
Sign up to save your podcasts
Or


Jer. 31, 7-9 Blinden en lammen haal ik terug vol
Jes. 53, 10-11Hij gaf zijn leven als zoenoffer maar Hij
Wijsh. 7, 7-11In vergelijking met wijsheid beschouwde ik
Hebr. 4, 12-13Het woord van God ontleedt de bedoelingen
Mc. 10, 17-30 of 17-27Ga verkopen wat ge bezit, en volg
Gen. 2, 18-24 En zij zullen volkomen één worden.
Hebr. 2, 9-11 Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben een en dezelfde oorsprong.
Mc. 10, 2-16 of 2-12 Wat God heeft verbonden mag een mens niet scheiden.
Num. 11, 25-29 Waarom komt u voor me op? Wie zorgt dat heel het volk profeteert?
Wijsh. 2, 12. 17-20 Laten we hem veroordelen tot een
Jes. 50, 5-9 a Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen.
Jak. 2, 14-18Het geloof dat zich niet in daden uit is dood.
Mc. 8, 27-35Gij zijt Christus ... de Mensenzoon moet veel lijden.
Jesaja 35, 4-7a De oren van de doven worden geopend en de tong van de stommen zal jubelen.
Deut. 4, 1-2. 6-8 Aan wat ik u voorschrijf moogt gij niets
From the publisher's feed