Opa heeft zijn kleinzoon politiek gevormd, maar inmiddels worden ze het niet meer met elkaar eens. Terwijl zijn kleinzoon de pro-Russische regering in Georgië vreest, ziet opa weinig in de EU.
Eigenwijze snotneuzen zijn het, moppert de opa over zijn kleinzoon en diens vrienden. Opa Archiko is de naaste verwant van de twintigjarige Alexander Beraia, hoewel ze honderden kilometers van elkaar leven: Alexander woont in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, Archiko in een dorp in het noordwesten, dicht bij Abchazië. Ze bellen elkaar meerdere malen per week. Als Alexander een gedicht schrijft, is zijn opa van 78 de eerste die het mag horen.
Maar sinds enige tijd maken opa en zijn kleinzoon vaak ruzie
Het gaat altijd over politiek. Alexander is bezorgd over de toekomst van zijn Georgië. Ongerust ziet hij toe hoe Rusland Oekraïne met geweld in zijn invloedssfeer wil dwingen. En hij vreest dat de Georgische regering zijn vaderland met een reeks wetten en repressieve maatregelen steeds meer op Rusland laat lijken. Daarom protesteert Alexander al meer dan een jaar voor het parlement in de hoofdstad Tbilisi, sinds de regering in november 2024 de gesprekken over toetreding tot de EU opschortte.
Wat opa Archiko van zijn kant niet begrijpt: hij ziet zijn kleinzoon en diens vrienden de verkeerde kant op gaan. Hoog tijd dus voor een familiegesprek, dat Die Zeit mag bijwonen en dat veel duidelijk zal maken over het huidige Georgië en zijn conflicten.
Zeven uur was Alexander onderweg om zijn opa te bezoeken. Pachulani heet het dorp waar die laatste woont. Koeien grazen er langs de straat, in de tuinen groeien palmen, citroenbomen en wijnstokken. In een van de eengezinswoningen met versierde buitentrappen zitten kleinzoon en opa nu samen aan de eettafel. In de houtoven knettert het. Het is lekker warm. Alexander zit aan de tafel naast zijn oma. Zijn moeder serveert koffie, gedroogde vijgen en bonbons. Dan komt ze erbij zitten.
Archiko Gogochia is een man met een hoekig gezicht, een bromstem en een grote zonnebril die zijn ogen verbergt, want hij is al bijna twintig jaar blind. Zijn kleinzoon studeert politicologie in Tbilisi. Eigenlijk hebben opa en kleinzoon elkaar veel te vertellen. En in feite, vindt Alexander, zou de strijd die hij nu voert voor de Georgische onafhankelijkheid zijn opa bekend moeten voorkomen. Die vocht in het begin van de jaren negentig nog voor de territoriale eenheid van Georgië tegen het door Rusland gesteunde Abchazië, dat zich had afgescheiden.
‘De Europeanen willen ons voorschrijven waar we onze toiletten moeten bouwen en waar de varkensstal heen moet!’
Hij was altijd politiek geïnteresseerd en had Alexander al vroeg duidelijk gemaakt wat de waarde van vrijheid is. Maar als zijn kleinzoon nu over politiek praat, verheft opa zijn stem: ‘De Europeanen willen ons voorschrijven waar we onze toiletten moeten bouwen en waar de varkensstal heen moet! Dat laten we niet over onze kant gaan!’ Zijn wijsvinger zwaait in de lucht.
Georgische Droom
Zijn kleinzoon schudt het hoofd. ‘De EU doet toch helemaal niets, opa!’ zegt hij. Het klinkt hulpeloos. Opa Archiko laat zich niet tegenhouden. ‘Ik heb in 1989 gedemonstreerd voor de onafhankelijkheid van Georgië van de Sovjet-Unie. Ik heb in 1993 voor Georgië een oorlog uitgevochten. En dat allemaal niet om nu onder de knoet van de EU te leven.’
Bij de parlementsverkiezingen van 2024 stemde Archiko op Georgische Droom, de partij die de laatste jaren steeds pro-Russischer is geworden. En hoewel ongeveer 80 procent van de Georgiërs aansluiting bij de EU wil, hoewel toetreding tot de EU zelfs als doelstelling in de Georgische grondwet is verankerd, won die partij de verkiezingen. Hoe is dat te rijmen? En waarom kiest iemand als Archiko, die dertig jaar geleden tegen Rusland vocht, nu voor een pro-Russische partij?
‘De Europeanen willen dat wij Georgiërs een tweede front tegen Rusland beginnen,’ zegt hij. Zijn vrouw wil iets zeggen, maar hij praat door. ‘De Russen kunnen immers niet in twee landen tegelijk vechten. Dan wordt het voor Oekraïne makkelijker om zich te verdedigen. Maar wij willen geen oorlog!’ Alexander fronst. ‘Waar haal je dat vandaan, opa? Dat is toch waanzin!’ – ‘Nou, dat heb ik op tv gehoord,’ zegt hij, ‘op alle zenders.’
Er zou een ‘globale oorlogspartij’ bestaan, en de EU zou in Georgië een marionettenregering willen installeren
Wie wil begrijpen waarom regeringspartij Georgische Droom zo veel steun in het land krijgt, kan niet om de televisie heen. De oligarch Bidzina Ivanisjvili, een soort grijze eminentie in de regeringspartij, financiert de zenders die antiwesterse boodschappen uitzenden: er zou een ‘globale oorlogspartij’ bestaan, en de Europese Unie zou in Georgië een marionettenregering willen installeren.
Maar waarom slaat die propaganda aan? Misschien omdat ze inspeelt op iets wat de meeste mensen in Georgië kennen: angst. Voor oorlog, voor vreemde machten, voor het verlies van eigen grondgebied. Ze vermengt het verleden met het heden, rijt oude wonden weer open – de Russische tanks, de gebombardeerde Georgische steden. Wie dat heeft meegemaakt, vergeet het niet meer. En in Georgië hebben velen dat meegemaakt: na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verloor Georgië eerst Abchazië in een oorlog. In 2008 verloor het Zuid-Ossetië. Tegenwoordig wordt 20 procent van het Georgische grondgebied door Rusland bezet.
Welbeschouwd zou de anti-Russische propaganda moeten floreren, maar de regeringspartij werpt zich in deze tijd op als garantie voor stabiliteit: alleen met haar zal het niet tot een oorlog met Rusland komen. Verleden jaar heeft Georgische Droom voor de parlementsverkiezingen in het hele land affiches laten ophangen waarop zwart-witbeelden te zien zijn van verwoeste Oekraïense steden, met daarnaast foto’s van Georgische dorpen en de slogan: ‘Met ons nooit meer oorlog’. Dat slaat aan, in een land dat meer dan eens een oorlog heeft meegemaakt.
20 procent van het Georgische grondgebied is bezet
Archiko leunt achterover, de handen op de knieën. ‘We hebben een eigen grondwet, eigen wetten en een zelfgekozen regering. We hebben goed opgeleide volksvertegenwoordigers – onze premier heeft in Duitsland rechten gestudeerd! De EU moet zich er niet mee bemoeien.’ De oude man vertolkt de angst voor een marionettenregering die op de Georgische tv wordt aangewakkerd. Want ook de kiezers van de pro-Russische regeringspartij willen een onafhankelijk Georgië.
Alexander slaakt een diepe zucht. ‘Opa, kun je een voorbeeld noemen? Waar bemoeit de EU zich dan mee?’ ‘Nou, ze dringt ons haar lhbti-onzin op. Wij willen niet dat hier mannen met mannen en vrouwen met vrouwen…’ Hij maakt zijn zin niet af en voegt eraan toe: ‘Zoiets gaat hier niet gebeuren!’ Alexander zakt dieper weg in zijn stoel. Wat zijn opa zegt, bevalt hem duidelijk niet.
‘En bij de wet op buitenlandse agenten – daar steekt de EU ook haar neus in zaken die haar niet aangaan,’ zegt Archiko. Die ‘agentenwet’, die officieel de ‘Wet op transparantie van buitenlandse invloeden’ heet en in 2024 werd aangenomen, was voor Alexander een reden om voor het eerst de straat op te gaan tegen de regering. En het was de aanleiding voor de eerste ruzie met zijn opa over politiek. Het had hem diep geraakt, zegt Alexander, dat uitgerekend zijn opa – die in de zomer van 2023 al sterk beïnvloed was door de televisie – niet wilde erkennen dat het eigenlijke probleem een wet naar Russisch voorbeeld is, en niet inmenging van de EU.
Strenge controle
De wet verplicht organisaties en media die minstens 20 procent van hun middelen uit het buitenland krijgen om zich te registreren als ‘actief in opdracht van een buitenlandse macht’. Daardoor vallen ze onder strenge controle door de overheid. De wet dient om ongewenste stemmen van onafhankelijke media en organisaties te elimineren.
En dat herinnert duidelijk aan de manier waarop Rusland ooit zijn autoritaire koers inzette
De EU heeft de Georgische regering meerdere malen dringend verzocht de wet niet in te voeren. Toch werd hij aangenomen. ‘Maar je vindt wel dat de regering pro-Russisch is, opa?’ ‘Nee, hoezo? Die is pro-Europees! Rusland heeft onze gebieden bezet! Ik kan toch niet Russisch willen zijn!’ ‘Maar vind je niet dat de Russische en de Georgische regering op elkaar lijken? Bijvoorbeeld wat betreft die wet op buitenlandse agenten?’ vraagt Alexander. ‘Nee. Wij zijn een democratisch land, daarom willen we toch ook in de EU.’
Ja? Wil je toch in de EU?’ ‘Natuurlijk,’ bromt opa, ‘maar niet in deze EU.’ Tien, vijftien jaar geleden was de EU nog democratisch, vindt Archiko. Zo stelt ook de Georgische regering het voor: ze is niet openlijk anti-Europees, de partij gebruikt zelfs EU-symbolen in de verkiezingsstrijd. Maar ze stelt de EU wel in een kwaad daglicht en beweert dat die is veranderd. Zo lukt het de regering om de spagaat uit te voeren: om enerzijds de tegenstanders van de EU aan te spreken, maar anderzijds de voorstanders niet te verliezen die al jaren op toetreding hopen. Want dat betekent voor hen: een rechtstaat, welvaart, investeringen. Maar vooral zien ze in de EU een bescherming tegen Rusland.
‘Neutraliteit zou nu beter zijn, zoals Zwitserland,’ vindt Archiko echter. Van de andere kant van de kamer roept oma: ‘Nee, wacht even! Wij willen toch in de EU?’ Zij heeft bij de verkiezingen niet op Georgische Droom gestemd. Alexander knikt naar haar. ‘Wij hebben Rusland als buur,’ zegt hij. ‘Opa, ik wil dat wij lid worden van de EU en de NAVO, zodat ik niet hoef mee te maken hoe mijn huis wordt verwoest – zoals papa dat vroeger in Abchazië moest aanzien.’ ‘Natuurlijk, we willen allemaal in vrede leven,’ zegt Archiko. ‘Poetin is een bezetter – niet alleen in Oekraïne, ook in Abchazië en Zuid-Ossetië. De NAVO zou Oekraïne meer wapens moeten leveren,’ vindt hij opeens – in de woonkamer heerst plotseling grote eenstemmigheid. Maar dan voegt hij eraan toe: ‘Zelensky heeft ook schuld aan de oorlog.’ Oma hapt naar adem. Opeens praat iedereen door elkaar. ‘Wat zeg je nu?’ windt Alexander zich op. ‘Hou je mond, jij weet niets!’ roept opa. ‘Poetin heeft toch gezegd dat hij niet zou aanvallen als Oekraïne geen lid wordt van de EU en van de NAVO?’
‘Ik moet bijna janken,’ fluistert Alexander. ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’ Dan zegt hij hardop: ‘Opa, dat is toch inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne. Dat land moet zelf kunnen beslissen welke bondgenoten het kiest. Net zoals wij dat ook zelf willen beslissen.’ Archiko brengt er niets tegenin. Misschien heeft hij Alexander gewoon niet gehoord. Misschien wil hij het niet horen. ‘Wij bemoeien ons niet met andermans zaken, en bij ons moeten ze dat ook niet doen,’ zegt opa Archiko nog eens. ‘Alle landen, groot of klein, moeten dezelfde rechten hebben.’ Hij wendt zich tot Alexander: ‘Ik vind het niet goed dat jij aan die protesten meedoet.’ Alexander spreekt hem tegen: ‘Ik protesteer tegen de pro-Russische koers van de regering, opa. Voor de onafhankelijkheid van Georgië, net als jij vroeger.’
Politiek gevormd
Het is avond. Iedereen gaat een luchtje scheppen. Alleen opa blijft op de bank zitten. Over de tuin hangt mist. Aan de kakibomen hangen glanzende vruchten als kleine lampions. Een poosje zwijgt iedereen. Dan vertelt Alexander dat het toch zijn opa was die hem politiek heeft gevormd, die vroeger met hem sprak over de geschiedenis van Georgië. Die hem tot degene heeft gemaakt die hij nu is.
Alexanders oma knikt. Ze is zesenzeventig, twee jaar jonger dan haar man. Een hoofddoek hangt los over haar haren, haar huid is getekend door vele jaren zon. ‘Hij hoort te veel propaganda. Vroeger praatte hij niet zo. Ik ken hem haast niet terug,’ zegt ze. Al vijftig jaar zijn ze getrouwd. Hoe komt het dat de propaganda bij haar niet werkt? Ze haalt haar schouders op. ‘Ik zap altijd weg.’ Zij informeert zich op internet, ze leest bijvoorbeeld de Russischtalige BBC-website.
Het wordt donker in Pachulani. Alexander gaat met zijn moeder naar de buren, zijn oom en tante, voor het avondeten. De tafel is overladen: maïspap met kaas, tomaten, ingelegde augurken, gebakken aubergine, kip. Tante haalt chatsjapoeri uit de oven, een traditioneel gerecht van deeg en kaas. Alexanders moeder heeft tot nog toe nauwelijks iets gezegd. Ze kromp alleen in elkaar toen haar vader over Zelensky’s schuld sprak. Nu kijkt ze haar zoon aan. ‘Wanneer hou je eindelijk eens op met je activisme? Het is gevaarlijk.’ Ze maakt zich zorgen om hem, want deelnemen aan de protesten is riskant: wie de straat voor het parlement ‘blokkeert’, moet intussen niet alleen rekening houden met hoge boetes, maar ook met straffen tot vijftien dagen hechtenis. Alexander is al twee keer tot 5000 lari veroordeeld, ongeveer 1600 euro. Betaald heeft hij nog niet – hij heeft dat geld niet.
‘We moeten vechten voor onze vrijheid. Ik kan niet gewoon thuis blijven zitten’
Toch haalt hij nu zijn schouders op. ‘We moeten vechten voor onze vrijheid. Ik kan niet gewoon thuis blijven zitten.’ Hij schept zijn bord op en begint een gesprek met zijn oom. De blik van zijn moeder blijft lang op hem rusten. De laatste toost van de avond is op Oekraïne.