17 augustus 1982, 09:00. PolyGram fabriek, Langenhagen, Duitsland.
In een onopvallende cleanroom aan de rand van Hannover staan de persen klaar. Technici in witte jassen controleren machines die eruitzien alsof ze uit een sciencefictionfilm komen. Ze bereiden zich voor op een handeling die de wereld nog nooit heeft gezien: de massaproductie van muziek op licht.
Geen naald die over groeven krast. Geen magneetband die langs een kop schuift. Vandaag begint een laser te lezen. Een onzichtbare lichtstraal die miljarden enen en nullen aftast, verborgen in een schijf niet groter dan een bierviltje. Twaalf centimeter doorsnee. Zesenzeventig minuten geluid. Geen ruis. Geen gekraak. Alleen pure muziek.
Om negen uur vijftien start de pers. Om negen uur tweeëntwintig komt de eerste schijf uit de mal, nog warm. Een technicus houdt hem tegen het licht. Het oppervlak glanst zilverachtig. De muziek erop is zorgvuldig gekozen: Chopin-walsen uitgevoerd door de negenenzeventigjarige Claudio Arrau, en The Visitors van ABBA.
Achter dit kwartier ligt een jarenlange samenwerking tussen twee rivalen. Lou Ottens in Eindhoven en Norio Ohga in Tokyo. Een diplomatiek meesterwerk dat de wereld bespaarde van weer een formatenoorlog.
In deze aflevering reconstrueren we de vijftien minuten waarin de Compact Disc geboren werd, en de wereld van muziek voorgoed veranderde van analoog naar digitaal.