
Sign up to save your podcasts
Or


Je luistert naar de derde muurtekst van de tentoonstelling ALIAS.
Op een gelijkaardige manier dat de namen van fictieve kunstenaars geen arbitraire labels zijn, zijn de gedaanten die ze aannemen dat doorgaans ook niet. Hoe realiseer je (zelf)portretten van kunstenaars die in wezen niet bestaan?
Het (zelf)portret staat synoniem met bewustzijn en is ook intrinsiek verbonden aan identiteit: het ademt ‘ik besta/ze bestaan’. De complexiteit van wat dat zelf dan precies inhoudt, spelen kunstenaars letterlijk en metaforisch uit aan de hand van betekenaars gekoppeld aan gender, afkomst of cultuur. Een portret kan een feministische kritiek zijn op het beperkende maatschappelijke beeld van wat vrouw zijn betekent (Roberta Breitmore). Of het kan een kritiek vormen op ‘productie’ binnen het kapitalistisch systeem (Claire Fontaine). Een groepsportret kan visualiseren binnen welke domeinen van de kunstwereld je je gaat profileren (Brian O’Doherty). Of het kan een manier zijn voor de kunstenaar om zelf te verdwijnen als auteur ten voordele van het netwerk van verzamelaars dat hem omringt (Philippe Thomas).
Net zoals in wat de werkelijkheid wordt genoemd, is er geen eenduidige waarheid. En in die zin vertonen de (zelf)portretten van fictieve kunstenaars een verwantschap met institutionele kritiek: beide zijn erop gericht om een werkelijkheid bloot te leggen achter de representaties die haar verbergen.
By M LeuvenJe luistert naar de derde muurtekst van de tentoonstelling ALIAS.
Op een gelijkaardige manier dat de namen van fictieve kunstenaars geen arbitraire labels zijn, zijn de gedaanten die ze aannemen dat doorgaans ook niet. Hoe realiseer je (zelf)portretten van kunstenaars die in wezen niet bestaan?
Het (zelf)portret staat synoniem met bewustzijn en is ook intrinsiek verbonden aan identiteit: het ademt ‘ik besta/ze bestaan’. De complexiteit van wat dat zelf dan precies inhoudt, spelen kunstenaars letterlijk en metaforisch uit aan de hand van betekenaars gekoppeld aan gender, afkomst of cultuur. Een portret kan een feministische kritiek zijn op het beperkende maatschappelijke beeld van wat vrouw zijn betekent (Roberta Breitmore). Of het kan een kritiek vormen op ‘productie’ binnen het kapitalistisch systeem (Claire Fontaine). Een groepsportret kan visualiseren binnen welke domeinen van de kunstwereld je je gaat profileren (Brian O’Doherty). Of het kan een manier zijn voor de kunstenaar om zelf te verdwijnen als auteur ten voordele van het netwerk van verzamelaars dat hem omringt (Philippe Thomas).
Net zoals in wat de werkelijkheid wordt genoemd, is er geen eenduidige waarheid. En in die zin vertonen de (zelf)portretten van fictieve kunstenaars een verwantschap met institutionele kritiek: beide zijn erop gericht om een werkelijkheid bloot te leggen achter de representaties die haar verbergen.