Uit het dagboek van Bob Soeverijn. In deze aflevering onder meer:
- Bob las in dagblad Trouw over natuurtoerisme als witte hobby en windt zich vreselijk op over de toenemende haat tegen de witte westerse mens: “Gaan wij de rest van ons leven dagelijks geattendeerd worden op hoe spijtig het is dat wij … er zijn?”
- Bob raakte door een opgeheven account twintig jaar aan papers, correspondentie en e-mail kwijt – en het ergste: het manuscript van het boek waaraan hij werkt was ook verdwenen. Gelukkig stond zijn blowende en gamende zoon paraat om het probleem op te lossen.
- Bob en zijn zoon Daniël kochten in de Bijlmer een nieuwe desktopcomputer. Een paar jonge straatrovertjes hadden het op de zojuist aangeschafte pc voorzien, maar gelukkig was daar de Tesla keyfob: “De aspirantcrimineeltjes stonden toe te kijken, verbluft – versuft, alsof Daniël ook hun hersens had uitgezet.”
Over het dagboek:
Bob Soeverijn werkte aan de universiteit als hoogleraar maar werd door een conflict met vervroegd pensioen gestuurd. Met echtgenote en jeugdliefde Francien woont hij in een lommerrijke villawijk, waar hij leest, films kijkt, nieuws volgt, aan een belangrijk boek werkt en een zeer openhartig dagboek bijhoudt. Fragmenten uit dat dagboek leest hij zelf voor vanuit de stilste ruimte in zijn huis: de wijnkelder.