Henk zit in Nederland terwijl Jelmer zich in Texas afvraagt of 40 graden nog als “weer” telt. Ondertussen: het Nederlands elftal warmt op richting Amerika, met een oefenpot tegen Algerije die volgens de samenvatting eigenlijk best aardig ging—maar ja, dat zegt bij voetbal zelden iets.
Dat leidt al snel tot nostalgie: 1988, toen Nederland nog eens Europees kampioen werd en iedereen ineens deed alsof ze het altijd al wisten. Tegenwoordig is het niveau anders, net als de hoeveelheid EK- en WK-liedjes die elk toernooi als paddenstoelen uit de marketinggrond schieten.
Van daar is de stap klein naar de echte cultuur: stadiongezang, slechte voetbalhits en de diepe wens om overal een refrein aan te plakken dat “Nederland is de beste” suggereert, ook als dat statistisch niet helemaal klopt.
En dan het echte verhaal: een legendarische streak-actie bij Sparta–NEC, compleet met gracht, kerstmuts en een publiek dat sneller zingt dan de beveiliging kan reageren. Met als nasleep: stadionverbod, politiebezoek, gedoe met een directeur en een bijna filosofische vraag of je dit ooit nog moet herhalen.
Kortom: voetbal, waanzin en jeugdige overmoed. En een camper in Texas die daar helemaal niets mee te maken heeft, maar wel de schuld krijgt.