
Sign up to save your podcasts
Or


1 Petrus 1:10-12. Jesaja, Daniel, Jeremia en alle andere profeten dachten na over hun profetieën. Hen werd duidelijk dat hun die niet voor henzelf was bedoeld. Het is goed over profetieën na te denken, ze kunnen je hart beroeren, je mentaliteit veranderen, maar een profetie wordt pas echt duidelijk voor diegene die er in die tijd zullen zijn. Dat geldt ook voor openbaringen 13.
Bidden is 'in contact zijn met God' en niet 'krijgen wat je wilt'. Wij vragen om dingen omdat we denken dat ze goed zijn, maar onze Vader kent ons en zorgt voor ons.
Wij mogen ons nu al verheugen om naar de hemel te gaan en uitkijken naar het bruiloftsmaal. Hij is de Heere der Heeren. Zijn bruid zijn is een groot voorrecht, maar het geeft ook verplichtingen. Wat we nu op aarde doen, heeft gevolgen voor de toekomst. Hij heeft het hoogste gezag en spreekt door Zijn woord tot ons. Zijn woorden kunnen legers verslaan en zouden ook voldoende moeten zijn om ons leven te regeren.
De Heere Jezus lief hebben, betekent niet: je terugtrekken, moeilijke boeken lezen en veel weten. Wijd mijn lammeren: begin maar met de kleinen, de kinderen. Daarna de grotere, de schapen. Hij heeft ons lief en heeft alles voor ons gedaan. Hij vraagt ons Hem lief te hebben, voor de anderen te zorgen en hen lief hebben. Moge Hij ons daarbij helpen.
Lukas 17:3. Past op uzelf. Dat is niet helemaal zonder reden. Als we naar onszelf kijken, zien we genoeg dingen in ons leven die wel wat anders kunnen. We mogen dat bij de Heere brengen, belijden, en Hem vragen om ons te helpen die dingen te veranderen. We zijn soms wel te soepel naar onszelf, maar niet naar een ander.
Lukas 17:4. Er staat niet 'past op een ander'. Als we bij een ander toevallig iets zien wat niet in orde is dan mogen we naar Hem toegaan. In de geest van Gal 6:1 aanspreken. Praat er niet eerst met een ander over. Vraag of je de ander mag dienen, iets mag zeggen of uitleggen. Ook blijven we bereid om iemand te vergeven, zoals de Heere ons vergeven heeft.
Lukas 17:5-10. Zie ook Romeinen 6:15. We waren slaven van de zonde en nu zijn we slaven van God. Er is geen 'grijs gebied'. Eerst kregen we het loon van de zonde. Nu kunnen we zeggen 'ik heb alleen maar gedaan wat ik moest doen'. Diep in ons hart denken we dat we dingen moeten doen om bij God in een goed blaadje te moeten komen, om Zijn genade te krijgen. Dit zien we in allerlei culturen en godsdiensten. Breng een offer aan God, bijvoorbeeld geld geven aan de kerk, niet fietsen en tanken op zondag, Bijbellezen, en bidden. En Hij zal je zegenen, beschermen, genezen of Zijn zegen terugtrekken als je het nalaat. Nee, wij kunnen niets aan Zijn liefde toevoegen of afdoen. Kijk naar de verloren zoon die terug kwam; hij kreeg alles, hij had alles al. Zijn vader had alles al gegeven. Wij zijn volledig rein in de ogen van de Vader. Als de Vader naar ons kijkt vanuit de hemel ziet Hij ons volledig gerechtvaardigd, in de Heere Jezus.
We weten en ervaren dit wel, maar toch als ons iets overkomt denken we 'waar heb ik dit aan verdiend?'. De God laat soms dingen in ons leven toe die ons vormen, die ons meer op de Heere Jezus laten lijken. Kijk naar Paulus, hij had kunnen zeggen: 'wat heb ik verkeerd gedaan?' Hij zag het heel anders; alles is genade.
Lukas 17:11-19. Waar zijn nou die andere negen? Het lijkt niet direct met elkaar te maken te hebben, maar we hebben zoveel om dankbaar te zijn. Hij heeft ons alles al gegeven. Alles is volbracht! Als we dat weten, ben je dankbaar en mild voor een ander. En ben je bereid om de ander te dienen en let je op jezelf.
(vs 2&3) Alles waar de Heere Jezus op steunde in het leven was weggevallen. Hij had geen bodem om op te staan. Toen Hij op aarde wandelde, kende Hij verdriet en eenzaamheid, maar Hij had nog een bodem onder de voeten. Toen Hij aan het kruis hing, is die weggeslagen en de vloed van de zonde en de toorn kwam over Hem heen. Wat Hij heeft geleden, kunnen wij nooit lijden. Ook al zouden we verloren gaan, dan zouden we alleen maar onze eigen zonden dragen. De zonde die Hij haat heeft Hij gedragen.
Stel dat iemand een film van u zou hebben gemaakt en daar staat nou net die zonde op waarvan u niet wil dat een andere het ziet. U zou zich diep schamen toch? Ik wel. Ik zou niet terug durven te komen. Vermenigvuldig dat gevoel eens, de Heere Jezus heeft het allemaal van u en mij gedragen. Toen God Hem zag, zag Hij de zonde.
(vs 4) Waarom hebben ze de Heere Jezus nou gehaat? Er was toch helemaal niets om te haten? Hij had een boodschap van liefde. Hij heeft demonen uitgedreven, lammen laten lopen, blinden laten zien. Hij zei: 'Ik ga voor jullie sterven'. En Hij kreeg haat terug, uit alle lagen van de bevolking. Wat ik niet geroofd heb, moet ik toch terug geven, dat is een lastige om te begrijpen. Je hebt maar één 'Nachtwacht' van Rembrandt. Stel je voor dat iemand er met een mes in hakt. Je kunt de man dan oppakken, in de gevangenis gooien, hij kan z'n straf uitzitten of iemand kan zijn straf overnemen. Als hij dan vrijkomt, kan je zeggen 'het zit er op'. Maar het schilderij blijft kapot. Dat krijgt hij niet meer goed. Zo is het met ons ook. We hebben Gods eer kapot gemaakt en dat kunnen we niet meer herstellen. De Heere Jezus zegt als het ware: 'Wat ik niet kapot heb gemaakt, ga Ik toch in orde maken'. Hoe dat is gegaan, weten we niet.
(vs 8&9) Z'n broers zeiden dat Hij bezeten was. Ook zijn broeders van het volk Israël hebben Hem afgewezen. We vragen ons wel eens af: 'Wat moet ik nou tegen de Heere Jezus zeggen?' Hij heeft alles meegemaakt. Hij heeft ook z'n vader verloren op jonge leeftijd en weet dus hoe dat is. Ook heeft Hij ervaren hoe het is als vrienden je verlaten en verraden. Het raakte Hem in z'n hart.
(vs 13) In alle lagen van de bevolking praatten ze over Hem. Die in de poort zitten; de belangrijke mensen, de leiders. En ook aan het achterste tafeltje in het donkere hoekje van het café wordt met hem gespot: de drinkers.
God heeft gewacht met het redden van de Heere Jezus toen uw zonden en mijn zonden op het kruis waren geoordeeld. Er staat terecht een lege regel tussen vers 30 en 31; daar begint een nieuw gedeelte. God heeft het gebed van de Heere Jezus verhoord. Hij is gered. Hij is uit de dood opgestaan en verheerlijkt aan Gods rechterhand. Hij is in de hemel tot Hij ons kan komen ophalen om ons mee te nemen naar Zijn Vader en kan zeggen: 'Dit zijn mijn broers en mijn zusters'. Voor hen heb ik geleden en alles doorstaan. Wij zijn Zijn loon. Straks zullen we bij Hem zijn, rondom Hem en Hem de eer geven en Hem zien zoals Hij is.
From the publisher's feed