Het evangelie gaat dus om Jezus alleen. Niet om “Jezus en nog iets”. Daar zijn we de vorige keren mee bezig geweest aan de hand van Galaten en daar gaan we nu ook weer mee verder. We waren daarbij gebleven bij Galaten 3. De vorige keer dat ik sprak, heb ik uitgelegd dat als je christen wordt je hierbij vervuld bent met de Heilige Geest en het belangrijk is om door de Heilige Geest te wandelen in je relatie met God. Nu gaan we weer een stukje verder.
6 Ook Abraham heeft God geloofd. Daarom zei God dat Abraham leefde zoals Hij het wil. 7 Jullie moeten begrijpen dat alleen de mensen die in Jezus geloven kinderen van Abraham zijn. 8 De Boeken wisten van tevoren dat God de niet-Joodse volken door hun geloof zou vrijspreken van schuld. Daarom hebben de Boeken van tevoren aan Abraham het goede nieuws verteld: “Door de zegen die op jou is, zullen alle volken gezegend worden.” 9 De mensen die hetzelfde geloof hebben als Abraham, ontvangen dus samen met Abraham Gods zegen.
Wat valt op in dit gedeelte? Het gaat om geloof. In het stuk wat we zojuist gelezen hebben staat ‘maar’ vier keer het woord “geloof”, als je de HSV hebt, dan staat het hier 6x. Kijken we naar de structuur van de tekst en wat die ons wil zeggen, dan komt dat in vers 7 en vers 9 twee keer goed naar voren. Vers 6 pakt terug naar Genesis 15:6 à Abraham geloofde God en het werd hem als gerechtigheid toegerekend. In vers 7 komt Paulus dan tot de conclusie dat “Zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.” Datgene wat iemand een kind van Abraham maakt, is zijn geloof.
Vervolgens pakt vers 8 terug naar Genesis 12:3 à “In u zullen alle volken gezegend worden” Dat werkt Paulus in vers 9 uit tot de conclusie dat iedereen die uit het geloof is, gezegend is samen met de gelovige Abraham.
Datgene wat nodig is om de zegen van Abraham te mogen ontvangen is geloof. Daarmee pakt Paulus direct weer terug op hoe de Galaten tot geloof zijn gekomen. De Galaten hadden het evangelie gehoord wat Paulus sprak en ze ontvingen de Heilige Geest door de genade. Zo handelde God in het oude testament ook al. Abraham werd namelijk op dezelfde manier gerechtvaardigd. Zijn geloof werd hem als rechtvaardiging toegekend. Niet uit werken van de wet, want toen was er nog helemaal geen wet, maar op grond van zijn vertrouwen op Gods belofte. Abraham had nog geen zoon, God gaf vervolgens zijn belofte van een nageslacht zo talrijk als de sterren. Op die belofte bouwde Abraham zijn vertrouwen. Ondanks dat Abraham het nog niet zag, hield hij vast aan de belofte van God. Terwijl Abraham niets had, verwachtte hij het van God.
Terwijl ik hiermee bezig was, moest ik erg denken aan de beloftes die God gedaan heeft. Misschien zit je hier wel en heeft God beloftes aan je gedaan. Wat heb jij vervolgens gedaan met die beloftes? Geloof je nog steeds in datgene wat God aan jou heeft beloofd? Geloof je nog steeds in datgene wat God aan ons als kerk heeft beloofd? Of ga je twijfelen of God het überhaupt wel heeft beloofd? Als je een tijdje moet wachten tot het moment dat God zijn beloftes laat vervullen; kijk dan even naar dit rijtje: Jozef : 13 jaar, Abraham 25 jaar, Mozes 40 jaar en Jezus 30 jaar. Gewoon een aantal mensen die moesten wachten totdat ze de belofte van God vervuld zagen worden.
Wat doe jij in de tussentijd? Abraham wilde God op een gegeven moment een handje helpen, met alle gevolgen van dien. Kijk naar een man als Paulus, die werd gewoon even twee jaar achtergelaten in een cel. Dat staat even ergens als tussenzin in Handelingen.
Paulus moest gewoon even twee jaar wachten, terwijl God hem gebruikte in het werk dat hij deed. En in die gevangenschap, tijdens het wachten, was hij niet negatief of aan het klagen, hij schreef brieven die tot zegen waren van de kerk en nu nog steeds zijn. Wees niet bang wanneer je moet wachten, je bent in goed gezelschap, maar blijf jezelf richten op