
Sign up to save your podcasts
Or


Verrezen ben Ik, en nog altijd ben Ik bij U:Gij hebt uw hand op Mij doen rusten; wonderbaar is uw wijsheid. Alleluia.
Hand. 10, 34a. 37-43 Wij hebben met Hem gegeten en gedronken,nadat Hij uit de doden was opgestaan.
Kol. 3, 1-4 Zoekt wat boven is, daar waar Christus is.
Joh. 20, 1-9 Hij moest uit de doden opstaan
Sequentie Laat ons ’t Lam van Pasen loven,’t Lam Gods met offers eren
van Lichtritus tot en met de Eucharistie
Jes. 52, 13 - 53, 12 Hij werd mishandeld om onze misdaden.
Hebr. 4, 14-16; 5, 7-9 Hij heeft gehoorzaamheid geleerden is voor allen die Hem gehoorzamen, oorzaakgeworden van eeuwig heil.
Johannes (18, 1-19, 42)
Ex. 12, 1-8. 11-14 Voorschriften voor het paasmaal.
I Kor. 11, 23-26 Telkensals gij eet en drinkt, verkondigt gij de dood des Heren.
Joh. 13, 1-15 Hijgaf hun zijn liefde tot liet uiterste toe.
Heer, onthoud uw hulp niet ver van mij, bescherm mij,bevrijd mij uit de muil van de leeuw en mijn nederigheid van de hoorns van deeenhoorns.
Jes. 50, 4-7 Mijn gezicht heb Ik niet afgewend voorbeschimping, maar Ik weet dat Ik niet te schande zal worden.(Derde gezang van de Dienaar des Heren)
Fil. 2, 6-11 Hij heeft zich vernederd, daarom heeft GodHem hoog verheven
Mt. 27, 11-54 Zijt Gij de koning van de Joden?
God, schaf mij recht; kom voor mij op bij mensen zondermededogen. Verlos mij van de man vol valsheid en bedrog, want Gij zijt mijn Goden mijn sterkte.
Ez. 37, 12-14 Ik zal u mijn geest schenken en gij zultleven.
Rom. 8, 8-11 De Geest van Hem die Jezus van de dodenheeft opgewekt, woont in u.
Joh. 11, 1-45 Ik ben de verrijzenis en het leven.
Verheug u, Jeruzalem! Komt allen samen, die haar liefhebt! juicht van vreugde, allen die eens hebt getreurd! Weest opgetogen en geniet van de overvloedige troost die u geboden wordt.
I Sam. 16, 1b. 6-7. 10-13a Davidwordt gezalfd tot koning over Israël.
Ef. 5, 8-14 Sta op uit de doden en Christus zal uverlichten.
Joh. 9, 1-41 Hijging, waste zich en kwam ziende terug.
Mijn ogen zijn steeds op de Heer gericht: Hij zal mijn voeten uit de strik bevrijden. Zie naar mij om en wees mij genadig, want eenzaam ben ik en hulpeloos. Ps. 25 (24), 15-16
Ex. 17, 3-7 Geef ons water om te drinken.
Rom. 5, 1-2. 5-8 De liefde is in ons uitgestort door de Geest, die werd gegeven.
Joh. 4, 5-42 Een waterbron, opborrelend tot eeuwig leven.
Gen. 12, 1-4a De roeping van Abraham, de vader van Gods volk.
II Tim. 1, 8b-10 God roept en verlicht ons.
Mt. 17, 1-9 Zijn gezicht straalde als de zon.
“Wanneer mijn dienaar Mij aanroept, geef Ik gehoor. Ikzal hem redden en aanzien verlenen ;een lang leven zal Ik hem schenken.”
Genesis 2, 7-9; 3, 1-7 Schepping van de eerste vooroudersen hun zonde.
Rom. 5, 12-19 Waarde zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos.
Mt. 4, 1-11 Jezusvast gedurende veertig dagen en wordt op de proef gesteld.
From the publisher's feed