Na de staatsgreep van 24 maart 1976 verloor Argentinië misschien wel wat het land decennialang richting had gegeven: de hoop op een langetermijnconstructie.
Misschien was dat de dag dat alles werd verpest. Het is dwaas om een beslissende dag te willen aanwijzen: zo werken historische processen niet, het zijn lange, complexe bewegingen. Maar misschien was de dag waarop alles werd verpest wel 24 maart, een halve eeuw geleden. Vanaf het begin van zijn bestaan was Argentinië ‘het land van de toekomst’: een land dat uitging van de belofte dat het op een dag groot zou zijn. Het was aannemelijk, het leek mogelijk: de pampa stemde optimistisch en daarom kwamen ruim honderd jaar geleden miljoenen immigranten uit het arme Europa ernaartoe, bereid zich op te offeren om hun kinderen een beter leven te geven in een beter land. ‘Mijn zoon wordt dokter,’ dat was de teneur.
Het leek dat het ze zou lukken. In die verwachtingsvolle dagen werd Buenos Aires bezocht door een Franse premier die, Frans als hij was, dacht dat hij geestig moest zijn en zei dat Argentinië inderdaad het land van de toekomst was, maar dat helaas toujours zou blijven. Decennialang hield Clemenceaus oordeel stand: de focus van ons zelfbeeld lag altijd een beetje verder, in een toekomst die ieder heden weer een stukje verbeterde.
Om die toekomst te verwezenlijken – om zichzelf te verwezenlijken – zette Argentinië complexe industrieën op, nationaliseerde zijn grondstoffen en nam de verantwoordelijkheid over het onderwijs, de gezondheid en de zorg van al zijn inwoners. In 1975 leefde maar 3 procent onder de armoedegrens, waren er vier keer zo weinig analfabeten als gemiddeld in Latijns-Amerika en lag het inkomen per hoofd van de bevolking een stuk hoger dan in Spanje.
Maar de toekomst is per definitie aanvechtbaar en veel Argentijnen wensten er – vanwege hun scholing, gedwongen of uit idealisme – een waarin ieder een had wat hij nodig had. Ze stelden het zich voor in de vorm van socialisme of iets in die geest: een samenleving waarin de macht en de welstand beter verdeeld zouden zijn. De strijd om die toekomst maakte de rijke Argentijnen nerveus, zodat ze eens te meer hun toevlucht namen tot hun privépolitie: het nationale leger.
Van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest
Dat deden ze vaak: van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest. De rijke Argentijnen probeerden decennialang de hoop van de anderen te fnuiken en de continuïteit van hun macht veilig te stellen. Ze probeerden het met het peronisme – toelaatbare concessies; ze probeerden het met hun milde dictaturen – onvoldoende angst; maar ze slaagden er niet in. De dreiging verontrustte hen steeds meer; in 1976 waren ze het zat en wilden ze er voor eens en altijd een eind aan maken.
Goed excuus
Ze hadden een goed excuus: twee ‘gewapende organisaties’ waarvan het grootste gevaar was dat ze wapens hadden geleverd aan groeperingen studenten en arbeiders die hen steunden. De democratische regering van Isabel Perón had haar eigen vorm van illegale repressie uitgeoefend en in 1974 en 1975 waren door haar handlangers van de ‘Anticommunistische Alliantie van Argentinië’ meer dan duizend mensen gedood – maar het was niet genoeg.
Als reactie op dat geweld grepen genoemde organisaties opnieuw naar de wapens, al waren het er weinig, en van slechte kwaliteit. En de stakingen in de fabrieken, de onrust op de universiteiten, de aanslagen hier en daar en de roep om sociale gerechtigheid gingen door. Het militaire commando gaf de ‘goedgezinde media’ bevel het gevaar te overdrijven om zo veel mogelijk angst te zaaien teneinde zich te kunnen rechtvaardigen: deze keer zouden ze al het verzet breken.
Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel
Maar de Argentijnen wisten het nog niet. Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel: de militaire marsen op radio en tv, de lege straten, de bekende onzekerheid. Twee dagen later bezocht de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, William Rogers, de junta. Hij rapporteerde zijn chef, de almachtige Henry Kissinger, in het geheim dat ‘we op heel korte termijn rekening moeten houden met een tamelijk hoge graad van repressie en waarschijnlijk veel bloedvergieten in Argentinië. Ik denk dat niet alleen met harde hand tegen terroristen zal worden opgetreden, maar ook tegen dissidente vakbondsleden en politieke partijen.’ Een paar dagen later zou Kissinger zijn brief sturen.
Brief
De brief is een van de kerndocumenten in de geschiedenis van Argentinië, maar wordt nauwelijks geciteerd. Eerder dan een brief was het trouwens een communiqué dat de grootvizier van het Amerikaanse imperium zijn ambassadeur in Buenos Aires stuurde. Hij droeg hem op de generaals ervan te overtuigen bij hun economisch beleid ‘de nadruk te leggen op vermindering van staatsbemoeienis in de economie, bevordering van de export, aandacht voor de verwaarloosde agrarische sector en een positieve houding ten aanzien van buitenlandse investeringen’.
De claim van de Verenigde Staten was glashelder. Het was, met permissie, een plan dat een eind maak te aan de bijzondere positie van Argentinië in Latijns-Amerika en het terugduwde in de klassieke rol van onze landen, een rol die het decennia eerder had geprobeerd af te werpen: de winning en export van grondstoffen. Misschien hadden de militairen van ’76 het al bedacht, misschien niet: denken was per slot van rekening niet hun sterkste kant. Maar ineens viel alles op z’n plaats: zolang de industrieën overeind bleven, zouden de arbeiders lastig zijn.
Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien
Werd daarentegen teruggekeerd naar de oude economie van agrarische export, dan zou het mogelijk en redelijk zijn die fabrieken te ontmantelen, en had je van de vroegere werknemers geen last meer. Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien. En iedere toekomstvisie bij het vuilnis zetten. Het Argentinië dat Kissinger, Videla & co hebben gesticht werd niet in de toekomst gezocht maar in het verleden. Het brak met het langetermijndenken en nestelde zich in een permanent heden waarin een handjevol mensen heel veel kon verdienen.
Intussen hielden de militairen zich bezig met het vermoorden van degenen die eventueel met een ander idee van de toekomst kwamen. Zo elimineerden ze niet alleen hen, ze doordrongen de bevolking er tegelijkertijd van dat ze met iedere poging in die richting het ergste riskeerden.
Misschien is die 24ste maart niet de dag geweest waarop alles werd verpest, maar het was wel het moment waarop Argentinië de focus verloor die het land decennialang richting had gegeven: de hoop van de langetermijnconstructie. Nog in 1983, toen de dictatuur voorbij was, bood president Alfonsín iets soortgelijks aan een toekomst toen hij bezwoer: ‘Met democratie is er eten, onderwijs en zorg’. Maar de cocktail van armoede, marginalisatie, neoliberalisme en economische crises die de generaals van ’76 had den ingesteld bleef van kracht en de regeringen die elkaar sindsdien opvolgden hielden zich vooral bezig met het beteugelen van het dringende, onhandelbare heden.
Misschien is dat een voorname reden geweest van de onwaarschijnlijke overwinning van Javier Milei: in zijn campagne had hij het over ‘morgen’. Hij herstelde het Argentijnse geloof dat we een betere toekomst konden bouwen door het heden te offeren. In het begin gaf het herstel van de toekomst hem voldoening. Om te beginnen kon hij zo de laatste desastreuze jaren makkelijker veroordelen. En het gaf hem de kans plannen voor te spiegelen en beloften te doen: de economie koppelen aan de dollar, wat niet gebeurde; de centrale bank sluiten, wat niet gebeurde; de inflatie stoppen, wat niet gebeurde – en een heleboel meer wat ook niet gebeurde.
Ook beloofde hij de economie weer op gang te brengen. Maar nu, na twee regeringsjaren, sluiten elke dag zo’n dertig bedrijven en staan zo’n vierhonderd werknemers op straat; dat zijn nu in totaal al zo’n driehonderdduizend werknemers en zo’n 22.600 bedrijven, inclusief verschillende van de weinige fabrieken die er nog waren en die, met de opheffing van de douanebarrières, niet kunnen concurreren met de Chinese industrie.
Hij wilde de overheid verkleinen, maar maakte het land kleiner
Ook beloofde hij de overheid kleiner te maken, maar in zijn immense onbekwaamheid verwarde hij dat met het land kleiner maken. Ruim twee jaar geleden schrapte Argentinië alle publieke werken, en sindsdien neemt het aantal doden door ongelukken met die kapotte wegen hand over hand toe; hetzelfde geldt voor de ziekenhuizen, de gepensioneerden, de mensen met een handicap.
En ook beloofde hij ‘een eind te maken aan de politieke kaste’, maar zijn kabinet telt mannelijke en vrouwelijke politici die alle partijen hebben doorlopen. En hij beloofde ‘moraal boven alles’, maar de corruptieschandalen in zijn regering en familie volgen elkaar op. Momenteel onthullen journalisten bewijzen dat hij, toen hij al president was, enkele miljoenen dollars opstreek door zijn volgelingen valselijk aan te raden hun geld om te zetten in een cryptomunt die maar twee uur zou standhouden en voor honderden miljoenen verlies heeft gezorgd.
Misbaksel
Maar los van alle bedrog en gemarchandeer imponeert dit misbaksel omdat het een totaal onsamenhangende figuur is die niet in staat is zich vloeiend uit te drukken en heel goed is in het lanceren van baarlijke nonsens – nog daargelaten dat hij schreeuwt en almaar sprongetjes maakt. Ik denk dat hij al met al het extreemste product is van die staatsgreep van een halve eeuw geleden.
Niet alleen omdat zijn woeste economisch beleid een slechte kopie is van dat van de militairen van toen. Maar vooral omdat zo’n heerschap in de regering het resultaat is van vijftig jaar marginalisatie van miljoenen Argentijnen, het resultaat van de verwaarlozing van al diegenen die sindsdien hebben geleden, het resultaat van het verval van het publieke onderwijs, waardoor een gemiddeld geschoold land is veranderd in een land dat alleen kan communiceren door middel van beledigingen, schreeuwpartijen en wreedheden, een land dat ooit de solidariteit voorstond en nu het ‘ieder voor zich’ belijdt.
Waarschijnlijk wordt Argentinië nooit meer ‘het land van de toekomst’
Uiteindelijk is het resultaat van die 24ste maart, van die zeven jaar moord en duisternis, deze arme man. Of nee: in feite is het resultaat dit arme land dat hem koos, het land waarvan deze arme man alleen maar een zielig symptoom is. Het is beschamend, het maakt triest, wanhopig. Waarschijnlijk wordt Argentinië nooit meer ‘het land van de toekomst’. Maar dan nog zou je dit land iemand gunnen die de moeite waard is, die serieus aan de slag gaat.