In deze preek staan we stil bij een indringende vraag aan het begin van een nieuw jaar: is Gods aanwezigheid onmisbaar voor ons leven? Aan de hand van Exodus 32–34 wordt de geschiedenis van het gouden kalf en de daaropvolgende dialoog tussen God en Mozes zorgvuldig uitgelegd.We zien hoe Israël, kort na hun bevrijding uit Egypte, God vervangt door iets tastbaars en zichtbaars. Het gouden kalf wordt een spiegel voor materialisme, vertrouwen op het zichtbare en het gevaar van een geloof dat losraakt van een levende relatie met God. Tegelijk wordt duidelijk dat zonde altijd gevolgen heeft, ook wanneer God genadig is.Het hart van de preek ligt bij Mozes’ pleidooi: “Als U niet Zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken.” Daarmee laat Mozes zien dat het beloofde land, voorspoed en zegen niets waard zijn zonder Gods nabijheid. Liever met God in de woestijn dan zonder God in een land van melk en honing.Deze boodschap wordt toegepast op ons eigen leven en onze keuzes in het nieuwe jaar. Waar stellen wij onze zekerheid in? Wat zijn onze ‘gouden kalveren’? En durven wij, net als Mozes, Gods aanwezigheid belangrijker te vinden dan succes, bezit of comfort?Een preek die oproept tot zelfonderzoek, afhankelijkheid en een bewuste keuze om ook in 2026 te wandelen met God – niet alleen naar Zijn zegeningen te verlangen, maar naar Hemzelf.