Waarom zijn gesubsidieerde filmtheaters ook alweer op aarde?
Die vraag dient op gezette tijden beantwoord te worden, want in populistische kringen heeft men daar niet altijd oog voor.
Neem Jos Stelling, niet de regisseur maar de bioscoopondernemer Jos Stelling te Utrecht. Sinds jaar en dag beweert hij hetzelfde te doen als de gesubsidieerde filmtheaters, maar dan zonder subsidie.
Jos Stelling was al de uitbater van het Springhaver Theater en het Louis Hartlooper Complex en in april van dit jaar opende hij in datzelfde Utrecht zijn derde filmtheater: het Slachtstraat Filmtheater. Precies op de plek waar eind 2018 het oudste filmtheater van ons land, filmtheater ’t Hoogt, zijn deuren moest sluiten.
Hoe erg was dat eigenlijk? En hoe dienen we om te gaan met Jos Stellings voortdurende strijd tegen de gesubsidieerde filmvertoningssector?
Uw verslaggevers Nico van den Berg en Alex de Ronde gingen daarover in gesprek met twee gesubsidieerde filmtheaterdirecteuren: Géke Roelink van Filmhuis Den Haag en Raymond Walravens van de twee Rialto’s in Amsterdam: Rialto De Pijp en Rialto VU.
Géke Roelink is trouwens onlangs bekroond met de Achievement Award 2022 van UNIC, de Europese branchevereniging van filmvertoners. In het juryrapport staat onder meer dat Géke gelooft ‘’dat films cruciaal zijn voor een harmonieuze samenleving.’’ Maar dit terzijde.
Jos Stelling zat virtueel aan tafel en krijgt af en toe het woord, in enkele fragmenten uit een gesprek dat we een paar weken eerder voerden met hem en met zijn huisbaas, Suzan te Brake, directeur van het Utrechts Monumentenfonds.
Niet onbelangrijk: alle huidige en vroegere directeuren van ’t Hoogt weigerden ons in alle toonaarden te woord te staan.