We zijn eraan gewend geraakt schoonheid slechts toe tekennen aan dat wat we kunnen zien, horen, voelen of proeven. Maar de invloed van denkers en kunstenaars die benadrukken dat schoonheid verwijst naar dat wat juist niet waarneembaar is, is nooit weggeweest.
Waarom hechten de meesten van ons ook waarde aan schoonheid die niet samenvalt met de dingen die we kunnen zien? En hoe is het mogelijk dat zaken die we in beginsel niet per se mooi vinden, maar eerder verontrustend, provocerend, vernieuwend of verrassend, toch een bevredigend esthetisch gevoel kunnen oproepen? Kortom: waarom zijn we op zoek naar inclusieve schoonheid, en waarom is deze vorm van schoonheid ook nodig om zin aan het leven te geven?