De melaatse had niets te verliezen Mattheüs 8:1-4 Jesaja 53:3-6 – “3Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht. 4Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich geno-men, ons leed heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. 5Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrij-zeld. […]