
Sign up to save your podcasts
Or


Tussen reusachtige vogels, Schotse dansen, Witte Wieven en een opvallend ontspannen publiek liet de eerste editie van Evermore zien dat een fantasyfestival niet groot hoeft te zijn om groots te voelen.
Wie Landgoed Kernhem bij Ede oploopt, hoeft niet veel fantasie te hebben om zich even ergens anders te wanen. Een lange laan onder de bomen, een statig landhuis op de plek waar ooit een kasteel stond, gekleurde vlaggetjes tussen de kraampjes en overal bezoekers in kostuum. Het zou zomaar een feestdag in de Gouw kunnen zijn.
Alleen het bord bij de ingang verraadt dat we toch echt op een fantasyfestival in Gelderland zijn: Evermore is uitverkocht.
Dat is opvallend voor een fantasyfestival dat hier voor het eerst wordt georganiseerd. Maar eenmaal binnen wordt al snel duidelijk waarom het evenement zoveel mensen heeft weten te trekken. Evermore voelt vertrouwd, alsof het er al jaren is, maar tegelijkertijd ook anders dan veel grotere fantasyfestivals.
Rustiger. Kleiner. Persoonlijker.
Of, zoals initiatiefnemer Coco Heitink het later die dag zelf mooi samenvat: fantasy op ‘hobbitmaat’.
Van het ene wonderlijke tafereel naar het andere
Het terrein nodigt uit om rond te dwalen zonder precies te weten waar je uitkomt. Langs de paden staan kraampjes met boeken, dobbelstenen, sieraden, leren buideltjes, kruidenthee en kleine voorwerpen waaraan complete verhalen zijn verbonden.
Een oude sleutel is hier niet zomaar een sleutel. Het is een magische sleutel die misschien geen echte deur meer opent, maar wel een denkbeeldige.
Een paar meter verderop staat een complete Alice in Wonderland-tafel, inclusief het witte konijn met zijn zakhorloge. Elders klinkt het gekletter van zwaarden terwijl bezoekers kennismaken met zwaardvechten.
En dan verschijnen er ineens twee reusachtige vogels.
Het zijn performers op stelten, hoog boven het publiek, gehuld in enorme verenkostuums. Kinderen rennen ondertussen achter zeepbellen aan en kijken af en toe toch even omhoog naar de imposante wezens boven hen. Zodra de zon tussen de wolken doorbreekt, spreiden de vogels hun vleugels uit.
Je hoeft nergens speciaal voor in de rij te staan. Je volgt de paadjes door het landgoed en je ontdekt een wereld die ineens een beetje sprookjesachtiger is geworden.
Een paddenstoeldame aan de waterkant
Even verderop blijkt dat de fantasie op Evermore niet alleen van de organisatie komt. Veel bezoekers brengen hun eigen verbeelding tot uitdrukking in de kostuums die ze voor de gelegenheid hebben uitgekozen.
Bij een klein vijvertje staat een vrouw met een zelfgemaakte paddenstoelhoed. De witte stippen keren terug in haar make-up en aan haar riem hangen een drinkhoorn, een mes en allerlei andere spulletjes. Samen met een paar andere bezoekers tuurt ze aandachtig naar het water.
Ik vraag me af of ze op zoek zijn naar de zeemeermin die hier eerder in de ochtendzon zat. Of misschien kun je hier een wens doen bij het water?
Nee hoor. Ze kijken gewoon naar de beestjes in het water.
Juist dat alledaagse moment maakt het tafereel zo leuk. Op een gewone zaterdag zou iemand met een paddenstoel op haar hoofd behoorlijk opvallen. Hier past ze moeiteloos tussen de bomen, het water en de andere kleurrijke bezoekers. Even verderop loopt zelfs een hond met een bloemenkrans alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.
Zo ontstaat de sfeer van Evermore niet alleen door de decoraties, optredens en kraampjes. Iedereen die verkleed komt, iets heeft gemaakt of meedoet aan de activiteiten draagt er een stukje aan bij. Je bent niet alleen bezoeker van een festival, maar medeschepper van een fantasiewereld, ook al is het maar voor één dag.
Even dansen met mensen die je nog niet kent
Dan begint ergens op het terrein een kleine processie.
Een flinke groep mensen trekt naar een grasveld waar muzikanten klaarstaan met viool en Ierse bouzouki. Er gaat Schots gedanst worden.
De instructie is simpel: zoek iemand op en doe mee. Ook als je die persoon nog helemaal niet kent.
Even later staat het veld vol dansende mensen.
Een deel van hen kent elkaar via de Mystic Guild, een fantasycommunity in Ede voor vrouwen die inmiddels meer dan 150 leden telt. Ze organiseren onder andere Dungeons & Dragons-middagen, creatieve activiteiten, zwaardvechtworkshops en een hobbitpicknick.
Daarmee wordt zichtbaar wat dit soort festivals naast kostuums, boeken en kraampjes nog meer betekenen.
Ze brengen mensen bij elkaar.
Veel bezoekers begonnen ooit individueel met hun liefde voor fantasy. Via Harry Potter, Percy Jackson, Tolkien, mythologie, Dungeons & Dragons of een eerste bezoek aan een fantasyfestival. Pas later ontdekten ze hoeveel andere mensen precies hetzelfde leuk vinden.
Op het dansveld wordt dat ineens heel tastbaar.
Fantasy is hier geen genre dat je thuis in je eentje consumeert. Het wordt iets wat je samen doet.
Verhalen die uit de grond zelf komen
Dat Evermore juist op Kernhem plaatsvindt, geeft het festival nog een extra laag.
Verteller Abe vertelt er over Witte Wieven, de Witte Juffer van Kernhem en verhalen die letterlijk uit deze streek afkomstig zijn. Een andere verteller verweeft geesten, vervloekte stenen en het verdwenen kasteel van Kernhem tot een verhaal waarbij je je voortdurend kunt afvragen waar de geschiedenis ophoudt en de fantasie begint.
Dat lokale karakter maakt het festival meer dan een verzameling willekeurige fantasy-elementen.
Zelfs in een aantal kunstwerken aan de rand van het terrein komt Gelderland terug. Eén van de kunstenaars combineert een vliegend hert en een neushoornkever, dieren die in de provincie voorkomen, tot een enorm fantasiewezen waarop een ork rijdt.
Fantasy hoeft blijkbaar niet altijd uit een verzonnen wereld ver weg te komen. Soms hoef je alleen maar anders te kijken naar de plek waar je al bent.
De magie van iets maken dat er eerst niet was
Dat idee komt ook terug in een gesprek met een goudsmid van Ennorandirrim, een re-enactment groep van het Tolkiengenootschap Unquendor.
Zijn liefde voor Tolkien begon ooit toen een leraar over The Hobbit vertelde. Inmiddels komen verhalen en creativiteit in zijn eigen werk samen. Hij maakt sieraden en ziet juist het vermogen om iets te bedenken wat nog niet bestaat als een van de mooiste kanten van creativiteit.
Je begint met iets dat alleen in je hoofd bestaat.
Daarna is het er ineens.
Op Evermore gebeurt dat overal.
Bij een tafel vol kinderen en volwassenen die hun eigen toverstaf versieren. Bij bezoekers die fantasytegeltjes beschilderen. Bij mensen die met bloemen en zonlicht cyanotypes maken. En bij een kunstenaar die met blauwe en paarse verfbussen de geluksdraak Falkor uit The NeverEnding Story op een doek schildert.
Voor haar staat Falkor voor iets groters: het terugbrengen van fantasie naar de echte wereld.
Dat blijkt opvallend goed te passen bij wat er op deze plek gebeurt.
Want fantasy is hier niet alleen ontsnappen naar een andere wereld. Het is ook een aanleiding om te schilderen, naaien, bouwen, dansen, verhalen te vertellen en met vreemden in gesprek te raken. Gewoon in deze wereld.
Een festival waar je niet van hoeft bij te komen
Misschien zit het meest onderscheidende van Evermore uiteindelijk niet in één optreden, kostuum of kraampje.
Het zit in wat er ontbreekt.
Geen overweldigende mensenmassa’s. Geen voortdurende herrie. Geen gevoel dat je zo snel mogelijk van programmaonderdeel naar programmaonderdeel moet rennen.
Coco Heitink vertelt dat die kleinschaligheid bewust is gekozen. Grote festivals kunnen voor sommige bezoekers simpelweg te veel worden. Evermore wil juist gemoedelijk blijven.
Die gedachte is verder doorgevoerd dan alleen het aantal bezoekers.
Samen met lokale organisaties werd gekeken naar rolstoeltoegankelijkheid en naar manieren om prikkels te verminderen. Er is een ontprikkelruimte, bij lezingen zijn gebarentolken aanwezig en ook met vervoer en rolstoelplekken is rekening gehouden.
Toegankelijkheid, zegt Coco, is een van de belangrijkste speerpunten van het festival.
Het doel is uiteindelijk opmerkelijk eenvoudig: dat mensen aan het einde van de dag niet vooral denken aan wat ze door drukte, vermoeidheid of overprikkeling hebben moeten missen.
Maar aan wat ze wél hebben kunnen meemaken.
Helemaal jezelf, maar dan misschien met een paddenstoelhoed
Aan het einde van de dag lijkt het succes van Evermore daarom minder te zitten in de vraag hoeveel attracties je op een terrein kunt zetten.
Het zit in de ruimte die je mensen geeft om er zelf onderdeel van te worden.
Om een kostuum te dragen. Om iets te maken. Om te dansen met iemand die je niet kent. Om naar een verhaal over Witte Wieven te luisteren. Om met een kunstenaar over The NeverEnding Story te praten. Om nieuwe dobbelstenen te kopen terwijl je er thuis waarschijnlijk al veel te veel hebt.
Of gewoon om in het gras te zitten en naar alles te kijken.
Coco hoopt vooral dat bezoekers naar huis gaan met het gevoel dat ze een fijne, gemoedelijke dag hebben gehad, vol fantasy, en dat ze helemaal zichzelf konden zijn.
Misschien is dat uiteindelijk precies waar een goed fantasyfestival voor bedoeld is.
Niet om de echte wereld voor één dag te ontvluchten.
Maar om er samen iets meer fantasie aan toe te voegen.
Wil je je even onderdompelen in de sfeer tijdens het festival en de interviews zelf horen? Luister dan naar de podcastaflevering via de audiospeler bovenaan deze pagina en abonneer je op de Fantasyfans.nl podcast in je favoriete podcastapp!
Een jongen wordt in paniek door de bewakers van de citadel achtervolgd. Niet veel later kan hij zich niets meer herinneren. Dan vinden een paar studenten een verborgen doos met daarin een brief. De boodschap: er klopt iets fundamenteel niet aan de plek waar ze wonen.
En het heeft alles te maken met hun eigen verleden.
Dat is het mysterie waarmee G.J.G. Klaassen de jonge hoofdpersonen van zijn fantasydebuut De grot die gebouwd was confronteert. Op het eerste gezicht heeft hij een wereld geschapen met veel herkenbare ingrediënten voor fantasyliefhebbers: magie, verschillende volken, een oude oorlog en een grote citadel waar jongeren uit alle windstreken samenkomen. Maar onder dat avonturenverhaal ligt een veel ongemakkelijkere vraag: wat doe je als je ontdekt dat alles wat je over jezelf dacht te weten misschien niet waar is?
Een citadel vol geheimen
Hoofdpersoon Sidon is ongeveer dertien wanneer hij in de citadel terechtkomt. Hij ontmoet er jongeren uit verschillende delen van een behoorlijk omvangrijke wereld, waarvoor Gijs zelfs twee kaarten heeft gemaakt. Ze volgen lessen, leren elkaar kennen en ontdekken volken en culturen die voor hen soms compleet nieuw zijn.
Een van Sidons beste vrienden is bijvoorbeeld een Asem. Hij lijkt op een mens, maar waar wij haar hebben, groeien bij hem veren op zijn hoofd en armen. Naarmate hij ouder wordt, krijgt hij er steeds meer.
Ook magiërs bestaan in deze wereld, al leven zij relatief geïsoleerd. Daar ligt een geschiedenis van oorlog en conflict achter die geleidelijk een rol gaat spelen in het grotere verhaal.
Aanvankelijk lijkt de citadel een plek waar Sidon lessen volgt, nieuwe vrienden maakt en de wereld leert kennen. Maar al vanaf de eerste dag gebeuren er vreemde dingen en wordt duidelijk dat achter het dagelijks leven in de citadel iets anders schuilgaat. Bewakers gedragen zich vreemd. Studenten maken dingen mee die ze niet kunnen verklaren. Herinneringen blijken niet vanzelfsprekend betrouwbaar.
En dan is er die brief.
Iemand probeert de jongeren duidelijk te maken dat ze vragen moeten gaan stellen over de citadel, maar vooral ook over de tijd vóórdat ze daar kwamen.
Wie ben je als je niet weet waar je vandaan komt?
Daar raakt het fantasy-mysterie aan iets wat Gijs dagelijks om zich heen ziet. Naast schrijver is hij docent op een middelbare school. Juist rond de leeftijd van zijn personages ziet hij jongeren steeds nadrukkelijker bezig zijn met vragen als: wie ben ik eigenlijk? Waar hoor ik bij? Wie wil ik worden?
In zijn fantasywereld kan Gijs die herkenbare zoektocht uitvergroten. Want wat gebeurt er met je identiteit als je ontdekt dat zelfs het verhaal over je eigen verleden misschien niet klopt?
Die ontwikkeling stopt bovendien niet na het eerste boek. De grot die gebouwd was is het begin van een geplande trilogie en Gijs wil zijn personages daadwerkelijk ouder laten worden. In het vervolg wil hij ook vaker vanuit verschillende personages vertellen.
Dat maakt conflicten interessanter. Twee vrienden kunnen immers precies hetzelfde meemaken en daar totaal anders naar kijken. Volgens Gijs hoort dat ook bij opgroeien: je ontwikkelt eigen overtuigingen, ontdekt dat je het niet altijd met je vrienden eens bent en moet bepalen hoe je daarmee omgaat.
Fantasy hoeft niet altijd veilig te zijn
Een schrijver die Gijs daarbij inspireert is George R.R. Martin. Niet omdat hij van zijn verhaal onmiddellijk een nieuwe Game of Thrones wil maken, maar vanwege de manier waarop Martin conflicten uit personages, familieverhoudingen en overtuigingen laat voortkomen.
Gijs denkt daarbij bewust na over hoe ver hij kan gaan. Zijn personages zijn jong, maar dat betekent voor hem niet dat alles wat ze meemaken vriendelijk of ongevaarlijk moet blijven.
Hij wijst bijvoorbeeld op The Hunger Games en Avatar: The Last Airbender. Verhalen die toegankelijk zijn voor een jong publiek kunnen ondertussen behoorlijk zware onderwerpen aansnijden. In Avatar komen bijvoorbeeld oorlog, verlies, rouw en zelfs genocide voorbij.
Het gaat volgens hem niet alleen om wat je laat gebeuren, maar vooral om hoe je het beschrijft. Een gebeurtenis kan verschrikkelijk zijn zonder dat een schrijver ieder gewelddadig detail hoeft te vertellen.
Op die manier kan een verhaal behoorlijk donker worden, zonder dat het ook expliciet gewelddadig hoeft te worden.
Waarom is die grot eigenlijk gebouwd?
En dan blijft natuurlijk nog die merkwaardige titel.
Want wie bouwt er nu een grot?
Het antwoord ligt in een onverwachte inspiratiebron voor een fantasyroman: de Griekse filosoof Plato.
In zijn beroemde allegorie van de grot beschrijft Plato mensen die hun hele leven in een grot hebben gezeten en alleen schaduwen van de werkelijkheid kennen. Voor hen zijn die schaduwen de werkelijkheid, totdat iemand ontdekt dat er buiten de grot een veel grotere wereld bestaat.
Dat idee werd voor Gijs een belangrijk thema voor zijn geplande trilogie.
De grot uit de titel moet je daarom niet letterlijk zoeken op de kaart van zijn fantasywereld. Het is eerder een werkelijkheid die voor iemand is geconstrueerd. Sidon en zijn vrienden zullen moeten ontdekken wat waar is, wat hun is verteld en wat er werkelijk met hen is gebeurd.
Plotseling krijgt die vreemde titel daardoor iets dreigends.
Want als de grot waarin je leeft gebouwd is, heeft iemand bepaald hoe jij die werkelijkheid moet zien. En dan wordt de belangrijkste vraag: waarom?
Links:
* Bestel het boek op Boekscout of Bol.com
* Volg GJG Klaassen op social media: Facebook | Instagram
Sommige weken heb ik meer behoefte aan fantasy dan andere.
Na een week met veel verdrietig nieuws merkte ik hoe fijn het kan zijn om even een andere wereld binnen te stappen. Niet per se om de werkelijkheid te ontvluchten, maar juist omdat verhalen soms helpen om die werkelijkheid beter te begrijpen.
In deze aflevering denk ik daarover na aan de hand van The Lord of the Rings en Frieren. Beide verhalen gaan op heel verschillende manieren over verlies, vriendschap en de sporen die moeilijke ervaringen achterlaten. Misschien is dat wel een van de redenen waarom fantasy zoveel troost kan bieden.
Waarom ik toch naar Elfia ga
Er is ook genoeg praktisch fantasynieuws deze week. Ik had eigenlijk besloten Elfia Arcen over te slaan. De hoge prijzen en sommige keuzes van de organisatie maakten me minder enthousiast.
Een bezoek aan de kleine Tavern’s Market in Nijmegen bracht me op andere gedachten.
Daar besefte ik weer dat ik helemaal niet in de eerste plaats voor het programma naar fantasyfestivals ga. Ik ga voor de ontmoetingen. Voor oude vrienden, nieuwe gezichten, makers achter kraampjes en spontane gesprekken met mensen die dezelfde liefde voor fantasy delen.
Dat betekent overigens niet dat mijn zorgen over de steeds hogere festivalprijzen verdwenen zijn. Want hoe toegankelijk blijft onze hobby als een festivalweekend al snel honderden euro’s kost?
Een troll, een pak klei en gevonden tijd
De Tavern’s Market had nog een ander onverwacht gevolg: ik ben weer volop aan het tekenen.
Na een korte TTRPG-sessie wilde ik de trol tekenen die we tijdens ons avontuur hadden verslagen. Inmiddels ligt er ook een pak zelfdrogende klei klaar waarmee ik kleine monnikjes wil maken om als trinkets weg te geven.
Het mooie is dat die uren tekenen helemaal niet meer voelen als tijd waarin ik eigenlijk iets nuttigers had moeten doen.
Het voelt als gevonden tijd.
In de aflevering vertel ik daar meer over, kijk ik vooruit naar Elfia, Heroes Dutch Comic Con, de Fully Booked Book Fair in Leuven en Fantastic Reads, en natuurlijk laat ik mijn eerste versie van de trol zien.
Luister naar de volledige aflevering via de podcastspeler hierboven, of kijk de fragmenten terug op het YouTube-kanaal van Fantasyfans.
En ik ben vooral benieuwd: welk fantasyverhaal is voor jou een plek geworden waar je graag naar terugkeert?
Stel dat we over een paar eeuwen versleten lichaamsdelen gewoon kunnen vervangen. Een nieuw skelet als het oude niet meer meewerkt, verbeterde ogen wanneer je zicht achteruitgaat en technische hulpmiddelen voor alles waar ons lichaam ons in de steek laat. Een aantrekkelijk vooruitzicht, totdat je bedenkt dat al die nieuwe onderdelen waarschijnlijk hun eigen gebruiksaanwijzing hebben.
Misschien heeft dat kunstmatige skelet een beperkte levensduur. Misschien moeten die verbeterde ogen iedere dag met een speciaal zalfje worden onderhouden. En als je nu al regelmatig je bril kwijt bent, waarom zou je in de toekomst ineens wél al je technische hulpmiddelen kunnen terugvinden?
Het is precies het soort gedachte-experiment waar Jango Mathijsen en Anaïd Haen plezier in hebben.
‘Het begint wel heel vaak met: wat als?’, zegt Jango.
‘Ja, maar dat is nog niet erg genoeg’, vult Anaïd aan. ‘En dan denken we alsmaar door. Totdat we echt een groot probleem hebben.’
Die manier van denken vormt de basis van veel van hun sciencefiction. In de verhalenbundels Er Zal Eens verkennen ze verschillende mogelijke toekomsten, terwijl hun Ruimtebrekers-serie zich afspeelt in een universum waarin de mensheid zich ver door het Melkwegstelsel heeft verspreid. Hun toekomst is zelden probleemloos, maar ook lang niet altijd de duistere dystopie die sciencefiction soms van ons maakt.
Liever naar de toekomst
Anaïd weet in ieder geval welke kant ze op zou gaan als tijdreizen ooit mogelijk wordt. Niet terug naar een romantisch verleden, maar vooruit.
‘Ik zou altijd naar de toekomst willen. Ik zou altijd willen weten wat er komt.’
Ook Jango kijkt betrekkelijk optimistisch naar wat daar op ons wacht. Technologische vooruitgang heeft volgens hem in het verleden veel bijgedragen aan onze levensstandaard en ons welzijn. Hij ziet geen reden waarom die ontwikkeling zou moeten stoppen. Alleen verandert technologie één ding niet: de mens zelf.
‘De mens blijft de mens. We hebben heel veel positieve eigenschappen als mensheid, maar er zijn ook een aantal slechte eigenschappen.’
Daarmee is meteen het probleem van een tè perfecte toekomst opgelost. Nieuwe uitvindingen kunnen ons leven aangenamer maken, maar ze geven ons ook nieuwe mogelijkheden om fouten te maken. Hoe krachtiger de technologie, hoe groter bovendien de mogelijke gevolgen als iemand haar verkeerd gebruikt.
Voor een sciencefictionschrijver is dat vruchtbare grond. In Er Zal Eens spelen Jango en Anaïd bijvoorbeeld met een technologie waarmee iemand zijn behoefte aan slaap kan uitschakelen en met een vorm van tijdreizen waarbij je terugkeert in je eigen leven. Ze beginnen daarbij niet met de vraag welke spectaculaire technologie ze kunnen verzinnen, maar wat zo’n uitvinding met een mens zou doen.
Met de camper door het heelal
Sommige toekomstideeën hebben verrassend alledaagse wortels. Anaïds eerste sciencefictionverhaal, Lieve Liefde, ontstond mede vanuit haar liefde voor reizen met een camper.
Op camperplaatsen ontstaan tijdelijke gemeenschappen. Mensen komen aan, helpen elkaar wanneer dat nodig is en trekken daarna weer verder. Anaïd stelde zich voor dat reizen door de ruimte ooit op een vergelijkbare manier zou kunnen werken: het heelal als een enorm vrij gebied waarin mensen elkaar onderweg ontmoeten en vervolgens weer hun eigen richting kiezen.
Iets van dat idee kwam later terug in het Ruimtebrekers-universum. Daar heeft de mensheid zich over een groot deel van het Melkwegstelsel verspreid en reizen ruimteschepen via ‘geulen’ door de ruimte. Jango vergelijkt ze met de vaarwegen die een ijsbreker door het poolijs maakt. Alleen worden deze geulen door het continuüm van de ruimte gebroken. Ze moeten worden aangelegd en onderhouden, wat vanzelf weer allerlei mogelijkheden voor nieuwe verhalen oplevert.
Anaïd ziet zichzelf er al doorheen reizen in een soort ruimtecamper. Het aardige is alleen dat die van binnen waarschijnlijk een stuk minder futuristisch zou zijn dan je bij een sciencefictionschrijver verwacht.
Een koekoeksklok in de ruimtecamper
Thuis loopt Anaïd namelijk bepaald niet voorop met de nieuwste snufjes.
‘Ik ben heel erg van de oude meuk.’
Ze houdt spullen het liefst zo lang mogelijk en repareert ze wanneer dat kan. De vanzelfsprekendheid waarmee een telefoon na een paar jaar wordt vervangen, verbaast haar. Niet omdat nieuwe technologie haar niet interesseert, maar omdat ze weinig reden ziet om iets weg te doen dat nog prima functioneert.
Een robotstofzuiger heeft ze dus niet. Ze kookt zelfs nog op gas, met het praktische argument dat ze bij een stroomstoring tenminste nog thee kan zetten.
In haar denkbeeldige ruimtecamper zou daarom best een ouderwetse klok kunnen hangen die je met de hand moet opwinden.
‘Dan weet je in ieder geval hoe laat het is op Mars.’
Het klinkt bijna tegenstrijdig: gefascineerd zijn door de technologie van morgen en tegelijkertijd gehecht zijn aan de spullen van gisteren. Maar misschien is juist dat een interessante houding voor iemand die sciencefiction schrijft. Niet iedere nieuwe uitvinding maakt het leven automatisch beter en niet alles wat oud is, hoeft vervangen te worden.
Sciencefiction als ideeënliteratuur
Jango groeide op met de klassiekers van het genre. Hij begon als kind met Jules Verne en kwam vervolgens terecht bij H.G. Wells, Isaac Asimov, Arthur C. Clarke en Philip K. Dick. Anaïd ontdekte Nederlandse sciencefiction juist via een schrijver op KorteVerhalen.nl. Tot dat moment had ze, zoals ze zelf zegt, om de een of andere reden gedacht dat sciencefiction ‘iets Amerikaans’ was.
De ontdekking dat een Nederlandse schrijver het ook gewoon kon doen, bracht haar op een simpele gedachte: misschien kon zij dat zelf ook.
Die liefde voor korte verhalen is gebleven. Jango noemt sciencefiction zelfs ‘ideeënliteratuur’. Een roman geeft ruimte om een complete wereld uit te bouwen, maar soms is één sterk idee genoeg voor een kort verhaal. Wat gebeurt er als we niet meer hoeven te slapen? Wat doet tijdreizen met ons als we niet naar een historische periode reizen, maar terug ons eigen leven in? Welke problemen ontstaan als we steeds meer onderdelen van ons lichaam kunnen vervangen?
Sciencefiction hoeft daarbij voor Jango en Anaïd niet te voorspellen hoe de toekomst werkelijk zal worden. Veel interessanter is de mogelijkheid om ermee te spelen. Om vanuit de wereld van vandaag vooruit te kijken en je af te vragen wat nieuwe ontdekkingen en technologie met ons leven zouden kunnen doen.
Misschien hoeven we daarbij ook helemaal niet te weten welke voorspellingen uiteindelijk uitkomen. De mens blijft de mens, zoals Jango zegt. We zullen nieuwe problemen oplossen en er ongetwijfeld weer andere voor in de plaats krijgen.
Maar ergens tussen al die mogelijke toekomsten liggen verhalen te wachten.
Over mensen die niet meer hoeven te slapen. Over tijdreizigers, vervangbare lichaamsdelen en ruimtecampers die door het Melkwegstelsel trekken.
Er zal eens...
Voor een sciencefictionschrijver zijn die drie woorden misschien al genoeg om die toekomst in te stappen.
Dit artikel is gebaseerd op mijn gesprek met Jango Mathijsen en Anaïd Haen over hun sciencefiction in ‘Er Zal Eens’ en ‘Ruimtebrekers’. Je kunt het beluisteren via de audiospeler bovenaan het bericht of als podcast in je favoriete luisterapp. Zoek naar ‘Fantasyfans.nl’.
Links: Bestel de boeken van Django en AnaïdDjango Mathijsen: Website | Facebook | YouTubeAnaïd Haen: Website | Facebook | InstagramGezamenlijke Facebookpagina
In het laatste deel van mijn wandeling door Nijmegen ontmoet ik opnieuw fantasyfans die de vreemdste ideeën omtoveren tot kunst, spellen en verhalen.
Hoe verder ik over de Tavern’s Market in het Kronenburgerpark wandel, hoe duidelijker het wordt dat je op zo’n markt eigenlijk nooit weet wat je bij het volgende kraampje aantreft.
Een heilige koe met engelenogen? Een steampunkwereld waarin relieken tot leven komen? Pokémonkaarten met echte diepte? Een koffiemok voor een storm cleric?
Het staat er allemaal.
Ghost of Yarn
Bij Ghost of Yarn kom ik een combinatie tegen van sieraden, lino-art, stickers en werk waarin dode dieren een onverwacht tweede leven krijgen.
Juist het extravagante karakter van dat werk trekt veel aandacht. Tegelijkertijd wil Yarn zich steeds meer richten op visuele kunst en wordt er gewerkt aan een portfolio met als doel een tattoo-apprenticeship.
Zelf maken is daarbij belangrijk. Zo blijft niet alleen het creatieve proces in eigen handen, maar is ook duidelijk onder welke omstandigheden iets geproduceerd is.
En voordat ik vertrek krijg ik nog een sticker mee van een wel heel bijzondere creatie: een koe omringd door de vele ogen van een serafijn.
Een letterlijke heilige koe.
Links:Ghost of Yarn: Instagram | website | webshop
Steampunktheologie en levende relieken
Een oude bekende op fantasy-evenementen is Bonsart Bokel, de maker van het steeds verder uitdijende steampunkuniversum rond The Association of Ishtar.
Er wordt alweer gewerkt aan een volgende Kickstarter voor Cascade Girls 2, terwijl ook het derde deel in ontwikkeling is. Daarin krijgt een priester een belangrijke rol en wordt religie een groter onderdeel van de wereld.
Dat leidt tot een fascinerend stukje worldbuilding. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer de rijk versierde skeletten van katholieke heiligen ineens daadwerkelijk tot leven komen?
Het idee begon bij de zogenaamde catacomb saints, maar roept vervolgens allerlei vragen op. Hoe zou de Kerk reageren? Hoe verhoudt zo’n levend skelet zich tot ideeën over de verrijzenis van het lichaam? En wat motiveert zo’n heilige eigenlijk?
Steampunktheologie dus. Zelfs voor mij was dat een nieuw genre.
Links:The Association of Ishtar: websiteKickstarterInstagram | Facebook | YouTube
Role Initiative: meer dan alleen een markt
Ook de organisatie zelf heeft een kraam op het terrein, met spellen, dobbelstenen en zelfs kleine flesjes waarin magische spreuken opgerold zitten.
De Tavern’s Market wordt georganiseerd vanuit Role Initiative en vindt dit jaar voor de tweede keer plaats. Daarnaast organiseert het team een groter evenement in Ewijk, Role Initiative Con, kortweg RINCON.
Daar draait het niet alleen om kraampjes, maar ook om spellen en andere activiteiten. De volgende editie staat gepland als Halloween-editie.
Links:Role Initiative: website | Instagram | FacebookRINCON: meer informatie
Kobold Trinkets: Pokémonkaarten krijgen diepte
Bij Kobold Trinkets vind ik kleine Koroks uit The Legend of Zelda: Breath of the Wild, allemaal met de hand gemaakt. Wie het spel kent, weet dat je daarin overal Koroks kunt ontdekken. Deze exemplaren kun je gelukkig gewoon thuis tussen je planten verstoppen.
Nog opvallender zijn de 3D-Pokémonkaarten.
Daarvoor worden verschillende exemplaren van dezelfde kaart laag voor laag uitgesneden en weer op elkaar geplaatst. Het resultaat is een Pokémonkaart waarin de illustratie letterlijk diepte krijgt.
Wat je daarvoor nodig hebt? Een stapeltje kaarten, een scherp mes en vooral heel veel geduld.
Links:Etsy: Kobold TrinketsInstagram: Kobold Trinkets
Het Spelslot: je eerste trol verslaan
Bij Spelslot worden bezoekers ondertussen zelf het avontuur ingetrokken. Tijdens de markt geven ze korte TTRPG-demo’s, en eerder die dag heb ik er zelf al een trol verslagen.
Juist beginners zijn welkom. De sessies zijn bewust kort en de personages zijn eenvoudig gehouden, zodat je niet eerst een halve handleiding hoeft te bestuderen voordat je iets kunt doen.
Daarmee krijg je wel meteen de essentie van een tabletop RPG mee: samen een personage spelen, keuzes maken en kijken wat er gebeurt.
En voor je het weet heb je dus je eerste trol verslagen.
Links:Spelslot: websiteFacebook | Instagram
Van discohaaien tot digitale kunst
Bij de stand van Magicraeft en Sonoscribs liggen kleurrijke prints, stickers en buttons, maar ook zelfgemaakte knuffels.
De tekeningen worden digitaal gemaakt, waarbij de stijl steeds wordt aangepast aan het onderwerp. De ene illustratie neigt naar anime, de andere naar cartoons. Ook de knuffels lopen behoorlijk uiteen, van kikkertjes en walvissen tot een glitterende haai.
Of beter gezegd: een discohaai.
Links:Magicraeft: InstagramSonoscribs: Instagram
Fantasykeramiek dat je gewoon kunt gebruiken
Bij het laatste keramiekkraampje lijkt bijna ieder voorwerp uit een fantasywereld afkomstig.
Naomi Petersen werkt met aardewerk en porselein en maakt bewust functionele kunst. Een beker moet er niet alleen bijzonder uitzien, je moet er ook daadwerkelijk koffie, thee of chocolademelk uit kunnen drinken.
Zo ontdek ik een keramische reismok die eruitziet alsof hij voor een storm cleric is gemaakt, compleet met organische vormen en een stafachtig handvat. Andere werken zitten vol paddenstoelen en kleine dieren. Zelfs drainagegaatjes van plantenpotten worden slim in het ontwerp verstopt.
Bijzonder is ook een beker die eruitziet alsof er een complete dwarsdoorsnede uit de aarde is gehaald. Helemaal onderaan zit, als een archeologische vondst, een kleine dinosaurus verborgen.
Na enkele jaren als hobby is Naomi sinds kort fulltime met keramiek bezig. Juist het handgemaakte karakter moet het werk onderscheiden van massaproductie. Sommige vormen zijn zo ingewikkeld dat ze nauwelijks met een mal na te maken zouden zijn.
Links:Naomi Petersen Ceramics: WebsiteInstagram
Zelfgeschreven D&D avonturen
Vlak voor het einde van mijn wandeling ontdek ik nog een kraam met zelfgeschreven avonturen voor Dungeons & Dragons.
Niet alleen de verhalen zijn zelf bedacht, ook de werelden en het artwork eromheen zijn door de makers ontwikkeld. Opvallend is de aandacht voor queer D&D-avonturen, compleet met illustraties, locaties en eigen personages.
Achter ieder kraampje zit een verhaal
Na drie afleveringen op de Tavern’s Market blijft voor mij vooral dat laatste hangen.
Natuurlijk kun je op zo’n markt dobbelstenen, kunst, boeken, sieraden, keramiek en knuffels kopen. Maar er gebeurt iets bijzonders wanneer je aan iemand vraagt: “Heb je dit zelf gemaakt?”
Dan komt het verhaal.
Over een hobby die uitgroeide tot een onderneming. Over een vreemde tekening die ineens een complete wereld werd. Over iemand die jarenlang oefende om een ambacht onder de knie te krijgen. Of over een fantasiewereld die steeds groter wordt omdat er telkens nieuwe verhalen ontstaan.
Daarom zijn juist dit soort kleinere fantasymarkten zo leuk. Je hebt er nog de tijd om bij een kraampje te blijven hangen en een gesprek aan te knopen.
En de kans is groot dat je diezelfde mensen een paar maanden later op een ander fantasyfestival opnieuw tegenkomt.
In het tweede deel van mijn wandeling over de Tavern’s Market ontmoet ik de koning van het evenement, creatieve makers, schrijvers en een paar wezens die je waarschijnlijk nergens anders tegenkomt.
Wat maakt een fantasymarkt leuker dan simpelweg een verzameling kraampjes? Op de Tavern’s Market in het Kronenburgerpark in Nijmegen blijkt het antwoord al snel: de mensen die er rondlopen en de verhalen die zij meenemen.
In het tweede deel van mijn wandeling ontmoet ik opnieuw een bonte verzameling fantasyfans. En dit keer moet er zelfs een trol aan geloven.
King Derran: een markt waar je zelf op avontuur gaat
King Derran loopt niet voor niets met kroon en koninklijke wandelstok rond. Hij is de organisator van de Tavern’s Market en verzamelt de standhouders, activiteiten en bezoekers die samen zijn kleine koninkrijk vormen.
Daarbij vindt hij het belangrijk dat bezoekers méér kunnen doen dan alleen spullen kopen. Miniaturen schilderen, dungeon tiles maken of samen een trol verslaan, het zijn juist die activiteiten waardoor onbekenden ineens samen op avontuur gaan.
Dat sluit aan bij wat Derran zo mooi vindt aan TTRPG’s en bordspellen: je hoeft elkaar niet te kennen om samen een doel te hebben. Zet een trol voor een groep vreemden neer en je hebt meteen iets om over te praten.
En er zijn alweer plannen voor de toekomst. Zo wil Derran TTRPG combineren met kunst in een project voor jongeren, waarbij deelnemers onder andere schrijven, schilderen, miniaturen maken en uiteindelijk hun eigen avontuur creëren.
Links:Role Initiative Con: website | Facebook | Instagram
Het Haakwerk van Lu: van oma’s haakles tot draken en octopussen
Bij Het Haakwerk van Lu hangen draken, dino’s, bijtjes, kikkers, walvissen, kippen en zelfs een knuffelbare winterpeen.
Luca leerde haken van haar oma, die vooral dekentjes en kleding maakte. Vijftien jaar geleden kwam Luca met een pakket voor een gehaakt aapje bij haar aanzetten. Het kostte naar eigen zeggen “bloed, zweet en tranen”, maar daarna is ze nooit meer gestopt.
Inmiddels maakt ze niet alleen knuffels en sleutelhangers, maar ook babyspullen en werk op aanvraag. Haar handelsmerk is de octopus. Wat ooit begon met het uitdelen van gehaakte octopussen aan vrienden en familie, groeide uiteindelijk uit tot een complete marktkraam.
Rijk wordt ze er niet van. Een klein figuurtje kost al snel een uur tot anderhalf uur werk. Maar juist het idee dat iemand jarenlang plezier kan hebben van iets dat zij heeft gemaakt, vindt Luca belangrijker.
Links:Instagram | Facebook
Even buurten bij bekende fantasyschrijvers
Op de markt kom ik ook een aantal bekende gezichten tegen. Cocky van Dijk is er met haar handgemaakte sieraden en natuurlijk haar boeken. Het tweede deel van haar Doodschap-serie is inmiddels verschenen en ondertussen wordt er alweer hard gewerkt aan deel drie.
Dat moet de trilogie afsluiten, maar afscheid nemen van de wereld lijkt er nog niet in te zitten. Tijdens het schrijven zijn alweer nieuwe verhalen en ideeën ontstaan.
Even verderop staan Django Mathijsen en Anaïd Haen met een indrukwekkend breed assortiment aan verhalen, van sciencefiction en volwassen fictie tot kinderboeken.
Nieuw is de verhalenbundel Fantascoop, gericht op jonge lezers vanaf ongeveer tien jaar. Ondertussen werkt Django aan iets heel anders: een western die zich grotendeels afspeelt in het Oklahoma van de late negentiende eeuw. Voor hem betekent dat vooral heel veel historisch onderzoek. Anaïd werkt intussen aan een verhaal in de Romeinse tijd.
Links:Cocky van Dijk: website | Instagram | FacebookDjango Mathijsen: website | FacebookAnaïd Haen: website | Instagram | Facebook
Art Mantonio: een ramenmonster met eetstokjes als horens
Soms hoef je maar één tekening te zien om bij een kraam te blijven staan.
Bij Art Mantonio is dat voor mij een uit de hand gelopen kom ramen. Uit de soep rijst een compleet monster omhoog, met onder andere een ei, een viscakeje en twee eetstokjes als horens. Het wordt een food token voor Magic: The Gathering.
Dat vreemde, enigszins duistere en tegelijkertijd grappige typeert zijn tekenwerk. Inspiratie komt uit games, films, boeken en TTRPG’s. Antonio houdt van groteske vormen en probeert in iedere tekening iets te stoppen waardoor je als voorbijganger nog een tweede keer kijkt.
Hoewel hij games en game art heeft gestudeerd en voor zijn werk veel digitaal maakt, tekent hij in zijn vrije tijd juist graag met potlood. Geen Photoshop of tablet, gewoon een schetsboek op de bank of in de trein.
En verkopen is niet eens het belangrijkste. Hij neemt zijn werk vooral mee omdat hij het leuk vindt wanneer mensen blijven staan, kijken en vragen stellen.
Links:Instagram: @artmantonio
Een tweede leven voor Alice in Wonderland en Mary Poppins
Een paar meter verder lijkt een kraam bijna op een kleurrijk theekransje. Alice in Wonderland, Mary Poppins, pompoenen en andere figuren duiken op tussen beschilderde voorwerpen.
Vrijwel alles wordt zelf gemaakt. Voor het beschilderde keramiek worden vaak tweedehands voorwerpen gebruikt, die zo een nieuw leven krijgen.
Dat is arbeidsintensiever dan het misschien lijkt. Vooral tekenen op ronde vormen is lastig, omdat een illustratie vanuit verschillende hoeken moet blijven kloppen. Aan sommige stukken wordt maandenlang gewerkt.
Adopteer een Snorf
En dan ontmoet ik misschien wel de vreemdste bewoners van de Tavern’s Market: Snorfs.
Deze kleine wezens komen voort uit een zelfbedachte wereld rond het fictieve Instituut Clovis. Volgens hun bedenker zijn Snorfs per ongeluk in een laboratorium ontstaan. Inmiddels zijn ze zo afhankelijk geworden van mensen dat ze niet meer in het wild kunnen leven. De oplossing is logisch: ze moeten geadopteerd worden.
Gelukkig zijn ze gemakkelijk te voeden. Snorfs leven namelijk van de natuurlijke achtergrondstraling op aarde. Zelfs een banaan bevat genoeg om voor een Snorf interessant te zijn.
En daar blijft de wereldbouw niet bij. Naast Snorfs zijn er personages als Scrumpy de paddenstoel, Blompy en Wimbit, waarvoor inmiddels ook aan een kleine comic wordt gewerkt.
Zelfs beschilderde stenen krijgen een verhaal. De zogenaamde Pieper Rocks combineren het idee van een pet rock met het boze oog uit de folklore. Het oog kijkt niet boos naar jou, maar naar alles wat jou kwaad zou willen doen.
Het is precies het soort fantasie waar ik van hou: niet alleen iets tekenen of maken, maar meteen bedenken waar het vandaan komt, hoe het leeft en welk verhaal erachter zit.
Links:Website | Korwynze webshopInstagramBlompy’s Big Adventure Comic
Fantasy draait uiteindelijk om mensen
Na twee wandelingen over de Tavern’s Market valt vooral op hoeveel verschillende vormen creativiteit kan aannemen. De een schrijft een boek, de ander haakt een draak, tekent een ramenmonster of verzint een complete biologie voor een Snorf.
Maar misschien had King Derran aan het begin van deze aflevering wel het belangrijkste punt te pakken. Een markt als deze wordt pas interessant wanneer mensen niet alleen komen om iets te kopen, maar om elkaar te ontmoeten en samen iets te beleven.
Desnoods door gezamenlijk een trol te verslaan.
Van schattige weerwolven en D&D-accessoires tot fantasykleding voor kinderen en een heuse Boekendraak: tijdens de Tavern’s Market in Nijmegen blijkt hoeveel verschillende vormen de liefde voor fantasy kan aannemen.
Een stralende zon, een fontein in de vijver bij de Kruittoren en langs het water een rij kraampjes vol boeken, bordspellen, dobbelstenen en fantasykunst. De Tavern’s Market in Nijmegen is niet enorm groot, maar bijna ieder kraampje vertelt zijn eigen verhaal.
Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts!
Voor de Fantasyfans podcast liep ik langs de markt en sprak ik met kunstenaars, verkopers en liefhebbers van fantasy spellen. Dit zijn de mensen die ik tijdens het eerste deel van mijn wandeling tegenkwam:
Aquafox en Netherwoods: weerwolven kunnen ook schattig zijn
Bij een kraampje vol pins, buttons en stickers tref ik een kunstenaar die ondertussen alweer op een iPad zit te tekenen. Veel van de illustraties zijn uitgevoerd in chibi-stijl: kleine, schattige figuurtjes met relatief grote hoofden en eenvoudige vormen.
Tussen de ontwerpen zit bijvoorbeeld een kleine weerwolf op een halve maan. Geen angstaanjagend monster, maar een houtbewerker met de tekst I love wood. Daarnaast is er fanart geïnspireerd door onder andere Critical Role en Baldur’s Gate.
De liefde voor die werelden komt niet uit de lucht vallen. Zelf speelt ze Dungeons & Dragons. De art wordt uitgebracht onder de naam Aquafox, terwijl Netherwoods een gezamenlijk artcollectief van een aantal vrienden is. De Tavern’s Market is inmiddels het derde evenement waar haar werk wordt verkocht.
Links:Aquafox: Instagram @aquafoxarts | WebsiteNetherwoods: Instagram @netherwoodscraft
Een tweede leven voor bordspellen
Een stukje verderop ligt een tafel vol tweedehands spellen. Hier geen eigen webshop of groot bedrijf, maar een bordspellenliefhebber die spellen waar ze zelf niet meer aan toekomt graag een tweede kans wil geven.
Dat past goed bij de opzet van de markt, waar bezoekers ook zelf een kleedje of kraampje kunnen gebruiken om spullen te verkopen. Tussen de spellen liggen onder andere titels rond In de Ban van de Ring en Moord in het Maanlicht.
Het favoriete spel van de verkoopster? Zombie Dice. En dat de liefde voor fantasy verder gaat dan alleen bordspellen blijkt uit haar oorbellen: aan de ene kant een paddenstoel, aan de andere een heksenhoed, gekocht op Castlefest.
Fearhoodie: van pixels naar glas-in-lood
Bij Fearhoodie stralen de kleuren je tegemoet. Franca tekent al haar hele leven en staat inmiddels ongeveer vier jaar op markten. Haar illustraties worden digitaal gemaakt op de iPad, maar vervolgens verwerkt tot allerlei fysieke producten, waaronder stickers, sleutelhangers en prints.
Een belangrijke inspiratiebron is Deltarune. Juist de relatief eenvoudige pixelstijl van de game geeft Franca de vrijheid om haar eigen interpretaties van de personages te maken.
Bijzonder zijn haar illustraties die eruitzien als glas-in-loodramen. Die stijl wil ze verder ontwikkelen in een nieuwe serie rond tarotkaarten. De eerste schetsen zijn inmiddels gemaakt.
Zelfs de inrichting van de kraam is in de loop der jaren gegroeid. Als bezoeker zag Franca hoe andere kunstenaars hun stands met grids en verhogingen opbouwden. Inmiddels staat ze zelf midden tussen haar kleurrijke creaties.
Links:Fearhoodie Instagram @fearhoodie Webshop
Fantasy voor de allerkleinsten
Soms zie je op een fantasyfestival een baby voorbijkomen die al volledig in stijl is aangekleed. Op de Tavern’s Market ontdek ik waar een deel van die kleding vandaan zou kunnen komen.
Astrea.kids specialiseert zich in kleding voor kinderen tot veertien jaar, met veel ontwerpen die aansluiten bij fantasy, D&D en andere geeky thema’s. Een van de populairste ontwerpen is een babyromper met een knipoog naar Thor: Only those worthy may pick me up.
Het idee voor de winkel ontstond uit eigen ervaring. Tijdens een middeleeuws festival kreeg het kind van de eigenaresse het koud, maar nergens was passende kinderkleding te vinden. Daar bleek een gat in de markt te zitten. In oktober werd het bedrijf gestart en inmiddels staat ze onder andere op Castlefest en Elfia.
De kleding wordt thuis bedrukt en persoonlijke verzoeken zijn welkom. Dat levert niet alleen unieke kleding op, maar ook nieuwe ideeën. Kinderen weten immers vaak uitstekend wat ze wel en niet leuk vinden.
Links:Instagram: @Astrea.kids Website
D&D wordt nóg leuker met een kasteel op tafel
Een paar kramen verder herken ik een stand die ik eerder op Runeheim zag. Bij Mythic Loot draait alles om accessoires voor bordspelavonden, en dan vooral voor Dungeons & Dragons.
Dobbelstenen liggen in boten, kastelen en boomstronken. Er zijn dice towers in allerlei fantasievormen en natuurlijk zijn er ook sieraden met dobbelstenen. Want hoewel je voor D&D theoretisch maar één set dobbelstenen nodig hebt, weet iedere speler hoe dat in de praktijk afloopt.
Vraag een D&D-speler hoeveel sets hij bezit en het antwoord is zelden “één”.
De fantasyliefde wordt ondertussen doorgegeven aan de volgende generatie. Bij de kraam loopt ook een jonge bezoeker rond met een drakenmuts. Gelukkig blijkt ze desgevraagd geen gevaarlijke draak, maar een vriendelijke.
Links:Website: Mythic lootInstagram @mythic_loot
Questenco: dobbelstenen rollen met een draak of eenhoorn
Ook voor jonge D&D-spelers is er genoeg te vinden op de Tavern’s Market. Bij Questenco ontdek ik kleurrijke dice towers in de vorm van onder andere een draak en een eenhoorn.
Voor wie nog nooit een dice tower heeft gebruikt: je gooit je dobbelstenen bovenin en laat ze door de toren naar beneden rollen. Deze exemplaren zijn speciaal voor kinderen gemaakt. Niet alleen leuk om naar te kijken, maar ook handig voor ouders die liever niet na iedere spelavond dobbelstenen onder de bank vandaan hoeven te vissen.
En zo blijkt zelfs iets simpels als het gooien van een dobbelsteen weer een excuus om wat extra fantasy aan tafel te brengen.
Kort: Questenco maakt kleurrijke dice towers voor kinderen, waaronder uitvoeringen in de vorm van draken en eenhoorns. Een speelse manier om jonge fantasy- en D&D-fans kennis te laten maken met dobbelspellen.
Links:Instagram: @questencoWebsite
De Boekendraak: op zoek naar dat ene fantasyboek
En dan kom ik bij een kraam waar ik eigenlijk uit zelfbescherming snel voorbij zou moeten lopen: planken vol boeken.
Boekendraak.nl verkoopt voornamelijk tweedehands boeken, met veel fantasy, historische fictie, dystopische verhalen en kinderboeken. Daarnaast verkopen ze ook nieuwe titels van Nederlandse en Belgische auteurs.
De liefde voor boeken is duidelijk geen verkooppraatje. Zodra ik naar favoriete fantasyboeken vraag, vliegen de titels in het rond. De Wetten van de Magie, Noorderwind, Raymond E. Feists Magiër, Robin Hobbs boeken en werk van V.E. Schwab worden genoemd. Ook Hollandos van de Nijmeegse auteur Pepijn Hamer staat prominent op tafel.
Opvallend is dat de eigenaren helemaal niet herkennen dat jongeren nauwelijks meer zouden lezen. Integendeel, ze zien juist veel jonge klanten gericht zoeken naar fantasy en dystopische verhalen. Ook kinderboeken lopen volgens hen goed.
Met tweedehands boeken proberen ze lezen bovendien betaalbaar te houden. En wie een specifiek boek zoekt dat niet in de webshop staat, kan een boekzoekverzoek indienen. De Boekendraak gaat dan op zoek naar de gewenste titel.
Een fantasyquest dus, maar dan door het digitale bos. Hopelijk zonder al te veel trollen onderweg. En als het boek uiteindelijk uit een grot tevoorschijn komt, wordt eerst het drakenslijm eraf gepoetst.
Links:Website: boekendraak.nlInstagram: @de.boekendraak
Klein van formaat, groot in fantasie
Met ongeveer dertig kraampjes is de Tavern’s Market geen enorm evenement. Misschien is dat juist een deel van de charme. Je loopt niet anoniem door eindeloze rijen verkoopstands, maar raakt voortdurend aan de praat met mensen die zelf tekenen, spellen spelen, kleding ontwerpen of boeken verzamelen.
En overal duikt dezelfde rode draad op: het enthousiasme voor verhalen met verbeeldingskracht. En die passie wordt zichtbaar in allerlei creatieve uitingen.
Aan het einde van mijn eerste rondje kom ik zelfs nog een oude bekende tegen: een mimic, een schatkist met tanden die menig D&D-avonturier liever gesloten laat. Tegelijkertijd klinkt de aankondiging dat over vijf minuten een D&D-sessie begint.
Genoeg reden dus om nog even in Nijmegen te blijven. Morgen, in het tweede deel, wandelen we verder langs de kraampjes en ontmoeten we nog meer fantasyfans!
Van Hamelen en Tolkien tot Robin Hobb, Nederlandse fantasyauteurs en zelfgebakken schoorsteenbrood: dit kwam deze week voorbij in de live podcast van Fantasyfans.nl.
Waarom houden sommige mensen zielsveel van fantasy en sciencefiction, terwijl anderen er werkelijk helemaal niets mee hebben? Voor veel fantasyfans begon die liefde ooit met één boek, film, televisieserie of misschien wel een bezoek aan een fantasyfestival. In de wekelijkse live podcast van Fantasyfans.nl ging ik deze week terug naar mijn eigen eerste kennismaking met fantastische werelden, maar natuurlijk waren er ook nieuwe boekentips, interviews en fantasyfood.
Hoe ben jij van fantasy gaan houden?
Fantasyfans vormen eigenlijk een bijzondere groep. Voor ons is het de normaalste zaak van de wereld om enthousiast te worden van draken, magie, elfen, ruimteschepen en verzonnen werelden. Maar een groot deel van de Nederlanders en Vlamingen loopt in de boekhandel schouderophalend langs de fantasyafdeling.
Hoe komt het dan dat wij wél gegrepen zijn door dit soort verhalen?
Voor mij begon het verrassend vroeg, met televisie. Als kind keek ik naar Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?, meestal kortweg Hamelen genoemd. Het was een Nederlandse televisieserie vol liedjes, kastelen, magie, vreemde wezens en bizarre avonturen. Iedere aflevering eindigde bovendien met een cliffhanger.
Dat laatste was in een tijd zonder streaming, internet of zelfs een videorecorder behoorlijk effectief. Een aflevering missen betekende dat je simpelweg niet wist hoe het verhaal verderging.
Een groot deel van Hamelen is later verloren gegaan doordat oude videobanden werden gewist en opnieuw gebruikt. Daardoor is één jeugdherinnering me altijd bijgebleven: een betoverd kasteel waarin kamers op onmogelijke manieren met elkaar verbonden waren en iemand met zijn hoofd en lichaam op verschillende plekken terechtkwam. Hoe dat afliep? Geen idee. Ik miste de volgende aflevering.
Maar Hamelen had zijn werk al gedaan. Ik wist al op jonge leeftijd dat er blijkbaar werelden bestonden waarin alles mogelijk was.
Van Oz naar Midden-aarde
Niet veel later ontdekte ik The Wizard of Oz. Ik wist niets over de geschiedenis van het boek en kende de beroemde film niet. Voor mij was het gewoon een fantastisch avontuur dat ik steeds opnieuw wilde lezen.
Rond mijn twaalfde vond ik vervolgens iets onverwachts in de boekenkast van mijn vader: een beduimeld exemplaar van The Hobbit.
Nog verrassender was dat mijn vader het daadwerkelijk had gelezen. Hij vertelde me dat er een vervolg bestond, The Lord of the Rings. Daarvoor moest ik alleen naar de volwassenenafdeling van de bibliotheek, en daar vonden ze mij eigenlijk nog te jong voor.
Na flink aandringen kreeg ik uiteindelijk toestemming, met als voorwaarde dat de bibliothecaresse mijn boeken eerst mocht controleren.
Zo liep ik uiteindelijk als twaalfjarige met The Lord of the Rings naar huis. Vanaf dat moment wist ik het zeker: dit waren werelden waarin ik de rest van mijn leven wilde blijven rondreizen.
The Dark Crystal, Star Wars en een droom om films te maken
Later kwam The Dark Crystal. Ik zag op de Duitse televisie een reportage over de film van Jim Henson en was onmiddellijk gefascineerd door de wezens, de wereld en de muziek. Toen de film in de bioscoop verscheen, moest ik hem zien.
Het wakkerde zelfs een nieuwe droom aan: misschien wilde ik later wel filmmaker worden en zelf zulke werelden creëren.
En natuurlijk was er Star Wars. Via mijn enthousiasme daarvoor begon ik jaren later, toen het internet nog jong was, een Star Wars-website. Die groeide uit tot een site met tienduizenden bezoekers per dag en bracht me uiteindelijk zelfs naar Amerika voor de première van The Phantom Menace en een bezoek aan Skywalker Ranch.
Opvallend genoeg hield ik die liefde voor fantasy en sciencefiction lange tijd behoorlijk gescheiden van de rest van mijn leven. Pas via podcasts begon ik uitgebreid te vertellen over de symboliek, mythologie, filosofie en religieuze symboliek in verhalen als Star Wars, The Lord of the Rings, Harry Potter en Narnia.
De ontdekking van de fantasycommunity
Een volgende grote verandering kwam toen ik voor televisie een programma wilde maken over de Efteling. Tijdens mijn voorbereidingen hoorde ik over een fantasyfestival bij Kasteel de Haar en besloot ik er te gaan filmen.
Dat werd mijn eerste Elfia.
Ik wist niet wat ik zag. Overal liepen cosplayers, er was muziek, het kasteel vormde een perfecte achtergrond en vooral: er waren duizenden andere mensen die kennelijk net zo enthousiast waren over fantastische werelden als ik.
Dat was misschien nog wel de grootste ontdekking. Fantasy was helemaal geen eenzame hobby.
Vanaf dat moment begon ik steeds vaker fantasyfestivals te bezoeken. Daar ontmoette ik ook Nederlandse en Vlaamse auteurs. Hun enthousiasme werkte aanstekelijk en uiteindelijk ontstond het idee om zelf fantasy te gaan schrijven.
Waarom blijft fantasy dan toch zo klein?
Maar als zoveel mensen eenmaal gegrepen worden door fantasy, waarom blijft het genre in Nederland en Vlaanderen dan relatief onzichtbaar?
Nederlandse en Vlaamse fantasyauteurs schrijven complete series die je in veel reguliere boekhandels nauwelijks tegenkomt. Ook televisieseries blijken kwetsbaar. Een kostbare fantasyproductie kan na enkele seizoenen alweer verdwijnen wanneer het niet genoeg kijkers trekt.
Misschien ligt daar ook een opdracht voor fantasyfans zelf. Vertel anderen over de boeken die je goed vindt. Neem iemand mee naar een festival. Deel een interview met een auteur. Laat zien dat fantasy veel breder is dan alleen draken, tovenaars en mensen met puntoren.
Deze week op Fantasyfans.nl: drie auteurs
De afgelopen week verschenen op Fantasyfans.nl weer verschillende auteursinterviews.
Denyse Landman-Bouw, die haar boeken publiceert als Denyse L.B., vertelde hoe het schrijven ooit begon als ontsnapping uit de dagelijkse hectiek van een jong gezin. Tussen de luiers, papjes en drie kleine kinderen vond ze in fantasy een wereld die helemaal van haarzelf was. Inmiddels heeft ze drie fantasyboeken gepubliceerd.
Ook sprak ik Adrian Stone, bekend van onder andere de Duivel-trilogie. In zijn nieuwe boek Het Labyrint speelt een jongen met autistische kenmerken een belangrijke rol. Hij kan magische spreuken die hij hoort reproduceren, en vormt daarmee een bedreiging voor de bestaande machtsstructuren rond magie. Stone putte voor bepaalde aspecten van het personage uit zijn eigen ervaringen.
Het derde gesprek was met Kirsten Groot, auteur van de Shirareta Sekai-serie. Haar fantasywereld werd sterk beïnvloed door Japanse taal, cultuur en mythologie. Wat ooit begon met het zoeken naar bijzondere woorden in een Japans woordenboekje groeide uit tot een veel grotere fascinatie, die uiteindelijk haar hele wereldbouw beïnvloedde.
Alle interviews zijn te vinden op Fantasyfans.nl.
Boekentip: Guard in the Garden
Tijd voor cozy fantasy. Deze week begon ik aan Guard in the Garden van Z.S. Diamanti.
De hoofdpersoon is Felton Holden, een dwergenkrijger die na een zware verwonding zijn oude leven achter zich moet laten. Hij trekt in bij zijn excentrieke tantes in een rustig district en ontdekt langzaam dat er meer in het leven bestaat dan oorlog.
Het is een verhaal over herstel, nieuwe vriendschappen, gemeenschap en een vleugje romantiek. Precies het soort boek waarbij je graag een tijdje in die wereld blijft hangen.
Audio boekentip: Robin Hobb in de herkansing
Mijn tweede boek van deze week was eigenlijk een herkansing.
Ongeveer een jaar geleden luisterde ik naar Assassin’s Apprentice van Robin Hobb. Iedereen vertelde me hoe geweldig Hobb was, maar ik kwam nauwelijks door het boek heen. Een belangrijke reden was de audioboekversie die ik beluisterde. De Engelstalig voorlezer klonk vlak en ongeïnteresseerd, waardoor ik na boek 1 niet meer verder heb gelezen.
Nu is er een nieuwe Engelstalige audioversie verschenen met een andere voorlezer. Ik ben opnieuw begonnen en de ervaring is totaal anders.
Het is laat zien hoeveel invloed een verteller heeft op onze ervaring van een verhaal. Stemgebruik, ritme, timing en karakterisering kunnen een verhaal echt tot leven brengen, of juist het tegenovergestelde bewerkstelligen.
Fantasyfood: zelf schoorsteenbrood maken
Tot slot natuurlijk de belangrijkste culinaire vraag van deze week: kun je dat heerlijke schoorsteenbrood van fantasyfestivals ook thuis maken?
Het antwoord is gelukkig: ja.
Schoorsteenbrood, bekend als kürtőskalács, komt oorspronkelijk uit Hongarije en omringende regio’s. Het bestaat uit zacht gistdeeg dat in lange repen rond een cilindervorm wordt gewikkeld. Het deeg wordt met boter bestreken, door suiker gerold en vervolgens gebakken totdat de buitenkant goudbruin en krokant is.
Voor thuisgebruik kun je een hittebestendige cilindervorm gebruiken. In de podcast bespreek ik ook de mogelijkheid om een schoon blikje, zorgvuldig omwikkeld met aluminiumfolie, als vorm te gebruiken.
Het deeg moet eerst ongeveer een uur rijzen. Daarna rol je het uit, snijd je er lange stroken van en wikkel je die rond de ingevette vorm. Bestrijk het deeg met boter, rol het door fijne suiker en bak het rondom goudbruin.
Dit staat bij mij in ieder geval op de lijst om binnenkort zelf uit te proberen.
Hier vind je een recept.
Wat was jouw toegangspoort tot fantasy?
Was het The Lord of the Rings, Harry Potter of Star Wars? Een boek dat een leraar je ooit gaf? Een tekenfilm, anime of game? Of liep je ooit nietsvermoedend een fantasyfestival binnen en dacht je: wacht eens even, dit zijn mijn mensen?
Laat het vooral weten in de reacties!
Elke keer als Kirsten Groot in een Chinees restaurant een vijver met grote witte vissen ziet, moet ze tegenwoordig aan draken denken.
Dat heeft alles te maken met een oud Oost-Aziatisch verhaal over een karper die tegen de stroom in zwemt. Als hij erin slaagt een waterval te overwinnen, verandert hij in een draak. Het is een beeld van volharding en toewijding dat nogal verschilt van de manier waarop draken vaak in westerse fantasy verschijnen.
‘Heel vaak zijn het meer een soort godenachtige wezens’, vertelt Kirsten over draken in Oost-Aziatische mythologie. ‘Het zijn hele wijze wezens, hele sterke wezens. Sommige zijn regengoden. Ze worden ook meer geassocieerd met water. Wij associëren draken heel erg met vuur.’
Dus wanneer ze die vissen ziet, denkt ze: ‘Dat zijn eigenlijk potentieel allemaal draken.’
Het is een klein voorbeeld van hoe diep Japanse en Oost-Aziatische invloeden inmiddels verweven zijn geraakt met Kirstens eigen verbeelding. Haar fantasytrilogie Shirareta Sekai, Japans voor ‘de bekende wereld’, is geïnspireerd door het vroegmoderne Japan. Haar personages dragen kimono en hakama, huizen hebben tatami op de vloer en tussen de fantastische wezens duiken kitsune en een Oosterse draak op.
Maar toen Kirsten haar wereld als veertienjarige begon te bedenken, wist ze nog nauwelijks iets van Japan.
Het begon allemaal met een woordenboekje.
Een fantasywereld die steeds Japanser werd
Kirstens oudere zus was fan van anime en had bij de bibliotheek een Japans-Nederlands woordenboekje geleend. Kirsten was op dat moment al bezig met een vroege versie van haar verhaal en zocht namen, vooral voor de landen in haar wereld.
Waarom geen Japanse woorden gebruiken?
‘We dachten: een andere taal is wel leuker. Nederlands klinkt misschien een beetje droog. Dus daarom had ik Japans gebruikt. En dat was echt met dat woordenboekje en Google Translate van die tijd. Grammaticaal klopte er niks van.’
Het had daarbij kunnen blijven. Een paar Japanse namen als versiering voor een verder traditionele fantasywereld.
Maar Kirsten werd nieuwsgierig.
Ze begon zich verder in Japan te verdiepen, raakte geïnteresseerd in Japanse muziek en leerde zelf Japans. Uiteindelijk ging ze zelfs Japanstudies studeren. En naarmate haar eigen kennis toenam, veranderde ook haar verhaal.
‘Er is steeds meer Japan in de boeken gekomen. Totdat ik echt dacht: weet je, ik ga er gewoon helemaal voor. Ik ga die hele wereld omgooien en ik ga er zoveel mogelijk invloeden in stoppen als ik kan.’
Daarmee veranderde niet alleen het decor. De Japanse inspiratie ging steeds dieper in de wereld zitten.
‘Het is door en door een fantasywereld’, zegt Kirsten. ‘Maar ik heb inderdaad als inspiratiebron vroegmodern Japan gebruikt.’
Die periode, grofweg van 1600 tot 1868, bepaalt veel van de sfeer. Geen middeleeuws-Europese huizen, laarzen en capes, maar kimono, hakama en tatami. Je trekt je schoenen uit wanneer je een huis binnengaat en slaapt op een mat op de grond.
Ook folklore vond een weg naar het verhaal. Op de boekomslagen zijn kitsune-maskers te zien en in de trilogie komen meerdere van deze bovennatuurlijke vossen voor, compleet met de bijzondere krachten die Kirsten uit Japanse volksverhalen kende.
En natuurlijk zijn er draken.
Een andere kijk op draken
De draak in Shirareta Sekai lijkt niet erg op Smaug.
Geen grote vleugels waarmee hij door de lucht klapwiekt, en vuur is al helemaal niet het eerste waar Kirsten bij zo’n wezen aan denkt. De inspiratie komt uit Oost-Aziatische verhalen, waarin draken veel sterker verbonden kunnen zijn met water, wijsheid en goddelijke macht.
‘Ik denk dat er wat meer ontzag voor die draak is, bewondering en respect.’
De draak in Kirstens verhaal kan praten en vliegen, maar heeft daarvoor geen vleugels nodig. Magie is voldoende.
Juist zulke details maken Shirareta Sekai herkenbaar als fantasy en tegelijkertijd anders dan de Europese traditie waarmee veel Nederlandse lezers zijn opgegroeid. Kirsten gebruikt bekende elementen zoals elfen en dwergen, maar plaatst ze in een wereld met een heel andere culturele achtergrond.
Een elf op de vlucht
Midden in die wereld leeft Ai.
Ze is tien jaar oud wanneer ze haar dorp moet ontvluchten. De koning heeft besloten dat magische wezens niet langer welkom zijn in zijn land. Elfen, dwergen en nimfen worden vervolgd.
Ai weet zich jarenlang verborgen te houden in een bos, maar wanneer er een elfenjacht begint, moet ze opnieuw vluchten. Ze trekt naar het zuiden en raakt steeds dieper verwikkeld in conflicten die veel groter zijn dan zijzelf.
Uiteindelijk ontdekt ze dat een wereldwijde ramp die haar ouders vijfhonderd jaar geleden meemaakten opnieuw dreigt plaats te vinden.
Daarnaast spelen burgeroorlogen en een terroristische groepering een rol en volgt Kirsten verschillende personages wier verhaallijnen uiteindelijk samenkomen.
Dat klinkt alsof er ergens een enorme stapel aantekeningen moet liggen waarop alles vooraf nauwkeurig is uitgedacht.
De werkelijkheid was een stuk rommeliger.
‘Ik begon met een plan en dat plan heb ik al vrij snel heel erg veranderd.’
Zelfs toen het eerste deel al bij de redacteur lag, twijfelde Kirsten nog over de richting waarin de trilogie moest gaan. Uiteindelijk haalde ze een personage dat ze voor een heel andere serie had bedacht naar Shirareta Sekai en maakte hem tot antagonist.
Het verhaal werd er beter van.
Alleen was er één probleem: deel twee was al geschreven.
‘Dat betekende dus wel dat het tweede deel dat ik toen had geschreven meteen helemaal de prullenbak in kon.’
Ze begon opnieuw.
‘Het duurde daardoor wel iets langer. Maar ik ben er wel heel blij mee dat ik het gedaan heb. Het is uiteindelijk een beter verhaal daardoor geworden.’
Even door je eigen wereld lopen
Intussen bleef ook Kirstens fascinatie voor het echte Japan groeien. Ze heeft het land inmiddels drie keer bezocht.
Tijdens haar meest recente reis bezocht ze met een vriendin onder meer het Fukagawa Edo Museum in Tokio. Daar is op ware grootte een stukje van het oude Edo nagebouwd uit precies de historische periode die als inspiratie diende voor haar boeken.
Opeens kon ze letterlijk door straten lopen die iets weg hadden van de wereld die ze jarenlang in haar hoofd had gezien.
‘Dan loop je daar en denk je: dit is inderdaad een beetje de sfeer waarin mijn personages zouden rondlopen.’
In Kyoto bezocht ze Jidai Matsuri, een historisch festival waarbij een lange stoet in kostuums verschillende periodes uit de Japanse geschiedenis verbeeldt.
‘Iedereen loopt zo langzaam. En je gaat zo langzaam terug in de tijd. Dat is echt heel gaaf gedaan.’
Voor iemand die zelf een complete wereld op historische Japanse invloeden heeft gebouwd, is het meer dan alleen toerisme. Zo’n museumstraat, kledingstuk of historisch gebruik kan ineens bevestigen of verdiepen wat jarenlang alleen op papier bestond.
Een Japanse ‘handtekening’
Tijdens ons gesprek op Heroes Dutch Comic Con blijkt hoezeer Kirstens wereld ook bij lezers aanslaat. Een bezoeker die de eerste twee delen al heeft gelezen, komt het slotdeel halen. Vooral de Japanse invloed is hem bijgebleven: ‘Ze heeft heel goed de Japanse cultuur meegenomen. De karakters zijn gewoon goed geschreven.’
Kirsten signeert het boek en zet er vervolgens een rode hanko bij, een persoonlijke naamstempel die in Japan als handtekening wordt gebruikt. Haar eigen exemplaar is in Japan gemaakt en draagt haar naam in tempelschrift.
Daarmee is de cirkel bijna rond. Als veertienjarige gebruikte Kirsten het Japanse woordenboekje van haar zus om namen voor haar fantasywereld te zoeken. Nu zet ze een Japanse naamstempel in het slotdeel van een complete trilogie die zonder dat woordenboekje waarschijnlijk heel anders was geworden.
En haar zus?
Die is al die tijd bij het verhaal betrokken gebleven. Ze werd een van Kirstens proeflezers en is nog altijd degene met wie ze over haar personages kan brainstormen. Vooral hoofdpersoon Ai blijkt soms lastig te doorgronden.
‘Als ik met zulke scènes vastzit, dan vraag ik aan mijn zus: wat vind jij ervan? Lees even. En dan gaan we erover praten.’
Vaak ziet haar zus precies waar het probleem zit.
‘Dan kan zij net aanwijzen: hier knelt het een beetje. En dan kan ik ook weer verder.’
Nog lang niet uitgekeken op haar wereld
Shirareta Sekai is inmiddels voltooid. Het laatste deel telt maar liefst 609 pagina’s, zelfs nadat tijdens de redactie alles is geschrapt wat niet echt nodig was.
‘Wat er allemaal in deel drie staat, is wel echt broodnodig voor het verhaal.’
Maar voltooid betekent niet dat Kirsten afscheid neemt van haar wereld.
Ze werkt alweer aan nieuwe projecten, waaronder een manga en een verhalenbundel die zich afspeelt in de wereld van Shirareta Sekai. Daarin wil ze verder ingaan op de ‘rode draad’, een belangrijk element uit de trilogie dat eveneens wortels heeft in Japanse en Chinese mythologie.
Misschien is dat niet zo vreemd. Shirareta Sekai is inmiddels veel meer geworden dan het verhaal dat Kirsten op haar veertiende begon te schrijven. De wereld groeide mee met haar eigen nieuwsgierigheid. Een paar opgezochte Japanse woorden leidden naar zelfstudie, Japanstudies, reizen naar Japan en uiteindelijk een fantasywereld waarin die fascinatie overal terug te vinden is.
En ergens onderweg veranderde ook de manier waarop Kirsten naar een vijver vol karpers kijkt.
Want je weet maar nooit.
Misschien zit er wel een draak tussen.
Links:
* Website van Kirsten Groot
* Mastodon | YouTube | Goodreads
* Bestel de boeken van Kirsten Groot
Wat gebeurt er als magie niet in handen is van tovenaars, maar van priesters en monniken? Of als een kleine groep magiërs alle magie in een wereld heeft gemonopoliseerd, totdat een twaalfjarige jongen ontdekt dat hij hun spreuken kan kopiëren door ze slechts één keer te horen?
Het zijn precies dit soort ideeën waarmee Adrian Stone graag speelt. In ruim twintig jaar bouwde hij verschillende fantasywerelden waarin bekende ingrediënten uit het genre worden gecombineerd met onderwerpen die je er misschien minder snel verwacht: religie, economie, macht en autisme.
Die aanpak leverde hem onder meer de Duivel-trilogie en Magycker op. Inmiddels zijn er zo’n 40.000 exemplaren van zijn boeken verkocht. En binnenkort kunnen lezers opnieuw een andere wereld binnenstappen. Op 15 september verschijnt zijn nieuwe roman Het Labyrint.
Deze keer begint het avontuur zelfs in onze eigen wereld.
‘Het begint in deze wereld en gaat vervolgens naar een parallel universum’, vertelt Stone. Veel meer wil hij er nog niet over kwijt. ‘Ik wil er niet te veel over vertellen, want het moet natuurlijk wel een verrassing blijven.’
Dat laatste past opvallend goed bij de manier waarop Stone zijn verhalen schrijft. Want ook hijzelf weet wanneer hij aan een nieuw boek begint liever niet precies wat hem onderweg te wachten staat.
‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’
Magie in handen van priesters
Die behoefte om iets anders te doen dan wat hij al kent, zat vanaf zijn eerste fantasyboeken in zijn werk.
Stone was zelf al lang voordat hij auteur werd een fanatieke fantasylezer. Rond zijn vijfentwintigste had hij naar schatting tussen de vijfhonderd en duizend boeken gelezen, voornamelijk fantasy en sciencefiction. Daarnaast speelde hij jarenlang Dungeons & Dragons.
Toen hij ongeveer twintig jaar geleden zelf een fantasyverhaal begon te bedenken, koos hij daarom niet voor een klassiek systeem met tovenaars die spreuken uitspreken.
Hij stelde zich een wereld voor waarin de magie bij priesters en monniken ligt. Zij kunnen de energie van hun goden kanaliseren. In die wereld bestaan vier verschillende religies, waarvoor Stone inspiratie vond in onder meer het christendom, hindoeïsme en boeddhisme.
Dat idee groeide uiteindelijk uit tot de Duivel-trilogie.
‘Je ziet niet zoveel boeken waarin de magie bij priesters en monniken ligt’, zegt Stone. Juist die afwijkende invalshoek zoekt hij bewust op. ‘Ik denk dat mijn boeken buiten de gebaande paden gaan. Ze zijn origineel en toegankelijk. Volgens mij is die combinatie het sterkste punt van mijn boeken.’
Een jongen die de regels van de magie breekt
Jaren later koos Stone in Magycker opnieuw voor een ongebruikelijke draai aan een bekend fantasygegeven.
In deze wereld wordt magie beheerst door een kartel van magiërs. Zij hebben er feitelijk een monopolie op.
Totdat een twaalfjarige autistische jongen ontdekt dat hij iets kan wat eigenlijk onmogelijk zou moeten zijn: als hij een spreuk één keer hoort, kan hij hem daarna zelf herhalen.
Daarmee vormt hij ineens een bedreiging voor het complete systeem.
‘Hij is heel intelligent en kan zich sterk concentreren, maar sociaal is hij niet zo sterk’, vertelt Stone. ‘Wanneer er op hem wordt gejaagd, levert dat interessante en soms ook komische situaties op. Hij wordt een heel belangrijk persoon in die wereld, omdat hij de enige is die het monopolie kan doorbreken. Maar voor hem is het ongemakkelijk om daarmee om te gaan, en voor de mensen om hem heen is het soms ook ongemakkelijk om met hem om te gaan.’
Het idee komt opnieuw voort uit iets wat Stone zelf goed kent. Hij omschrijft zichzelf als licht autistisch en herkent autisme ook binnen zijn familie.
Maar er zit nóg een stuk van zijn eigen leven in die wereld verstopt.
Stone studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkte jarenlang als belegger. Voor Magycker combineerde hij die achtergrond met fantasy: wat gebeurt er wanneer je magie behandelt als een economisch goed waarover een kleine groep de controle heeft?
Zo komen twee ogenschijnlijk totaal verschillende werelden bij elkaar. Een magisch systeem wordt ineens ook een economisch systeem, en een jongen die de regels van magie doorbreekt, verstoort daarmee tegelijkertijd de machtsverhoudingen van een complete samenleving.
Macht heeft altijd een keerzijde
Religie en economie lijken misschien ongebruikelijke inspiratiebronnen voor fantasy, maar voor Stone raken ze aan een thema dat in verschillende vormen in zijn boeken terugkeert: wat macht met mensen en systemen doet.
‘Te veel macht corrumpeert. Dat is een thema dat steeds terugkomt. En dat geldt zowel voor religie als voor economie.’
Toch schrijft Stone zijn verhalen niet om zijn lezers een bepaalde boodschap mee te geven. De ideeën mogen onder de oppervlakte aanwezig zijn, maar het avontuur staat voorop.
‘In de eerste plaats wil ik mensen vermaken. Als ik zelf lees, wil ik tenslotte ook vermaakt worden.’
Dat plezier van de lezer staat ook voorop in Stones schrijfstijl. Zijn romans mogen dan dik zijn en thema’s als religie, economie en macht bevatten, hij wil niet dat lezers zich erdoorheen moeten worstelen.
‘Mijn schrijfstijl is zo dat je eigenlijk al halverwege een boek bent voordat je het doorhebt.’
Die reactie krijgt hij ook terug van zijn publiek. Stone vertelt dat zelfs ouders van kinderen met dyslexie hem hebben laten weten dat hun zoon of dochter zijn boeken wel kan lezen als ze er rustig de tijd voor nemen, terwijl veel andere boeken te moeilijk zijn.
‘Dat betekent niet dat er geen diepgang in de boeken zit, want die is er wel. Maar mijn schrijfstijl is heel toegankelijk.’
Voor Stone zit de aantrekkingskracht van zijn fantasy juist in die combinatie: werelden die net even anders in elkaar zitten, maar verhalen waarin je gemakkelijk kunt verdwijnen.
Eerst zichzelf verrassen
Stone noemt zichzelf een organische schrijver. Hij weet doorgaans hoe een verhaal begint en eindigt, maar wat er tussen die twee punten gebeurt, ontdekt hij tijdens het schrijven.
‘Ik weet hoe het verhaal begint en ik weet hoe het eindigt, maar ik weet niet precies wat er tussenin gebeurt. Ik laat het boek zichzelf eigenlijk ontdekken.’
Die manier van werken past volgens hem ook goed bij hoe zijn eigen brein werkt. Een volledig uitgestippeld verhaal werkt voor Stone minder goed dan de vrijheid om tijdens het schrijven nieuwe richtingen te ontdekken.
Soms moet hij daardoor terug naar een eerder hoofdstuk om iets aan te passen, maar echt grote problemen levert die aanpak hem zelden op. Voor Stone is het onbekende juist onderdeel van het plezier.
Van belegger naar fulltime schrijver
Lange tijd schreef Stone zijn fantasy naast een totaal andere carrière. Hij werkte als belegger en schreef zijn eerste romans grotendeels in zijn vrije tijd. In die periode lag zijn tempo hoog: ongeveer één boek per jaar.
Maar uiteindelijk bleek die combinatie te veel.
‘Na een aantal jaren kreeg ik een burn-out en moest ik het wat rustiger aan doen. Daarna kreeg ik een tweede burn-out. Ik deed gewoon te veel.’
Stone stopte met zijn werk als belegger en ging relatief vroeg met pensioen.
‘Nu richt ik me alleen nog op schrijven, want dat is eigenlijk mijn grootste passie.’
Het tempo van vroeger probeert hij niet meer te halen. Hij schrijft vooral ‘s middags, soms ‘s avonds en niet iedere dag. Waar hij vroeger ongeveer één boek per jaar schreef, kan hij tegenwoordig een paar jaar over een boek doen.
Stone ziet daarbij ook een verband met zijn autisme. Het vermogen om zich sterk te concentreren kan bij het schrijven een voordeel zijn, maar heeft volgens hem ook een keerzijde.
‘Als je autistisch bent, is het heel moeilijk om iets los te laten. Dat is eigenlijk waarom ik twee burn-outs heb gekregen. Je gaat verder dan je zou moeten. Elke medaille heeft twee kanten.’
‘Blijf dicht bij jezelf’
Dat Stone zoveel uit zijn eigen interesses en ervaringen in zijn fantasy verwerkt, is geen toeval. Het is ook het belangrijkste advies dat hij geeft aan mensen die zelf willen schrijven.
‘Probeer niet iets te schrijven omdat een bepaald thema op dat moment commercieel succesvol is. Blijf dicht bij jezelf.’
Voor Stone betekende dat schrijven over onderwerpen die hem daadwerkelijk bezighouden.
‘Ik ben altijd dicht bij mezelf gebleven. Ik heb altijd veel interesse gehad in spiritualiteit en religie, daarom zit dat in mijn boeken. Autisme, daarom zit dat in mijn boeken. Economie, daarom zit dat in mijn boeken.’
En wie denkt dat je jong moet beginnen om nog schrijver te kunnen worden: Stone was zelf al begin veertig toen hij serieus romans begon te schrijven.
‘Het is nooit te laat.’
Het Labyrint
Lang hoeven we niet meer te wachten om te ontdekken wat Stone deze keer heeft bedacht. Het Labyrint verschijnt op 15 september bij Luitingh-Sijthoff.
Het boek verschijnt ook als luisterboek en krijgt daarbij twee verschillende Nederlandstalige versies. De Nederlandse versie wordt opnieuw ingesproken door Frank Rigter. Daarnaast komt er een Vlaamse uitvoering, ingesproken door Pieter-Jan de Smet, een geliefde en hoog gewaardeerde Vlaamse luisterboekstem.
Over het verhaal zelf laat Stone voorlopig weinig los. Alleen het uitgangspunt wil hij verklappen: Het Labyrint begint in onze eigen wereld en voert de personages vervolgens naar een parallel universum. Wat ze daar aantreffen, zullen lezers straks zelf moeten ontdekken.
Misschien is dat maar goed ook. Want zoals Stone zelf zegt:
‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’
Links:
* De website van Adrian Stone
* Adrian Stone op Facebook
* Bestel ‘Het Labyrint’
From the publisher's feed