Op het Iberisch schiereiland werd dit weekend gestemd. In Portugal voor het presidentschap, in Spanje bij belangrijke regionale verkiezingen. Wat zeggen die uitslagen over de politieke richting van Zuid-Europa?
Presidentsverkiezingen in Portugal
In Portugal was gisteren de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Die werd overtuigend gewonnen door de centrum-linkse António José Seguro, met 66,8 procent van de stemmen. Zijn tegenstander, de rechts-populistische André Ventura, bleef steken op 33,2 procent.
Seguro is geen onbekende. Hij was eerder leider van de Socialistische Partij en rechterhand van VN-secretaris-generaal António Guterres. Na een verloren leiderschapsstrijd in 2014 tegen António Costa verdween hij uit de politiek. Vorig jaar keerde hij verrassend terug als onafhankelijk kandidaat en won hij onverwacht de eerste ronde.
In de tweede ronde schaarde vrijwel het hele politieke spectrum zich achter Seguro. Zelfs conservatieve politici riepen op om op hem te stemmen, vooral om een overwinning van Ventura te voorkomen.
Ventura verliest deze presidentsstrijd, maar positioneert zich nadrukkelijk als dé leider van rechts. Zijn uiteindelijke doel is het premierschap. Deze slag heeft hij verloren, maar de oorlog is dat zeker nog niet.
Portugal is geen zwaargewicht in Europa, maar in Brussel is men opgelucht. Niemand zit te wachten op nóg een Europese leider die, zoals Viktor Orbán, Robert Fico of Andrej Babiš, zand in de motor van de EU strooit. Europese leiders reageerden dan ook positief. Ursula von der Leyen stelde dat “Portugal een sterke stem blijft in het verdedigen van onze gedeelde Europese waarden”. De Franse president Emmanuel Macron zei uit te kijken naar de samenwerking met Seguro.
Regionale verkiezingen in Spanje
Ook in Spanje werd gestemd. In de noordelijke regio Aragón waren regionale verkiezingen. Aragón geldt al decennia als een politieke barometer. Sinds Spanje weer een democratie is, werd de nationale verkiezingswinnaar altijd voorafgegaan door winst in deze regio.
Wat opvalt: ook hier groeit het rechts-populisme. De partij Vox boekte forse winst. De socialisten van premier Pedro Sánchez leden hun slechtste resultaat ooit in Aragón. De conservatieve PP werd de grootste, maar verloor zelf ook licht. Vox verdubbelde bijna naar 14 zetels en bleef daarmee weliswaar kleiner dan de PSOE, maar groeide het hardst.
Deze verkiezingen zijn de eerste van drie: in maart volgen Castilië en León, in juni Andalusië. De PP presenteert deze reeks nadrukkelijk als een referendum over de regering-Sánchez, en zowel links als rechts voert campagne op nationale thema’s. In landelijke peilingen staat de PP inmiddels voor op de socialisten.
De problemen voor premier Sánchez stapelen zich op. In januari kwamen 47 mensen om bij ernstige treinongelukken, wat het vertrouwen in zijn regering verder schaadde. Hij leidt bovendien een minderheidskabinet. De PP is weliswaar de grootste partij in het parlement, maar slaagde er niet in een regering te vormen. Daardoor is Sánchez afhankelijk van wisselende steun, en is elke begroting een politiek gevecht. Daarbovenop komen corruptieschandalen binnen zijn partij.
De roep om het aftreden van Sánchez klinkt steeds luider, maar hij weigert op te stappen. Vervroegde verkiezingen zouden voor zijn partij desastreus kunnen uitpakken. Voorlopig lukt het de PP niet om hem weg te stemmen, maar zijn positie lijkt de komende tijd alleen maar verder te verzwakken.
Wat speelt zich vandaag af op het wereldtoneel? Het laatste nieuws uit bijvoorbeeld Oekraïne, het Midden-Oosten, de Verenigde Staten of Brussel hoor je iedere werkdag om 12.10 in ‘Blik op de wereld’ in het zakelijke en economische programma BNR Zakendoen.
See omnystudio.com/listener for privacy information.