In 2019 leefde in Vlaanderen 13,2% van de bevolking in armoede.
Het zou een aantrekkelijke gedachte zijn voor jou als werkgever dat niemand binnen je bedrijf hiertoe behoort. Maar dat zal niet lukken tenzij het volstaat te denken dat je medewerkers niet omkomen van de honger.
Om een correcte opvolging van de armoededoelstelling te garanderen werd door de Europese Unie sinds 2020 een nieuwe en nauwkeurigere armoede-indicator opgesteld (EU2020-indicator). Door die hervorming zijn de resultaten van 2019 en de jaren voordien niet meer vergelijkbaar met de huidige resultaten en statistieken.
Ook niet onbelangrijk: In 2020 werd omwille van corona de situatie in kaart gebracht door telefonische interviews bij +/- 6000 huishoudens: namelijk 11.000 personen werden telefonisch bevraagd.
Een persoon leeft in armoede of sociale uitsluiting volgens 3 subindicatoren:
1: op basis van het netto inkomen (bedragen 2020)
De armoededrempel of anders gezegd de monetaire armoede (AROP) verwijst naar het beschikbare inkomen.
Voor een alleenstaande € 1.284 per maand,
2 volwassenen € 1.925,
gezin bestaand uit 1 volwassenen en 1 kind € 1.669,
gezin bestaand uit 1 volwassenen en 2 kinderen € 2.054,
een gezin met 2 volwassenen en 1 kind € 2.310
voor een gezin bestaand uit 2 volwassenen met 2 kinderen € 2.696 netto per maand.
De Belgische populatie dat onder de armoederisicogrens leeft is 14,1%.
2: op basis van goederen en diensten die als essentieel worden beschouwd
9 producten of diensten werden opgenomen in de indicator om een menswaardig leven te kunnen hebben. Personen die geconfronteerd worden met ernstige materiële deprivatie (SMD) ontbreken minstens 4 of ze kunnen zich deze niet veroorloven.
1. niet in staat huur, vaste- en maandelijkse kosten of leningen te betalen
2. niet in staat de woning te verwarmen
3. niet voorbereid op onverwachte uitgaven
4. niet mogelijk om de twee dagen vlees, vis of een proteïnerijk alternatief te eten
5. niet mogelijk één week op verlof te gaan (vakantie buiten hun eigen woonst)
6. niet mogelijk een eigen wagen te bezitten
7. niet mogelijk een wasmachine te kopen
8. niet mogelijk een kleurentelevisie te kopen
9. niet mogelijk een telefoon te kopen
In België leeft 3,9 % van de huishoudens onder de nationale armoededrempel.
3: op basis van leeftijd en werkintensiteit
Een gezin waar men niet noodzakelijk van een laag inkomen leeft, maar wel minder dan 1/5 van het referentie jaar werkte en jonger dan 60 jaar is, maar geen student, voldoet aan deze voorwaarden en leeft men in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit (LWI).
De cijfers geven weer dat 11,9% van de bevolking aan deze voorwaarden voldoet.
Op het eerste zicht lijkt het dat de armoedecijfers gedaald zijn in België. Maar niks is minder waar! De armoedeproblematiek gaat in stijgende lijn de hoogte in.
De kans is groot dat één of meerdere van jouw werknemers op de armoedegrens balanceert.
Gezinnen of personen die het hoogste risico lopen om in armoede terecht te komen zijn de eenoudergezinnen, personen met een laag opleidingsniveau en huurders.
Meer en meer mensen geven ook aan dat ze moeilijk rondkomen met het beschikbaar inkomen en verkeren dagelijks in bestaansonzekerheid.
Om Vlaamse werkgevers te helpen met de financiële fitheid van hun medewerkers werk ik momenteel aan een coachingstraject.
Om de inhoud en de format te finetunen, heb ik jouw hulp nodig.
Wat moet volgens jou zeker aan bod komen tijdens zo’n traject budgetcoaching?
Ik ben benieuwd naar je reactie. Laat je even van je horen via de commentaren hieronder of stuur je mij een privébericht? Nu al bedankt voor je feedback!