
Sign up to save your podcasts
Or


Opa heeft zijn kleinzoon politiek gevormd, maar inmiddels worden ze het niet meer met elkaar eens. Terwijl zijn kleinzoon de pro-Russische regering in Georgië vreest, ziet opa weinig in de EU.
Eigenwijze snotneuzen zijn het, moppert de opa over zijn kleinzoon en diens vrienden. Opa Archiko is de naaste verwant van de twintigjarige Alexander Beraia, hoewel ze honderden kilometers van elkaar leven: Alexander woont in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, Archiko in een dorp in het noordwesten, dicht bij Abchazië. Ze bellen elkaar meerdere malen per week. Als Alexander een gedicht schrijft, is zijn opa van 78 de eerste die het mag horen.
Maar sinds enige tijd maken opa en zijn kleinzoon vaak ruzie
Het gaat altijd over politiek. Alexander is bezorgd over de toekomst van zijn Georgië. Ongerust ziet hij toe hoe Rusland Oekraïne met geweld in zijn invloedssfeer wil dwingen. En hij vreest dat de Georgische regering zijn vaderland met een reeks wetten en repressieve maatregelen steeds meer op Rusland laat lijken. Daarom protesteert Alexander al meer dan een jaar voor het parlement in de hoofdstad Tbilisi, sinds de regering in november 2024 de gesprekken over toetreding tot de EU opschortte.
Wat opa Archiko van zijn kant niet begrijpt: hij ziet zijn kleinzoon en diens vrienden de verkeerde kant op gaan. Hoog tijd dus voor een familiegesprek, dat Die Zeit mag bijwonen en dat veel duidelijk zal maken over het huidige Georgië en zijn conflicten.
Zeven uur was Alexander onderweg om zijn opa te bezoeken. Pachulani heet het dorp waar die laatste woont. Koeien grazen er langs de straat, in de tuinen groeien palmen, citroenbomen en wijnstokken. In een van de eengezinswoningen met versierde buitentrappen zitten kleinzoon en opa nu samen aan de eettafel. In de houtoven knettert het. Het is lekker warm. Alexander zit aan de tafel naast zijn oma. Zijn moeder serveert koffie, gedroogde vijgen en bonbons. Dan komt ze erbij zitten.
Archiko Gogochia is een man met een hoekig gezicht, een bromstem en een grote zonnebril die zijn ogen verbergt, want hij is al bijna twintig jaar blind. Zijn kleinzoon studeert politicologie in Tbilisi. Eigenlijk hebben opa en kleinzoon elkaar veel te vertellen. En in feite, vindt Alexander, zou de strijd die hij nu voert voor de Georgische onafhankelijkheid zijn opa bekend moeten voorkomen. Die vocht in het begin van de jaren negentig nog voor de territoriale eenheid van Georgië tegen het door Rusland gesteunde Abchazië, dat zich had afgescheiden.
‘De Europeanen willen ons voorschrijven waar we onze toiletten moeten bouwen en waar de varkensstal heen moet!’
Hij was altijd politiek geïnteresseerd en had Alexander al vroeg duidelijk gemaakt wat de waarde van vrijheid is. Maar als zijn kleinzoon nu over politiek praat, verheft opa zijn stem: ‘De Europeanen willen ons voorschrijven waar we onze toiletten moeten bouwen en waar de varkensstal heen moet! Dat laten we niet over onze kant gaan!’ Zijn wijsvinger zwaait in de lucht.
Zijn kleinzoon schudt het hoofd. ‘De EU doet toch helemaal niets, opa!’ zegt hij. Het klinkt hulpeloos. Opa Archiko laat zich niet tegenhouden. ‘Ik heb in 1989 gedemonstreerd voor de onafhankelijkheid van Georgië van de Sovjet-Unie. Ik heb in 1993 voor Georgië een oorlog uitgevochten. En dat allemaal niet om nu onder de knoet van de EU te leven.’
Bij de parlementsverkiezingen van 2024 stemde Archiko op Georgische Droom, de partij die de laatste jaren steeds pro-Russischer is geworden. En hoewel ongeveer 80 procent van de Georgiërs aansluiting bij de EU wil, hoewel toetreding tot de EU zelfs als doelstelling in de Georgische grondwet is verankerd, won die partij de verkiezingen. Hoe is dat te rijmen? En waarom kiest iemand als Archiko, die dertig jaar geleden tegen Rusland vocht, nu voor een pro-Russische partij?
‘De Europeanen willen dat wij Georgiërs een tweede front tegen Rusland beginnen,’ zegt hij. Zijn vrouw wil iets zeggen, maar hij praat door. ‘De Russen kunnen immers niet in twee landen tegelijk vechten. Dan wordt het voor Oekraïne makkelijker om zich te verdedigen. Maar wij willen geen oorlog!’ Alexander fronst. ‘Waar haal je dat vandaan, opa? Dat is toch waanzin!’ – ‘Nou, dat heb ik op tv gehoord,’ zegt hij, ‘op alle zenders.’
Er zou een ‘globale oorlogspartij’ bestaan, en de EU zou in Georgië een marionettenregering willen installeren
Wie wil begrijpen waarom regeringspartij Georgische Droom zo veel steun in het land krijgt, kan niet om de televisie heen. De oligarch Bidzina Ivanisjvili, een soort grijze eminentie in de regeringspartij, financiert de zenders die antiwesterse boodschappen uitzenden: er zou een ‘globale oorlogspartij’ bestaan, en de Europese Unie zou in Georgië een marionettenregering willen installeren.
Maar waarom slaat die propaganda aan? Misschien omdat ze inspeelt op iets wat de meeste mensen in Georgië kennen: angst. Voor oorlog, voor vreemde machten, voor het verlies van eigen grondgebied. Ze vermengt het verleden met het heden, rijt oude wonden weer open – de Russische tanks, de gebombardeerde Georgische steden. Wie dat heeft meegemaakt, vergeet het niet meer. En in Georgië hebben velen dat meegemaakt: na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verloor Georgië eerst Abchazië in een oorlog. In 2008 verloor het Zuid-Ossetië. Tegenwoordig wordt 20 procent van het Georgische grondgebied door Rusland bezet.
Welbeschouwd zou de anti-Russische propaganda moeten floreren, maar de regeringspartij werpt zich in deze tijd op als garantie voor stabiliteit: alleen met haar zal het niet tot een oorlog met Rusland komen. Verleden jaar heeft Georgische Droom voor de parlementsverkiezingen in het hele land affiches laten ophangen waarop zwart-witbeelden te zien zijn van verwoeste Oekraïense steden, met daarnaast foto’s van Georgische dorpen en de slogan: ‘Met ons nooit meer oorlog’. Dat slaat aan, in een land dat meer dan eens een oorlog heeft meegemaakt.
20 procent van het Georgische grondgebied is bezet
Archiko leunt achterover, de handen op de knieën. ‘We hebben een eigen grondwet, eigen wetten en een zelfgekozen regering. We hebben goed opgeleide volksvertegenwoordigers – onze premier heeft in Duitsland rechten gestudeerd! De EU moet zich er niet mee bemoeien.’ De oude man vertolkt de angst voor een marionettenregering die op de Georgische tv wordt aangewakkerd. Want ook de kiezers van de pro-Russische regeringspartij willen een onafhankelijk Georgië.
Alexander slaakt een diepe zucht. ‘Opa, kun je een voorbeeld noemen? Waar bemoeit de EU zich dan mee?’ ‘Nou, ze dringt ons haar lhbti-onzin op. Wij willen niet dat hier mannen met mannen en vrouwen met vrouwen…’ Hij maakt zijn zin niet af en voegt eraan toe: ‘Zoiets gaat hier niet gebeuren!’ Alexander zakt dieper weg in zijn stoel. Wat zijn opa zegt, bevalt hem duidelijk niet.
‘En bij de wet op buitenlandse agenten – daar steekt de EU ook haar neus in zaken die haar niet aangaan,’ zegt Archiko. Die ‘agentenwet’, die officieel de ‘Wet op transparantie van buitenlandse invloeden’ heet en in 2024 werd aangenomen, was voor Alexander een reden om voor het eerst de straat op te gaan tegen de regering. En het was de aanleiding voor de eerste ruzie met zijn opa over politiek. Het had hem diep geraakt, zegt Alexander, dat uitgerekend zijn opa – die in de zomer van 2023 al sterk beïnvloed was door de televisie – niet wilde erkennen dat het eigenlijke probleem een wet naar Russisch voorbeeld is, en niet inmenging van de EU.
De wet verplicht organisaties en media die minstens 20 procent van hun middelen uit het buitenland krijgen om zich te registreren als ‘actief in opdracht van een buitenlandse macht’. Daardoor vallen ze onder strenge controle door de overheid. De wet dient om ongewenste stemmen van onafhankelijke media en organisaties te elimineren.
En dat herinnert duidelijk aan de manier waarop Rusland ooit zijn autoritaire koers inzette
De EU heeft de Georgische regering meerdere malen dringend verzocht de wet niet in te voeren. Toch werd hij aangenomen. ‘Maar je vindt wel dat de regering pro-Russisch is, opa?’ ‘Nee, hoezo? Die is pro-Europees! Rusland heeft onze gebieden bezet! Ik kan toch niet Russisch willen zijn!’ ‘Maar vind je niet dat de Russische en de Georgische regering op elkaar lijken? Bijvoorbeeld wat betreft die wet op buitenlandse agenten?’ vraagt Alexander. ‘Nee. Wij zijn een democratisch land, daarom willen we toch ook in de EU.’
Ja? Wil je toch in de EU?’ ‘Natuurlijk,’ bromt opa, ‘maar niet in deze EU.’ Tien, vijftien jaar geleden was de EU nog democratisch, vindt Archiko. Zo stelt ook de Georgische regering het voor: ze is niet openlijk anti-Europees, de partij gebruikt zelfs EU-symbolen in de verkiezingsstrijd. Maar ze stelt de EU wel in een kwaad daglicht en beweert dat die is veranderd. Zo lukt het de regering om de spagaat uit te voeren: om enerzijds de tegenstanders van de EU aan te spreken, maar anderzijds de voorstanders niet te verliezen die al jaren op toetreding hopen. Want dat betekent voor hen: een rechtstaat, welvaart, investeringen. Maar vooral zien ze in de EU een bescherming tegen Rusland.
‘Neutraliteit zou nu beter zijn, zoals Zwitserland,’ vindt Archiko echter. Van de andere kant van de kamer roept oma: ‘Nee, wacht even! Wij willen toch in de EU?’ Zij heeft bij de verkiezingen niet op Georgische Droom gestemd. Alexander knikt naar haar. ‘Wij hebben Rusland als buur,’ zegt hij. ‘Opa, ik wil dat wij lid worden van de EU en de NAVO, zodat ik niet hoef mee te maken hoe mijn huis wordt verwoest – zoals papa dat vroeger in Abchazië moest aanzien.’ ‘Natuurlijk, we willen allemaal in vrede leven,’ zegt Archiko. ‘Poetin is een bezetter – niet alleen in Oekraïne, ook in Abchazië en Zuid-Ossetië. De NAVO zou Oekraïne meer wapens moeten leveren,’ vindt hij opeens – in de woonkamer heerst plotseling grote eenstemmigheid. Maar dan voegt hij eraan toe: ‘Zelensky heeft ook schuld aan de oorlog.’ Oma hapt naar adem. Opeens praat iedereen door elkaar. ‘Wat zeg je nu?’ windt Alexander zich op. ‘Hou je mond, jij weet niets!’ roept opa. ‘Poetin heeft toch gezegd dat hij niet zou aanvallen als Oekraïne geen lid wordt van de EU en van de NAVO?’
‘Ik moet bijna janken,’ fluistert Alexander. ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’ Dan zegt hij hardop: ‘Opa, dat is toch inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne. Dat land moet zelf kunnen beslissen welke bondgenoten het kiest. Net zoals wij dat ook zelf willen beslissen.’ Archiko brengt er niets tegenin. Misschien heeft hij Alexander gewoon niet gehoord. Misschien wil hij het niet horen. ‘Wij bemoeien ons niet met andermans zaken, en bij ons moeten ze dat ook niet doen,’ zegt opa Archiko nog eens. ‘Alle landen, groot of klein, moeten dezelfde rechten hebben.’ Hij wendt zich tot Alexander: ‘Ik vind het niet goed dat jij aan die protesten meedoet.’ Alexander spreekt hem tegen: ‘Ik protesteer tegen de pro-Russische koers van de regering, opa. Voor de onafhankelijkheid van Georgië, net als jij vroeger.’
Het is avond. Iedereen gaat een luchtje scheppen. Alleen opa blijft op de bank zitten. Over de tuin hangt mist. Aan de kakibomen hangen glanzende vruchten als kleine lampions. Een poosje zwijgt iedereen. Dan vertelt Alexander dat het toch zijn opa was die hem politiek heeft gevormd, die vroeger met hem sprak over de geschiedenis van Georgië. Die hem tot degene heeft gemaakt die hij nu is.
Alexanders oma knikt. Ze is zesenzeventig, twee jaar jonger dan haar man. Een hoofddoek hangt los over haar haren, haar huid is getekend door vele jaren zon. ‘Hij hoort te veel propaganda. Vroeger praatte hij niet zo. Ik ken hem haast niet terug,’ zegt ze. Al vijftig jaar zijn ze getrouwd. Hoe komt het dat de propaganda bij haar niet werkt? Ze haalt haar schouders op. ‘Ik zap altijd weg.’ Zij informeert zich op internet, ze leest bijvoorbeeld de Russischtalige BBC-website.
Het wordt donker in Pachulani. Alexander gaat met zijn moeder naar de buren, zijn oom en tante, voor het avondeten. De tafel is overladen: maïspap met kaas, tomaten, ingelegde augurken, gebakken aubergine, kip. Tante haalt chatsjapoeri uit de oven, een traditioneel gerecht van deeg en kaas. Alexanders moeder heeft tot nog toe nauwelijks iets gezegd. Ze kromp alleen in elkaar toen haar vader over Zelensky’s schuld sprak. Nu kijkt ze haar zoon aan. ‘Wanneer hou je eindelijk eens op met je activisme? Het is gevaarlijk.’ Ze maakt zich zorgen om hem, want deelnemen aan de protesten is riskant: wie de straat voor het parlement ‘blokkeert’, moet intussen niet alleen rekening houden met hoge boetes, maar ook met straffen tot vijftien dagen hechtenis. Alexander is al twee keer tot 5000 lari veroordeeld, ongeveer 1600 euro. Betaald heeft hij nog niet – hij heeft dat geld niet.
‘We moeten vechten voor onze vrijheid. Ik kan niet gewoon thuis blijven zitten’
Toch haalt hij nu zijn schouders op. ‘We moeten vechten voor onze vrijheid. Ik kan niet gewoon thuis blijven zitten.’ Hij schept zijn bord op en begint een gesprek met zijn oom. De blik van zijn moeder blijft lang op hem rusten. De laatste toost van de avond is op Oekraïne.
De legalisering van psilocybine bij psychotherapie wordt in Tsjechië – als eerste EU-land – met open armen én enige voorzichtigheid ontvangen.
‘Opeens weet je dat je problemen kunnen worden opgelost. Wat de oplossing is weet je niet, maar wel weet je dat er een oplossing bestaat en dat je de tijd hebt om die te zoeken. Dat stelt je gerust.’ Zo beschrijft de zeventiger Vladimir de ervaring die vijf jaar geleden op een novembermiddag zijn leven voorgoed veranderde. De depressies waaraan hij leed vanaf het moment dat hij alleen voor de opvoeding van zijn twee zoons was komen te staan, en die in de loop der jaren erger waren geworden, verdwenen en zouden nooit meer met dezelfde hevigheid terugkomen. De verschillende psychiatrische behandelingen die hij als eenzame alleenstaande ouder had uitgeprobeerd hadden weliswaar voor verademing gezorgd, maar dat was telkens slechts van korte duur geweest, waarna het alleen maar weer erger werd. ‘Depressies verlammen je, slopen je en beroven je van je levenslust,’ zegt hij om deze vicieuze cirkel te beschrijven. ‘Je ziet geen uitweg meer.’
Toen zijn behandelend arts hem zo’n vijf jaar geleden het advies gaf deel te nemen aan een onderzoek van het Nationaal instituut voor geestelijke gezondheid (NUDZ) naar de effecten van de stof psilocybine, reageerde Vladimir aanvankelijk terughoudend. De chemische stof, die van nature voorkomt in paddo’s, brengt een verandering teweeg in je staat van bewustzijn. Volgens de Tsjechische wet valt de stof onder de verboden middelen. ‘Van drugs heb ik altijd een afkeer gehad,’ zegt Vladimir, die niet rookt en sinds een operatie aan zijn alvleesklier ook geen alcohol meer drinkt.
Maar uiteindelijk liet hij zich overtuigen door de veelbelovende uitkomsten die het onderzoek tot dan toe had laten zien. Ook wakkerde het nummer ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ van zijn favoriete band The Beatles – dat over lsd zou gaan, de hallucinogene stof die verwant is aan psilocybine – zijn interesse enigszins aan. Het psilocybinetablet dat hij op doktersadvies innam voordat hij geblinddoekt op een comfortabele bank ging liggen om met een koptelefoon naar elektronische muziek te luisteren, leek iets te kunnen waar geen enkel medicijn daarvoor toe in staat was geweest: het verbeterde zijn mentale gezondheid.
Vanaf januari is deze optie beschikbaar voor iedereen die haar nodig heeft. Als eerste EU-land heeft Tsjechië in de zomer van 2025 het gebruik van psilocybine bij psychotherapie gelegaliseerd. Daarmee is het met Australië, Nieuw-Zeeland en Zwitserland wereldwijd een van de pioniers geworden op het gebied van deze therapie, die volgens velen een van de meest veelbelovende psychiatrische ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw is.
Het onderzoek naar psychedelische substanties beleefde zijn hoogtijdagen na de Tweede Wereldoorlog. Dankzij psychiaters als Stanislav Grof en Miloš Vojtěchovský behoorde Tsjechoslowakije wereldwijd tot de koplopers op dit gebied. De populairste stof, lsd, werd destijds door het staatsbedrijf Spofa met dozen tegelijk aan psychiatrische klinieken geleverd, terwijl de artistieke en wetenschappelijke elite deelnam aan officiële experimenten. Doordat drugs echter op steeds meer plekken verboden werden, kwam er een wereldwijd verbod op psychedelica. Het onderzoek naar de stoffen, die als een revolutie in de geestelijke gezondheidszorg werden gezien, werd voor enkele decennia in de ijskast gezet.
‘Ik geloofde dat een gedeelde mystieke ervaring, het besef dat we hier niet slechts van onze geboorte tot onze dood zijn, maar deel uitmaken van iets groters, een tegengif zou zijn tegen de oorlog in Vietnam,’ zei de Amerikaanse activist Rick Doblin, een van de drijvende krachten achter de zogeheten ‘psychedelische renaissance’, dit jaar in een interview met Respekt, waarin hij herinneringen ophaalde aan zijn jeugd. Psychedelica waren in de jaren zestig bepalend voor zijn generatie. Nooit heeft Doblin het geloof in het potentieel van psychedelische middelen opgegeven. Ondanks het strikte verbod op drugs dat halverwege de jaren tachtig werd ingevoerd, richtte hij de non-profitorganisatie MAPS op, die eraan bijdroeg dat vergeten stoffen beetje bij beetje weer in de geneeskunde terugkeerden. En toen er deze eeuw weer opnieuw onderzoek werd gedaan, leverde dat indrukwekkende uitkomsten op.
Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen
Om een voorbeeld te noemen: een onderzoek uit 2016 toonde aan dat 67 procent van de patiënten met een klinische depressie binnen een week na de inname van een psychedelicum verlichting ervoer. Bij de meerderheid van hen hield het effect zelfs langer dan drie maanden aan. Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen, waarvan de traditionele farmacologische behandeling al enige tijd is gestagneerd. ‘Zonder Stanislav Grof waren we niet geweest waar we nu zijn,’ zei Doblin in juni op een conferentie in Praag, waarmee hij de Tsjechische bijdrage op dit gebied prees.
En het blijft niet bij de herinnering aan de beroemde founding fathers. Tsjechische psychiaters zijn in het nieuwe millennium op de rijdende trein van de psychedelische renaissance gesprongen, en het NUDZ behoort nu zelfs tot de meest gerespecteerde instituten wereldwijd die onderzoek doen naar psychedelica.
Deskundigen zijn er tegenwoordig van overtuigd dat de mentale toestand van iemand die een psychedelische sessie ondergaat van fundamentele invloed is op het verloop ervan. Daarom probeerde Vladimir op advies van artsen en psychotherapeuten, die hem op de ervaring hadden voorbereid, met zijn beste humeur naar de sessie te komen. Hij nam zijn vrouw mee ter ondersteuning en had souvenirs van zijn reizen naar Bali en Thailand bij zich. Nadat hij het tablet met een nauwkeurig afgemeten dosis had ingeslikt en op de bank was gaan liggen, gebeurde er aanvankelijk helemaal niets. Tot hij zich ineens realiseerde dat hij de muziek uit de koptelefoon, die hij normaal gesproken alleen met zijn gehoor zou waarnemen, voor zijn ogen zag. ‘Ik zag kleuren die niet in woorden te vatten zijn, omdat ze niet bestaan,’ zo probeert hij de ervaring te beschrijven.
Achter Vladimirs gesloten oogleden begonnen bekende kunstwerken ‘in onwerkelijke kleuren’ op te duiken, zoals de Dame met de hermelijn van Leonardo da Vinci. En hij zag [de hooggelegen Praagse wijk] Vyšehrad: ‘Ik keek van de heuvel naar beneden en zag daar ineens in de donkere rivier een ingang naar een andere wereld, de grens tussen het bekende en het onbekende,’ zo herinnert hij zich het moment dat de chemische stof ten volle was ingetreden.
Opnieuw voelde hij de brandende twijfel of hij ondanks al zijn inspanningen wel een goede vader voor zijn zoons was geweest. Hij bedacht wat hij fout had gedaan. Maar toen hij door de geheime poort de andere wereld was binnengetreden, verdween de behoefte om al zijn beslissingen in goed en slecht op te delen. ‘Ik realiseerde me dat één mislukte poging niet het einde hoeft te zijn. Dat gaf me een geweldig perspectief. Alles viel ineens op zijn plek,’ aldus de gepensioneerde, die in zijn leven heel wat beroepen heeft gehad, van metrobestuurder tot IT-ondernemer.
‘Alles viel ineens op zijn plek’
Die ene ervaring zou hem van zijn zware depressies hebben verlost, maar soms voelt Vladimir dat het effect van de psilocybinetherapie afneemt. Om te voorkomen dat zijn depressies terugkeren, koopt hij nu ongeveer vier keer per jaar paddo’s, die hij onder toezicht van zijn vrouw gebruikt. ‘Maar ik ben blij dat ik vanaf het nieuwe jaar legaal aan psilocybine kan komen,’ zegt hij.
Psychedelica werken volgens een ander principe dan traditionele psychiatrische geneesmiddelen. Naast het reguleren van de niveaus van neurotransmitters die de stemming beïnvloeden, kan het toedienen van psilocybine onder professionele begeleiding een zeer diepgaande, soms zelfs mystieke ervaring opleveren. De psychologische impact ervan kan het perspectief van de patiënt op zijn of haar levenssituatie veranderen. Het helende effect wordt getriggerd door de beleefde ervaring; daardoor hebben psychedelica niet alleen het potentieel om de symptomen van problemen te verzachten, maar ook om de oorzaken ervan aan te pakken.
De verandering in het denken, zoals Vladimir die beschrijft, is het belangrijkste voordeel van de behandeling, dat verder ontwikkeld kan worden door middel van psychotherapie. ‘Psychedelica bieden zogenoemde inzichten,’ aldus psychiater en NUDZ-directeur Jiří Horáček, die al 25 jaar onderzoek doet naar deze stoffen. Hij test het gebruik ervan onder andere bij kankerpatiënten die oog in oog met hun naderende levenseinde vaak pijnlijke, existentiële stress ervaren. ‘Psilocybine levert bij deze cliënten zeer positieve resultaten op,’ zegt hij.
‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum’
Volgens Horáček leidt het gebruik van de stof soms tot het geruststellende besef dat de zin van het leven niet slechts gelegen is in ons tijdelijke bestaan, maar dat we deel uitmaken van de ontwikkeling van het universum en dat onze genen van generatie op generatie worden doorgegeven. ‘Ik heb een aantal patiënten gehad die dankzij psilocybine tot het besef kwamen dat hun leven zin had, ook al werd dat door ziekte bedreigd,’ zegt de psychiater. ‘Ze kregen hun levensvreugde terug en de kracht om voor hun kleinkinderen te zorgen, in de tuin te werken, te sporten of de natuur in te gaan. Dat effect houdt lang aan.’
Psychiater Tomáš Páleníček, een collega van Horáček bij het NUDZ, zegt dat mensen na het gebruik van psilocybine het gevoel kunnen hebben dat hun ‘ego in elkaar stort’, of bijna-doodervaringen kunnen krijgen. ‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum, dat we er slechts een ogenblik zijn en dan weer verdwijnen. Dat besef is soms een enorme opluchting die kan helpen de eindigheid van het leven te accepteren, of onderscheid te maken tussen wat wel en niet belangrijk is in het leven.’
Deze buitengewone ervaringen worden mogelijk gemaakt door het feit dat psilocybine de verbinding tussen verschillende hersendelen vergroot, en zo het repertoire aan gedachten uitbreidt. ‘Iemand kan dan dingen bedenken die anders ondenkbaar zijn,’ aldus Horáček. De belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle psychedelische therapie is echter een grondige voorbereiding, deskundige begeleiding van de patiënt en integratie van de ervaring. Zo voorkom je dat de sessie uitloopt op een angstaanjagende ‘bad trip’ zoals die bij recreatief drugsgebruik op de loer ligt.
De weg naar de legalisering van psilocybine in Tsjechië werd gebaand door een wijziging in het Wetboek van Strafrecht. Dit amendement, dat de voorheen gedemoniseerde drug veranderde in een medicijn, werd – enigszins verrassend – in de Kamer van Afgevaardigden ingediend door Marek Benda, de conservatieve fractievoorzitter van de ODS [Občanská Demokratická Strana, Democratische Burgerpartij]. Die geeft toe dat het niet zijn persoonlijke initiatief was: hij nam het uitgewerkte voorstel over van zijn partijgenoot en oud-burgemeester van Praag, Pavel Bém, die de politiek heeft verlaten en zich nu voornamelijk wijdt aan zijn oorspronkelijke beroep als psychiater en deskundige op het gebied van drugsbeleid. ‘Klinische en preklinische studies tonen aan dat psilocybine een mogelijkheid biedt om een groot aantal mensen te helpen,’ zegt Bém, die ook samenwerkte met collega’s van het NUDZ.
De indieners van het voorstel benadrukken dat het niet de bedoeling is psilocybine te legaliseren voor recreatieve doeleinden. Het wetsvoorstel werd eind mei door het parlement goedgekeurd, vervolgens zonder problemen door de Senaat geloodst en in juli door de president ondertekend. ‘Ik ben blij. Het laat zien dat de Kamer van Afgevaardigden bereid is gedurfde stappen te zetten wanneer haar redelijke, wetenschappelijk onderbouwde argumenten worden voorgelegd,’ aldus een tevreden Bém, die in 2013 als parlementslid meehielp aan de legalisering van medicinale cannabis. (En later regelde hij dat president Zeman gratie verleende aan de organisatoren van psychedelische ceremonies met ayahuasca uit het Amazonegebied.)
Welke medisch specialisten psilocybine mogen voorschrijven, moet nog worden bepaald. Verwacht wordt dat naast psychiaters ook specialisten in de palliatieve zorg de mogelijkheid krijgen om patiënten aan het einde van hun leven te helpen. De daadwerkelijke toediening van het medicijn blijft echter in handen van psychiaters en artsen met een certificering in psychotherapie, die de sessies moeten begeleiden. ‘Het zal zeker niet zo zijn dat er een recept voor psilocybine wordt voorgeschreven, en dat de patiënt vervolgens zijn tabletten bij de apotheek afhaalt,’ zegt Páleníček.
Deskundigen komen nu op het ministerie van Volksgezondheid bijeen om de regels voor behandeling nauwkeurig vast te leggen. Het meest waarschijnlijk is volgens Páleníček dat er een behandeling beschikbaar komt voor patiënten met depressie of een ongeneeslijke ziekte. Maar volgens hem komen ook andere diagnoses aan de orde, zoals posttraumatische stressstoornis, verslavingen of eetstoornissen. Depressie zal waarschijnlijk de meest voorkomende indicatie zijn: ongeveer een derde van de patiënten reageert niet op klassieke antidepressiva; psilocybine betekent voor hen een nieuwe behandelmogelijkheid.
Er is al lange tijd een tekort aan psychiaters in Tsjechië, en patiënten moeten tegenwoordig een half jaar wachten op hun eerste sessie. En ook psilocybinetherapie kost tijd: volgens Páleníček kunnen de voorbereiding, de toediening zelf en de daaropvolgende integratie van ervaringen tot wel zestien uur werk in beslag nemen. Het heeft echter één voordeel: als het effect optreedt, begint het vaak direct nadat de psilocybine is uitgewerkt en houdt het lang aan, weken of maanden, waardoor de patiënt niet zo vaak naar de dokter hoeft.
Hoewel de beroepsgemeenschap de baanbrekende legalisering over het algemeen unaniem heeft verwelkomd, roepen sommigen op tot voorzichtigheid. Jan Vevera, hoofd van de psychiatrische kliniek van de faculteit Geneeskunde in Pilsen, wijst erop dat de huidige psychische problemen hun oorsprong vinden in sociale problemen, een hoog stressniveau en algehele ontevredenheid, die niet met medische middelen kunnen worden opgelost. ‘Ook al is psilocybine geen klassiek antidepressivum, het is nog altijd een pil waarin een deel van de samenleving mogelijk een wonderoplossing voor hun problemen zou kunnen zien.’
‘Als je zegt dat psilocybine geen drug is, maar een remedie voor maatschappelijke problemen, zullen mensen er vaker voor kiezen,’ vervolgt Vevera. Hij herinnert eraan dat er de afgelopen decennia meer nieuwe methoden zijn geweest waar de maatschappij veel van verwachtte, zoals biofeedback, lichttherapie of transcraniële stimulatie. De resultaten voldeden uiteindelijk niet aan de verwachtingen. ‘Dit is geen argument tegen psychedelica, maar een argument om de hoge verwachtingen te temperen,’ benadrukt de psychiater. Hij zegt dat er tot nu toe onderzoek is gedaan met een te kleine steekproef van de bevolking en dat het volgens hem niet is uitgesloten dat psilocybine, net als marihuana, een psychose kan veroorzaken.
Volgens voorstanders van de nieuwe behandeling is het essentieel dat psilocybine alleen wordt toegediend door experts die kunnen beoordelen wie er baat bij heeft en een veilig verloop kunnen garanderen. Ze moeten ervaring hebben met het begeleiden van patiënten en idealiter ook legaal ervaring met psychedelica hebben opgedaan tijdens een gespecialiseerde opleiding. Páleníček schat dat er in Tsjechië op dit moment nog geen tien van zulke experts zijn.
Alleen door het naleven van strikte regels kan er worden voldaan aan de verwachtingen die de psychedelische renaissance twee decennia geleden heeft gewekt. ‘De situatie op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg in Tsjechië is ernstig, dus hebben we sterke instrumenten nodig om die te verbeteren,’ zegt Horáček. ‘En psychedelica kunnen zeker zo’n instrument zijn.’
Zover komen dat je niet meer bang bent.
Dat is het ultieme doel van de mens.
– Italo Calvino, Het pad van de spinnennesten
Eind januari 2024. Hind Rajab is vijf jaar oud. Ze zit ineengedoken op de achterbank in de auto van haar oom en tante, samen met hun vier kinderen. Meteen nadat het zoveelste evacuatiebevel werd gegeven in het westelijke gebied van Gaza, is haar moeder met haar andere kinderen te voet gevlucht, maar vanwege de kou en de regen is Hind door haar oom en tante in de auto meegenomen.
Het is vroeg in de middag, het gedreun van de bommen dringt de auto binnen en er lijkt een verkeersopstopping te zijn. Er is iets aan de hand. Haar oom en tante voelen het, ze zijn nerveus, zitten opgewonden te praten. Niet ver van een tankstation in de wijk Tel al-Hawa wordt de auto meermaals beschoten door Israëlische machinegeweren.
Daarna een ijzige stilte. Hind kijkt om zich heen: niemand praat meer, ze zitten allemaal in elkaar gezakt. Met trillende handen pakt ze de telefoon uit de handen van haar vijftienjarige nichtje Layan, die is getroffen terwijl ze in gesprek was met iemand van de Rode Halve Maan. Hind vertelt: ‘De anderen zijn dood, of misschien slapen ze’, en smeekt om hulp. ‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang.’ De medewerkster aan de andere kant van de lijn is hevig bezorgd, want ze weet hoe gevaarlijk de situatie is; ze noemt Hind liefdevol ‘habibti’, ‘schatje’, en blijft aan de lijn om haar gezelschap te houden.
‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang’
Na een drie uur durende communicatie – zo veel tijd hadden haar collega’s van de Rode Halve Maan nodig voor overleg met de Israëlische autoriteiten om de locatie van de auto te bepalen en toestemming te krijgen om het meisje in veiligheid te brengen – verzekert de medewerkster Hind dat er twee hulpverleners naar haar toe komen. De registratie van dit hartverscheurende gesprek, waarbij het leven van het kind aan een zijden draadje hangt, is bewaard gebleven voor de geschiedenis, en zal hopelijk ook ooit gebruikt kunnen worden door rechters, om de verantwoordelijken voor het bloedbad waarbij Hind door het Israëlische leger werd vermoord te straffen.
Pas na twaalf dagen zal het levenloze lichaam van Hind worden gevonden, in die auto waarop iemand maar is blijven schieten, doorboord door 335 kogels, niet ver van de ambulance met daarin de lijken van de hulpverleners van de Rode Halve Maan, die haar niet op tijd hebben kunnen bereiken. Het Britse team van Forensic Architecture, onder leiding van professor Eyal Weizman, heeft de afstanden en de richting van de schoten gereconstrueerd. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat het ‘niet plausibel’ is dat de Israëlische soldaten die vanuit de tank schoten geen duidelijk zicht zouden hebben gehad op de burgers die in de auto zaten – onder wie dus kinderen.
Het verhaal van Hind is een symbool geworden voor de wreedheid van de Israëlische aanval op de bevolking van Gaza, sinds 7 oktober 2023. Maar dit meisje is meer dan drie maanden na 7 oktober gedood, toen Israël al meer dan 26.000 mensen had vermoord, onder wie minstens 10.000 kinderen. Hoe heeft men dit allemaal kunnen laten gebeuren? En hoe is het mogelijk dat er ook nu – eind maart 2025, terwijl ik dit boek aan het redigeren ben –, nu het vastgestelde aantal omgekomen kinderen al meer dan 17.000 bedraagt, van wie er duizend nog geen één jaar waren, nog steeds straffeloosheid heerst, en dat de moordmachine die Israël in gang heeft gezet onvermoeibaar doorgaat? Het antwoord schuilt in decennia van manipulatief woordgebruik, dat heeft geleid tot een verwrongen perceptie van de machtsverhoudingen tussen Israëliërs en Palestijnen.
Elk Palestijns leven wordt gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël
De laatste dertig jaar heeft die bewuste manipulatie velen ertoe gebracht om te geloven dat de Palestijnen verantwoordelijk zijn voor hun eigen situatie, en dat ze een existentiële dreiging vormen voor Israël. Ook de kinderen? Ja, die ook, en misschien wel vooral de kinderen, want in de logica van de Israëlische aanval die na 7 oktober begon wordt elk Palestijns leven gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël.
Hoeveel Palestijnse kinderen zijn er zo omgekomen? Met de straffeloosheid van de schuldigen, met het gruwelijke verdriet van hele families en gemeenschappen? Dat zijn er tienduizenden. Het verhaal van Hind, hoe afschuwelijk ook, is niet ongewoon in Palestina. Mohammed Tamimi was twee jaar oud toen hij, een paar maanden voor 7 oktober 2023, door het Israëlische bezettingsleger – dat formeel bekendstaat onder de naam Israëlisch defensieleger (Israël Defence Forces: IDF) – door zijn hoofd werd geschoten terwijl hij bij zijn vader in de auto zat op de bezette Westelijke Jordaanoever. Niemand werd er verantwoordelijk voor gehouden, zoals gewoonlijk.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen Max en ik in Jeruzalem woonden, grensde onze tuin aan een heuveltje waarop een reusachtige, ongelooflijke moerbeiboom stond, die maandenlang vruchten droeg. Onder die boom lag altijd een paars tapijt van gevallen moerbeien, en de kinderen kwamen ze vaak rapen.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Vlak naast ons huis was een stenen muurtje waar zo’n metalen hekwerk op stond, dat er ooit, jaren eerder, provisorisch moest zijn geplaatst. De kinderen kropen er altijd onderdoor om moerbeien te gaan rapen, waardoor er een opening was ontstaan. Op een dag zag ik ze en zei: ‘Hé kinderen, als jullie moerbeien willen mogen jullie ook bij mij aanbellen en dan doe ik de poort voor jullie open, dan hoeven jullie niet daar onderdoor te kruipen.’ De meesten van hen verstonden me niet, want bijna niemand van hen sprak Engels, behalve een jongetje met donkere wallen dat ik al vaker in de buurt had zien spelen met zijn tweelingzusje en hun vriendjes.
‘Hallo,’ herhaalde ik dus, nu rechtstreeks tegen hem. ‘Ik weet dat jullie hier in de wijk wonen, ik heb jullie al heel vaak zien spelen. Als jullie moerbeien willen is het geen probleem, vraag het dan gewoon aan ons, zodat je je niet bezeert aan dat hekwerk.’ Zijn beleefde maar vastberaden antwoord deed me versteld staan.
‘Nee, dank u,’ zei hij. ‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan.’ Die kleine Mohammed was al heel assertief op zijn elfde.
Zijn familie was een van de eerste in de wijk Sheikh Jarrah geweest die door Israëlische kolonisten – gewapende burgers die de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever bevolken, met steun van het leger – uit hun huis was gezet.
‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan’
In dit huis had Rifqa, de oma van Mohammed en van zijn zusje Muna, in 1948 haar toevlucht gezocht nadat ze was verdreven uit Haifa (sindsdien deel van Israël). Na een lange juridische strijd werd in 2009 het hoofdgebouw van hun bezit ingenomen door Israëlische kolonisten, terwijl de familie El-Kurd in de moestuin een huisje moest bouwen waar ze noodgedwongen met z’n allen in gingen wonen.
De reactie van Mohammed verbaasde me, want het is niet vanzelfsprekend dat een kind van elf jaar – of zeven, twaalf, veertien jaar – zo’n duidelijk besef heeft van rechten, ruimte en identiteit. Maar dat is wel de realiteit voor de Palestijnen die zijn opgegroeid onder de bezetting, en voor de miljoenen Palestijnen die zijn geboren in de vluchtelingenkampen rondom Palestina. Generaties mensen zijn opgegroeid terwijl ze zagen dat hun land dag na dag onder hun voeten vandaan werd gerukt, wat de voedingsbodem vormt voor een eindeloze strijd om hun huis, hun waardigheid, en om alles wat op die leeftijd vanzelfsprekend zou moeten zijn.
De kindertijd wordt afgepakt van de Palestijnen, ze worden volwassen in een kinderlichaam en gaan gebukt onder zorgen, spanningen, angsten en verantwoordelijkheden die ze op hun leeftijd niet zouden moeten hebben.
Vandaar dat ik, als Speciaal Rapporteur van de VN voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden, in 2023 besloot om mijn derde rapport aan de kindertijd te wijden, waarbij ik gebruikmaakte van een Engels woord dat de Palestijnse realiteit levendig beschrijft: unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’. De keuze voor dat onderwerp ontstond uit de hoop dat ik het grote publiek meer inzicht zou kunnen geven in de ernst van de situatie als ik zou laten zien hoe het leven van een kind in Palestina daadwerkelijk is, naast de opgenomen statistieken en regelgeving.
unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’
Toen ik mijn onderzoek deed, was alles heel anders dan nu: mijn rapport werd twee weken na 7 oktober 2023 gepresenteerd, maar ik had het twee weken voor die datum afgerond. En ook toen al was de situatie verschrikkelijk.
Op dat moment in het najaar waren de gegevens over de Palestijnse kinderen die in vijftien jaar tijd (van 2008 tot september 2023) waren gedood al schrikbarend: het waren er meer dan 1400. Ieder van hen een klein universum dat voorgoed was uitgewist. Van 7 oktober 2023 tot maart 2025 was dat toch al huiveringwekkende aantal meer dan tien keer zo groot geworden: in zeventien maanden zijn er ruim 17.000 kinderen gedood, onder wie meer dan duizend baby’s, van wie het leven al abrupt werd afgebroken nog voordat ze hadden kunnen leren kruipen, praten en spelen.
In augustus 2024 was Mohammed Abu al-Qumsan in Gaza bezig de geboortecertificaten op te halen van zijn tweeling, die drie dagen daarvoor was geboren, toen hij werd gebeld: je appartement is gebombardeerd, je vrouw en kinderen zijn in het ziekenhuis. We konden niets meer voor ze doen. Dood voordat ze hun ogen openden naar het leven.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen ik in 2023 niet het benodigde visum van de Israëlische regering kreeg om in de regio mijn onderzoek te gaan doen voor de Algemene Vergadering van de VN dat najaar, besloot ik een andere tactiek toe te passen. Met steun van Palestijnse maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen werden er focusgroepen opgericht, zodat ik de kinderen online kon interviewen.
Dat is de kindertijd, in Palestina
In die periode was ik met mijn gezin op vakantie op Sicilië, bij opa en oma (mijn schoonouders). Elke middag nadat ik met mijn kinderen had geluncht en even een duik in zee had genomen, ging ik naar het dakterras van ons verblijf, en nadat ik mijn computer daar had ingeplugd in een van de weinige stopcontacten die er waren begon ik met de afspraken, die elke dag uren doorgingen.
Algauw bleek dat de groepen kinderen en pubers die ik interviewde goed gestructureerd en gedisciplineerd waren.
Ze waren verdeeld in leeftijdscategorieën en geografische ligging, en zowel de jongeren als hun ouders waren blij met deze kans om hun ervaringen en getuigenissen met mij te delen. Samen aan een tafel, of zittend op stoelen die soms veel te groot voor ze waren (zoals bij de kinderen in Jenin), zaten ze allemaal heel aandachtig voor het scherm.
Er was iemand bij om te tolken, maar het merendeel van de kinderen spreekt goed Engels, vooral in Gaza, waardoor ik rechtstreeks met ze kon praten.
Door die ontmoetingen werd ik geconfronteerd met een waar wonder van leven, vitaliteit en vriendelijkheid, een kader waarin de energie en de hoop leken voort te bestaan, ondanks alle ellende. Te midden van alle moeilijkheden van de permanente bezetting en de onophoudelijke oorlogen in Gaza, waar iedereen door de belegering in feite gevangen zat in een getto, en te midden van de verwoestende nabijheid van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, met veelvuldige arrestaties, continue invallen van soldaten en aanvallen van de kolonisten, vertoonden de kinderen die ik die zomer heb leren kennen een buitengewoon talent om de fundamentele waarden te behouden, op de eerste plaats hun liefde voor school. Ze hadden voor de gelegenheid hun nette kleren aan, het haar van de jongens was netjes gekamd, de meisjes hadden kleurige jurkjes aan en hun lange haar was bedekt met een hoofddoek, of ze hadden een hoofddoek los over hun schouders hangen. In hun stemmen hoorde ik een grote honger naar kennis en een vurig verlangen naar de toekomst.
Ook dat is de kindertijd, in Palestina.
De Italiaanse rechtsgeleerde Francesca Albanese, een uitgesproken criticus van Israël, werd aangesteld door de VN-Mensenrechtenraad (Human Rights Council) als onbetaalde onafhankelijke expert om toezicht te houden op mensenrechtenkwesties. Dat heeft ze met verve gedaan.
Vervolgens riep ze expliciet op tot strafrechtelijke vervolging van bedrijven en hun leidinggevenden die Israëlische nederzettingen en/ of militaire acties en oorlogvoering faciliteren of ervan profiteren, waaronder wapenproducenten en grote vermogensbeheerders. VN-lidstaten moesten, vond zij, sancties en een wapenembargo tegen Israël instellen.
Haar boek Wanneer de wereld slaapt begint Albanese – die dagelijks wordt beschuldigd van antisemitisme – met een verklaring dat ze de moord en ontvoering van Israëlische burgers door Hamas op 7 oktober 2023 zonder voorbehoud veroordeelt.
Albaneses kompas, schrijft Antonin Iommi-Amunategui in Le Monde, is het internationaal recht, de strijd tegen onrechtvaardigheid en solidariteit, die Albanese ‘een politieke vorm van liefde’ noemt.
Het boek is geen geschiedkundig of juridisch werk, maar geeft het woord aan tien mensen – Palestijnen, Israëliërs en anderen – die elk vanuit hun eigen perspectief de Palestijnse tragedie belichten.
Een centraal verhaal is dat van Hind Rajab, een vijfjarig meisje dat op 29 januari 2024 door het Israëlische leger werd gedood. Als enige overlevende in de auto van haar oom was ze drie uur lang aan de telefoon met de hulpdiensten, die onderweg naar haar werden gedood door het Israëlische leger. Ook Hind overleefde het niet. Andere stemmen in het boek behandelen thema’s als bezetting en segregatie, antisemitisme, apartheid, trauma en genocide.
Albanese beschouwt Palestina als een plaats delict waar ‘we allemaal onze vingerafdrukken hebben achtergelaten’. Toch probeert ze ook hoop over te dragen, geïnspireerd door Palestijnse kinderen die ondanks alles een ‘vurig verlangen naar de toekomst’ behouden.
Schrijver Yassmin Abdel-Magied geeft een satirische handleiding voor hoe je als westerse media-outlet de oorlog in Soedan rapporteert.
Gebruik altijd het woord ‘vergeten’ in je titel. In onderschriften mogen woorden zoals ‘hopeloos,’ ‘agressief,’ ‘crisis’ en ‘conflict’ worden verwerkt. Andere nuttige woorden zijn ‘genegeerd,’ ‘onzichtbaar’ of ‘verwaarloosd.’ Vergeet niet gebruik te maken van passieve zinnen. Vestig niet te veel aandacht op wie er precies negeert en vergeet, maar impliceer alleen dat dit een permanente en onveranderlijke vloek van de staat is.
Verwerk nooit een afbeelding van de natuurlijke schoonheid van Soedan of Soedanese mensen in je werk. Zorg dat de wanhoop van de pagina’s druipt, langs uitstekende botten, opgeblazen buiken en zwartgeblakerde en gebombardeerde gebouwskeletten. Denk in sepiafoto’s. Als je echt wil choqueren, gebruik dan een close-up van de ogen van een vrouw die recht in de camera kijkt, met haar hele gezicht gewikkeld in kleurrijke stof en een air van opstandigheid en beschuldiging in haar blik. Een vlieg die als een moedervlek op de huid zit is goed. Het doel van elke afbeelding is om medelijden of schuldgevoel op te wekken.
Behandel Soedan in je artikel, in je opiniestuk, in je verhaal bekroond met een Pullitzerprijs, alsof het een homogene plek is. Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit. Spreek van ‘het land’, fluister ontzagvol over de afmetingen van de woestijn en beklaag je over de ruwe omstandigheden. Refereer meer naar geografie dan steden; noem ‘De Sahel’, ‘De Sahara’, ‘De Hoorn,’ en ‘De Rode zee’ in plaats van ‘Atbarah,’ ‘El Obeid,’ ‘Nyala’ of ‘Sennar’. Omschrijf Soedan door gebruik te maken van andere landen die mensen kennen, maar niet begrijpen. Noem het ‘het nieuwe Somalië,’ ‘het nieuwe Syrië,’ ‘het nieuwe Libië,’ ‘het nieuwe Jemen.’ Maak je niet te druk om het feit dat deze beschrijvingen nergens op slaan. Concentreer je op de ongrijpbaarheid, het massale leed, het gevoel. Leed is een taal die mensen in jouw wereld kunnen begrijpen, maar vergeet niet duidelijk te maken dat dit het soort catastrofe is dat alleen in ‘deze regio’ voorkomt, oftewel een situatie die zo ‘deplorabel’ en ‘onmenselijk’ is, dat het met geen mogelijkheid ‘hier’ kan gebeuren, waar je westerse publiek zich ook mag bevinden.
Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit
Beschrijf wat er aan de hand is als een ‘burgeroorlog.’ De lezers zullen zich het meest op hun gemak voelen als ze de indruk hebben dat de Soedanezen elkaar als onbedachtzame woestelingen afmaken, in plaats van om gebruikelijke redenen zoals het vergaren van territorium en middelen, of om politieke en economische macht. Als je ‘genocide’ ter sprake brengt, laat dan doorschemeren dat de achterliggende reden ‘stamconflict’, ‘rivaliteit,’ of nog beter, ‘haat’ is. Benadruk het gebrek aan denken (aan hun kant, niet de jouwe). Je kunt ervoor kiezen om het te beschrijven als een ‘proxy’-oorlog, waarmee je kennis van de geopolitieke gevolgen van de situatie suggereert. Weersta de drang om dieper in te gaan op specifieke details, die vindt de lezer irrelevant en saai. Vermijd gebruik van de meest accurate verwoording ‘contrarevolutionaire’ oorlog. Het bevat te veel lettergrepen en doet denken aan de Soedanese burgers die bijna dertig jaar geleden met een machtige en geweldloze verzetsbeweging een dictator van de troon stootten. Benoem de revolutie nooit. Je lezers kunnen het zich niet voorstellen om te leren over gemeenschapsvorming, wederzijdse hulp en rechtvaardigheid door mensen als de Soedanezen. De enige kennis van Afrikanen die ze accepteren moet bedekt zijn met stof, verhuld door hekserij en vervuld van aardklopperij of het eten van ingewanden.
Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan, laptops en elke vorm van technologie die nieuw voelt (zoals een Apple watch), delen van het land waar geen sprake is van direct conflict en waar het leven onverstoord is doorgegaan, humor. Verfijnde kunst en cultuur.
Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan… humor
Vertel over Soedan als een plek zonder geschiedenis en zonder toekomst. Negeer de oude Nubische piramides in Nuri, Djebel Barkal, el-Kurru en Meroë, maar als je ze wel noemt, vergeet ze niet als ‘vergeten’ te beschrijven. Zorg, om je publiek niet te verwarren, dat je alle ‘beschaving’ die Soedan onverwacht kan bevatten, aan de Egyptenaren toeschrijft. Onthoud dat Soedan de poort is naar het ‘echte’ Afrika, en met ‘echt,’ bedoel je ‘Zwart’. Vergeet niet om Noord-Amerikaanse begrippen van rassenhiërarchie hierheen te transponeren. Jij beschikt over superieure kennis.
Herinner lezers er aan het begin aan dat dit de ergste humanitaire crisis ter wereld is en benoem dit als een natuurlijk gegeven in plaats van het resultaat van een serie keuzes gemaakt door leiders en instellingen die je lezers een warm hart toedragen. Benadruk de ernst van de crisis maar vermijd getuigenissen van de Soedanezen zelf. Gebruik data die verzameld is door organisaties die je lezers geloven en respecteren, zelfs in een ‘post truth’-tijdperk. Instellingen met twee of drie letters zijn het best: de VN, de WFP, AI, IMF, RC, AZG. Besteed de meeste tijd aan het behandelen van basisfeiten maar voeg geen context toe; Zo lijkt het alsof het conflict zonder enige gelegenheid uitbarstte en dat dit gewoon een terugkeer is naar de natuurlijke staat van het Soedanese volk. Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken. Maak Soedan tot Afrika, en Afrika tot Soedan.
Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse. Zorg dat je brede, algemene uitspraken doet over het kwaad dat alomtegenwoordig is binnen de militaire elite en de strijders die je persoonlijk, virtueel of op sociale media tegenkomt. Benoem de buitenlandse belangen, maar benoem niet specifiek de Amerikaanse dollars, Britse ponden, euro’s, Riyals en Dirhams die medeplichtig zijn. Steun enkel een boycott, maar doe het indirect. Leg de strategie niet uit. Soedan heeft geen strategie nodig, maar aandacht.
Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken
Als je het over de Soedanese bevolking hebt, vraag dan waarom ‘iedereen’ de oorlog in Soedan vergeet. Negeer het feit dat zij zelf aan het pleiten, doneren en van de daken aan het schreeuwen zijn sinds de eerste kogels werden afgevuurd (noem vooral kogels die worden afgevuurd, het liefst tijdens je interview, zelfs als het virtueel wordt afgenomen en je je op duizenden kiliometers afstand bevindt). Ga ervan uit dat deze Soedanees niet genoeg heeft geprobeerd om de wereld over de oorlog te vertellen, een oorlog waarvan jij weet dat hij zo verschrikkelijk erg is en waarover je je trots mag voelen dat jij ‘de wereld’ erover vertelt. Bied tips aan over hoe ze ‘het bekend kunnen maken’, zoals jij hebt gedaan. Jij houdt van Soedan, jij houdt van Afrika; jouw woorden en jouw platform bewijzen hoeveel je erom geeft. Je liberale identiteit is nog steeds vlekkeloos.
Wanneer je je steentje hebt bijgedragen, je artikel of je post hebt gepubliceerd, stuur het dan op naar elke Afrikaan die je kent, als blijk van je band met de goede zaak. Wees trots op het feit dat jij niet als andere westerlingen bent; jij geeft hierom. Jij bent niet racistisch. Jij bent anders. Zie je reposts over Soedan als bewijs dat jij niets tegen zwarte mensen hebt. Je hoeft je er niet voor te schamen als je de Soedanese en Palestijnse vlag door elkaar haalt. Besluit ze maar allebei te dragen, zo ben je beschermd tegen kritiek.
Als je een prijs wint omdat je werk ‘mensen bewust heeft gemaakt,’ zorg dan dat je je Soedanese ‘partners’ benoemt in je dankwoord. Zij zijn dan wel de journalisten in het gebied zelf, die hun leven op het spel hebben gezet om de informatie te verzamelen, maar dat is niet belangrijk. Jouw platform is belangrijk. Jij bent het kanaal waar het Soedanese nieuws doorheen stroomt. Dit is essentieel werk, en je doet het omdat je erom geeft. Als je de prijs in ontvangst neemt, benoem dan niet dat je Soedanese partners geen visum konden krijgen naar het land waar de ceremonie plaatsvindt.
Dit stuk is geschreven door Yassmin Abdel-Magied en werd eerder gepubliceerd in Communication, Culture & Critique. De auteur voegde de volgende boodschap aan haar artikel toe:
‘We weten niet hoeveel mensen er in Al-Fashir zijn vermoord. Als u wilt doneren om de mensen te helpen die de situatie daar zijn ontvlucht, overweeg dan het Sudan Solidarity Collective.‘
Een diner op de Noordpool, kite-skiën op Antarctica of racen op een vulkaan; vermogenden kiezen steeds vaker de meest extreme ‘luxepedities’.
Henry Reid had de Matterhorn ‘gebeast’ door binnen zes uur naar boven en weer naar beneden te klimmen, en zocht nu naar een nieuwe uitdaging. Zo belandde de eenenveertigjarige op een speedboat die met tachtig kilometer per uur over de Noorse Trollfjord suisde, voorzien van survivalpak, skiboots en ski’s om de verse sneeuw uit te proberen.
De projectontwikkelaar uit Berkshire had samen met een groep vrienden wekenlang getraind voor de drie uur lange klim – en afdaling – van een 650 meter hoge berg te beklimmen, door kakelverse sneeuw. ‘Ik wist dat dit een van de fysiek uitdagendste dingen was die ik ooit zou doen,’ zegt hij.
De wandeling door de sneeuw vol kick-turns en zigzags, met ‘skins’ op hun ski’s om de helling op te kunnen lopen, was uitputtend. Maar volgens Reid was het het waard toen ze bij de ijzige afgrond aankwamen en zich ‘konden voorstellen hoe de Scandinaviërs op de mythen van de Walkuren waren gekomen’.
Toen ze na de terugreis door sneeuw tot aan hun middel weer bij de boot aankwamen was het tijd voor een bezoek aan een plaatselijke herberg genaamd Metro, naar zijn oorsprong als meteorologiestation. Na een diner bereid door een Italiaanse chef kwam de eigenaar van Metro, Matthias, ‘naar ons toe en zei: “Als jullie nog nooit het noorderlicht hebben gezien, moet je nu even naar buiten gaan,”’ vertelt Reid. ‘De hemel werd groen, met witte en blauwe strepen; het was de perfecte afsluiting van een perfecte dag.”
Het is de norm van een nieuw soort reiziger om met extreme vakanties de grenzen van het menselijke uithoudingsvermogen op te zoeken, op zowel fysiek als mentaal vlak. Dit zijn niet het soort avonturiers die in juni 2023 in de zwarte, ijzige diepte van de Atlantische Oceaan omkwamen in de Titan-onderzeeër van Ocean Gate. Denk eerder aan de techbro’s uit de film Mountainhead van Jesse Armstrong, die in identieke oranje skipakken de top van een berg in Utah beklimmen en daar neerstrijken om uit te rusten en hun netto vermogens met elkaar te vergelijken. Niet alleen de sneeuw was diep, maar ook hun portefeuille.
Nu recente rapporten aantonen dat de Mount Everest te vol en vervuild raakt – en dergelijke klimsessies inmiddels zo populair zijn dat ze te gewoontjes zijn geworden voor vermogende wereldmigranten – krijgen onaangeraakte bergtoppen, de krochten van de zee en zelfs de ruimte steeds meer aantrekkingskracht.
Neem Henry Cookson. Hij begon een nieuwe carrière waarbij hij anderen meeneemt naar het einde van de wereld en – als het meezit – weer terug. ‘Ik was een bankier met overgewicht die veel te veel tijd doorbracht in de Londense cafés. Mijn leven veranderde toen ik een uitnodiging ontving voor de Scott Dunn Polar Challenge,’ vertelt hij vanaf de top van een alp, waar hij eindelijk tijd heeft mij telefonisch te woord te staan.
Hij won de race van 580 kilometer naar de magnetische noordpool en brak met zijn tijd van elf dagen het parcoursrecord. Vervolgens wandelde en kiteski’de hij naar het zuidelijke punt van onbereikbaarheid – het punt in Antarctica dat in alle richtingen het verst van de zee ligt. Op 19 januari 2007, 48 dagen na het vertrek van het Novolazarevskaya-station, vestigde hij met zijn drie teamgenoten een wereldrecord; ze waren de eersten die de plek bereikten zonder gebruik te maken van motorvoertuigen.
‘Als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken’
‘Ik wist helemaal niet hoe je een poolexpeditie ondernam. Ik kon niet langlaufen en was zeker niet fit. Maar als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken,’ vertelt hij.
Met zijn bedrijf Cookson Adventures, dat hij na die reis oprichtte, kunnen klanten overal heen. Zo biedt hij een diner op de Noordpool aan, waarbij klanten vanuit Canada, waar het ijs dik genoeg is, naar het poolgebied reizen, en in een zogeheten jump plane naar de Noordpool vliegen, waar ze vervolgens naar een gedekte tafel op het ijs skydiven.
‘Sommige cliënten kunnen al skydiven, anderen worden aan een expert vastgemaakt,’ vertelt Cookson.
Het ijs rondom de noordpool drijft rond en het is best een opgave om in te schatten welke richting het op gaat. Het is de bedoeling dat ze zich tegen de tijd dat het kamp staat en de gasten per parachute arriveren precies op de pool bevinden. ‘Iedereen wil een foto waarop de GPS bevestigt dat ze op de pool staan,’ legt Cookson uit.
Nadat de gasten een nacht op het ijs hebben doorgebracht zet Cooksons team een sauna met koelbad klaar om de gasten goed wakker te krijgen. De prijs: ‘Vanaf 1,2 miljoen dollar [ongeveer 1,04 miljoen euro],’ zegt hij, met nadruk op ‘vanaf’.
Deze nieuwe niche voor reizen voor amateuravonturiers draagt de vreselijke naam luxepedities. Volgens onderzoek van reisconsulent Grand View bedraagt deze sector wereldwijd al ruim 1,4 biljoen dollar, met een verwachte jaarlijkse groei van 7,9 procent. Zo veel nullen op de rekening vallen in het niet naast de belofte van een ultieme uitdaging. ‘Als er een prijslimiet is, hebben we die nog niet gevonden,’ aldus directeur Kevin Jackson van EXP Journeys, die met het Dineh-volk in Noord-Amerika samenwerkt om voor het eerst een expeditie naar de top vande Tower Butte te organiseren, een 300 meter lange rotsachtige toren in Arizona met uitzicht op Lake Powell, om daar vervolgens te kamperen.
‘Zo heb je je privébergtop,’ vertelt hij. ‘Het is nooit eerder gedaan. Het uitzicht bij zonsopkomst en zonsondergang is een van de mooiste in de wereld.’
Na op de 23 meter lange woonboot Sumerset op Lake Powell te hebben overnacht, wandelen de gasten door de ravijnen naar de rotspilaar. Die beklimmen ze vervolgens van de zuidoostelijke zijde met reeds bevestigde touwen en de Jumartechniek – een soort touwladder. Eenmaal aan de top slaan ze hun kamp op met chef Shon Foster, die een ‘veredelde Navajo-tacomaaltijd’ voor ze bereidt. De volgende dag gebruiken ze de touwen om weer naar beneden te abseilen.
De laatste dag is minder uitputtend. Die besteden ze bij Amangiri, een post van Aman, de hotelgroep met de filosofie ‘less is more’ (totdat je de rekening ziet). De reis kost 20.000 dollar per persoon, uitgaande van een tienkoppige groep. Wrang detail: de dodelijke Titanic-expeditie kostte 250.000 dollar de man.
‘Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd”’
Waar komt deze toename in luxepedities vandaan? Voor de techbro-scene van Mountainhead spelen het gevaar voor eigen leven en de kans om jezelf te bewijzen spreken een rol. Maar Geordie Mackay-Lewis en Jimmy Carroll, voormalig kapiteins in het Britse Leger en oprichters van Pelorus, de firma achter Reid’s Noorse odyssee, hebben het niet zo op opschepperij en noemen een andere motivatie.
‘Je groeit, ontwikkelt en leert een heleboel over jezelf als je doorzet en jezelf uitdaagt,’ legt Carroll uit. ‘Klanten merken vaak dat ze van dit soort reizen weerbaarder worden, meer waardering krijgen voor teamwork onder druk en dat ze, als het leven wordt gereduceerd tot zijn puurste vorm, beter gaan inzien wat er echt toe doet.’
Reid stemt hiermee in: ‘Voor mij draait het niet om het patsen. Skiën is een van mijn favoriete bezigheden met vrienden. Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd.” Die reis naar Noorwegen wilde ik al jaren maken. Voor mij en mijn vrienden betekent het veel, het gaat niet om de buitenwereld.’ Na de zware klim kozen de vrienden ervoor de laatste twee dagen van hun Arctic Elements ski-ervaring over te gaan op heli-skiën, waarbij ze zich op tussen de 600 en 1500 meter hoogte vanuit de helikopter naar beneden lieten vallen.
Lauren Ho, reisdirecteur van de wereldwijde lifestylebijbel Wallpaper magazine, beaamt dat veel reizigers verlangen naar ‘vervreemding, ontdekking en de mogelijkheid op tijdens het reizen en geprikkeld en uitgedaagd te worden’.
Op weg van Londen naar Saudi-Arabië legt ze uit: ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom. Ooit reisden we om de wereld te ontdekken, nu boeken we hotels en restaurants vanwege hun beoordeling op Tripadvisor, allemaal geselecteerd door algoritmen en voor ons gemak geoptimaliseerd.
We bewegen ons door de wereld zonder al te veel uitdagingen. De plekken die er echt toe doen – en die ons bijblijven – zijn de plekken die provoceren, die ons confronteren en waar we nog lang na de reis aan terugdenken.’
‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom’
De door The White Lotus geïnspireerde trend om het nieuwste ‘it’-resort te bezoeken en op sociale media ervaringen met vaak gekunstelde luxe te delen, zet sommige welgestelde reizigers ertoe aan nieuwe horizonten op te zoeken. ‘Voordat het iets werd om te documenteren diende reizen om te ervaren. Men ging niet op reis om in contact te komen met de buitenwereld, maar om eraan te ontsnappen. Het was niet performatief maar persoonlijk. Geen publiek, enkel de spanning om op een plek te komen die niet eens doorhad dat je was gearriveerd.’ Luxereizenonsulent en hoofd van Brown en Hudson Philippe Brown is beaamt dat de drukke plekken, bekend van Instagram, er inmiddels ‘goedkoop’ uitzien voor rijke reizigers die ze al eerder bezochten. Hij ontwijkt de trendy ervaringen en kiest in plaats daarvan voor ‘zeldzame, ongebruikelijke paden, die juist resoneren met mensen die alles al hebben.’
Reisagent Jaclyn Charles, oprichter van Sienna Charles, beklaagt ‘de celebrityvorming van het reizen. Neem bijvoorbeeld Jeff Bezos en Lauren Sánchez.’ Het stel vierde hun bruiloft door in Venetië een week lang te feesten op Koru, hun superjacht van 500 miljoen dollar.
Charles, die voormalig VS-president George Bush en zangeres Mariah Carey onder haar klanten mag rekenen, biedt reizen op maat aan waarmee men volledig off the grid kan gaan. ‘We hoeven niet naar Mount Everest om iets speciaals te creëren.’ Of naar Venetië in een superjacht.
‘Met de juiste gidsen kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet- ontdekkingsreizigers’
Mackay-Lewis en Carroll merken op dat verbeteringen op het gebied van veiligheid het misschien nog niet makkelijk, maar zeker praktischer maken om vrijwel ieder avontuur aan te gaan – behalve dan naar de maan reizen, maar ook dat is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd.
Mackay-Lewis, die op een foto op de Pelorus-website hand in poot staat afgebeeld met een wolf, zegt: ‘Met de juiste gidsen en voorbereiding kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet-ontdekkingsreizigers en niet-extreme reizigers.’
Zo is het vandaag de dag mogelijk om vier actieve vulkanen in Nicaragua te beklimmen binnen 24 uur, een prestatie die Carroll de ‘Le Mans 24-hour challenge’ noemt, ‘maar dan met vulkanen in plaats van auto’s. Het gaat om een van de minst bezochte en toch een van de mooiste plekken op aarde, met actieve lavavelden.’
Voor degenen die na deze uitdaging wat willen ontspannen, organiseert Pelorus een uitstapje van een paar dagen naar het privé-eiland Calala, naast de kust van Nicaragua, waar diëtisten, wellness- en herstelexperts beschikbaar zijn. Een avontuur van acht dagen, inclusief de challenge van 24 uur en een week op het eiland, kost vanaf 95.000 dollar (ongeveer 82.000 euro) per persoon, uitgaande van een groep van vier personen.
Naast veiligheid speelt voldoening een grote rol. Toen een rijke familie een reis naar de Noordpool aanvroeg, organiseerde Pelorus een pakket met genoeg activiteiten om een hele David Attenborough-documentaire mee te vullen, inclusief pinguïns voor de kleuters, een gletsjerwandeling voor de grootouders en een ijsbeersafari op een Zodiacboot voor het hele gezelschap. Lunch werd geserveerd op de rand van een ijskap, op een grote tafel geflankeerd door met bont beklede stoelen.
Reizen naar de noordelijkste plek op aarde zijn niet ongewoon voor Pelorus, wiens reizen op een luxejacht rondom Spitsbergen vanaf 20.000 dollar per persoon (exclusief vlucht) worden aangeboden. Degenen die voet aan wal willen zetten op de Noordpool kunnen eventueel met een OceanSky-schip op reis, waar, als ze weer terug aan boord zijn, de klanten worden vergast op sterrendiner.
Zijn dit soort extreme reisjes het geld waard, al maken ze maar een klein deukje in de portemonnee van de een- procenter? ‘Honderd procent!’ zegt Mackay-Lewis terwijl hij de zoveelste flinke cheque incasseert. Hij wijst ons op de benodigde creativiteit om uit te blinken op de reismarkt.
‘Als ze naar een normaal luxueus reisbureau gaan en zeggen: “Ik wil naar Namibië,” staat ze waarschijnlijk een standaardrondreis te maken. Er zit geen verhaal achter. Er is geen echte onderdompeling bij inheemse gemeenschappen en geen aandacht voor natuurbehoud.’
Cookson beaamt dat maatschappelijke baten op langere termijn een krachtige prikkel zijn voor luxpeditionisten. Hij wijst erop dat na zulke avonturen de donaties snel volgen – of het nu gaat om weeshuizen, de filantropische stichtingen van de reisorganisaties of om hoge toegangs-/permit-fees voor ‘onbereikbare’ locaties die als donatie worden gepresenteerd.
Om het Bhutaanse Koninklijke Park Manas te mogen bezoeken, waar men naar de bedreigde Bengaalse tijger en de Aziatische olifant op zoek gaat, of om op nieuwe routes in het heuvelgebied van het Himalayagebergte te wandelen, moeten Cooksons klanten een lokale ngo, school of conservatieproject steunen – bovenop de standaardprijs van 250.000 voor de tiendaagse reis. ‘Het koninklijk huis van Bhutan staat erop dat groepsreizen een duidelijk doel hebben en een bijdrage leveren aan het land,’ legt Cookson uit.
Zelf doet hij daar graag nog een schepje bovenop. ‘We hebben plannen om een uniek en nooit eerder vertoond eco-kamp te stichten op een prachtige plek in Groenland, een bestemming waar we steeds meer organiseren,’ zegt hij. Het gebied ontwikkelt momenteel een internationale toerismesector – zo werd er vorig jaar een nieuw vliegveld geopend, met nog twee in het vooruitzicht.
Niet alle welgestelde vakantieaanbieders hebben echter de duurzaamheidsboodschap meegekregen. ‘Sommigen lijkt het helemaal niets te kunnen schelen,’ aldus Mackay-Lewis. Dus ‘rekent Pelorus het door aan de klant’, met een extra ‘planeetrekening’ op elke factuur, en een heffing van 1 procent voor natuurbehoud.
Luxpeditionisten moeten er van hen aan geloven – of hun miljoenenbudget voor avonturen ergens anders besteden.
Duizenden West-Afrikaanse voetballers worden opgelicht en uitgebuit door nepscouts die hun een plek beloven bij professionele voetbalteams in het buitenland. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde.’
Op een drukke avond in januari rijdt de 31-jarige Serge’s witte Suzuki van het ene deel van Abidjan, de bruisende hoofdstad van Ivoorkust, naar het andere. Terwijl hij de Charles de Gaulle-brug oversteekt, die de arbeiderswijk Treichville met de welvarende Plateau-buurt verbindt, kijkt hij naar een wolkenkrabber niet ver van het Félix Houphouët-Boigny Stadion, een van de arena’s waar het Africa Cup of Nations (AFCON) voetbaltoernooi wordt gehouden, versierd met de vlaggen van de deelnemende landen.
De zon gaat onder en het verkeer neemt af, waardoor Serge iets ontspant. Langzaam maar zeker begint hij New Lines over zijn diepgaande en voortdurende passie voor het voetbal te vertellen. De wedstrijd tussen Congo en Zambia staat op het punt te beginnen; hij zal ernaar luisteren op zijn radio. Zo heeft hij veel wedstrijden weten te volgen, waaronder de tweede helft van de openingswedstrijd tussen Ivoorkust en Guinee-Bissau. Hoewel hij zelf een kaartje had gekocht en juichend op de tribune zat, lokte de werkgelegenheid – meer dan één miljoen voetbalfans waren voor het toernooi naar Ivoorkust gekomen – hem tijdens de rust terug naar zijn taxi. Met verdriet verliet Serge toen het stadion. Niet alleen had hij deze en andere wedstrijden graag willen bezichtigen vanaf de tribune, maar tot een paar jaar geleden was het zelfs zijn droom om op het veld te staan.
‘Ik hield van voetballen. Ik droomde van voetbal, at voetbal en ademde voetbal. Ik ben zelfs van school gegaan vanwege het voetbal. Het was mijn hele leven,’ vertelt Serge. Hij groeide op in de Abidjaanse gemeente Yopougon, beter bekend als Yop City: een mix van woonwijken en industrieel terrein waar meer dan 1,5 miljoen mensen dicht op elkaar leven in dikwijls chaotische, armoedige omstandigheden. In tegenstelling tot andere delen van Abidjan, die veel immigranten uit andere West-Afrikaanse landen aantrekken, bestaat de bevolking van Yop City voornamelijk uit geboren en getogen Ivorianen. De culturele obsessie met voetbal hangt hier in de lucht. Abidjan is dan ook de geboorteplaats van een uitzonderlijk aantal voetbaltalenten die hun weg naar de top vonden via lokale clubs en grasveldjes.
OnmisbaarEen van deze talenten is de tweevoudige winnaar van de Afrikaanse Ballon d’Or, Didier Drogba. De voormalige sterspeler van het wereldberoemde Chelsea-team in Engeland was eveneens aanvoerder van het nationale team van Ivoorkust toen het land zich in 2006 voor het eerst kwalificeerde voor het WK. Drogba verliet de sport in 2018, maar blijft nog altijd een idool voor ambitieuze West-Afrikaanse spelers die dromen over Europa, waar zo’n 60% van de spelers die werden opgeroepen voor de laatste Afrika Cup speelden en trainden. Onder hen bevonden zich Mohamed Salah, de oogverblindende Egyptische spits van Liverpool in de Engelse Premier League, en de Nigeriaanse spits Victor Osimhen, die in 2023 topscorer was in de Italiaanse Serie A met Napoli en in december door de Afrikaanse voetbalbond werd uitgeroepen tot Afrikaans voetballer van het jaar.
De rol van Afrikaanse spelers in Europees voetbal is de afgelopen tien jaar enorm gegroeid. Inmiddels spelen zo’n 500 Afrikanen bij Europese topclubs, en nog eens honderden in competities in het Midden-Oosten en Azië. Ze zijn inmiddels een onmisbaar onderdeel geworden van een van de grootste sportindustrieën ter wereld: alleen al de Europese voetbalmarkt had in 2023 een waarde van 31,8 miljard dollar. Terwijl deze industrie zoekt naar nieuwe supersterren, proberen tienduizenden jonge Afrikaanse spelers wanhopig gescout te worden en daarmee de armoede, werkloosheid en politieke instabiliteit van hun thuislanden achterwege te laten. Deze combinatie van hoop en wanhoop is helaas niet alleen een vruchtbare voedingsbodem voor voetbaltalent, maar ook voor vormen van uitbuiting zoals mensenhandel, waarbij oplichters zich voordoen als scouts en geld aannemen van de hoopvolle spelers en hun families.
Op 13-jarige leeftijd werd Serge door zo’n nepscout overgehaald om naar Burkina Faso te reizen voor een proefwedstrijd in de stad Ouagadougou, waar Europese recruiters aanwezig zouden zijn. Vol enthousiasme verzamelden Serge en zijn familie het vereiste bedrag: ongeveer $165, een enorme som in een land waar het gemiddelde maandsalaris rond de $550 ligt en waar, volgens de Wereldbank, zo’n 40% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Andere jonge spelers vielen ook voor het trucje en maakten samen met Serge de lange, bloedhete busreis naar Ouagadougou, waar bij aankomst geen recruiter te bekennen was.
‘Ik weet niet of het om mensenhandel ging. Ik weet alleen dat er niemand was,’ zegt Serge. ‘We speelden uiteindelijk tegen kleine clubs en gingen weer naar huis.‘
Naar schatting vallen elk jaar zo’n 15.000 jonge spelers ten prooi van mensenhandel – en niet alleen amateurs zoals Serge. Tijdens een euforische persconferentie na de finale waarin Ivoorkust de Afrika Cup-titel veroverde, onthulde de 23-jarige Simon Adingra – een van de beste jonge spelers van het hele toernooi – dat ook hij in het verleden slachtoffer was geworden.
De harde realiteit drong tot Adingra door: er was niet alleen geen academie
Nadat een zogenaamde coach hem had zien spelen bij een lokale club, betaalde de ouders van Adingra de man ongeveer $300 om hun getalenteerde zoon naar een voetbalacademie in Benin te sturen. Toen de ‘coach’ daar eenmaal met het geld verdween, drong de harde realiteit tot Adingra door: er was niet alleen geen academie, maar ook geen onderdak. Samen met negen andere voetballers was Adingra aan zijn lot overgelaten.
De jongens bleven bij elkaar en deden klusjes in ruil voor voedsel of geld. Ondanks hun omstandigheden, hoopten ze nog altijd op een kans: een echte kans. Hulp arriveerde enkele maanden later in de vorm van een in Ivoorkust opgeleide Beninese man die Adingra en de anderen zowel fatsoenlijk onderdak gaf als de mogelijkheid om te voetballen. Uiteindelijk wist Adingra de aandacht te trekken van de Right to Dream-voetbalacademie in Accra, Ghana, waar hij trainde voordat hij – dit keer op legitieme wijze – werd gerekruteerd om in Europa te spelen bij de Deense club Nordsjaelland, die de academie sponsort.
De internationale voetbalorganisatie FIFA hanteert een strikt reglement voor het rekruteren van spelers over landsgrenzen, zowel op amateur- als professioneel niveau. Spelers krijgen een elektronische ID-kaart die bij de voetbalbond is geregistreerd. Daarnaast moeten ze ook een uitnodigingsbrief ontvangen van de geïnteresseerde club, die via de lokale federatie moet worden verstuurd, zegt Alexandre Kouakou, een gerespecteerde scout in het Ivoriaanse voetbalmilieu die spelers helpt om nepbrieven te identificeren.
De regels zijn nóg strenger voor minderjarigen die het tot prof willen schoppen. Hoewel jonge spelers al voor hun 18e verjaardag gescout kunnen worden in het land waar ze wonen – een veelvoorkomende zaak in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, waar kinderen en tieners regelmatig contracten sluiten met binnenlandse teams – zijn internationale transfers voor spelers onder de 18 alleen enkel in uitzonderlijke gevallen toegestaan. Zo mogen minderjarigen alleen een proefperiode meelopen bij een club. Daarnaast moet de club schriftelijke toestemming ontvangen van ouders, zorgen voor geschikte huisvestingen en levensomstandigheden, alle kosten dekken en een persoonlijke begeleider inschakelen. Bovenal is het vragen naar of innen van vergoedingen voor een proefperiode ten strengste verboden. ‘Het spreekt voor zich dat elke operatie die buiten de officiële kanalen van de voetbalwereld staat op zijn minst verdacht is, zo niet volledig illegaal,’ zegt Kouakou.
BedrogHoewel de meeste jonge voetbaltalenten de statistieken van hun favoriete clubs en spelers moeiteloos opdreunen en de spelregels door en door kennen, weten maar weinigen iets over de statuten van het officiële rekruteringsproces. Wanneer een vermeende coach of scout opduikt met grote interesse en een verleidelijk aanbod, wagen velen daarom de sprong.
Het bedrog begint meestal in het thuisland van de speler wanneer een coach of scout opduikt met de kans van zijn leven: een proefperiode bij een grote club in het buitenland. Er zit echter een addertje onder het gras; de nepscout heeft eerst een bemiddelings- of transportvergoeding nodig, of geld om een visum of accommodatie te regelen.
In zijn studies beschrijft de onderzoeker James Easson wat er vervolgens gebeurt: veel families verkopen hun bezittingen, halen jongere kinderen van school of lenen geld om de benodigde fondsen bij elkaar te sprokkelen. Bij aankomst in het nieuwe land – meestal op een kortlopend toeristenvisum – biedt de nepscout aan hun paspoorten en geld ergens veilig op te bergen. Voor sommigen eindigt het avontuur daar: de oplichter verdwijnt met hun kostbaarheden zonder hen naar de beloofde club of wedstrijd te brengen. Anderen krijgen wel een kans om te spelen, en sommigen worden zelfs een contract aangeboden. Maar deze contracten zijn vaak net zo uitbuitend, met gigantische commissies voor de scout en weinig bescherming voor de speler. Als een speler weigert te tekenen, verdwijnt de scout met zijn resterende geld en documenten.
Soms gaat het niet alleen om geld. Begin jaren 2000 werd de toekomstige Premier League-speler Alhassan Bangura vanuit Sierra Leone naar het Verenigd Koninkrijk gehaald door een Fransman die hem een proefperiode beloofde. Kort na aankomst werd de 16-jarige Bangura seksueel misbruikt door twee mannen in de accommodatie die de Fransman voor hem had geregeld. Andere spelers raken verzeild in dwangarbeid. Zo werd een voormalige Nigeriaanse voetballer die wij spraken, gelokt met de belofte van een proefperiode in Europa maar belandde hij uiteindelijk in Kaapverdië, waar hij als onderbetaalde ober moest werken in een restaurant.
Sommige oplichters weten zelfs de meest waakzame spelers om de tuin te leiden.
‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij’
Toen David Kevin Kouassi, een 22-jarige speler uit Yopougon, een uitnodigingsbrief van een Filipijnse club ontving van een Marokkaanse man die beweerde een FIFA-scout te zijn, was hij aanvankelijk achterdochtig; hij had immers genoeg verhalen gehoord van mensen die waren opgelicht met valse brieven. Maar zijn twijfels verdwenen toen de scout videogesprekken regelde met een man die zich voordeed als een clubvertegenwoordiger, en een snelle internetzoektocht naar de naam van de scout een pagina op de FIFA-website opleverde. Overtuigd van het aanbod betaalde Kouassi de man $270 en vertrok naar Manilla.
Na een zenuwslopend gesprek bij de grenscontrole op de luchthaven van Manilla legden de lokale autoriteiten Kouassi uit dat hij was opgelicht. De oplichter had de naam en gegevens van een echte scout gebruikt om zijn vertrouwen te winnen en was er vervolgens met zijn geld vandoor gegaan. Kouassi wist alsnog het land binnen te komen op een toeristenvisum en probeerde zelf contacten te leggen in het Filippijnse voetbal, maar de salarissen die hem door clubs uit de eerste en tweede divisie werden aangeboden, waren nauwelijks genoeg om zijn huur te dekken. ‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij,‘ zegt hij terwijl hij uit een tuk-tuk stapt, een paar meter van het appartement dat hij deelt met zijn zus in Songon, een buitenwijk ten oosten van Abidjan, waar half afgebouwde betonnen huizen tussen het wildgroei uitsteken. Toen zijn economische situatie in Manilla onverdraagbaar werd, verzamelde Kouassi de moed om zijn vader de waarheid te vertellen en wist hij genoeg geld bij elkaar te krijgen voor een terugvlucht.
Vrijwel alle (naar schatting) 15.000 jaarlijkse slachtoffers van voetbalhandel komen uit West-Afrika, een regio waar instabiliteit en een ongeremde passie voor voetbal een vruchtbare voedingsbodem vormen voor mensenhandelnetwerken.
‘Elke keer als we bijeenkomsten hebben over voetbalhandel,‘ zegt Lerina Bright, voorzitter van Mission 89, een Zwitserse voetbalorganisatie die zich bezighoudt met mensenhandel, ‘steken minstens drie mensen hun hand op. Of ze zijn zelf slachtoffer geweest, of ze kennen een slachtoffer.’
FinancieringZelfs als een voetballer op professioneel niveau speelt in West-Afrika is het verschil tussen zijn salaris – de gemiddelde profvoetballer in Ivoorkust verdient ongeveer $500 per maand – en de potentiële verdiensten van een Europese carrière groot genoeg om hem ertoe te drijven risico’s te nemen. Dit kan betekenen dat ze hun vertrouwen in een oplichter leggen of proberen op een klein bootje richting Europa te stappen. Als het niet lukt om Europa te bereiken, bieden veel teams in Noord-Afrika, waar de infrastructuur en competities verder ontwikkeld zijn, salarissen tussen de vier en zes cijfers per maand.
‘Wat ontbreekt in Ivoorkust is financiering,‘ zegt Lakoun Ouattara, een activist uit Abidjan die bewustzijn creëert over voetbalhandel met de niet-gouvernementele organisatie Mousso Foot. ‘We hebben de staat en de clubvoorzitters nodig om te investeren in infrastructuur en het lokale voetbalmilieu te verbeteren. Tot dit gebeurt, zullen mensen naar meer ontwikkelde landen blijven reizen.’
Wanneer Ivoriaanse spelers op legitieme wijze naar het buitenland worden gehaald, legt Ouattara uit, kan dat het lokale voetbal helpen zich te ontwikkelen. Zo kan geld dat met hun verkoop wordt verdiend, bijdragen aan de groei van binnenlandse teams. Bovendien kunnen de naar het buitenland gehaalde spelers tijdens internationale kampioenschappen hun ervaring gebruiken om het nationale team van Ivoorkust te versterken.
Daniele Canepa, een expert op het gebied van voetbalhandel en auteur van het boek ‘In welke mate? Internationale Handel in Jonge Atleten,’ voegt toe dat mensen die denken dat het mensenhandelprobleem begint en eindigt bij nepscouts, net zo kortzichtig zijn als mensen die drugsdealers de volledige schuld geven van drugsverslaving.
‘Het is een systemisch probleem,’ benadrukt Canepa. ‘De onderliggende vraag is hoe de mens wordt beschouwd als sportman. Aan de ene kant hebben we de neiging om atleten als machines te zien die moeten presteren. Aan de andere kant is er de commodificatie van de speler, die in deze sector meer wordt geaccepteerd dan in andere sectoren, waar het gegarandeerd verontwaardiging zou veroorzaken.’
‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien’
De website van de Fédération Internationale des Associations de Footballeurs Professionnels (FIFPRO) heeft een sectie gewijd aan — en voert regelmatig bewustwordingscampagnes over — voetbalhandel.
‘Toch doen we niet genoeg,’ zegt Bright, de voorzitter van Mission 89. ‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien. Op dit moment is ons grootste project dan ook het pleiten voor de erkenning van de misdaad van sporthandel en het doorvoeren van beleid op Europees niveau. Echte politieke wilskracht is nodig, niet alleen verklaringen.’
Simon Adingra is niet het enige Ivoriaanse slachtoffer van mensenhandel die het uiteindelijk toch tot profvoetballer wist te schoppen. In 2017 werden de toenmalige tieners Amad Diallo en Hamed Junior Traore, inmiddels middenvelders van Manchester United en Napoli, door een groep mensen die zich als familieleden voordeden naar Italië gesmokkeld. Toen de Italiaanse overheid hier enkele jaren later achter kwam, kregen beide voetballers $52.000 boete voor het vervalsen van reisdocumenten.
Over hun ‘familie’ wilden Diallo en Junior Traore lange tijd niet praten, wat best logisch is. ‘In sommige gevallen beschouwen de slachtoffers de schimmige figuren die hen hebben opgelicht toch als een soort verlosser, omdat ze hen per slot van rekening naar Europa brachten,’ zegt Canepa. ‘En zodra spelers zich realiseren dat ze zijn verhandeld, waarom zouden ze aan de politie bekennen hoe ze het land zijn binnengekomen?’
In afwachting op een kansIn tegenstelling tot velen wil Armel Djaoum, 27, wel over zijn ervaring praten. ‘Ik denk dat God me deze ervaring heeft laten beleven zodat ik er getuige van kon zijn en heb daar dan ook beslist geen spijt van,’ zegt hij terwijl hij over een voetbalveld in Gravier, Songon loopt: een klein stuk grond met zandbodem gelegen tussen een bananenboomgaard en een bescheiden herberg waar een paar oude mannen kletsen en cola drinken. De doelen zijn gemaakt van roestige, met stukken net aan elkaar gebonden ijzeren buizen. Ongeknipt gras definieert de grenzen van het speelveld.
‘Op dit veld scoorde ik mijn eerste goal. Het was mijn hele wereld.’
Djaoum vertelt dat hij op 19-jarige leeftijd werd benaderd door een Kameroense scout die spelers uit West-Afrikaanse landen rekruteerde en hen naar Marokko stuurde voor proefperiodes bij een club in de derde divisie. Djaoum betaalde de man $2.100, maar de training vond nooit plaats. Zonder geld om naar huis te komen, en nog altijd in afwachting op een kans om te kunnen spelen, bleef Djaoum illegaal in Marokko voor een paar jaar totdat zijn vader, die hem financieel had ondersteund, ziek werd. Djaoum deed een beroep op de Internationale Organisatie voor Migratie voor vrijwillige repatriëring, zodat hij aan zijn vaders zij kon staan voor hij stierf.
Niet iedereen was even blij met Djaoums terugkomst. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde,’ herinnert hij zich terwijl hij in het bankstelsel van zijn spartaans ingerichte woning zakt. ‘Ze namen me niet langer serieus. Toen ik weer ging trainen, maakten ze zelfs grapjes. Dat deed me pijn: ze wisten niet wat ik had meegemaakt.’
‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen’
Schaamte en angst voor vergelding achtervolgen de slachtoffers van mensenhandel en dragen volgens Bright mogelijk bij aan ondergerapporteerde gevallen. Zo had Serge, die niet één maar twee keer slachtoffer werd van mensenhandel, zijn verhaal tot nu toe nooit eerder publiekelijk gedeeld.
Het tweede misdrijf gebeurde toen hij 16 was en voor een amateurclub speelde in Noord-Abidjan. Af en toe verscheen er een Italiaanse man op het trainingsveld, die ballen, shirts en andere voetbalspullen met zich meebracht. Niemand wist wie hij was of waar hij vandaan kwam, tot hij Serge en zijn teamgenoten een voorstel deed om in Italië een proefwedstrijd te spelen in het bijzijn van recruiters. De kosten waren astronomisch, bijna $5.000 per persoon, maar de families van de spelers waren door het dolle en gingen snel op zoek naar financiering. Serge’s moeder vroeg verschillende familieleden om leningen, maar kon het gevraagde bedrag niet bij elkaar krijgen. Gelukkig had de Italiaan nóg een aanbod: een wedstrijd in Ghana voor een lagere prijs.
Serge ging naar Ghana, maar de wedstrijden bleken niets meer dan vriendschappelijke wedstrijden tegen lokale teams te zijn. Ook waren er geen scouts aanwezig om de spelers te observeren. Serge’s familie slaagde er nooit in om hem naar Italië te sturen, en dus keerde hij wederom met lege handen terug.
‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen,’ zegt Serge terwijl zijn ogen afdwalen naar twee teams van jonge jongens die strijden op een modderig veld in Yopougon waar soms scouts komen kijken.
Zittend in een café legt hij uit dat zijn moeder hem vroeger naar training bracht voor ze naar haar werk ging en hem na afloop weer ophaalde, waarbij ze veel van haar geringe salaris aan vervoer uitgaf. ‘Voor ze overleed, zei ze dat ik naar Ghana moest gaan om vervolgens naar een ander land met betere kansen te reizen. Helaas kon ik haar droom niet waarmaken.’
SteunDe mensenhandel heeft een zware tol geëist, zowel financieel als emotioneel. En niet alleen van Serge, maar ook van zijn familie. Toen hij zijn eigen gezin startte, besloot hij met voetbal te stoppen en ging hij op zoek naar een veiligere, betrouwbaardere manier om zijn kinderen te ondersteunen.
Na zijn ontberingen in de Filippijnen keerde ook Kouassi met lege handen terug naar huis. Tot zijn verbazing werd hij echter niet belachelijk gemaakt, maar verwelkomd. De onafgebroken steun van zijn familie gaf hem de kracht zijn droom om professioneel voetballer te worden na te streven. Ondanks zijn jonge leeftijd gaat Kouassi zelden op stap en volgt hij een gezonde levensstijl. Hij is onlangs lid geworden van Yopougon F.C., een derde divisieclub waar hij speelt voor een kleine beurs die zelfs het vervoer naar training en wedstrijden niet dekt. Maar de intentie om op te geven, heeft hij niet. Zijn doel is en blijft Europa te bereiken.
‘Elke dag probeer ik mezelf op te vrolijken,’ zegt hij terwijl hij zich voorbereidt om te gaan hardlopen. Hij pakt zijn voetbalschoenen en wijst naar een op een rommelige plank geplaatste trofee die hij won toen hij een tiener was. Hij benadrukt dat, zolang zijn lichaam functioneert, hij op het veld zal staan.
‘Cristiano Ronaldo is 39 jaar oud en blijft ook spelen. Waarom zou ik hetzelfde niet kunnen doen? Ik wil blijven spelen totdat ik me zwak voel, totdat ik de bal niet meer kan schieten.’
From the publisher's feed