Thema: leden van het lichaam van Christus.
Vandaag wil ik spreken over de kerk, de gemeente, als lichaam van Christus en wat het betekent dat wij deel zijn van dit lichaam.
Lezen: Efez. 1:22,23; 4:11-16:
22 En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, 23 die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.
11 En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12 om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13 totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14 Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.
De gemeente, een lichaamHet woord kerk (de gemeente) komt van het Griekse woord ecclesia wat zoveel betekent als vergadering of een bijeengeroepen groep mensen.
En dat is precies hoe de Bijbel de gemeente noemt:
9 Maar jullie zijn een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die je uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. 10 Eens waren jullie geen volk, nu zijn jullie Gods volk; eens viel Gods ontferming jullie niet ten deel, nu wordt zijn ontferming je geschonken.
Het N.T. gebruikt meerdere namen als symboliek voor de kerk, de gemeente, zoals ‘tempel van God’, huisgezin en het beeld van een lichaam om duidelijk te maken wat de gemeente is en hoe ze functioneert.
Om te kunnen begrijpen hoe de gemeente werkt, kijken we naar de analogie (het beeld) van het lichaam:
Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we ieder apart, elkaars lichaamsdelen.
Zoals ons ene lichaam (soma = lichaam) vele leden (melos = lid, lidmaat) heeft en die leden (melos) niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen (polus= veel, groot, machtig) één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart (kata eis = elk een), elkaars (allelon = elkaar, wederzijds) lichaamsdelen (melos).
Een lichaam is een eenheid die uit vele leden bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die leden samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. Immers, een lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit vele (polus).
Het lichaam (net als ons eigen lichaam) is een geheel en wordt bestuurd door het hoofd. Voor de kerk is dat Jezus.
Hoe werkt het?