Gelukkig De Mens - De vrijzinnige Bijbelpodcast

Gelukkig De Mens - De vrijzinnige Bijbelpodcast

By Gelukkig De Mens - De vrijzinnige BijbelpodcastReligion & Spirituality
Download on the App Store

Gelukkig De Mens - De vrijzinnige Bijbelpodcast episodes

  • 131. Eerlijk
    Een eerlijke god. Eentje die de waarheid vertelt. Zonder vaag taalgebruik, maar gewoon zegt waar het op staat. Benieuwd? Luister dan nu de aflevering: Eerlijk.
    Luister via alle bekende kanalen (#spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts) en natuurlijk via onze website www.gelukkigdemens.nl/131-eerlijk of je eigen podcastapp
    Jesaja 57
    De rechtvaardige gaat te gronde
    en niemand bekommert zich erom;
    ook trouwe mensen sterven,
    maar niemand ziet in
    dat de rechtvaardige sterft
    doordat er onrecht heerst.
    Toch – wie de rechte weg bewandelt
    zal rust hebben op zijn sterfbed
    en de vrede binnengaan.
    Maar jullie, kom dichterbij,
    kinderen van een waarzegster,
    nageslacht uit ontucht en overspel.
    Over wie maken jullie je zo vrolijk?
    Tegen wie zetten jullie zo’n grote mond op,
    naar wie steek je je tong uit?
    Zijn jullie zelf geen kinderen uit zonde,
    nageslacht van leugen en bedrog?
    Jullie hartstocht brandt onder terebinten,
    onder elke bladerrijke boom.
    Jullie slachten kinderen in de wadi’s,
    onder overhangende rotsen.
    Tussen de gladde stenen in de rivier
    komen jullie zelf te liggen,
    dat is je bestemming.
    Daar heb je immers wijnoffers gebracht
    en graanoffers opgedragen.
    Zou ik om zulke mensen treuren?
    Je plaatste je bed op een hoogverheven berg,
    je ging de berg op om een offer te brengen.
    Achter je deur en je deurpost
    heb je je schandelijke tekens geplaatst.
    Je hebt je van mij afgekeerd:
    naakt en wellustig spreidde je het bed,
    je sprak een prijs af met je mannen,
    je sliep maar al te graag met hen
    en bekeek hun lid aandachtig.
    Je boog je over je minnaars
    met olie en balsem in overvloed.
    Je stuurde je boden naar verre oorden,
    zelfs tot diep in het dodenrijk.
    Het vele reizen matte je af,
    maar nooit zei je: ‘Ik geef het op.’
    Je lusten werden bevredigd,
    dat hield je op de been.
    Voor wie ben je zo bang en beducht
    dat je leugens blijft verspreiden?
    Aan mij heb je niet gedacht,
    om mij je niet bekommerd.
    Ik heb al te lang gezwegen,
    je hebt geen ontzag meer voor mij.
    Ik zal je vertellen
    wat dat fraaie gedrag van jou waard is.
    Je godenverzameling zal je niet baten;
    ook al schreeuw je het uit,
    ze zullen je niet redden:
    de wind tilt ze op, een zuchtje wind voert ze weg.
    Maar ieder die bij mij schuilt
    zal het land in bezit nemen
    en mijn heilige berg in eigendom krijgen.
    Troost voor de treurenden
    Toen werd er gezegd:
    ‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk!
    Verwijder elk struikelblok.’
    Dit zegt hij die hoog is en verheven,
    die troont in eeuwigheid – heilig is zijn naam:
    In hoogheid en heiligheid zal ik tronen
    met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn,
    opdat de onaanzienlijke geest herleeft,
    opdat het verslagen hart tot leven komt.
    Want niet eindeloos blijf ik twisten,
    niet eeuwig duurt mijn toorn.
    Al doe ik de levensadem stokken,
    ik ben het ook die het leven geeft.
    Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht,
    ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen.
    Maar zij gingen onverdroten voort
    op de weg die ze zelf hadden gekozen.
    Ik heb gezien wat ze deden,
    maar toch zal ik hen genezen, hen leiden
    en hun barmhartigheid bewijzen.
    Treurenden bied ik troostrijke woorden:
    Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij
    – zegt de HEER –, ik zal genezing brengen.
    Maar de goddelozen blijven onrustig
    als de zee, die nooit rust kent;
    haar golven woelen vuil en modder op.
    Goddelozen zullen geen vrede kennen – zegt mijn God.
    24 min
  • 130. Troost
    Is er ook een podcastaflevering over troost? Dat was de vraag die Wieteke deze keer kreeg. Daarvoor deze week een schitterende tekst uit Job. Over tegenslag, proberen te troosten en een tekst waar je zelf ook troost uit kunt halen.
    Deze aflevering heet Troost. Luister via alle bekende kanalen (#spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts) en natuurlijk via onze website www.gelukkigdemens.nl/130-troost of je eigen podcastapp
    Job 7:
    Is het aardse leven van de mens geen slavendienst,
    brengt hij zijn dagen niet door als een dagloner?
    Als een slaaf smacht hij naar schaduw,
    als een dagloner wacht hij op zijn loon.
    Maanden van leegte heb ik ervaren,
    nachtenlang werd ik door ellende overmand.
    Als ik ga slapen, vraag ik: “Wanneer sta ik weer op?”
    Maar de avond duurt en duurt
    en onrust vervult me tot de ochtendwind komt.
    Mijn lichaam is met wormen en korsten bedekt,
    mijn huid verschilfert en laat los.
    Mijn dagen gaan sneller dan een weversspoel,
    ze haasten zich naar een einde zonder hoop.
    Bedenk toch: in een zucht is mijn leven voorbij,
    nooit weer zal mijn blik het goede aanschouwen.
    Het oog dat op mij is gericht, zal niets zien:
    u kijkt naar mij, maar ik zal er niet zijn.
    Zoals wolken verwaaien en verdwijnen,
    zo daalt de mens voorgoed af in het dodenrijk.
    Naar zijn huis keert hij niet terug
    en zijn woonplaats zal hem niet meer kennen.
    Maar ik zal mijn mond niet houden,
    zo beklemd als mijn hart is, zal ik spreken,
    zo bitter als mijn ziel is, zal ik klagen.
    Ben ik de zee of het zeemonster?
    Moet u mij daarom bewaken?
    Want als ik zeg: “In mijn bed vind ik troost,
    mijn slaap zal mijn verdriet verzachten,”
    dan schrikt u mij met dromen op,
    en de beelden die ik zie, jagen me angst aan.
    Liever zou ik gewurgd worden en sterven
    dan in dit lichaam blijven.
    Ik kan niet meer, ik zal niet eeuwig leven;
    laat mij toch met rust, mijn dagen zijn al vluchtig.
    Waarom acht u de mens zo hoog?
    Waarom krijgt hij al die aandacht van u?
    Elke ochtend dringt u zich aan hem op,
    u onderzoekt hem, elk ogenblik opnieuw.
    Wanneer wendt u uw blik eens af,
    wanneer gunt u mij even rust, zodat ik kan slikken?
    Heb ik gezondigd?
    Heb ik u iets misdaan, bespieder van de mens?
    Waarom hebt u mij tot mikpunt gekozen?
    Ik ben mezelf al tot last.
    Waarom negeert u mijn misstappen niet?
    Waarom gaat u niet voorbij aan mijn fouten?
    Weldra zal ik tot stof zijn vergaan,
    u zult naar me zoeken, maar ik zal er niet zijn.’
    25 min
  • 129. Terug in bed
    Je hebt van die dagen… Je hebt van die dagen dat je het liefste terug in bed kruipt. Terug onder de dekens en je verstoppen voor de rest van de wereld. Van die dagen dat alles wat je probeert mis gaat. Die dagen dat het niet lukt. Maar weet ook, het kan altijd erger.
    Richteren 5
    Die dag zongen Debora en Barak, de zoon van Abinoam, dit lied:
    ‘Loof de HEER, omdat Israël zijn haren dreigend loswierp,
    loof de HEER, omdat Israël zich meldde voor de strijd.
    Koningen en vorsten, luister en hoor toe hoe ik de HEER bezing,
    een lied zing voor de HEER, de God van Israël.
    HEER, de aarde beefde toen u voortschreed vanuit Seïr;
    toen u optrok vanuit Edom stortte water uit de hemel en de wolken neer.
    Voor de heerser van de Sinai wankelden de bergen,
    voor u, HEER, u, de God van Israël.
    Onder Samgar, de zoon van Anat, in de tijd van Jaël,
    begaf geen karavaan zich nog op weg.
    Wie toch op reis moest, nam de kronkelpaden.
    Aanvoerders ontbraken, het land kende geen leiding
    Verkoos men andere goden, dan stond de vijand voor de poorten;
    ons leger telde veertigduizend man, maar van schild of speer geen spoor.
    Loof de HEER!
    Ik dank hen die niet aarzelden de strijders aan te voeren.
    Reizigers, gezeten op gezadelde ezelinnen,
    en ook jullie die te voet moeten gaan,
    overstem met je verhalen het geklets bij de bronnen
    en laat ieder bij het drenken zingen van de HEER die overwon,
    van de overwinning door zijn aanvoerders voor Israël behaald.
    Daar trok het volk van de HEER ten strijde, voorwaarts vanuit de steden.
    Ga voorop, Debora, vuur ons aan en zing een lied!
    Barak, val aan! Grijp de vijand, jij zoon van Abinoam!
    Daar trokken toen de ware aanvoerders ten strijde,
    het volk van de HEER trok met zijn helden op.
    Uit Efraïm kwamen zij die in Amalek wonen
    en voegden zich bij jou en je verwanten, Benjamin.
    Uit Machir kwamen aanvoerders, uit Zebulon de leiders van het leger.
    Uit Issachar sloten de vorsten zich bij Debora aan.
    Na Issachar kwam Barak; hij ging het volk voor in de vlakte.
    Maar de stam Ruben bleef steeds maar overleggen.
    Wat hield je bij je schaapskooi en het fluitspel van je herders?
    Ruben bleef maar overleggen,
    Gilead kwam de Jordaan niet over, Dan bleef bij zijn schepen,
    Aser bleef aan zee en verliet zijn havens niet,
    maar Zebulon en Naftali waagden hun leven op de heuvels.
    Daar kwamen de koningen, de stadsvorsten van Kanaän.
    Zij streden bij Taänach, bij Megiddo, aan de oever van de stroom,
    maar er viel voor hen geen zilver buit te maken.
    De sterren aan de hemel streden mee tegen de vijand,
    zij hadden in hun baan zich tegen Sisera gekeerd.
    Vorsten werden meegesleurd door het water van de Kison,
    de Kison, die aloude en snelstromende rivier.
    Ga voort, mijn ziel, ga voort!
    Dreunend klonk de hoefslag van zijn wegstormende paarden,
    van zijn schitterende paarden, in onstuimige galop. [...]
    23 min
  • 128. Soap
    Deze week de bijbelse Goede Tijden, Slechte tijden; de sterfbedrede van Jakob. Veel smeuiger krijg je het niet.
    Luister nu naar de aflevering Soap. Luister via alle bekende kanalen (#spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts) en natuurlijk via onze website www.gelukkigdemens.nl/128-soap of je eigen podcastapp
    Genesis 49
    Daarop liet Jakob al zijn zonen bij zich roepen en zei: ‘Kom allemaal hier, dan zal ik jullie vertellen hoe het je in de toekomst zal vergaan.
    Kom hier en luister, zonen van Jakob,
    luister naar Israël, je vader.
    Ruben, mijn oudste zoon ben jij,
    de eerste vrucht van mijn manlijke kracht,
    in fierheid en macht de voornaamste.
    Onstuimig ben jij als het water –
    nee, jij zult niet de voornaamste zijn,
    want jij hebt je vaders bed beslapen,
    je vaders legerstee ontwijd.
    Hij heeft mijn bed beslapen!
    Simeon en Levi zijn altijd samen,
    zij beramen niets dan geweld.
    Ik wil niet deelnemen aan hun beraad,
    op hun bijeenkomsten wil ik niet zijn.
    In woede ontstoken doden zij mannen,
    moedwillig verlammen ze stieren.
    Vervloekt zij hun grimmige woede,
    vervloekt hun ontembare razernij.
    Ik zal hen verstrooien over Jakobs volk,
    hen over Israël verspreiden.
    Juda, jou zullen je broers bejubelen,
    voor jou buigt de vijand de nek,
    voor jou zullen mijn zonen zich buigen.
    Sterk als een jonge leeuw ben jij,
    je verovert je prooi, mijn zoon,
    en keert naar je leger terug.
    Juda gaat liggen als een leeuw,
    vol majesteit vlijt hij zich neer –
    wie zou hem durven wekken?
    In Juda’s handen zal de scepter blijven,
    tussen zijn voeten de heersersstaf,
    totdat hij komt die er recht op heeft,
    die alle volken zullen dienen.
    Aan een wijnstok bindt hij zijn ezel,
    aan een wingerd het jong van zijn ezelin,
    in wijn wast hij zijn gewaad,
    in druivenbloed zijn bovenkleed.
    Zijn ogen fonkelen door de wijn,
    zijn tanden zijn wit van de melk.
    Zebulon, aan de zee zal hij wonen,
    aan zijn strand de schepen ontvangen.
    Zijn gebied strekt zich uit tot aan Sidon.
    Issachar is een sterke ezel,
    liggend tussen de manden.
    Hij zag hoe weldadig de rust was
    en hoe bekoorlijk het land;
    er werd hem zwaar werk opgelegd,
    hij boog zich en droeg zijn last.
    Dan, hij handhaaft het recht van zijn stam
    als elk van de stammen van Israël.
    Dan, hij is een slang op de weg,
    een adder op het pad;
    hij bijt het paard in de hielen,
    de berijder komt ten val.
    Op uw hulp hoop ik, HEER!
    Gad, een roversbende belaagt hem,
    maar hij achtervolgt zijn belagers.
    Aser, rijk aan de fijnste spijzen,
    voedsel voor koningen brengt hij voort.
    Naftali, een hinde in vrijheid,
    die prachtige kalveren werpt.
    Een vruchtbare wijnstok is Jozef,
    een vruchtbare plant bij een bron,
    met ranken die reiken tot over de muur.
    De boogschutters, zij haatten hem,
    zij tergden hem en schoten.
    Maar zijn boog bleef gespannen,
    zijn armen en handen soepel,
    door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob,
    door de nabijheid van de Herder, de Rots van Israël,
    door de God van je vader, de Ontzagwekkende.
    Hij moge je helpen, hij moge je zegenen
    met zegeningen van de hemel daar boven
    en van de oervloed in de diepte,
    met zegeningen van borsten en moederschoot.
    De zegen van je vader is rijker
    dan de zegen van de eeuwige bergen,
    de kostelijke rijkdom van de eeuwige heuvels.
    Moge die zegen op Jozef rusten,
    de uitverkorene onder zijn broers.
    24 min
  • 127. Wie wij zijn
    In deze aflevering een stukje Bijbel waar erg veel kwaad mee is gedaan. Tipje van de sluier: paradijs, adam, eva, appel, slang… Maar als je goed leest, staat er misschien wel wat anders. Luister nu naar de aflevering Wie wij zijn. Luister via alle bekende kanalen (#spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts) en natuurlijk via onze website www.gelukkigdemens.nl/127-wie-wij-zijn of je eigen podcastapp
    Genesis 3:14-19
    God, de HEER, zei tegen de slang:
    ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan,
    het vee zal je voortaan mijden,
    wilde dieren wenden zich af;
    op je buik zul je kruipen
    en stof zul je eten,
    je hele leven lang.
    Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw,
    tussen jouw nageslacht en het hare,
    zij verbrijzelen je kop,
    jij bijt hen in de hiel.’
    Tegen de vrouw zei hij:
    ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last,
    zwoegen zul je als je baart.
    Je zult je man begeren,
    en hij zal over je heersen.’
    Tegen de mens zei hij:
    ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw,
    gegeten van de boom die ik je had verboden.
    Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan,
    zwoegen zul je om ervan te eten,
    je hele leven lang.
    Dorens en distels zullen er groeien,
    toch moet je van zijn gewassen leven.
    Zweten zul je voor je brood,
    totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen:
    stof ben je, tot stof keer je terug.’
    19 min
  • 126. Uitverkoren
    We hebben deze keer een brief van Petrus te pakken. En een waarschuwing: het is geen gemakkelijke brief. Wieteke probeert er kaas van te maken. En als je door de plechtige, statige taal heen weet te luisteren, kun je nog wel eens verrast kunnen worden.
    Deze aflevering heet Uitverkoren en is te beluisteren via alle bekende kanalen (#spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts) en natuurlijk via onze website www.gelukkigdemens.nl/126-uitverkoren of je eigen podcastapp.
    Petrus 1:
    Van Petrus, apostel van Jezus Christus. Aan de uitverkorenen die als vreemdelingen verspreid in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië verblijven, door God, de Vader, voorbestemd om, geheiligd door de Geest, gehoorzaam te zijn aan Jezus Christus en met zijn bloed besprenkeld te worden. Genade zij u en vrede, in overvloed.
    Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden. Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren. U hebt hem lief zonder hem ooit gezien te hebben; en zonder hem nu te zien gelooft u in hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde, omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding. Wat die redding inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade die u ten deel zou vallen. Zij probeerden vast te stellen op welke tijd en op welke omstandigheden Christus’ Geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze hun zei dat Christus zou lijden en daarna in Gods luister zou delen. Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor u, en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige Geest die vanuit de hemel werd gezonden. Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen.
    Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart. Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst, maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want ik ben heilig.’ En aangezien u hem die iedereen beoordeelt naar zijn daden, zonder aanzien des persoons, Vader noemt, moet u tijdens uw leven als vreemdeling ook ontzag voor hem hebben. U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. Al voor de grondvesting van de wereld is hij door God uitgekozen, en nu is hij, aan het einde van de tijd, verschenen omwille van u. Door hem gelooft u in God, die hem uit de dood heeft opgewekt en hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof tevens hoop is op God.
    Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord. ‘De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’ Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
    23 min
  • 125. Ruimte
    Deze week hebben we een Psalm in de aanbieding. Een psalm die behoorlijk vaak gecoverd is (bijvoorbeeld door ene Jezus). Vaak worden stukjes van deze tekst tijdens pasen gebruikt, maar waar kom the nou vandaan?
    Luister nu de aflevering Ruimtevia #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/125-ruimte of je eigen podcastapp.
    Psalm 118
    Loof de HEER, want hij is goed,
    eeuwig duurt zijn trouw.
    Laat Israël zeggen:
    ‘Eeuwig duurt zijn trouw’ –
    het huis van Aäron zeggen:
    ‘Eeuwig duurt zijn trouw’ –
    wie de HEER vreest, zeggen:
    ‘Eeuwig duurt zijn trouw.’
    In mijn nood heb ik geroepen: ‘HEER!’
    En de HEER antwoordde, hij gaf mij ruimte.
    Met de HEER aan mijn zijde heb ik niets te vrezen,
    wat kunnen mensen mij doen?
    Met de HEER, mijn helper, aan mijn zijde,
    kijk ik op mijn haters neer.
    Beter te schuilen bij de HEER
    dan te vertrouwen op mensen.
    Beter te schuilen bij de HEER
    dan te vertrouwen op mannen met macht.
    Alle volken hadden mij ingesloten
    – ik weerstond ze met de naam van de HEER –
    ze sloten mij van alle kanten in
    – ik weerstond ze met de naam van de HEER –
    ze sloten mij in als een zwerm bijen
    maar doofden snel als een vuur van dorens
    – ik weerstond ze met de naam van de HEER.
    Jullie sloegen mij en ik viel,
    maar de HEER heeft geholpen.
    De HEER is mijn sterkte, mijn lied,
    hij gaf mij de overwinning.
    Hoor, gejubel om de overwinning
    in de tenten van de rechtvaardigen:
    de rechterhand van de HEER doet machtige daden,
    de rechterhand van de HEER verheft mij,
    de rechterhand van de HEER doet machtige daden.
    Ik zal niet sterven, maar leven
    en de daden van de HEER verhalen:
    de HEER heeft mij gestraft,
    maar mij niet prijsgegeven aan de dood.
    Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
    ik wil binnengaan om de HEER te loven.
    Dit is de poort die leidt naar de HEER,
    hier gaan de rechtvaardigen binnen.
    Ik wil u loven omdat u antwoordde
    en mij de overwinning gaf.
    De steen die de bouwers afkeurden
    is een hoeksteen geworden.
    Dit is het werk van de HEER,
    een wonder in onze ogen.
    Dit is de dag die de HEER heeft gemaakt,
    laten wij juichen en ons verheugen.
    HEER, geef ons de overwinning,
    HEER, geef ons voorspoed.
    Gezegend wie komt met de naam van de HEER.
    Wij zegenen u vanuit het huis van de HEER.
    De HEER is God, hij heeft ons licht gebracht.
    Vier feest en ga met groene twijgen
    tot aan de horens van het altaar.
    U bent mijn God, u zal ik loven,
    hoog zal ik u prijzen, mijn God.
    Loof de HEER, want hij is goed,
    eeuwig duurt zijn trouw.
    25 min
  • 124. Ingrijpen
    Nog eentje dan. Nog een verhaal over David en dan sluiten we de reeks af (althans we kunnen niet beloven dat er in de toekomst niet nog hier en daar een afleveringetje komt). Maar voor nu het laatste verhaal over David. En een indringend verhaal. Een verhaal dat je aangrijpt. Een verhaal waar God ingrijpt. En hoe.
    Luister nu de aflevering Ingrijpen via #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/124-ingrijpen of je eigen podcastapp.
    2 Samuel 12:1-25
    Hij stuurde de profeet Natan naar David toe om hem het volgende te vertellen: ‘Er woonden eens twee mannen in dezelfde stad, een rijke en een arme. De rijke man had heel veel geiten, schapen en runderen, de arme man had niet meer dan één lammetje kunnen kopen. Hij koesterde het en het groeide bij hem op, samen met zijn kinderen. Het at van zijn brood en dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot; hij had het lief als een dochter. Op zekere dag kreeg de rijke man een gast op bezoek. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om de reiziger een van zijn eigen geiten, schapen of runderen voor te zetten. Daarom nam hij het lammetje van de arme man en zette dat zijn gast voor.’ David ontstak in woede over de rijke man en zei tegen Natan: ‘Zo waar de HEER leeft, de man die zoiets doet verdient de dood. Viervoudig moet hij het lam vergoeden, omdat hij zich zo harteloos heeft gedragen.’ Toen zei Natan: ‘Die man, dat bent u! Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik was het die je zalfde tot koning van Israël, ik was het die je redde uit de greep van Saul. Have en goed van je heer, en de vrouwen van je heer erbij, heb ik jou in de schoot geworpen; de heerschappij over Israël en Juda heb ik aan jou overgedragen. Als dat je te weinig is, zal ik er nog het een en ander aan toevoegen. Waarom heb je dan mijn geboden met voeten getreden door iets te doen dat slecht is in mijn ogen? De Hethiet Uria is door jouw toedoen gedood. Je hebt hem zijn vrouw afgenomen en hem in de strijd tegen de Ammonieten laten vermoorden [...]
    22 min
  • 123. Goed lezen
    We hebben deze week weer een schitterend verhaal. Over de ark, over David die danst en zingt, over heiligheid, over venijn en over goed lezen en afwachtend oordelen
    Luister nu de aflevering Goed lezen via #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/123-goed-lezen of je eigen podcastapp.
    2 Samuel 6
    Weer riep David alle weerbare mannen van Israël bijeen; het waren er dertigduizend. Hij ging met zijn gevolg op weg om de ark van God op te halen uit Baäla in Juda, de ark waaraan een bijzondere naam verbonden is: die van de HEER van de hemelse machten, die op de cherubs troont. Ze haalden de ark van God uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel ligt, en laadden hem op een nieuwe wagen. Abinadabs zonen Uzza en Achio leidden de wagen; Achio liep voor de ark uit. David en de Israëlieten speelden voor de HEER op allerlei muziekinstrumenten van hout en op lieren en harpen, op tamboerijnen, rinkelbellen en cimbalen. Toen ze langs de plek kwamen waar Nachon zijn graan dorste, gingen de ossen daar op af. Uzza stak zijn hand uit en greep de ark van God vast. De HEER ontstak in woede tegen Uzza en strafte hem ter plekke voor zijn onachtzaamheid, zodat hij op slag dood was. David werd kwaad omdat de HEER Uzza had doorkliefd. Hij noemde die plaats Peres-Uzza, en zo heet het daar tot op de dag van vandaag. Toen werd David bang voor de HEER en hij vroeg zich af: Hoe kan de ark van de HEER ooit bij mij in Jeruzalem komen? Hij durfde de ark niet meer terug te leiden op de weg naar de Davidsburcht, en liet de wagen afslaan naar het huis van Obed-Edom, een Gatiet. De ark van de HEER bleef drie maanden in het huis van Obed-Edom, en de HEER zegende Obed-Edom en zijn hele huishouden.
    Toen koning David hoorde dat de HEER Obed-Edom en zijn familie en bezittingen had gezegend vanwege de aanwezigheid van de ark van God, ging hij naar het huis van Obed-Edom om de ark feestelijk in te halen in de Davidsburcht. Telkens als de dragers van de ark van de HEER zes passen gedaan hadden, offerde hij een stier en een vetgemeste koe. Vol overgave danste hij voor de HEER, slechts gekleed in een linnen priesterhemd. Onder gejuich en stoten op de ramshoorn brachten David en de Israëlieten de ark van de HEER de berg op. Toen de ark de Davidsburcht werd binnengedragen, stond Michal, de dochter van Saul, al op de uitkijk bij haar venster. Ze zag koning David dansen en springen voor de HEER, en haar hart vulde zich met minachting. De ark van de HEER werd neergezet in de tent die David ervoor had opgericht, en David bracht de HEER brandoffers en vredeoffers. Na afloop daarvan zegende hij het volk in de naam van de HEER van de hemelse machten. Aan heel het volk, aan alle aanwezige Israëlieten, zowel de mannen als de vrouwen, liet hij brood, gedroogde dadels en rozijnen uitdelen. Daarna ging iedereen naar huis. Ook David ging naar huis, om zijn familie en bedienden te zegenen. Michal kwam hem tegemoet en zei: ‘De koning van Israël heeft zich vandaag wel bijzonder waardig gedragen! Als de eerste de beste dwaas heeft hij zich voor de ogen van zijn slavinnen en onderdanen ontbloot!’ David antwoordde: ‘Dat deed ik voor de HEER, die mij heeft aangesteld als vorst over het volk van de HEER, over Israël, en mij zo heeft verkozen boven jouw vader en heel zijn familie; voor de HEER danste ik! En al zou ik me nog erger vernederen, al zou ik me zelfs in mijn eigen ogen verlagen, dan nog zou ik in aanzien staan bij de slavinnen over wie je spreekt.’ Michal, de dochter van Saul, zou kinderloos blijven tot op de dag van haar dood.
    23 min
  • 122. Puzzelstukjes
    Een nieuw verhaal van David. En goed verhaal op het eerste gezicht. Maar lees je iets dieper, dan blijken er toch wat zaken niet helemaal te kloppen en rechtgebreid te zijn.
    Luister nu de aflevering Puzzelstukjes via #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/122-puzzelstukjes of je eigen podcastapp.
    2 Samuel 5:1-16
    Alle stammen van Israël kwamen bij David in Hebron en zeiden tegen hem: ‘Hier zijn we, uw eigen vlees en bloed. Ook vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde, was u degene die de troepen van Israël aanvoerde. De HEER heeft u beloofd: Jij zult mijn volk Israël weiden; jij zult vorst over Israël zijn.’ De oudsten van Israël kwamen bij de koning in Hebron. Daar sloot koning David ten overstaan van de HEER een verdrag met hen, en zij zalfden hem tot koning van Israël. David was dertig jaar toen hij koning werd en hij regeerde veertig jaar: vanuit Hebron regeerde hij zeven jaar en zes maanden over Juda en vanuit Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar over heel Israël en Juda.
    De koning en zijn mannen trokken op naar Jeruzalem, waar de Jebusieten woonden. De Jebusieten zeiden tegen David: ‘U komt er niet in! Sterker nog: de lammen en de blinden zullen u verjagen! David komt er niet in!’ Toch veroverde David de bergvesting van Sion, de huidige Davidsburcht, en hij verklaarde: ‘Wie de Jebusiet wil verslaan, hoeft slechts de watertoevoer af te snijden. En wat de lammen en de blinden betreft, die veracht ik uit de grond van mijn hart.’ Daarom zegt men: Lammen en blinden, die komen het huis niet in.
    David ging in de bergvesting wonen en noemde deze de Davidsburcht. Hij liet een muur bouwen die liep van het Millobolwerk tot aan het paleis. In de loop der tijd werd David steeds machtiger, want de HEER, de God van de hemelse machten, stond hem terzijde. Koning Chiram van Tyrus stuurde afgezanten naar David en leverde hem cederhout en timmerlieden en steenhouwers voor de bouw van het paleis. David besefte dat de HEER hem als vorst over Israël had aangesteld, en hem ten behoeve van Israël, zijn volk, tot een machtig koning had gemaakt.
    Na zijn komst uit Hebron nam David nog meer vrouwen en bijvrouwen, afkomstig uit Jeruzalem, en kreeg hij nog meer zonen en dochters. Dit zijn de namen van de zonen die in Jeruzalem geboren werden: Sammua, Sobab, Natan en Salomo, Jibchar, Elisua, Nefeg en Jafia, en Elisama, Eljada en Elifelet.
    20 min

About Gelukkig De Mens - De vrijzinnige Bijbelpodcast

From the publisher's feed

Gelukkig de mens is een podcast over de bijbel voor mensen van nu. Het zijn korte reflecties vanuit oude teksten en verhalen, op zoek naar de gemeenschappelijke deler: de mens. Of je nu in God gelooft…

More shows like Gelukkig De Mens - De vrijzinnige Bijbelpodcast

Die Storiekas by Anton & Nelien Smith

Die Storiekas

0 Listeners