Bijzondere richtlijnen voor wonderdoeners
11. (1) Het wonder elimineert de behoefte aan zorgen van lagere orde. Aan- gezien het een tijdsinterval buiten het normale patroon betreft, gelden de gebruikelijke overwegingen van tijd en ruimte niet. Wanneer jij een won- der verricht, zal ik zorgen dat zowel tijd als ruimte zich daarnaar schikken.
12. (2) Een duidelijk onderscheid tussen wat geschapen en wat gemaakt is, is noodzakelijk. Alle vormen van genezing berusten op deze fundamente- le correctie in het waarnemen van niveaus.
13. (3) Verwar nooit juiste met onjuiste gerichtheid-van-denken. Wanneer je met iets anders dan een verlangen om te genezen reageert op enigerlei vorm van vergissing, is dat een uiting van deze verwarring.
14. (4) Het wonder is altijd een ontkenning van deze vergissing en een be- vestiging van de waarheid. Alleen een juiste gerichtheid-van-denken kan corrigeren op een manier die enig werkelijk effect sorteert. Pragmatisch bezien heeft iets wat geen werkelijk gevolg heeft, ook geen werkelijk be- staan. Zijn gevolg is dus leegte. En omdat het zonder wezenlijke inhoud is, leent het zich tot projectie.
15. (5) Het vermogen van het wonder om niveaus recht te zetten leidt tot de juiste waarneming voor genezing. Zolang dat niet heeft plaatsgevonden, kan genezing niet worden begrepen. Vergeving is een loos gebaar als ze geen correctie met zich meebrengt. Zonder dat is ze in wezen eerder ver- oordelend dan genezend.
16. (6) Wondergerichte vergeving is louter correctie. Ze draagt geen enkel element van veroordeling in zich. De uitspraak ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’ beoordeelt op geen enkele wijze wat ze doen. Het is een bede tot God om hun denkgeest te genezen. Er wordt geen zinspeling gemaakt op waar de vergissing in uitmondt. Dat is van geen belang.
17. (7) Het gebod ‘Weest één van denkgeest’* is de uitdrukking voor open- baringsgereedheid. Mijn verzoek ‘Doet dit tot mijn gedachtenis’ is de op- roep tot samenwerking van de kant van wonderdoeners. Deze twee uit- spraken liggen niet in dezelfde orde van werkelijkheid. Alleen met de laatste is een tijdsbewustzijn gemoeid, aangezien herinneren betekent het verleden in het heden terugroepen. De tijd staat onder mijn leiding, maar tijdloosheid behoort aan God. In de tijd bestaan we voor en met elkaar. In tijdloosheid bestaan we samen met God.
18. (8) Je kunt veel doen ten behoeve van je eigen genezing en die van ande- ren als je in een situatie die om hulp vraagt, daar als volgt over denkt:
Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen
of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden. Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst,
wetend dat Hij me vergezelt. Ik zal genezen zijn, wanneer ik me door Hem laat leren
hoe ik anderen genees.