1 De weg der sterren opent zich in mij, wanneer ik vaker naar de hemel kijk. Ik zie hoe groot de wereld is voorbij het kleine dat mijn aandacht steeds ontwijkt.
2 Wij scheppen voort, verlangen naar het licht, maar vaak verliezen wij ons eigen vuur. Wie voor zijn eigen grootheid wegvlucht, richt zijn blik niet op het diepste van zijn uur.
3 Zie dan de wereld aan, ontwaak en leef; in jou zijn stof en eeuwigheid verbonden. Zij branden stil, één vlam die God je geeft, een licht dat woont in ongekende gronden.
4 Kies nu de weg: bemin de wereld zacht, geef heel jezelf, laat liefde in je wonen. Of kies het pad dat neemt en slechts verslindt, waar blindheid heerst en harten worden schromen.
5 Wie niet kan zien, niet geven, niet vergeven, verliest zijn ziel aan duisternis en pijn. Maar wie het licht verkiest, zal waarlijk leven — o God, laat mij op uw gekozen weg zijn.