Technologie – 360 Magazine

Technologie – 360 Magazine

By Technologie – 360 MagazineSociety & CultureNewsDaily News
Download on the App Store

Technologie – 360 Magazine episodes

  • Waarom AI maar niet van de grond komt in het bedrijfsleven

    Kunstmatige intelligentie biedt enorme kansen voor bedrijven. Toch blijft grootschalige invoering uit. Slechts tien procent van de ondernemingen in de VS past AI daadwerkelijk zinvol toe, blijkt uit een onderzoek van United States Census Bureau. Hoe komt dat?

    Laat de term ‘AI’ vallen bij grote ondernemers, en ze steken gloedvol van wal over het baanbrekende gebruik van kunstmatige intelligentie binnen hun organisatie. Recent zei Jamie Dimon van de Amerikaanse JP Morgan Chase dat zijn superbank over liefst 450 gebruiksscenario’s (use cases) beschikte. Yum! Brands, de fastfoodreus die onder meer Kentucky Fried Chicken en Taco Bell onder zijn vleugels heeft, stelt dat AI het nieuwe bedrijfssysteem van restaurants wordt. Booking.com dicht AI een belangrijke rol toe in het verbeteren van reizigerservaringen. En bijna de helft van de vijfhonderd grootste Amerikaanse beursgenoteerde ondernemingen (S&P 500) maakten melding van AI tijdens de toelichting van hun bedrijfsresultaten in het eerste kwartaal van dit jaar. 

    Wat de CEO’s ook mogen beweren, de AI-revolutie verloopt opvallend stroef. Volgens een hoogwaardig onderzoek van het United States Census Bureau (een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken) gebruikt slechts tien procent van bedrijven AI op een zinvolle manier. ‘De toepassing door het bedrijfsleven valt tegen’, zo staat in een recent artikel van de bank UBS te lezen. Goldman Sachs houdt ondernemingen in de gaten die ‘de grootste groei in basisomzet door AI-toepassing zouden kunnen realiseren’, en die hebben het de afgelopen maanden niet best gedaan op de aandelenmarkt. 

    Vreemd. AI biedt zulke grote mogelijkheden dat het geld op straat ligt. Waarom rapen bedrijven dat dan niet op? De verklaring ligt in persoonlijke economische belangen.

    Pril

    Natuurlijk is AI nog pril. Je moet wat hobbels overwinnen om de technologie goed te gebruiken. De integratie van data in de cloud, bijvoorbeeld, vergt tijd. Dat viel te verwachten. Maar dan nog gaat het erg langzaam. Voorspelden analisten van de bank Morgan Stanley dat bedrijven AI al in 2024 breed zouden toepassen, daar is niet veel van terechtgekomen. Dit jaar zouden autonome systemen taken uitvoeren op basis van data en vooraf gedefinieerde regels. Niet dus. Volgens UBS hebben bedrijven tot op heden vooral veel koudwatervrees getoond. Misschien moeten we dieper graven om de oorzaak te vinden van die discrepantie tussen het enthousiasme van leidinggevenden en de traagheid op de werkvloer. 

    Economen die de ‘beleidskeuzetheorie’ propageren, stellen dat overheidsfunctionarissen hun eigen belangen boven die van de burger laten prevaleren. Bureaucraten kunnen bijvoorbeeld weigeren banen te schrappen als dit betekent dat hun vrienden zonder werk komen te zitten. Vooral grote bedrijven kampen soms met dergelijke problemen. Er is een verschil tussen ‘formeel’ en ‘werkelijk’ gezag, stelden Philippe Aghion van de London School of Economics en Jean Tirole van de Universiteit van Toulouse in de jaren negentig. Op papier is een CEO bevoegd om grootschalige organisatorische veranderingen op te leggen. In de praktijk hebben vooral middenmanagers het voor het zeggen. Zij kennen alle valkuilen van de dagelijkse bedrijfsvoering en kunnen veranderingen die van bovenaf worden opgelegd naar eigen inzicht interpreteren, vertragen of zelfs tegenhouden.

    Bij de invoering van nieuwe technologieën speelt die beleidskeuzedynamiek vaak een rol. Joel Mokyr van Northwestern University stelt dat ‘technologische vooruitgang altijd al op krachtige weerstand heeft gestuit. Het gaat om een doelbewust, uit eigenbelang voortkomend verzet tegen nieuwe technologie.’ Frederick Taylor, een ingenieur die aan het einde van de negentiende eeuw deugdelijke managementtechnieken in de VS introduceerde, stelde dat machtsstrijd binnen bedrijven de invoering van nieuwe technologie dikwijls heeft belemmerd.

    AI en de belofte van groei

    Wat gebeurt er met onze levensstandaard als kunstmatige intelligentie écht doorbreekt? De voorspellingen lopen sterk uiteen. ARK Invest noemt 7 procent jaarlijkse groei plausibel, Epoch AI denkt zelfs aan meer dan 20 procent. Ook wordt voorspeld dat de economie elke tien jaar zal verdubbelen; kinderen zouden honderden keren rijker worden dan hun ouders.

    Nobelprijswinnaar Daron Acemoglu blijft sceptisch en schat dat AI de groei voorlopig met hooguit 0,1 procentpunt zal verhogen. Ook The Financial Times wijst op obstakels. Worden AI-systemen echt goed genoeg om zichzelf te verbeteren? En is er voldoende energie om hun rekenkracht te voeden? Voorspellingen over stroomverbruik en energiebehoefte die torenhoog zouden zijn remmen de opwaartse impact mogelijk af.
    The Guardian waarschuwt dat de ‘hype’ rond Artificial General Intelligence (AGI) de wetenschap nu al overvleugelt, dat de autonomie in systemen nog ontbreekt.
    Ook historisch perspectief wordt ingebracht: zoals dat in de jaren zestig verwachtingen ook hooggespannen waren – met onderwijs en technologie in opkomst –, maar de beloofde sprong in levensstandaard deels uitbleef. Economen benadrukken het belang van sectoren zoals zorg en onderwijs, waar productiviteit moeilijk te verhogen is, en wijzen erop dat juist deze sectoren in vergrijzende samenlevingen steeds meer gewicht krijgen.
    De echte impact van AI ligt dus waarschijnlijk eerder in subtiele maatschappelijke verschuivingen dan in spectaculaire welvaartssprongen, in lijn met het pleidooi van Nick Foster.

    Uit recent onderzoek blijkt dat deze machtsstrijd nog steeds gaande is. In 2015 publiceerden David Atkin van het Massachusetts Institute of Technology en zijn collega’s een artikel over fabrieken in Pakistan die voetballen maakten. Wat hen vooral interesseerde was hoe het ervoor stond met een nieuwe technologie die voor minder verspilling zorgde. Na ruim een jaar constateerden ze dat de toepassing ervan ‘eigenaardig beperkt’ was. De nieuwe technologie maakte dat sommige werknemers langzamer gingen werken, die daardoor de vooruitgang in de weg stonden — onder meer doordat ze eigenaren onjuiste informatie gaven over de waarde van de technologie. Een andere studie, van Yuqian Xu van de University of North Carolina in Chapel Hill en Lingjiong Zhu van Florida State University, beschreef vergelijkbare conflicten tussen werknemers en managers bij een Aziatische bank die haar activiteiten probeert te automatiseren.

    Conflicten over AI binnen bedrijven zijn nog nauwelijks onderzocht, maar lijken behoorlijk fel te zijn. Moderne ondernemingen in welvarende landen zijn opvallend bureaucratisch. In de Verenigde Staten hebben bedrijven inmiddels zo’n 430.000 interne juristen in dienst, tegenover 340.000 tien jaar geleden – een stijging die veel groter is dan die van de totale werkgelegenheid. Hun voornaamste taak is vaak om medewerkers te weerhouden van bepaalde handelingen. Mogelijk maken zij zich zorgen over de juridische risico’s van nieuwe AI-toepassingen: hoe bepaal je aansprakelijkheid als er iets misgaat en er nauwelijks jurisprudentie bestaat? Bijna de helft van de respondenten in enquêtes van UBS noemt regelgeving en naleving als grootste obstakels bij het implementeren van AI. Andere juristen buigen zich over de impact op gevoelige kwesties als gegevensbescherming en discriminatie.

    De tirannie van de inefficiëntie

    Mensen in andere functies hebben ook zo hun zorgen. HR-medewerkers (van wie het aantal in de VS de afgelopen tien jaar met veertig procent is gestegen) zullen inzitten over het effect van AI op banen en om die reden obstakels opwerpen. Steve Hsu, een fysicus aan de Michigan State University en oprichter van een AI-startup, stelt dat veel mensen zich gedragen als de Pakistaanse voetbalfabrikanten. Managers uit het middenkader zijn beducht voor de langetermijngevolgen van AI.  ‘Als het wordt ingezet om banen één echelon lager weg te automatiseren, zijn ze bang dat zij zelf op een dag aan de beurt zijn,’  zegt Hsu.

    Op den duur zullen marktmechanismen er wel voor zorgen dat meer bedrijven serieus gebruik gaan maken van AI. Net als bij eerdere nieuwe technologieën, zoals de tractor en de personal computer, valt te verwachten dat innovatieve bedrijven de achterlopers uit de markt drukken. Maar dat kan nog even duren – misschien te lang voor de grote AI-bedrijven, die flinke rendementen nodig hebben op hun investeringen in datacenters. De ironie van arbeidsbesparende automatisering is dat mensen daarbij vaak een sta-in-de-weg zijn.

    8 min
  • Een gezonde democratie vraagt om aandacht

    Onze aandachtsspanne bedraagt inmiddels een armzalige 47 seconden. Maar sommige verhalen, zoals het postkantoorschandaal (een Britse versie van het toeslagenschandaal), weten nog steeds onze aandacht te trekken en onze woede aan te wakkeren.

    Het kost gemiddeld vierenhalve minuut om deze column te lezen, dus je moet een paar pauzes incalculeren om je erdoorheen te slaan.

    Dit is een column over… Sorry, waar was ik gebleven?

    O ja, dit is een column over onze aandach… wacht even…

    Sorry, ik kreeg een appje. Zo grappig.

    Maar goed, aandacht, en hoe dat in het komende jaar…

    Shit, weer een mailtje. Moment.

    Dat filmpje dat ik net zag over een auto-ongeluk op Insta, je gelooft je ogen niet. Iemand die in zo’n knoert van een SUV achter het stuur in slaap sukkelt… Maar ik dwaal af.

    Als we de sociale wetenschappers mogen geloven, bedroeg onze gemiddelde aandachtsspanne twintig jaar geleden tweeënhalve minuut. En nu nog maar 47 seconden. In 47 seconden kun je pakweg 120 woorden lezen, ongeveer zoveel als ik er nu geschreven heb, en dan… Hè nee toch, gaat het nou regenen als ik straks naar huis moet? Sorry, toch even kijken.

    Ik heb deze cijfers gehoord – gehoord, ja, luisterend naar een podcast, niet starend naar een schermpje – in de voortreffelijke Ezra Klein Show van The New York Times. Klein sprak daarin met Gloria Mark, een hoogleraar aan de University of California, Irvine, die zich gespecialiseerd heeft in onderzoek naar het hoe en wat van ons concentratievermogen.

    Omdat mensen zichzelf wijsmaken dat het wel meevalt met hun aandachtsspanne, heeft haar team dat door slimme software laten meten, en zo kwamen ze uit op dat vrij dodelijke getal van 47 seconden. Daarmee scoren we wel hoger dan een mug of een goudvis, maar misschien is het toch niet helemaal wat we hadden gehoopt na een slordige vier miljoen jaar evolutie.

    Klein omschrijft onze huidige wereld als een ‘aandachtsgestoorde maatschappij. We hebben tig dingen ontwikkeld die om onze aandacht schreeuwen en ons steeds meer opjagen, van tv tot TikTok.’ Daar kan hij weleens gelijk in hebben. En dan het verschijnsel van nieuws mijden.

    Ben je daar nog? Want als je even wilt checken wanneer je pakjes nou bezorgd gaan worden, geen punt hoor

    Het aantal mensen dat gestopt is met het lezen van of kijken naar bepaalde soorten nieuws is in het Verenigd Koninkrijk in vijf jaar tijd verdubbeld. Zo’n 40 procent van ons zegt het nieuws nu soms of zelfs vaak te mijden. Gevraagd naar het waarom zeggen de respondenten dat het nieuws te negatief is, te deprimerend. Sommigen vertrouwen het niet, anderen trekken het niet. Een flinke minderheid klaagt dat ze er niets mee kunnen. Ze voelen zich machteloos.

    Ik moest aan deze cijfers denken toen ik de verbluffende impact zag van ITV’s dramaserie over het Britse postkantoorschandaal. Binnen enkele dagen was de publieke verontwaardiging zo aangezwollen dat de autoriteiten als de wiedeweerga op hun schreden moesten terugkeren en alsnog met één pennenstreek honderden onterechte veroordelingen van postkantoorhouders hebben vernietigd.

    Het is niet zo dat dit verhaal in de jaren daarvoor geen aandacht kreeg van journalisten. Speciale vermelding verdienen wat dat betreft onder meer Computer Weekly, de Daily Mail, The Times, de BBC en het blad Private Eye. Maar om de een of andere reden kreeg het niet de aandacht van de massa. Die klikte op een grappig plaatje of keek de andere kant op.

    Zullen we hier even pauzeren zodat je, weet ik veel, een koekje kunt eten of zo?

    In de jaren twintig van de vorige eeuw voerden twee politieke denkers, John Dewey en Walter Lippmann, een lang en beroemd geworden debat over de relatie tussen media en democratie. Dat was honderd jaar geleden, dus dat debat had de vorm van dikke turven met stofomslag. Lippmann schreef een boek. Dan snoof Dewey misnoegd en zette hij zich aan het schrijven van een weerwoord. En het publiek lustte er wel pap van. Grote aandachtsspanne toen nog, weet je wel.

    Lang verhaal kort – want ik weet dat je op het punt staat even je banksaldo te checken –, Dewey vond het een essentiële bestaansvoorwaarde voor een gezonde democratie dat we nieuws tot ons nemen. Als kiezers hebben we een soort burgerplicht om geïnformeerd te blijven, want dan kiezen we vanzelf de beste mensen om ons te vertegenwoordigen.

    Leuk bedacht, wierp Lippmann tegen. Maar in zijn ogen was de grote massa gedoemd om buitenstaander te blijven, terwijl veel van wat de overheid doet, gedaan wordt en gedaan moet worden door insiders en deskundigen. En hij was ook van mening dat de pers nooit in staat zou zijn om de kiezers naar behoren te informeren.

    Aanhaken

    Ik heb mezelf altijd tot het Dewey-kamp gerekend, zoals waarschijnlijk de meeste journalisten. Maar ik geef toe dat zijn theorie spaak loopt als de kiezers afhaken of… Ach wat, ik moet echt even kijken waar dat pakje nou blijft.

    Maar bij het treurige verhaal van het postkantoorschandaal is het beeld veel genuanceerder. De makers van de tv-serie zullen de eersten zijn om toe te geven dat hun serie niet gemaakt had kunnen worden zonder het harde onderzoekswerk dat journalisten al bijna vijftien jaar in de zaak hadden gestoken. Zij stelden de vragen, verzamelden de cijfers, zetten vraagtekens bij de officiële verklaringen en schetsten zo stilaan de contouren van een groot schandaal. Daarna was er nog wat briljant scenarioschrijfwerk, regie en spel voor nodig om een versie van het verhaal neer te zetten die eindelijk breed aansloeg en publieke verontwaardiging wekte. 

    Dus misschien had Dewey toch gelijk. We kunnen het niet overlaten aan de ‘deskundigen’, zoals Lippmann wilde. De publieke opinie kan wel degelijk gemobiliseerd worden en een orkaan van protest veroorzaken die geen politicus meer kan negeren. Maar dan moeten we juist aanhaken, niet afhaken. Zoals we deden met Mr Bates vs The Post Office, vier afleveringen lang.

    Dus stop met dat nieuws mijden en hou je kop erbij. Onze democratie hangt ervan af.

    8 min

About Technologie – 360 Magazine

From the publisher's feed

Het beste uit de internationale pers