Hoogmoed is lelijk en naar. We kunnen het van anderen niet hebben, maar bij onszelf hebben we moeite om het te zien. Het levensverhaal van koning Amasja (II Koningen 14) helpt ons om hoogmoed te herkennen. In de preek denken we na hoe we hoogmoed bij onszelf kunnen voorkomen, minderen en er vanaf kunnen raken. Wie vrij is van hoogmoed, is namelijk werkelijk een vrij, echt mens.