
Sign up to save your podcasts
Or


Een pikketanussie is niet alleen fijn als ontspanning na een lange werkweek, maar kan ook de economie, de sociale cohesie en de maatschappelijke creativiteit stimuleren.
De blauwe knoop verovert de wereld. Waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis is de wereldwijde alcoholconsumptie aan het dalen. In rijke landen laat een groot deel van Gen Z (geboren na 1997) de fles helemaal staan: dertig procent van de Amerikaanse twintigers heeft het afgelopen jaar geen druppel gedronken. Zelfs in Frankrijk nemen hoogopgeleide twintigers geen karafje wijn meer bij de lunch.
Vooral bij de maatschappelijke bovenlaag lijkt drank uit de gratie. Drie van de laatste vier Amerikaanse presidenten zijn geheelonthouders (Barack Obama hield nog wel van een martini). In Silicon Valley is geheelonthouding een statussymbool. Investeerder Marc Andreessen zwoer de drank af in 2022. Sam Altman van OpenAI onderstreept graag dat er in de geschiedenis ‘zo veel veranderde toen mensen eenmaal ophielden de hele dag alcohol te drinken’. Elon Musk noemt alcohol een ‘oubollige drug’. De etentjes van techgiganten worden opgefleurd met groene thee.
Stoppen met drinken doet de gezondheid van mensen meestal goed. Ze vallen af. Slapen beter. Maar vanuit economisch standpunt is geheelonthouding een ondoordachte en schadelijke ideologie, om drie redenen.
Ten eerste zijn geheelonthouders profiteurs. Allerlei maatschappelijke en economische structuren leunen al generaties lang op de consumptie van alcohol. Geheelonthouders liften daarop mee zonder eraan bij te dragen. Op feestjes profiteren niet-drinkers bijvoorbeeld van de gezelligheid van de hardwerkende drinker. Waar blijft onze sociale cohesie als straks iedereen de fles afzweert? Joe Strummer van de Engelse rockband The Clash had ergens wel een punt met de (al dan niet terecht) aan hem toegeschreven uitspraak dat het ‘niet-rokers verboden moet worden iets te kopen wat door rokers is gemaakt’.
Of neem het verdienmodel van de horeca. De winstmarge op drank is stukken hoger dan op eten, want in de bereiding van het laatste gaat veel meer werk zitten. Op grond van officiële Amerikaanse cijfers durft uw columnist wel te stellen dat alle winst in de restaurantsector afkomstig is van alcohol. De drinkers subsidiëren de niet-drinkers. Al die mensen die het bij een spaatje rood houden, kunnen zich even verheven voelen boven de rest. Maar als niemand meer een flesje bordeaux bestelt, zullen heel wat restaurants kopje onder gaan. In San Francisco, het kloppend hart van de Nieuwe Geheelonthouding, vallen ze bij bosjes om.
Ten tweede maakt geheelonthouding mensen eenzamer. Al eeuwenlang heeft drank een sociale functie. Alcohol helpt mensen te ontspannen. Je geeft er ook een signaal mee af dat je best even wat trager en kwetsbaarder wil zijn (dat je je wapens bij de deur hebt afgegeven), en dat stelt anderen op hun gemak. Uit een onderzoek dat in 2012 in Psychological Science stond, bleek dat alcohol de sociale binding versterkt. Robin Dunbar van de universiteit van Oxford en zijn co-auteurs constateerden dat kroegbezoek een gunstig effect heeft op de betrokkenheid van mensen bij hun buurt, wat weer goed is voor de levensvreugde. Je kunt zonder overdrijving stellen dat alcohol een grote rol heeft gespeeld in de evolutie van onze sociale cohesie.
Als het moeilijker wordt om je te ontspannen, wordt het ook moeilijker om een partner te vinden
Stelletjes zeggen vaak dat het mede aan drank te danken was dat ze elkaar leerden kennen. Misschien dus ook geen toeval dat onze drankmijdende jeugd eenzaam is. Amerikanen in de leeftijd van 15 tot 24 besteden nu een derde minder tijd aan sociale contacten dan begin deze eeuw. Jean Twenge van San Diego State University en zijn co-auteurs constateerden in een artikel in 2021 een ‘wereldwijde toename van eenzaamheid onder adolescenten’. Jongeren hebben minder seks dan oudere generaties. Als het moeilijker wordt om je te ontspannen, wordt het ook moeilijker om een partner te vinden.
Het derde argument voor alcoholconsumptie heeft te maken met innovatie. Men treedt steeds minder vaak buiten gebaande paden. Hollywood drijft momenteel op remakes en sequels, niet op oorspronkelijk nieuw werk. In een recent blogbericht constateert de consultant Peter Ruppert hetzelfde voor muziek: ‘het tempo van echte muzikale vernieuwing is dramatisch gedaald’. In een artikel uit 2020 constateren Nicholas Bloom van Stanford University en zijn co-auteurs dat nieuwe ideeën ‘moeilijker te vinden’ zijn. De mondiale productiviteitsgroei is matig. Er is iets faliekant verkeerd gegaan met de productie van nieuwe ideeën in westerse samenlevingen.
Drank mijden kan op korte termijn je werkprestaties verbeteren. Als je morgen een grote presentatie moet houden, is het beter vanavond even niks te drinken. Maar denk aan de wereld die de drank ons geeft – zij het rommelig en onvoorspelbaar, en tegen een prijs – en geheelonthouding lijkt een stuk minder zinnig.
Van Aeschylus tot Coleridge en Dickens hebben creatieve geesten hun inspiratie eeuwenlang uit de fles gehaald. In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de productiviteit de lucht in schoot, dronk iedereen zich voortdurend lam. Geen enkel ander roesmiddel heeft in de loop der eeuwen zo’n structurele rol gespeeld in de innovaties van de mens. Dronkenschap kan onverwachte inzichten losmaken. In louter rationeel en lineair denkende hersenen doet zich minder vaak zo’n bliksemflits van inzicht voor die een hele kunstvorm of bedrijfstak op zijn kop zet. Drank geeft hersenen zicht op nieuwe verbanden. In een studie naar Amerikaanse kunstschilders door Ann Roe van Yale University stelde zij in 1946 dat ‘een cocktail als aperitief voor het avondeten bijdraagt aan het voorkomen van een staat van chronische spanning, zeker in perioden waarin de creatieve activiteit op zijn hoogst is’.
Uit onderzoek blijkt dat drank, mits met mate gebruikt, de creativiteit kan stimuleren. Andrew Jarosz van de Mississippi State University en zijn co-auteurs zagen dat mensen onder invloed sneller problemen oplossen en hun oplossing ’eerder als het resultaat van een onverwacht inzicht ervaren’. In een vergelijkbaar onderzoek constateerden Mathias Benedek van de Oostenrijkse universiteit van Graz en zijn co-auteurs dat ‘bepaalde aspecten van de creatieve cognitie baat hebben bij een lichte vermindering van de cognitieve controle’. Op de korte termijn kan dronkenschap de werking van je hersenen nadelig beïnvloeden, en dat kan frustrerend zijn. Maar over de gevolgen voor de lange termijn is veel minder bekend.
Zoals met de meeste dingen in het leven is de gulden middenweg het beste: geen drankinname van het kaliber Hemingway, maar ook geen geheelonthouding. Het geheim van een goede relatie en van baanbrekende innovaties is door de wetenschap nog steeds niet ontrafeld. Dus al ben je een whizzkid in Silicon Valley die de wereld wil veranderen, ik zou de traditie maar even de traditie laten. Gin uit de vriezer, goede vermout, citroenschil erbij: gewoon doen.
Onze aandachtsspanne bedraagt inmiddels een armzalige 47 seconden. Maar sommige verhalen, zoals het postkantoorschandaal (een Britse versie van het toeslagenschandaal), weten nog steeds onze aandacht te trekken en onze woede aan te wakkeren.
Het kost gemiddeld vierenhalve minuut om deze column te lezen, dus je moet een paar pauzes incalculeren om je erdoorheen te slaan.
Dit is een column over… Sorry, waar was ik gebleven?
O ja, dit is een column over onze aandach… wacht even…
Sorry, ik kreeg een appje. Zo grappig.
Maar goed, aandacht, en hoe dat in het komende jaar…
Shit, weer een mailtje. Moment.
Dat filmpje dat ik net zag over een auto-ongeluk op Insta, je gelooft je ogen niet. Iemand die in zo’n knoert van een SUV achter het stuur in slaap sukkelt… Maar ik dwaal af.
Als we de sociale wetenschappers mogen geloven, bedroeg onze gemiddelde aandachtsspanne twintig jaar geleden tweeënhalve minuut. En nu nog maar 47 seconden. In 47 seconden kun je pakweg 120 woorden lezen, ongeveer zoveel als ik er nu geschreven heb, en dan… Hè nee toch, gaat het nou regenen als ik straks naar huis moet? Sorry, toch even kijken.
Ik heb deze cijfers gehoord – gehoord, ja, luisterend naar een podcast, niet starend naar een schermpje – in de voortreffelijke Ezra Klein Show van The New York Times. Klein sprak daarin met Gloria Mark, een hoogleraar aan de University of California, Irvine, die zich gespecialiseerd heeft in onderzoek naar het hoe en wat van ons concentratievermogen.
Omdat mensen zichzelf wijsmaken dat het wel meevalt met hun aandachtsspanne, heeft haar team dat door slimme software laten meten, en zo kwamen ze uit op dat vrij dodelijke getal van 47 seconden. Daarmee scoren we wel hoger dan een mug of een goudvis, maar misschien is het toch niet helemaal wat we hadden gehoopt na een slordige vier miljoen jaar evolutie.
Klein omschrijft onze huidige wereld als een ‘aandachtsgestoorde maatschappij. We hebben tig dingen ontwikkeld die om onze aandacht schreeuwen en ons steeds meer opjagen, van tv tot TikTok.’ Daar kan hij weleens gelijk in hebben. En dan het verschijnsel van nieuws mijden.
Ben je daar nog? Want als je even wilt checken wanneer je pakjes nou bezorgd gaan worden, geen punt hoor
Het aantal mensen dat gestopt is met het lezen van of kijken naar bepaalde soorten nieuws is in het Verenigd Koninkrijk in vijf jaar tijd verdubbeld. Zo’n 40 procent van ons zegt het nieuws nu soms of zelfs vaak te mijden. Gevraagd naar het waarom zeggen de respondenten dat het nieuws te negatief is, te deprimerend. Sommigen vertrouwen het niet, anderen trekken het niet. Een flinke minderheid klaagt dat ze er niets mee kunnen. Ze voelen zich machteloos.
Ik moest aan deze cijfers denken toen ik de verbluffende impact zag van ITV’s dramaserie over het Britse postkantoorschandaal. Binnen enkele dagen was de publieke verontwaardiging zo aangezwollen dat de autoriteiten als de wiedeweerga op hun schreden moesten terugkeren en alsnog met één pennenstreek honderden onterechte veroordelingen van postkantoorhouders hebben vernietigd.
Het is niet zo dat dit verhaal in de jaren daarvoor geen aandacht kreeg van journalisten. Speciale vermelding verdienen wat dat betreft onder meer Computer Weekly, de Daily Mail, The Times, de BBC en het blad Private Eye. Maar om de een of andere reden kreeg het niet de aandacht van de massa. Die klikte op een grappig plaatje of keek de andere kant op.
Zullen we hier even pauzeren zodat je, weet ik veel, een koekje kunt eten of zo?
In de jaren twintig van de vorige eeuw voerden twee politieke denkers, John Dewey en Walter Lippmann, een lang en beroemd geworden debat over de relatie tussen media en democratie. Dat was honderd jaar geleden, dus dat debat had de vorm van dikke turven met stofomslag. Lippmann schreef een boek. Dan snoof Dewey misnoegd en zette hij zich aan het schrijven van een weerwoord. En het publiek lustte er wel pap van. Grote aandachtsspanne toen nog, weet je wel.
Lang verhaal kort – want ik weet dat je op het punt staat even je banksaldo te checken –, Dewey vond het een essentiële bestaansvoorwaarde voor een gezonde democratie dat we nieuws tot ons nemen. Als kiezers hebben we een soort burgerplicht om geïnformeerd te blijven, want dan kiezen we vanzelf de beste mensen om ons te vertegenwoordigen.
Leuk bedacht, wierp Lippmann tegen. Maar in zijn ogen was de grote massa gedoemd om buitenstaander te blijven, terwijl veel van wat de overheid doet, gedaan wordt en gedaan moet worden door insiders en deskundigen. En hij was ook van mening dat de pers nooit in staat zou zijn om de kiezers naar behoren te informeren.
Ik heb mezelf altijd tot het Dewey-kamp gerekend, zoals waarschijnlijk de meeste journalisten. Maar ik geef toe dat zijn theorie spaak loopt als de kiezers afhaken of… Ach wat, ik moet echt even kijken waar dat pakje nou blijft.
Maar bij het treurige verhaal van het postkantoorschandaal is het beeld veel genuanceerder. De makers van de tv-serie zullen de eersten zijn om toe te geven dat hun serie niet gemaakt had kunnen worden zonder het harde onderzoekswerk dat journalisten al bijna vijftien jaar in de zaak hadden gestoken. Zij stelden de vragen, verzamelden de cijfers, zetten vraagtekens bij de officiële verklaringen en schetsten zo stilaan de contouren van een groot schandaal. Daarna was er nog wat briljant scenarioschrijfwerk, regie en spel voor nodig om een versie van het verhaal neer te zetten die eindelijk breed aansloeg en publieke verontwaardiging wekte.
Dus misschien had Dewey toch gelijk. We kunnen het niet overlaten aan de ‘deskundigen’, zoals Lippmann wilde. De publieke opinie kan wel degelijk gemobiliseerd worden en een orkaan van protest veroorzaken die geen politicus meer kan negeren. Maar dan moeten we juist aanhaken, niet afhaken. Zoals we deden met Mr Bates vs The Post Office, vier afleveringen lang.
Dus stop met dat nieuws mijden en hou je kop erbij. Onze democratie hangt ervan af.
Het fascisme uit de jaren dertig veroorzaakte een genocidale oorlog. Inmiddels zijn de herinneringen vervaagd, net als het stigma dat aan extreemrechts kleeft. En dat is gevaarlijk voor de democratie.
Overal ter wereld sterft de democratie uit. Dit klinkt misschien als paniekzaaierij, en roept op zijn minst een aantal vragen op. Want wat betekent dat eigenlijk? Komen er dan geen verkiezingen meer? Wordt de oppositie als crimineel afgespiegeld? Als dat de maatstaven zijn, is het Rusland van Vladimir Poetin nog altijd een democratie. Er zijn namelijk zes politieke partijen vertegenwoordigd in de Doema, het federale parlement, en er zijn in Rusland meer dan twintig geregistreerde politieke partijen. Maar zoals je waarschijnlijk begrijpt, is Rusland geen democratie: het is een natie die van een autoritair naar een totalitair regime afglijdt. Sinds Stalins tijd werden er niet zo veel Russen om politieke redenen vervolgd.
Het geloof in de democratie is onmiskenbaar op zijn retour. Uit nieuw onderzoek blijkt dat een vijfde van de Britten onder de vijfenveertig gelooft dat het land het best kan worden bestuurd door ‘een sterke leider die zich niet druk hoeft te maken over verkiezingen’, terwijl dit onder hun oudere landgenoten 8 procent is. Deze cijfers weerspiegelen wereldwijde trends.
Uit een onderzoek van Cambridge-onderzoekers in 2020, uitgevoerd in honderdzestig landen, bleek dat jongere generaties steeds minder vertrouwen hebben in de democratie. Daarnaast toonde een analyse van het Pew Research Center aan dat in 2024 bijna twee derde van de burgers in twaalf hoge-inkomenslanden ontevreden was over de democratie, een aanzienlijke stijging ten opzichte van net onder de helft in 2017.
Economische uitsluitingWaar komt dit vandaan? Het Cambridge-onderzoek concludeerde dat economische uitsluiting een belangrijke reden was voor ontevredenheid onder jongeren. We kunnen een wijze les trekken uit het geval van Rusland. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, verklaarde de nieuwe Russische president, Boris Jeltsin, in 1990: ‘We zorgen ervoor dat de levensstandaard van de mensen niet daalt, en in feite moet die op den duur kunnen stijgen.’
Binnen vier jaar werd het reële inkomen van Russen gehalveerd, en door de schoktherapie-beleidsmaatregelen belandden 32 miljoen Russen in armoede. In 2021 sprak nog slechts 16 procent van de Russen zich uit voor ‘het westerse model van democratie’. De chaos van het vrijemarktkapitalisme werd gepresenteerd als democratie, wat leidde tot een diep gevoel van desillusie – iets waar Poetin handig op inspeelde.
Jonge Britten zijn het slachtoffer geworden van een beleid waar de meesten van hen nooit voor hebben gekozen
Groot-Brittannië heeft niet geleden onder de verschrikkingen van het Rusland van de jaren negentig. Toch vormde de giftige combinatie van neoliberaal economisch beleid en bezuinigingen een zware last voor de jongeren. Het thatcherisme beloofde vrijheid, maar leverde in plaats daarvan onzekerheid op. Stabiele banen zijn verdwenen, huurprijzen zijn gestegen, lonen gedaald, de jeugdzorg is gedecimeerd en afgestudeerden worden geconfronteerd met torenhoge schulden voor het volgen van een universitaire studie.
Jonge Britten zijn het slachtoffer geworden van een beleid waar de meesten van hen nooit voor hebben gekozen. Het is geen wonder dat democratie steeds meer aan aantrekkingskracht verliest voor hen en voor hun leeftijdsgenoten in andere landen die evengoed lijden onder het neoliberalisme. In Frankrijk bijvoorbeeld zegt bijna een derde van de jongeren het vertrouwen in de democratie te hebben verloren.
Maar er is nog iets anders aan de hand. Neem de Verenigde Staten. De jaren zestig en zeventig vormden de ideale voedingsbodem voor de opkomst en triomf van een Trump-achtig figuur. De economie zat in een crisis: een giftige mix van hoge inflatie en stagnerende groei. Er vonden agressieve racistische protesten plaats tegen de burgerrechtenbeweging en er waren rellen door heel de VS. Er was ook veel meer criminaliteit en geweld, met een verdubbeling van het aantal moorden tussen het midden van de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig.
Nadat bijna zestigduizend Amerikaanse soldaten omkwamen in de oorlog in Vietnam, eindigde het conflict in een pijnlijke nederlaag en ontstond het gevoel dat de macht van de VS aan het afbrokkelen was. Het verzet tegen links was veel wijdverspreider, zoals blijkt uit de Hard Hat Riot van 8 mei 1970, toen in New York antioorlogsdemonstranten door honderden bouwvakkers werden belaagd.
Een vervaagd verledenDe persoon die in die tijd het dichtst in de buurt van Trump nu kwam was George Wallace, een racist en aanhanger van segregatie, zij het nog altijd minder grof en leugenachtig dan de huidige gekozen president. Hij haalde 13,5 procent in de presidentsverkiezingen van 1968, en de VS kregen uiteindelijk Richard Nixon als president en daarna Ronald Reagan, een rechtse rakker van een heel ander soort.
Toch vertoonden de VS van de jaren zestig en zeventig veel minder ontvankelijkheid voor fascistische sympathieën dan in de jaren dertig. Charles Coughlin, een priester met nazisympathieën, had 30 miljoen luisteraars voor zijn radioshow op een Amerikaanse bevolking van minder dan 130 miljoen. Uit één opiniepeiling leek naar voren te komen dat hij wat populariteit en invloed betreft enkel voor president Franklin D. Roosevelt onderdeed.
Het stigma dat kleeft aan dictatuur en extreemrechts is verminderd
Wat is er dan veranderd? De schaduw van het fascisme uit de jaren dertig, dat resulteerde in een genocidale vernietigingsoorlog, verliest aan kracht. Het stigma dat kleeft aan dictatuur en extreemrechts is verminderd. Amerikaanse kiezers uit de jaren zeventig waren misschien diep gedesillusioneerd, maar een Trump zouden ze te veel naar Mussolini vinden neigen, of zelfs een Hitler. Van deze angst is nu geen sprake meer.
De democratie onder het kapitalisme wordt altijd al sterk ingeperkt door bedrijfsbelangen en plutocraten die veel meer macht hebben dan de gemiddelde kiezer. Wanneer het kapitalisme in een crisis belandt, zoals in 2008, wekken de fundamentele tekortkomingen ervan de woede op van het volk. Het gaat erom wie hiervan profiteert. Extreemrechts heeft een verbijsterend succesvolle sociale mediastrategie ontwikkeld die steeds meer volgelingen radicaliseert, terwijl links lichtjaren achterloopt.
Mensen hebben alle reden om woedend te zijn, maar hun woede is verkeerd gericht. Het geloof in de democratie brokkelt af als gevolg van een falend economisch systeem, en als er geen overtuigende antwoorden op deze crisis komen, kan dat fataal blijken te zijn.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar generatieve AI. Kunstmatige intelligentie zou via taalmodellen zoals ChatGPT – dat vorige week zijn tweede verjaardag vierde – de manier waarop we werken veranderen. Wat is er van die belofte terechtgekomen?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.
Wat is de ontstaansgeschiedenis van ChatGPT?‘Vandaag hebben we ChatGPT gelanceerd, probeer ermee te praten.’ Met die woorden maakte OpenAI-oprichter en -CEO Sam Altman op X de AI-chatbot op 30 november 2022 wereldkundig. Inmiddels zijn er twee jaar verstreken. Tijd voor veel media om de balans op te maken.
‘Het is nog wachten op het moment dat generatieve AI een groot verschil gaat maken in hoe we ons leven leiden. Maar ze heeft de toekomst al veranderd’, schrijft nieuwssite Axios op de tweede verjaardag van ChatGPT. De AI-chatbot van OpenAI had al binnen een week na de lancering een miljoen gebruikers. ‘Met een mix van verbazing, bezorgdheid en plezier konden internetgebruikers de snelheid, de kundigheid, maar ook de fouten van de software observeren’, schrijft Les Echos. De technologie achter ChatGPT, genaamd ‘generatieve AI’, was niet nieuw, maar OpenAI’s keuze om het product toegankelijk te maken voor het grote publiek was revolutionair, aldus het Franse zakenblad. Vóór ChatGPT bestonden er al generatieve AI-modellen, zoals GPT-3, maar deze waren voornamelijk beschikbaar via moeilijk toegankelijke applicaties voor ontwikkelaars en ingenieurs. En toen kwam OpenAI met ‘een conversatiegericht AI-model dat snel een plek verwierf in het dagelijks leven en hielp bij taken van het opstellen van e-mails tot het genereren van creatieve content’, schrijft Forbes. ‘Een kleine twist die [ChatGPT] onderscheidde van andere machines en de wereld in shock bracht’, aldus El Diario.
‘AI-chatbots zoals ChatGPT werken met behulp van zogenaamde taalmodellen’, legt Die Zeit uit. ‘Deze statistische programma’s evalueren enorme hoeveelheden tekst van het internet en herkennen patronen en de waarschijnlijkheid dat woorden elkaar opvolgen. Op deze manier leren ze taal te begrijpen en zelf teksten te genereren. Daarom worden ze “generatieve” kunstmatige intelligentie genoemd. Vergelijkbare technologieën kunnen ook afbeeldingen, video’s of muziek genereren.’
‘Het vreemde was dat de mensen aan het hoofd van OpenAI nooit hadden gedacht dat ChatGPT Silicon Valley zou opschudden’
OpenAI’s beslissing om een chatbot te creëren die voor iedereen toegankelijk was, veroorzaakte een enorme toename in populariteit en interesse in de technologie. ‘Het veranderde alles’, stelt Les Echos. Ook andere techbedrijven zagen zich genoodzaakt om snel een AI-chatbot op de markt te brengen. OpenAI was niet de enige die aan een dergelijk model werkte met zulke veelbelovende resultaten. Google’s DeepMind liep al voorop op dit gebied. Maar ‘de toegankelijkheid van het model en de timing van de release veranderden het hele speelveld’.
‘Het enthousiasme van de beginfase maakte plaats voor een oorlog tussen bedrijven om voorop te lopen in de toepassing van dergelijke tools [AI-chatbots]. Microsoft sloot binnen de kortste keren een partnerschap met OpenAI, ontwikkelaar van ChatGPT en Dall-E, en Google kondigde al snel aan dat het binnen twee maanden zijn eigen opensourcemodellen zou lanceren’, schetst El País de ontwikkeling van de technologie.
‘Het vreemde was dat de mensen aan het hoofd van OpenAI nooit hadden gedacht dat ChatGPT Silicon Valley zou opschudden’, schreef The New York Times al een jaar geleden in een reconstructie van die spannende beginfase. Volgens de Amerikaanse krant bestond ChatGPT een paar weken voor de lancering nog niet als product. De werknemers van OpenAI werkten aan het veel krachtiger GPT-4, ‘maar er waren problemen. Soms spuwde de technologie haatzaaiende taal en verkeerde informatie. De ingenieurs van OpenAI bleven de lancering uitstellen.’ Uiteindelijk besloten ze om een ouder, minder krachtig, model uit te brengen ‘om de reactie van het publiek te peilen en die informatie te gebruiken om de problemen op te lossen’.
‘Terughoudendheid is nooit de stijl geweest van Amerikaanse techbazen. Maar de ruimdenkendheid waarmee ze hun nieuwste uitvinding aanprijzen is toch ongekend’, schrijft Die Zeit. ‘“Ingrijpender dan vuur of elektriciteit,” zegt Sundar Pichai, CEO van Google. “Vergelijkbaar met de uitvinding van het internet,” zegt Satya Nadella, CEO van Microsoft. En volgens Sam Altman, CEO van OpenAI, zal AI “ongekende welvaart en rijkdom brengen”.’ Wat is er in twee jaar van deze grote woorden terechtgekomen?
De komst van ChatGPT in 2022 leidde tot een AI-hausse, met een explosieve toename in investeringen. Alleen al van 2022 tot 2023 vervijfvoudigde de financiering in deze sector, bericht Business Insider. Tot dusver is 35 procent van alle met durfkapitaal gefinancierde startups in de VS dit jaar AI-gerelateerd, vult Semafor aan. In augustus meldde OpenAI, dat nu gewaardeerd wordt op 157 miljard dollar, dat ChatGPT 200 miljoen wekelijks actieve gebruikers had. ‘Alleen al dit jaar investeren Meta, Microsoft, Alphabet en Amazon meer dan 200 miljard dollar, waarvan een groot deel in de verdere ontwikkeling van AI. En omdat de technologie zoveel elektriciteit vereist, is Microsoft zelfs van plan om een stilgelegde kerncentrale weer in gebruik te nemen. Als iets voor wonderen teweeg moet brengen, is niets te duur’, aldus Die Zeit.
‘Om de hoge kosten van AI-technologie te rechtvaardigen, moet de technologie complexe problemen kunnen oplossen’
Ondertussen is AI-chipmaker Nvidia uitgegroeid tot een van de drie hoogst op de beurs gewaardeerde bedrijven ter wereld. De CEO van het bedrijf heeft ChatGPT omschreven als het ‘iPhone-moment’ van AI, verwijzend naar het Apple-product dat een ommekeer teweegbracht in wat gebruikers van een mobiele telefoon verwachtten.
Maar er klinkt ook twijfel. Die Zeit: ‘De productiviteit in de geïndustrialiseerde landen is gemiddeld niet merkbaar gestegen en de economie is ook niet bovengemiddeld gegroeid. Ondertussen uiten zelfs investeerders zoals Goldman Sachs, ratingbureau Moody’s en durfkapitalist Sequoia hun bezorgdheid: “Om de buitengewoon hoge kosten van AI-technologie te rechtvaardigen,” stelt een topanalist bij Goldman Sachs, “moet de technologie complexe problemen kunnen oplossen.” Hij ziet niet in dat het daarvoor ontworpen is. In plaats daarvan is AI een speculatieve zeepbel, hoewel “het nog wel even kan duren voordat hij barst”.’
Dus maakte de krant een rondgang langs Duitse bedrijven, groot en klein. Zo wordt in het 177-jaar oude Siemens op alle terreinen geëxperimenteerd met AI. ‘Werknemers van Siemens kunnen bijvoorbeeld vragen stellen aan een AI, die vervolgens de databases van het bedrijf voor hen doorzoekt’, legt Die Zeit uit. En met een programmeerassistent die Siemens heeft gekocht van Microsoft-dochter Github, werken programmeurs ongeveer 10 tot 20 procent sneller dan voorheen. Dit komt overeen met een vermindering van één werkdag per week. Programmeur of softwareontwikkelaar is een van de best betaalde en meest gewilde beroepen van Duitsland. ‘Bedrijven als Siemens, die tienduizenden programmeurs in dienst hebben, kunnen dus veel geld besparen met AI.’ Meer dan 77.000 bedrijven hebben de software van marktleider Github aangeschaft en naar verluidt maken meer dan een miljoen ontwikkelaars er gebruik van.
‘Maar hoe groot de successen ook zijn, ze zijn op zichzelf nauwelijks genoeg om de gigantische uitgaven van techbedrijven te rechtvaardigen. Dit succes moet industrie voor industrie worden herhaald. Op veel plaatsen lijkt het gebruik van AI in bedrijven echter meer op een gimmick dan op een serieuze toepassing’, aldus de Duitse krant.
‘Slechts 5 procent van de Amerikaanse bedrijven zegt AI te gebruiken in hun producten en diensten’
In andere sectoren, zoals de advocatuur, leidt het gebruik van AI tot een minder groot efficiëntievoordeel, zag Die Zeit. ‘In april bleek uit een evaluatie dat hoewel een derde van de advocaten van het kantoor de chatbot dagelijks gebruikt, de software slechts één advocaat iets minder dan één uur werktijd per week bespaart. (…) “AI kan geen betrouwbare juridische beoordeling maken,”’ aldus een advocaat tegen de krant.
Volgens Daniel Rock, een econoom die onderzoek doet naar de economische impact van AI aan de Universiteit van Pennsylvania, met wie Die Zeit sprak, is AI een basistechnologie, vergelijkbaar met de stoommachine, de pc of het internet. Rock zegt dat bedrijven in het begin veel moeten investeren om zo’n basistechnologie überhaupt toegevoegde waarde te laten opleveren. Pas na jaren zullen de investeringen lonen. Rock verwacht dat de effecten van generatieve AI pas over tien tot vijftien jaar zichtbaar zullen zijn in de economische groei of de arbeidsproductiviteit van landen.
Ook volgens The Economist is er nog een lange weg te gaan voordat veel bedrijven productiviteitsgroei bereiken met AI: ‘Slechts 5 procent van de Amerikaanse bedrijven zegt AI te gebruiken in hun producten en diensten’.
Wat kunnen we nog verwachten?Het aanvankelijke enthousiasme over AI en de vele toepassingen lijkt wat bekoeld. ‘Slechts drie maanden na de lancering van ChatGPT presenteerde OpenAI het GPT-4-model, een kwalitatieve sprong voorwaarts ten opzichte van de eerste versie van de tool. Maar in de bijna twee jaar die sindsdien zijn verstreken, zijn er geen verdere significante ontwikkelingen geweest’, schrijft El País.
Maar veel experts zijn het erover eens dat de volgende stap AI-agenten wordt. Dat zijn AI-tools die zelfstandig kunnen functioneren en namens ons taken kunnen uitvoeren. ‘Ze zouden vliegtickets en een hotel voor ons kunnen boeken op basis van de aanwijzingen die we ze geven’, zegt een van die experts tegen de Spaanse krant. ‘Digitale butlers die hele werkstappen van gebruikers moeten overnemen’, aldus Die Zeit. ‘De toekomst wijst niet op enorme, monolithische modellen, maar op populaties van agenten die in staat zijn om mee te evolueren op basis van de omstandigheden die hen omringen,’ zegt Enrique Dans, professor innovatie aan de IE Business School, tegen El Diario. Zo’n agent zal zich dan compleet naar de voorkeuren en behoeften van een gebruiker aanpassen en voor verschillende taken zouden verschillende agenten gebruikt moeten worden.
The Economist verwacht dat in 2025 de meest prominente doorbraken op het gebied van AI niet zullen gebeuren op de werkvloer maar op andere terreinen, ‘zoals de ontwikkeling van medicijnen (de door AI ontwikkelde medicijnen gaan misschien de derde fase van klinische proeven in) of defensie (als kunstmatige intelligentie wordt toegevoegd aan drones, die in opkomst zijn als een belangrijk wapensysteem van de toekomst)’.
‘Het is de vraag of steeds grotere superclusters zich zullen blijven vertalen in slimmere chatbots’
Om krachtigere AI-modellen te ontwikkelen, met meer rekenkracht, zijn meer energie en betere hardware vereist, iets waar massaal in geïnvesteerd wordt. Zo heeft Elon Musk voor zijn bedrijf xAI een supercluster van chips gebouwd met 100.000 chips op één plek en is hij van plan het uit te breiden naar 200.000 en mogelijk zelfs 300.000 chips. Maar er zijn steeds meer twijfels of deze aanpak wel werkt, schrijft Financial Times. ‘Het installeren van veel chips op één plek, met elkaar verbonden door supersnelle netwerkkabels, heeft tot nu toe grotere AI-modellen opgeleverd met een hogere snelheid. Maar het is de vraag of steeds grotere superclusters zich zullen blijven vertalen in slimmere chatbots en overtuigender tools voor het genereren van beelden’, beaamt The Wall Street Journal.
De kosten van superclusters zijn hoog – stroom, koeling, et cetera – en de verbeterde prestaties van de AI-modellen lijken dit niet te verantwoorden. Een supercluster met 100.000 van de beste Nvidia-chips zou zo’n 3 miljard dollar kosten, aldus WSJ. ‘Nieuwe technische uitdagingen ontstaan ook vaak bij grotere clusters. Onderzoekers van Meta zeiden in een artikel in juli dat een cluster van meer dan 16.000 GPU’s van Nvidia te lijden had onder onverwachte storingen van chips en andere componenten terwijl het bedrijf gedurende 54 dagen een geavanceerde versie van zijn Llama-model trainde.
Het koel houden van Nvidia-chips is een grote uitdaging nu clusters van energieverslindende chips steeds dichter op elkaar gepakt worden, zeggen leidinggevenden uit de industrie.’
‘Ilya Sutskever, vooraanstaand AI-onderzoeker, medeoprichter van OpenAI en fervent voorvechter als het gaat om superintelligente machines, vertelde onlangs aan persbureau Reuters dat de jaren van schaalvergroting voorbij zijn. Er zijn weer nieuwe ideeën nodig’, schrijft Neue Zürcher Zeitung. Want nog steeds is ‘generatieve AI als een zakrekenmachine die het in 99 procent van de gevallen goed heeft, maar in 1 procent van de gevallen fout. En je weet nooit wanneer het goed gerekend heeft. Wat is de waarde van zo’n apparaat? Eén ding is duidelijk: je zou er niet mee op de maan zijn geland’, aldus de Zwitserse krant.
From the publisher's feed