijnen die zijn opgegroeid onder de bezetting, en voor de miljoenen Palestijnen die zijn geboren in de vluchtelingenkampen rondom Palestina. Generaties mensen zijn opgegroeid terwijl ze zagen dat hun land dag na dag onder hun voeten vandaan werd gerukt, wat de voedingsbodem vormt voor een eindeloze strijd om hun huis, hun waardigheid, en om alles wat op die leeftijd vanzelfsprekend zou moeten zijn.
De kindertijd wordt afgepakt van de Palestijnen, ze worden volwassen in een kinderlichaam en gaan gebukt onder zorgen, spanningen, angsten en verantwoordelijkheden die ze op hun leeftijd niet zouden moeten hebben.
Vandaar dat ik, als Speciaal Rapporteur van de VN voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden, in 2023 besloot om mijn derde rapport aan de kindertijd te wijden, waarbij ik gebruikmaakte van een Engels woord dat de Palestijnse realiteit levendig beschrijft: unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’. De keuze voor dat onderwerp ontstond uit de hoop dat ik het grote publiek meer inzicht zou kunnen geven in de ernst van de situatie als ik zou laten zien hoe het leven van een kind in Palestina daadwerkelijk is, naast de opgenomen statistieken en regelgeving.
unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’
Toen ik mijn onderzoek deed, was alles heel anders dan nu: mijn rapport werd twee weken na 7 oktober 2023 gepresenteerd, maar ik had het twee weken voor die datum afgerond. En ook toen al was de situatie verschrikkelijk.
Op dat moment in het najaar waren de gegevens over de Palestijnse kinderen die in vijftien jaar tijd (van 2008 tot september 2023) waren gedood al schrikbarend: het waren er meer dan 1400. Ieder van hen een klein universum dat voorgoed was uitgewist. Van 7 oktober 2023 tot maart 2025 was dat toch al huiveringwekkende aantal meer dan tien keer zo groot geworden: in zeventien maanden zijn er ruim 17.000 kinderen gedood, onder wie meer dan duizend baby’s, van wie het leven al abrupt werd afgebroken nog voordat ze hadden kunnen leren kruipen, praten en spelen.
In augustus 2024 was Mohammed Abu al-Qumsan in Gaza bezig de geboortecertificaten op te halen van zijn tweeling, die drie dagen daarvoor was geboren, toen hij werd gebeld: je appartement is gebombardeerd, je vrouw en kinderen zijn in het ziekenhuis. We konden niets meer voor ze doen. Dood voordat ze hun ogen openden naar het leven.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen ik in 2023 niet het benodigde visum van de Israëlische regering kreeg om in de regio mijn onderzoek te gaan doen voor de Algemene Vergadering van de VN dat najaar, besloot ik een andere tactiek toe te passen. Met steun van Palestijnse maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen werden er focusgroepen opgericht, zodat ik de kinderen online kon interviewen.
Dat is de kindertijd, in Palestina
In die periode was ik met mijn gezin op vakantie op Sicilië, bij opa en oma (mijn schoonouders). Elke middag nadat ik met mijn kinderen had geluncht en even een duik in zee had genomen, ging ik naar het dakterras van ons verblijf, en nadat ik mijn computer daar had ingeplugd in een van de weinige stopcontacten die er waren begon ik met de afspraken, die elke dag uren doorgingen.
Algauw bleek dat de groepen kinderen en pubers die ik interviewde goed gestructureerd en gedisciplineerd waren.
Ze waren verdeeld in leeftijdscategorieën en geografische ligging, en zowel de jongeren als hun ouders waren blij met deze kans om hun ervaringen en getuigenissen met mij te delen. Samen aan een tafel, of zittend op stoelen die soms veel te groot voor ze waren (zoals bij de kinderen in Jenin), zaten ze allemaal heel aandachtig voor het scherm.
Er was iemand bij om te tolken, maar het merendeel van de kinderen spreekt goed Engels, vooral in Gaza, waardoor ik rechtstreeks met ze kon praten.
Door die ontmoetingen werd ik geconfronteerd met een waar wonder van leven, vitaliteit en vriendelijkheid, een kader waarin de energie en de hoop leken voort te bestaan, ondanks alle ellende. Te midden van alle moeilijkheden van de permanente bezetting en de onophoudelijke oorlogen in Gaza, waar iedereen door de belegering in feite gevangen zat in een getto, en te midden van de verwoestende nabijheid van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, met veelvuldige arrestaties, continue invallen van soldaten en aanvallen van de kolonisten, vertoonden de kinderen die ik die zomer heb leren kennen een buitengewoon talent om de fundamentele waarden te behouden, op de eerste plaats hun liefde voor school. Ze hadden voor de gelegenheid hun nette kleren aan, het haar van de jongens was netjes gekamd, de meisjes hadden kleurige jurkjes aan en hun lange haar was bedekt met een hoofddoek, of ze hadden een hoofddoek los over hun schouders hangen. In hun stemmen hoorde ik een grote honger naar kennis en een vurig verlangen naar de toekomst.
Ook dat is de kindertijd, in Palestina.
De Italiaanse rechtsgeleerde Francesca Albanese, een uitgesproken criticus van Israël, werd aangesteld door de VN-Mensenrechtenraad (Human Rights Council) als onbetaalde onafhankelijke expert om toezicht te houden op mensenrechtenkwesties. Dat heeft ze met verve gedaan.
Vervolgens riep ze expliciet op tot strafrechtelijke vervolging van bedrijven en hun leidinggevenden die Israëlische nederzettingen en/ of militaire acties en oorlogvoering faciliteren of ervan profiteren, waaronder wapenproducenten en grote vermogensbeheerders. VN-lidstaten moesten, vond zij, sancties en een wapenembargo tegen Israël instellen.
Haar boek Wanneer de wereld slaapt begint Albanese – die dagelijks wordt beschuldigd van antisemitisme – met een verklaring dat ze de moord en ontvoering van Israëlische burgers door Hamas op 7 oktober 2023 zonder voorbehoud veroordeelt.
Albaneses kompas, schrijft Antonin Iommi-Amunategui in Le Monde, is het internationaal recht, de strijd tegen onrechtvaardigheid en solidariteit, die Albanese ‘een politieke vorm van liefde’ noemt.
Het boek is geen geschiedkundig of juridisch werk, maar geeft het woord aan tien mensen – Palestijnen, Israëliërs en anderen – die elk vanuit hun eigen perspectief de Palestijnse tragedie belichten.
Een centraal verhaal is dat van Hind Rajab, een vijfjarig meisje dat op 29 januari 2024 door het Israëlische leger werd gedood. Als enige overlevende in de auto van haar oom was ze drie uur lang aan de telefoon met de hulpdiensten, die onderweg naar haar werden gedood door het Israëlische leger. Ook Hind overleefde het niet. Andere stemmen in het boek behandelen thema’s als bezetting en segregatie, antisemitisme, apartheid, trauma en genocide.
Albanese beschouwt Palestina als een plaats delict waar ‘we allemaal onze vingerafdrukken hebben achtergelaten’. Toch probeert ze ook hoop over te dragen, geïnspireerd door Palestijnse kinderen die ondanks alles een ‘vurig verlangen naar de toekomst’ behouden.
From the publisher's feed