Maar Petrus, die daar met de elf andere apostelen stond, verhief zijn stem en sprak tot hen: Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont, dit moet u bekend zijn en laat mijn woorden tot uw oren doordringen:
15deze mensen zijn namelijk niet dronken, zoals u vermoedt, want het is pas het derde uur van de dag.
16Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël:
17Jes. 44:3; Ezech. 11:19; 36:27; Joël 2:28; Zach. 12:10; Joh. 7:38En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal Hand. 10:45uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en Luk. 2:36; Hand. 21:9uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.
18En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.
19En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm.
20De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.
21Joël 2:32; Rom. 10:13En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.