Als zoon van een machtige koning lijkt Casimir voorbestemd voor de troon. Hij groeit op tussen diplomatie, oorlogsdreiging en strategische huwelijksplannen. Toch wordt hij steeds vaker ’s ochtends vroeg alleen aangetroffen, knielend voor een gesloten kerkdeur, ver weg van het hofleven dat op hem wacht. Terwijl anderen dromen van macht, wil Casimir eigenlijk een ander leven. Wat doe je als de wereld je een kroon aanreikt, maar je hart om iets heel anders vraagt?