Op 20 november 1973 stapt Rudi Lubbers in Djakarta, Indonesië in de ring tegen Muhammad Ali. De talentvolle boksende zoon van een kermisexploitant houdt het 12 ronden vol tegen The Greatest. De harten van de Indonesiërs had hij al overwonnen, maar hij wint ook het respect van Ali.
Nadat hij beginjaren 80 stopt met boksen, breekt een moeilijke periode aan in het leven van Lubbers. Hij brengt 2 keer een periode door in de gevangenis, in Portugal en Frankrijk. Daarna leidt hij een zwervend bestaan tot hij, berooid en verbitterd terecht komt in Bulgarije. De beelden van de haveloze Lubbers, die met zijn vrouw Ria in een kapotte bus woont met een aantal zwerfhonden, maken diepe indruk.