Jaap Haartsen legt in 1994 bij Ericsson de technische fundamenten voor draadloze communicatie tussen apparaten: frequentiesprongen op de 2,4 gigahertz band, zeventig keer per seconde wisselend om interferentie te voorkomen. Vier jaar later, op 20 mei 1998 in Lund, tekenen vijf concurrerende techgiganten de oprichtingsakte van de Bluetooth Special Interest Group.
In een vergaderzaal zitten vertegenwoordigers van Ericsson, Intel, IBM, Nokia en Toshiba. Bedrijven die normaal op leven en dood concurreren, besluiten hun patenten te delen en een open standaard te creëren. De naam Bluetooth komt van Jim Kardach, die leest over de tiende eeuwse Deense koning Harald Blåtand: de vorst die Scandinavische stammen verenigde, zoals deze technologie apparaten moet verenigen.
Vandaag bevatten meer dan vijf miljard apparaten per jaar Bluetooth. Smartphones, koptelefoons, smartwatches, auto's, medische apparatuur. In 2015 ontvangt de Nederlandse ingenieur uit Den Haag de European Inventor Award als uitvinder van de technologie die de wereld draadloos verbond.
Wat als die vijf concurrenten hun eigenbelang niet opzij hadden gezet, was Bluetooth dan een vergeten voetnoot gebleven tussen tientallen andere draadloze technologieën?