De ingevoegde verzen in Johannes 1:1-18 kunnen als volgt worden vertaald:
Er trad een mens op, door God gezonden; zijn naam was Johannes.
Hij kwam om te getuigen, om van het licht te getuigen, zodat allen door hem zouden geloven. Hij was zelf niet het licht, maar hij moest getuigen van het licht.
Maar allen die hem wel ontvingen en in zijn naam geloofden, heeft hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Zij zijn niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees of de wil van een man geboren, maar uit God.
Johannes getuigde van hem en riep: ‘Hij die na mij komt, gaat mij voor, want hij was er vóór mij.’
Want de wet is door Mozes gegeven, maar de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.
Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die zelf God is en in het hart van de Vader verblijft, heeft hem bekendgemaakt.
Het begin van het Johannesevangelie kan worden gezien als een hymne aan het Woord, een verheven meditatie over de eeuwige Logos die bij God was, door wie alles geschapen is, en die is belichaamd in Jezus van Nazareth.
Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/beit-ahavat-ha-torah--5753331/support.