De overgang is onderdeel van een natuurlijke cyclische beweging.
Ze vindt plaats wanneer we van onze herfst naar onze winter bewegen. Je zou haar kunnen zien als het finale stuk van de herfst.
En wie weleens goed naar de herfst heeft gekeken, weet dat die niet alleen maar zachtjes wat blaadjes laat dwarrelen.
Soms stormt het.
Soms regent het dagenlang.
De groei vertraagt.
Bladeren vallen.
De energie keert naar binnen.
Zo kan ook onze eigen herfst ons uitnodigen om te kijken: wat wil ik nog meenemen? Waar ben ik aan ontgroeid? Wat mag vallen? En wat vraagt er juist om gekoesterd te worden?
Niet omdat je tijdens de overgang ineens alles moet loslaten, opruimen en oplossen.
Ook dat zou weer een nieuwe opdracht zijn.
De herfst is bovendien niet alleen een voorbereiding op wat daarna komt. Ze is een volwaardig seizoen op zichzelf.
Ook de storm hoort erbij.
Ook het verlies.
Ook de verwarring.
Ook het niet-weten.
En misschien hoeven we de regen niet alleen te zien als iets wat moet overwaaien.
We kunnen ook water opvangen voor de winter.
Want wat je doorleeft, bevraagt, verliest en ontdekt, neem je mee.
De overgang is geen onderbreking van het leven.
Ze ís het leven.
Cyclisch. Bewegend. Veranderend.
Een beweging van rijpen naar gerijpt zijn.