In een heuse concerttempel leren ze over metrum en melodieën.
Mijn kleinkinderen wanen zich popsterren tijdens hun muziekkamp.
Na afloop is er een kerstconcertje.
Het licht dimt, de performers gloeien van verwachting, de eerste kerstklanken resoneren in de zaal.
De kinderen stralen als sterren.
Ze zingen zich schor en bootsen wat schutterig de gebaren van de juf na.
Al die aandacht is magisch, maar best wat eng.
Voor het kleine broertje, naast ons in de rode pluche, blijft het concept mysterieus?
‘Wat probeert die mijnheer daar vooraan de hele tijd te toveren met zijn toverstok?’
‘Vrede, schat. Hij tovert vrede!’