
Sign up to save your podcasts
Or


Na de staatsgreep van 24 maart 1976 verloor Argentinië misschien wel wat het land decennialang richting had gegeven: de hoop op een langetermijnconstructie.
Misschien was dat de dag dat alles werd verpest. Het is dwaas om een beslissende dag te willen aanwijzen: zo werken historische processen niet, het zijn lange, complexe bewegingen. Maar misschien was de dag waarop alles werd verpest wel 24 maart, een halve eeuw geleden. Vanaf het begin van zijn bestaan was Argentinië ‘het land van de toekomst’: een land dat uitging van de belofte dat het op een dag groot zou zijn. Het was aannemelijk, het leek mogelijk: de pampa stemde optimistisch en daarom kwamen ruim honderd jaar geleden miljoenen immigranten uit het arme Europa ernaartoe, bereid zich op te offeren om hun kinderen een beter leven te geven in een beter land. ‘Mijn zoon wordt dokter,’ dat was de teneur.
Het leek dat het ze zou lukken. In die verwachtingsvolle dagen werd Buenos Aires bezocht door een Franse premier die, Frans als hij was, dacht dat hij geestig moest zijn en zei dat Argentinië inderdaad het land van de toekomst was, maar dat helaas toujours zou blijven. Decennialang hield Clemenceaus oordeel stand: de focus van ons zelfbeeld lag altijd een beetje verder, in een toekomst die ieder heden weer een stukje verbeterde.
Om die toekomst te verwezenlijken – om zichzelf te verwezenlijken – zette Argentinië complexe industrieën op, nationaliseerde zijn grondstoffen en nam de verantwoordelijkheid over het onderwijs, de gezondheid en de zorg van al zijn inwoners. In 1975 leefde maar 3 procent onder de armoedegrens, waren er vier keer zo weinig analfabeten als gemiddeld in Latijns-Amerika en lag het inkomen per hoofd van de bevolking een stuk hoger dan in Spanje.
Maar de toekomst is per definitie aanvechtbaar en veel Argentijnen wensten er – vanwege hun scholing, gedwongen of uit idealisme – een waarin ieder een had wat hij nodig had. Ze stelden het zich voor in de vorm van socialisme of iets in die geest: een samenleving waarin de macht en de welstand beter verdeeld zouden zijn. De strijd om die toekomst maakte de rijke Argentijnen nerveus, zodat ze eens te meer hun toevlucht namen tot hun privépolitie: het nationale leger.
Van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest
Dat deden ze vaak: van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest. De rijke Argentijnen probeerden decennialang de hoop van de anderen te fnuiken en de continuïteit van hun macht veilig te stellen. Ze probeerden het met het peronisme – toelaatbare concessies; ze probeerden het met hun milde dictaturen – onvoldoende angst; maar ze slaagden er niet in. De dreiging verontrustte hen steeds meer; in 1976 waren ze het zat en wilden ze er voor eens en altijd een eind aan maken.
Ze hadden een goed excuus: twee ‘gewapende organisaties’ waarvan het grootste gevaar was dat ze wapens hadden geleverd aan groeperingen studenten en arbeiders die hen steunden. De democratische regering van Isabel Perón had haar eigen vorm van illegale repressie uitgeoefend en in 1974 en 1975 waren door haar handlangers van de ‘Anticommunistische Alliantie van Argentinië’ meer dan duizend mensen gedood – maar het was niet genoeg.
Als reactie op dat geweld grepen genoemde organisaties opnieuw naar de wapens, al waren het er weinig, en van slechte kwaliteit. En de stakingen in de fabrieken, de onrust op de universiteiten, de aanslagen hier en daar en de roep om sociale gerechtigheid gingen door. Het militaire commando gaf de ‘goedgezinde media’ bevel het gevaar te overdrijven om zo veel mogelijk angst te zaaien teneinde zich te kunnen rechtvaardigen: deze keer zouden ze al het verzet breken.
Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel
Maar de Argentijnen wisten het nog niet. Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel: de militaire marsen op radio en tv, de lege straten, de bekende onzekerheid. Twee dagen later bezocht de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, William Rogers, de junta. Hij rapporteerde zijn chef, de almachtige Henry Kissinger, in het geheim dat ‘we op heel korte termijn rekening moeten houden met een tamelijk hoge graad van repressie en waarschijnlijk veel bloedvergieten in Argentinië. Ik denk dat niet alleen met harde hand tegen terroristen zal worden opgetreden, maar ook tegen dissidente vakbondsleden en politieke partijen.’ Een paar dagen later zou Kissinger zijn brief sturen.
De brief is een van de kerndocumenten in de geschiedenis van Argentinië, maar wordt nauwelijks geciteerd. Eerder dan een brief was het trouwens een communiqué dat de grootvizier van het Amerikaanse imperium zijn ambassadeur in Buenos Aires stuurde. Hij droeg hem op de generaals ervan te overtuigen bij hun economisch beleid ‘de nadruk te leggen op vermindering van staatsbemoeienis in de economie, bevordering van de export, aandacht voor de verwaarloosde agrarische sector en een positieve houding ten aanzien van buitenlandse investeringen’.
De claim van de Verenigde Staten was glashelder. Het was, met permissie, een plan dat een eind maak te aan de bijzondere positie van Argentinië in Latijns-Amerika en het terugduwde in de klassieke rol van onze landen, een rol die het decennia eerder had geprobeerd af te werpen: de winning en export van grondstoffen. Misschien hadden de militairen van ’76 het al bedacht, misschien niet: denken was per slot van rekening niet hun sterkste kant. Maar ineens viel alles op z’n plaats: zolang de industrieën overeind bleven, zouden de arbeiders lastig zijn.
Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien
Werd daarentegen teruggekeerd naar de oude economie van agrarische export, dan zou het mogelijk en redelijk zijn die fabrieken te ontmantelen, en had je van de vroegere werknemers geen last meer. Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien. En iedere toekomstvisie bij het vuilnis zetten. Het Argentinië dat Kissinger, Videla & co hebben gesticht werd niet in de toekomst gezocht maar in het verleden. Het brak met het langetermijndenken en nestelde zich in een permanent heden waarin een handjevol mensen heel veel kon verdienen.
Intussen hielden de militairen zich bezig met het vermoorden van degenen die eventueel met een ander idee van de toekomst kwamen. Zo elimineerden ze niet alleen hen, ze doordrongen de bevolking er tegelijkertijd van dat ze met iedere poging in die richting het ergste riskeerden.
Misschien is die 24ste maart niet de dag geweest waarop alles werd verpest, maar het was wel het moment waarop Argentinië de focus verloor die het land decennialang richting had gegeven: de hoop van de langetermijnconstructie. Nog in 1983, toen de dictatuur voorbij was, bood president Alfonsín iets soortgelijks aan een toekomst toen hij bezwoer: ‘Met democratie is er eten, onderwijs en zorg’. Maar de cocktail van armoede, marginalisatie, neoliberalisme en economische crises die de generaals van ’76 had den ingesteld bleef van kracht en de regeringen die elkaar sindsdien opvolgden hielden zich vooral bezig met het beteugelen van het dringende, onhandelbare heden.
Misschien is dat een voorname reden geweest van de onwaarschijnlijke overwinning van Javier Milei: in zijn campagne had hij het over ‘morgen’. Hij herstelde het Argentijnse geloof dat we een betere toekomst konden bouwen door het heden te offeren. In het begin gaf het herstel van de toekomst hem voldoening. Om te beginnen kon hij zo de laatste desastreuze jaren makkelijker veroordelen. En het gaf hem de kans plannen voor te spiegelen en beloften te doen: de economie koppelen aan de dollar, wat niet gebeurde; de centrale bank sluiten, wat niet gebeurde; de inflatie stoppen, wat niet gebeurde – en een heleboel meer wat ook niet gebeurde.
Ook beloofde hij de economie weer op gang te brengen. Maar nu, na twee regeringsjaren, sluiten elke dag zo’n dertig bedrijven en staan zo’n vierhonderd werknemers op straat; dat zijn nu in totaal al zo’n driehonderdduizend werknemers en zo’n 22.600 bedrijven, inclusief verschillende van de weinige fabrieken die er nog waren en die, met de opheffing van de douanebarrières, niet kunnen concurreren met de Chinese industrie.
Hij wilde de overheid verkleinen, maar maakte het land kleiner
Ook beloofde hij de overheid kleiner te maken, maar in zijn immense onbekwaamheid verwarde hij dat met het land kleiner maken. Ruim twee jaar geleden schrapte Argentinië alle publieke werken, en sindsdien neemt het aantal doden door ongelukken met die kapotte wegen hand over hand toe; hetzelfde geldt voor de ziekenhuizen, de gepensioneerden, de mensen met een handicap.
En ook beloofde hij ‘een eind te maken aan de politieke kaste’, maar zijn kabinet telt mannelijke en vrouwelijke politici die alle partijen hebben doorlopen. En hij beloofde ‘moraal boven alles’, maar de corruptieschandalen in zijn regering en familie volgen elkaar op. Momenteel onthullen journalisten bewijzen dat hij, toen hij al president was, enkele miljoenen dollars opstreek door zijn volgelingen valselijk aan te raden hun geld om te zetten in een cryptomunt die maar twee uur zou standhouden en voor honderden miljoenen verlies heeft gezorgd.
Maar los van alle bedrog en gemarchandeer imponeert dit misbaksel omdat het een totaal onsamenhangende figuur is die niet in staat is zich vloeiend uit te drukken en heel goed is in het lanceren van baarlijke nonsens – nog daargelaten dat hij schreeuwt en almaar sprongetjes maakt. Ik denk dat hij al met al het extreemste product is van die staatsgreep van een halve eeuw geleden.
Niet alleen omdat zijn woeste economisch beleid een slechte kopie is van dat van de militairen van toen. Maar vooral omdat zo’n heerschap in de regering het resultaat is van vijftig jaar marginalisatie van miljoenen Argentijnen, het resultaat van de verwaarlozing van al diegenen die sindsdien hebben geleden, het resultaat van het verval van het publieke onderwijs, waardoor een gemiddeld geschoold land is veranderd in een land dat alleen kan communiceren door middel van beledigingen, schreeuwpartijen en wreedheden, een land dat ooit de solidariteit voorstond en nu het ‘ieder voor zich’ belijdt.
Waarschijnlijk wordt Argentinië nooit meer ‘het land van de toekomst’
Uiteindelijk is het resultaat van die 24ste maart, van die zeven jaar moord en duisternis, deze arme man. Of nee: in feite is het resultaat dit arme land dat hem koos, het land waarvan deze arme man alleen maar een zielig symptoom is. Het is beschamend, het maakt triest, wanhopig. Waarschijnlijk wordt Argentinië nooit meer ‘het land van de toekomst’. Maar dan nog zou je dit land iemand gunnen die de moeite waard is, die serieus aan de slag gaat.
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» Trumps machtsvertoon
» De bedreigde Piaggio Ape
» Linkshandigen zijn minder bedeeld
In de internationale hooiberg van het nieuws zijn allerlei rode draden te ontdekken. Toch dringt er eentje opvallend vaak en met te veel bravoure op de voorgrond. Het is een dikke draad, in dit geval vaak gelig oranje, maar ook groen als de dollars in handen van een kleine groep techmiljardairs. De draden komen bijeen als dat invloed en macht oplevert en worden omgesponnen tot onbreekbare kabels. Met het ijzersterke harnas dat ontstaat waant men zich onaantastbaar en daarmee ontheven van elke plicht tot verantwoording.
De Franse filosoof Simone Weil beschreef in 1940 hoe het oude Rome kracht verheerlijkte, een cultus die door sommige politici en influencers opnieuw wordt gepropageerd. En dan vooral spottend met alles wat zij als minderwaardig beschouwen, op de eerste plaats onze zwakke en verwijfde ‘woke-cultuur’, volgens de Amerikaanse minister van Defensie vol candy-asses.
Op het International Journalism Festival van Perugia was deze cultuur glorieus zichtbaar. Onder de in de vijftiende eeuw beschilderde plafonds passeerden talloze onderwerpen de revue die voor de ‘industrie’ van belang zijn. Behalve journalisten wordt het vijfdaagse festival ook bezocht door ‘newscreators’ en bedrijven die andere dan journalistiek inhoudelijke belangen koesteren.
Er worden zaken gedaan.
Ondanks alle hindernissen, tot de dood erop volgt, blijft de pen een krachtig en gevreesd wapen
In het Palazzo dei Priori werd een tegelijkertijd verontrustend en geruststellend onderzoek aangehaald door Laurent Richard, oprichter van Forbidden Stories, een organisatie die de onderzoeken voortzet van verslaggevers die het zwijgen zijn opgelegd.
Van de journalisten uit 53 deelnemende landen was 33 procent weleens ernstig bedreigd. 77 procent van die bedreigingen kwam van ambtenaren van de overheid, die, zo bleek, bang waren van corruptie te worden beschuldigd. Al helemaal wanneer het internationaal samenwerkende onderzoeksjournalistiek betrof waarmee bekend dreigde te worden wat verborgen moest blijven.
Ook al zijn de cijfers onacceptabel, de uitkomst is een opsteker. Ondanks alle hindernissen, tot de dood erop volgt, blijft de pen een krachtig en gevreesd wapen.
De Britse Carole Cadwalladr (The Nerve) vloekte meerdere keren in de kerk San Francesco al Prato. Ze waarschuwt al jarenlang onverschrokken tegen wat ze de tentakels noemt van ‘een broligarchie van fucked up sociopaths’. Doet ze zonder wapenuitrusting, behoorlijk zwak en verwijfd.
Biologen, natuurkundigen en computerwetenschappers sluiten zich aan bij platform RentAHuman.ai om hun expertise aan te bieden.
Stel dat je nieuwe baas je vraagt duiven te tellen in Washington Square Park in New York of een nieuw Italiaans restaurant uit te proberen. Dat zijn slechts enkele van de opdrachten die mensen krijgen via RentAHuman.ai – een platform waarop gebruikers hun tijd en vaardigheden kunnen aanbieden aan AI-agenten. Inmiddels beginnen ook wetenschappers hun expertise via de website aan te bieden.
De website werd begin februari gelanceerd door de software-ingenieurs Alexander Liteplo en Patricia Tani, die het project oprichtten. Liteplo vertelde aan Business Insider dat hij het systeem in ongeveer anderhalve dag vrij intuïtief in elkaar zette.
Het idee is eenvoudig, zoals op de homepage van de website staat beschreven: ‘robots hebben jouw lichaam nodig’. Gebruikers kunnen een profiel aanmaken om hun vaardigheden aan te bieden voor taken die een AI-tool niet zelfstandig kan uitvoeren – zoals vergaderingen bijwonen, experimenten uitvoeren of een instrument bespelen – en daarbij aangeven wat ze ervoor vragen.
Mensen – of ‘meatspace workers’, zoals de site ze noemt – kunnen vervolgens reageren op opdrachten die door AI-agenten worden geplaatst, of wachten tot ze door een AI-agent worden benaderd. Volgens de website hebben inmiddels meer dan 450.000 mensen hun diensten aangeboden.
Tot nu toe heeft een handvol wetenschappers hun diensten aangeboden op RentAHuman.ai. In hun profiel vermelden ze vaardigheden op het gebied van wiskunde, natuurkunde, informatica, immunologie en biologie. Een van de meest bekeken profielen op de site is van AI-ingenieur David Montgomery uit Denver, Colorado. Hij noemt onder meer AI-evaluatie en de programmeertaal Python als vaardigheden, maar ook allerlei praktische klusjes en fotografie.
Montgomery zegt dat hij zich oorspronkelijk bij de site aansloot omdat hij zelf aan een vergelijkbaar platform werkt. De meeste verzoeken van AI-agenten die hij tot nu toe via RentAHuman.ai heeft ontvangen, blijken spamberichten met mogelijk gevaarlijke links, vertelt hij. ‘Het lijkt erop dat er maar weinig serieuze opdrachten rondgaan,’ zegt hij, en geen daarvan is ‘echt relevant voor mij’.
Hij heeft wel op enkele taken gereageerd – zoals een opdracht van 1 dollar om een bericht op sociale media te upvoten – maar daar nog geen reactie op ontvangen.
Voorlopig staan er onder de openbaar geplaatste opdrachten van AI-agenten geen taken die specifiek gericht zijn op mensen met wetenschappelijke of onderzoeksvaardigheden. In één bericht wordt programmeren genoemd, maar dat is een oproep aan de makers om een bug op de site te fixen. Het platform richt zich vooralsnog niet op wetenschappelijke of onderzoeksgerelateerde taken.
Voorlopig is het ook de vraag of je wel kunt zeggen dat AI-systemen mensen inhuren, zegt Chris Benner, die technologische verandering en economische herstructurering onderzoekt aan de University of California, Santa Cruz. De AI-agenten, die door mensen zijn gebouwd, lijken hun opdrachten namelijk te krijgen op basis van menselijke instructies, merkt hij op. Ook de betaling voor die taken komt uiteindelijk van de maker van de AI-agent.
Volgens Michael Wellman, computerwetenschapper aan de University of Michigan in Ann Arbor, verschilt het platform niet zo veel van bestaande websites zoals Upwork, Taskrabbit en Amazon Mechanical Turk – platforms die opdrachtgevers in contact brengen met zelfstandige werkers om specifieke taken uit te voeren.
Nu AI-agenten steeds vaker worden ingezet, is het volgens hem niet meer dan logisch dat ze ook op dit soort netwerken verschijnen. ‘Mensen kunnen AI gebruiken om via vrijwel elke website diensten in te huren,’ zegt Wellman. ‘Dit platform maakt het alleen iets makkelijker om AI-agenten eraan te koppelen.’
Hoewel de naam zeker provocerend is, voelt RentAHuman.ai volgens Benner vooral als een publiciteitsstunt of een vorm van sociaal commentaar. ‘Op dit moment is er in onze samenleving een grote fascinatie voor AI – en ook de angst dat AI al onze banen zal overnemen, autonoom wordt en uiteindelijk de samenleving gaat domineren,’ zegt hij. ‘Dit concept speelt daar op een bepaalde manier op in, door te suggereren: “Ja, computers gaan ons straks in dienst nemen.”’
De oprichters van RentAHuman.ai reageerden niet op verzoeken van Nature om commentaar. Liteplo reageerde echter wel op een recente tweet waarin het hele idee als dystopisch werd bestempeld, met de woorden: ‘lmao yep’ [Yep, laughing my ass off].
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» Alle Zwitsers kunnen ondergronds overleven
» De aanstelling van Irans derde opperste leider
» De omgekeerde wereld: AI huurt mensen in
Gastvrijheid staat in veel culturen hoog aangeschreven. Het oude Griekenland kende xenia: de band tussen gast en gastheer, die Zeus persoonlijk beschermde. Volgens Arabische tradities moet een vreemdeling minstens drie dagen worden verzorgd, zonder vragen. In India leeft het idee Atithi Devo Bhava: de gast is goddelijk. En in Japan houdt omotenashi in dat je anticipeert op de behoeften van de gast, zonder dat deze ze hoeft uit te spreken.
Filippo Grandi, voormalig Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, noemt ‘asiel (…) een van de mooiste gebaren die de mensheid te bieden heeft’. In een reportage vanFinancial Times maakt hij de balans op van een decennialange carrière in het humanitaire veld. Migratie, zegt Grandi, is de prijs die je voor rijkdom betaalt. Of, zoals Naomi Klein het eens krachtig verwoordde: ‘Onze manier van leven is afhankelijk van andermans ellende.’ Asiel is dan ook geen gunst, zoals de gast die vraagt, maar een recht, vastgelegd in het Vluchtelingenverdrag uit 1951, dat vanwege de aard van de wereldwijde problemen steeds weer moet worden bijgesteld.
Migratie is de prijs die je voor rijkdom betaalt
Niet iedereen denkt er zoals Grandi over, en het aantal ontheemden is in tien jaar tijd bijna verdubbeld. Ece Temelkuran, van wie we een fragment uit haar prachtige en intieme nieuwe boek Nation of Strangers publiceren, verliet Turkije in 2016 omdat ze gearresteerd kon worden wegens kritiek op Erdoğans regime, en woont momenteel in Hamburg. Ze spreekt niet van alt-right of extreemrechts, maar steevast van fascisme – een term die velen volgens haar vermijden omdat die hen eraan herinnert dat ze iets moeten doen.
Als ontheemde gedraagt ze zich wenselijk. Bestond tussen haar en andere vluchtelingen de stilzwijgende overeenkomst om ‘zonder sentimenteel gedoe door te gaan met ons leven, wat mijn bevroren hart goed uitkwam’, op de steeds terugkerende vragen van de Duitsers om haar heen heeft ze geleerd vrolijk te glimlachen, haar onverschilligheid te verbergen.
En haar heimwee. Een van de schrijnendste gegevens uit de reportage met Grandi is dat, ondanks de grote ellende in het land, mensen uit omliggende landen toch naar Soedan vluchten. Ook keren veel gevluchte Soedanezen ondanks de gevaren terug. ‘De Soedanees is sentimenteel’, aldus een van hen. Ondertussen worden in Omaha (het Amerikaanse Midwest) nieuwkomers verwelkomd om vergeten buurten nieuw leven in te blazen en trekt het Japanse dorp Shichikashuku migranten aan om de bevolkingsdaling af te remmen. Dat mag eigenbelang zijn, gastvrij is het wel.
Bondi Beach, ooit een symbool voor de multiculturele identiteit van Sydney, is na de aanslag in december 2025 veranderd in een grimmige herinnering aan het levende antisemitisme binnen de Australische maatschappij.
Bondi Beach heeft een speciale plek binnen de Australische geschiedenis. In een land waar ruim 90 procent van de bevolking binnen 50 kilometer van de kust woont, staan stranden symbool voor de kern van het Australische gedachtegoed; een openbare plaats waar iedereen gelijk is. Een plek met zonlicht en een verre horizon, passend bij het optimistische karakter van het land. Bondi belichaamt dit credo. Kunstenaars en fotografen gebruiken deze 800 meter lange sikkel al jaren als inspiratiebron. Maar het bloedbad van 14 december heeft de idealen verstoord en dwingt Australiërs hun identiteit en samenleving in twijfel te trekken. Nadat twee in het zwart geklede schutters een Chanoekaviering op het strand beschoten, kwamen minstens twaalf mensen om het leven en raakten negenentwintig mensen gewond. [Later is het uitgekomen op vijftien overledenen en veertig gewonden.] Door sociale media is ontstellend beeldmateriaal van deze gebeurtenis snel in het publieke domein terechtgekomen, bijvoorbeeld van de man die door de Australische televisie werd geïdentificeerd als Ahmed El Ahmed, een winkeleigenaar en vader van twee, die eigenhandig een schutter neerhaalde. Ook is vastgelegd hoe de politie de schutters aanhield. Op de beelden is te zien hoe agenten een razende menigte moeten tegenhouden die klaarstaat om wraak te nemen.
Hoewel Bondi een oord is voor backpackers en surfers, vormt het ook het epicentrum van de Joodse gemeenschap van Sydney. In de decennia voor en na de Tweede Wereldoorlog vestigden Joodse vluchtelingen uit Europa zich in Bondi – eerst op de vlucht voor de nazi’s, later voor de communisten. Tussen Bondi Beach en het stadscentrum van Sydney ligt een rijke, heuvelige buitenwijk, waar een groot deel van de Joodse gemeenschap woont.
De schutters hebben het hart van deze wereld getroffen, een wereld die decennialang open en ontspannen was, zelfs zodanig geïntegreerd dat die term niet meer van toepassing was.
Maar ook vóór deze aanslag was het relatief onbezorgde bestaan van Joden in Sydney al aan het afbrokkelen. Slechts twee weken voor de schietpartij publiceerde de Executive Council of Australian Jewry een verslag over een toenemend aantal antisemitische incidenten, van graffiti en posters tot brandstichting en aanvallen.
Ook vóór deze aanslag was het relatief onbezorgde bestaan van Joden in Sydney al aan het afbrokkelen
Na de terroristische aanval op Israël van 7 oktober door Hamas en de daaropvolgende invasie van Gaza door het Israëlische leger, is het aantal antisemitische incidenten ernstig toegenomen. Aan het begin van dit decennium schommelde het aantal incidenten in Australië rond de 450. Dit stabiele jaargemiddelde is gestegen naar 2062 voorvallen in 2024, met 1654 voorvallen in de twaalf maanden tot 30 september 2025. In de provincie New South Wales, waar Sydney een groot deel van uitmaakt, vond ongeveer 40 procent van deze incidenten plaats.
In het verslag komt een verontrustende reeks gebeurtenissen voorbij. Joodse mensen worden geconfronteerd met de Hitlergroet of krijgen grove woorden naar hun hoofd geslingerd. Een auto werd in de as gelegd en er werd brand gesticht in een restaurant en een kinderopvang. Nazisymbolen en -leuzen werden herhaaldelijk op muren en ramen van Joodse synagogen en scholen gekladderd.
Vervolgens stonden er begin november zestig zwartgeklede betogers buiten het parlementsgebouw van New South Wales met een spandoek met daarop de tekst ‘schaf de Joodse lobby af’.
‘Er heerst een ziekte in de hedendaagse Australische maatschappij, en dat is Jodenhaat,’ zei Daniel Aghion van de Executive Council of Australian Jewry bij de publicatie van het verslag. Maar zelfs hij had zich de gruwel die op de loer lag niet kunnen voorstellen.
De aanslag bij Bondi Beach is niet alleen de ergste antisemitische aanslag die Australië ooit heeft gekend, het is tevens de dodelijkste terroristische op Australisch grondgebied ooit. Op een aantal opmerkelijke uitzonderingen na hebben Australische steden nauwelijks rassenrellen meegemaakt. Stemmers scharen zich zelden achter het soort militante anti-immigratiepopulisten die de Europese peilingen tegenwoordig domineren. Australiërs zullen zich nu afvragen hoe een samenleving die lang de deur openhield voor migratie en trots was op de bijkomende tolerantie, zo heeft kunnen veranderen.
Het land heette in de jaren zestig voor het eerst groepen Italiaanse en Griekse migranten welkom, die een enorme invloed hebben gehad op de cultuur. Vervolgens kwamen er in de jaren zeventig en tachtig Vietnamese vluchtelingen, evenals Libanezen die de burgeroorlog ontvluchtten. Net als de Zuid-Europeanen stuitten ze aanvankelijk op lokale achterdocht of zelfs vijandigheid, alvorens hun niche te vinden in het – toen nog – flexibele Australië.
In de jaren negentig waren de Chinezen en Koreanen aan de beurt. Rond deze tijd verscheen de roodharige, populistische Pauline Hanson ten tonele, die verkondigde dat Australië te veel Aziatische immigranten toeliet.
Stemmers scharen zich zelden achter militante anti-immigratiepopulisten die de Europese peilingen domineren
De toenmalige conservatieve regering onder John Howard wist de toenemende zorgen over immigratie te bedaren door ‘de bootjes tegen te houden’ – doelend op illegale migratie vanuit het noorden. De overheid gebruikte dit optreden tegen illegale migratie om legale migratie toegankelijker te maken. Er volgde een vloedgolf aan migrerende families en hoogopgeleiden, waarbij migranten uit het Indische subcontinent de afgelopen jaren het voortouw namen. Het aantal Australiërs dat in het buitenland is geboren, steeg sinds de eeuwwisseling van 23 naar 32 procent.
De migratie van moslims begon tijdens de vele conflicten in het Midden-Oosten en ontstak misschien wel een van de grootste culturele conflicten tot nu toe, hoewel het aantal Australiërs dat zich als moslim identificeert nauwelijks boven de 3 procent uitkomt. In december 2005 brak er een gevecht uit tussen witte mannen en Libanese Australiërs op Cronulla Beach in Sydney – ook al een deuk in het imago van het strand, dat symbool stond voor egalitaire openheid. ‘We grew here, you flew here’, luidde het motto. Hanson kwam onlangs onder de internationale aandacht toen ze de plenaire zaal van de Australische senaat betrad in een boerka.
De Joodse emigratiegolf ging vooraf aan deze ontwikkelingen, evenals de bijkomende antisemitische reacties. Joden bedragen nu ongeveer 0,4 procent van de bevolking, een aantal dat overeenkomt met het VK [en Nederland].
Zo raakte ook de Joodse gemeenschap in Australië verzeild in de grote kwesties van onze tijd: de toekomst van migratie en multiculturalisme en de ogenschijnlijk onoverbrugbare polarisatie die deze onderwerpen oproepen. Al in de eerste verslagen werd gemeld dat een van de schutters een recentelijk ontslagen metselaar was van Pakistaans-Islamitische afkomst.
De focus van het debat rond antisemitisme kan hierdoor overgaan in een gesprek over het gevaar van de islam op Australisch grondgebied. Dit debat zal genuanceerd worden door het heldhaftige optreden van Ahmed El Ahmed op 14 december, die zijn landgenoten eraan herinnerde dat groepen mensen niet over één kam te scheren zijn. Niemand weet dit beter dan de Joodse gemeenschap, die dagelijks te maken heeft met de vage grens tussen pro-Palestina- of anti-Israëlsentiment en antisemitisme.
Het opvallende aan de positie van de Joodse bevolking is dat ze haast politiek omsingeld zijn. Zelfs als de woede vanuit het overwegend linkse, pro-Palestijnse kamp niet ontaardt in antisemitisme, draagt het nog bij aan een klimaat waarin neonazigroepen – zoals de in het zwart gehulde parlementbetogers – hun eigen boosaardigere complottheorieën kunnen promoten.
Het opvallende aan de positie van de Joodse bevolking is dat ze haast politiek omsingeld zijn.
In de buitenwijken ten oosten van Sydney zijn de oorlogsvluchtelingen en hun nakomelingen er lang van uitgegaan dat ze de schaduw van het antisemitisme goed en wel hadden achtergelaten op het besneeuwde continent. Nu werpt het een lijkwade over het zonovergoten strand. De lokale Joodse gemeenschap staat samen met alle andere Australiërs voor de vraag: zal de geopolitieke vloedgolf de nationale mythe van het openbare democratische strand met zich meesleuren als het weer eb wordt?
En deze vraag gaat niet alleen Australiërs aan. Europese regeringen, waaronder de Britse, zijn momenteel bezig de beveiliging van Chanoeka-vieringen opnieuw te beoordelen. Zoals Marina Rosenberg van de Anti-Defamation League al vóór de gruwelijke gebeurtenissen zei: ‘Wat in Australië gebeurt, is een alarmbel voor de hele wereld.’
De legalisering van psilocybine bij psychotherapie wordt in Tsjechië – als eerste EU-land – met open armen én enige voorzichtigheid ontvangen.
‘Opeens weet je dat je problemen kunnen worden opgelost. Wat de oplossing is weet je niet, maar wel weet je dat er een oplossing bestaat en dat je de tijd hebt om die te zoeken. Dat stelt je gerust.’ Zo beschrijft de zeventiger Vladimir de ervaring die vijf jaar geleden op een novembermiddag zijn leven voorgoed veranderde. De depressies waaraan hij leed vanaf het moment dat hij alleen voor de opvoeding van zijn twee zoons was komen te staan, en die in de loop der jaren erger waren geworden, verdwenen en zouden nooit meer met dezelfde hevigheid terugkomen. De verschillende psychiatrische behandelingen die hij als eenzame alleenstaande ouder had uitgeprobeerd hadden weliswaar voor verademing gezorgd, maar dat was telkens slechts van korte duur geweest, waarna het alleen maar weer erger werd. ‘Depressies verlammen je, slopen je en beroven je van je levenslust,’ zegt hij om deze vicieuze cirkel te beschrijven. ‘Je ziet geen uitweg meer.’
Toen zijn behandelend arts hem zo’n vijf jaar geleden het advies gaf deel te nemen aan een onderzoek van het Nationaal instituut voor geestelijke gezondheid (NUDZ) naar de effecten van de stof psilocybine, reageerde Vladimir aanvankelijk terughoudend. De chemische stof, die van nature voorkomt in paddo’s, brengt een verandering teweeg in je staat van bewustzijn. Volgens de Tsjechische wet valt de stof onder de verboden middelen. ‘Van drugs heb ik altijd een afkeer gehad,’ zegt Vladimir, die niet rookt en sinds een operatie aan zijn alvleesklier ook geen alcohol meer drinkt.
Maar uiteindelijk liet hij zich overtuigen door de veelbelovende uitkomsten die het onderzoek tot dan toe had laten zien. Ook wakkerde het nummer ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ van zijn favoriete band The Beatles – dat over lsd zou gaan, de hallucinogene stof die verwant is aan psilocybine – zijn interesse enigszins aan. Het psilocybinetablet dat hij op doktersadvies innam voordat hij geblinddoekt op een comfortabele bank ging liggen om met een koptelefoon naar elektronische muziek te luisteren, leek iets te kunnen waar geen enkel medicijn daarvoor toe in staat was geweest: het verbeterde zijn mentale gezondheid.
Vanaf januari is deze optie beschikbaar voor iedereen die haar nodig heeft. Als eerste EU-land heeft Tsjechië in de zomer van 2025 het gebruik van psilocybine bij psychotherapie gelegaliseerd. Daarmee is het met Australië, Nieuw-Zeeland en Zwitserland wereldwijd een van de pioniers geworden op het gebied van deze therapie, die volgens velen een van de meest veelbelovende psychiatrische ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw is.
Het onderzoek naar psychedelische substanties beleefde zijn hoogtijdagen na de Tweede Wereldoorlog. Dankzij psychiaters als Stanislav Grof en Miloš Vojtěchovský behoorde Tsjechoslowakije wereldwijd tot de koplopers op dit gebied. De populairste stof, lsd, werd destijds door het staatsbedrijf Spofa met dozen tegelijk aan psychiatrische klinieken geleverd, terwijl de artistieke en wetenschappelijke elite deelnam aan officiële experimenten. Doordat drugs echter op steeds meer plekken verboden werden, kwam er een wereldwijd verbod op psychedelica. Het onderzoek naar de stoffen, die als een revolutie in de geestelijke gezondheidszorg werden gezien, werd voor enkele decennia in de ijskast gezet.
‘Ik geloofde dat een gedeelde mystieke ervaring, het besef dat we hier niet slechts van onze geboorte tot onze dood zijn, maar deel uitmaken van iets groters, een tegengif zou zijn tegen de oorlog in Vietnam,’ zei de Amerikaanse activist Rick Doblin, een van de drijvende krachten achter de zogeheten ‘psychedelische renaissance’, dit jaar in een interview met Respekt, waarin hij herinneringen ophaalde aan zijn jeugd. Psychedelica waren in de jaren zestig bepalend voor zijn generatie. Nooit heeft Doblin het geloof in het potentieel van psychedelische middelen opgegeven. Ondanks het strikte verbod op drugs dat halverwege de jaren tachtig werd ingevoerd, richtte hij de non-profitorganisatie MAPS op, die eraan bijdroeg dat vergeten stoffen beetje bij beetje weer in de geneeskunde terugkeerden. En toen er deze eeuw weer opnieuw onderzoek werd gedaan, leverde dat indrukwekkende uitkomsten op.
Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen
Om een voorbeeld te noemen: een onderzoek uit 2016 toonde aan dat 67 procent van de patiënten met een klinische depressie binnen een week na de inname van een psychedelicum verlichting ervoer. Bij de meerderheid van hen hield het effect zelfs langer dan drie maanden aan. Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen, waarvan de traditionele farmacologische behandeling al enige tijd is gestagneerd. ‘Zonder Stanislav Grof waren we niet geweest waar we nu zijn,’ zei Doblin in juni op een conferentie in Praag, waarmee hij de Tsjechische bijdrage op dit gebied prees.
En het blijft niet bij de herinnering aan de beroemde founding fathers. Tsjechische psychiaters zijn in het nieuwe millennium op de rijdende trein van de psychedelische renaissance gesprongen, en het NUDZ behoort nu zelfs tot de meest gerespecteerde instituten wereldwijd die onderzoek doen naar psychedelica.
Deskundigen zijn er tegenwoordig van overtuigd dat de mentale toestand van iemand die een psychedelische sessie ondergaat van fundamentele invloed is op het verloop ervan. Daarom probeerde Vladimir op advies van artsen en psychotherapeuten, die hem op de ervaring hadden voorbereid, met zijn beste humeur naar de sessie te komen. Hij nam zijn vrouw mee ter ondersteuning en had souvenirs van zijn reizen naar Bali en Thailand bij zich. Nadat hij het tablet met een nauwkeurig afgemeten dosis had ingeslikt en op de bank was gaan liggen, gebeurde er aanvankelijk helemaal niets. Tot hij zich ineens realiseerde dat hij de muziek uit de koptelefoon, die hij normaal gesproken alleen met zijn gehoor zou waarnemen, voor zijn ogen zag. ‘Ik zag kleuren die niet in woorden te vatten zijn, omdat ze niet bestaan,’ zo probeert hij de ervaring te beschrijven.
Achter Vladimirs gesloten oogleden begonnen bekende kunstwerken ‘in onwerkelijke kleuren’ op te duiken, zoals de Dame met de hermelijn van Leonardo da Vinci. En hij zag [de hooggelegen Praagse wijk] Vyšehrad: ‘Ik keek van de heuvel naar beneden en zag daar ineens in de donkere rivier een ingang naar een andere wereld, de grens tussen het bekende en het onbekende,’ zo herinnert hij zich het moment dat de chemische stof ten volle was ingetreden.
Opnieuw voelde hij de brandende twijfel of hij ondanks al zijn inspanningen wel een goede vader voor zijn zoons was geweest. Hij bedacht wat hij fout had gedaan. Maar toen hij door de geheime poort de andere wereld was binnengetreden, verdween de behoefte om al zijn beslissingen in goed en slecht op te delen. ‘Ik realiseerde me dat één mislukte poging niet het einde hoeft te zijn. Dat gaf me een geweldig perspectief. Alles viel ineens op zijn plek,’ aldus de gepensioneerde, die in zijn leven heel wat beroepen heeft gehad, van metrobestuurder tot IT-ondernemer.
‘Alles viel ineens op zijn plek’
Die ene ervaring zou hem van zijn zware depressies hebben verlost, maar soms voelt Vladimir dat het effect van de psilocybinetherapie afneemt. Om te voorkomen dat zijn depressies terugkeren, koopt hij nu ongeveer vier keer per jaar paddo’s, die hij onder toezicht van zijn vrouw gebruikt. ‘Maar ik ben blij dat ik vanaf het nieuwe jaar legaal aan psilocybine kan komen,’ zegt hij.
Psychedelica werken volgens een ander principe dan traditionele psychiatrische geneesmiddelen. Naast het reguleren van de niveaus van neurotransmitters die de stemming beïnvloeden, kan het toedienen van psilocybine onder professionele begeleiding een zeer diepgaande, soms zelfs mystieke ervaring opleveren. De psychologische impact ervan kan het perspectief van de patiënt op zijn of haar levenssituatie veranderen. Het helende effect wordt getriggerd door de beleefde ervaring; daardoor hebben psychedelica niet alleen het potentieel om de symptomen van problemen te verzachten, maar ook om de oorzaken ervan aan te pakken.
De verandering in het denken, zoals Vladimir die beschrijft, is het belangrijkste voordeel van de behandeling, dat verder ontwikkeld kan worden door middel van psychotherapie. ‘Psychedelica bieden zogenoemde inzichten,’ aldus psychiater en NUDZ-directeur Jiří Horáček, die al 25 jaar onderzoek doet naar deze stoffen. Hij test het gebruik ervan onder andere bij kankerpatiënten die oog in oog met hun naderende levenseinde vaak pijnlijke, existentiële stress ervaren. ‘Psilocybine levert bij deze cliënten zeer positieve resultaten op,’ zegt hij.
‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum’
Volgens Horáček leidt het gebruik van de stof soms tot het geruststellende besef dat de zin van het leven niet slechts gelegen is in ons tijdelijke bestaan, maar dat we deel uitmaken van de ontwikkeling van het universum en dat onze genen van generatie op generatie worden doorgegeven. ‘Ik heb een aantal patiënten gehad die dankzij psilocybine tot het besef kwamen dat hun leven zin had, ook al werd dat door ziekte bedreigd,’ zegt de psychiater. ‘Ze kregen hun levensvreugde terug en de kracht om voor hun kleinkinderen te zorgen, in de tuin te werken, te sporten of de natuur in te gaan. Dat effect houdt lang aan.’
Psychiater Tomáš Páleníček, een collega van Horáček bij het NUDZ, zegt dat mensen na het gebruik van psilocybine het gevoel kunnen hebben dat hun ‘ego in elkaar stort’, of bijna-doodervaringen kunnen krijgen. ‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum, dat we er slechts een ogenblik zijn en dan weer verdwijnen. Dat besef is soms een enorme opluchting die kan helpen de eindigheid van het leven te accepteren, of onderscheid te maken tussen wat wel en niet belangrijk is in het leven.’
Deze buitengewone ervaringen worden mogelijk gemaakt door het feit dat psilocybine de verbinding tussen verschillende hersendelen vergroot, en zo het repertoire aan gedachten uitbreidt. ‘Iemand kan dan dingen bedenken die anders ondenkbaar zijn,’ aldus Horáček. De belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle psychedelische therapie is echter een grondige voorbereiding, deskundige begeleiding van de patiënt en integratie van de ervaring. Zo voorkom je dat de sessie uitloopt op een angstaanjagende ‘bad trip’ zoals die bij recreatief drugsgebruik op de loer ligt.
De weg naar de legalisering van psilocybine in Tsjechië werd gebaand door een wijziging in het Wetboek van Strafrecht. Dit amendement, dat de voorheen gedemoniseerde drug veranderde in een medicijn, werd – enigszins verrassend – in de Kamer van Afgevaardigden ingediend door Marek Benda, de conservatieve fractievoorzitter van de ODS [Občanská Demokratická Strana, Democratische Burgerpartij]. Die geeft toe dat het niet zijn persoonlijke initiatief was: hij nam het uitgewerkte voorstel over van zijn partijgenoot en oud-burgemeester van Praag, Pavel Bém, die de politiek heeft verlaten en zich nu voornamelijk wijdt aan zijn oorspronkelijke beroep als psychiater en deskundige op het gebied van drugsbeleid. ‘Klinische en preklinische studies tonen aan dat psilocybine een mogelijkheid biedt om een groot aantal mensen te helpen,’ zegt Bém, die ook samenwerkte met collega’s van het NUDZ.
De indieners van het voorstel benadrukken dat het niet de bedoeling is psilocybine te legaliseren voor recreatieve doeleinden. Het wetsvoorstel werd eind mei door het parlement goedgekeurd, vervolgens zonder problemen door de Senaat geloodst en in juli door de president ondertekend. ‘Ik ben blij. Het laat zien dat de Kamer van Afgevaardigden bereid is gedurfde stappen te zetten wanneer haar redelijke, wetenschappelijk onderbouwde argumenten worden voorgelegd,’ aldus een tevreden Bém, die in 2013 als parlementslid meehielp aan de legalisering van medicinale cannabis. (En later regelde hij dat president Zeman gratie verleende aan de organisatoren van psychedelische ceremonies met ayahuasca uit het Amazonegebied.)
Welke medisch specialisten psilocybine mogen voorschrijven, moet nog worden bepaald. Verwacht wordt dat naast psychiaters ook specialisten in de palliatieve zorg de mogelijkheid krijgen om patiënten aan het einde van hun leven te helpen. De daadwerkelijke toediening van het medicijn blijft echter in handen van psychiaters en artsen met een certificering in psychotherapie, die de sessies moeten begeleiden. ‘Het zal zeker niet zo zijn dat er een recept voor psilocybine wordt voorgeschreven, en dat de patiënt vervolgens zijn tabletten bij de apotheek afhaalt,’ zegt Páleníček.
Deskundigen komen nu op het ministerie van Volksgezondheid bijeen om de regels voor behandeling nauwkeurig vast te leggen. Het meest waarschijnlijk is volgens Páleníček dat er een behandeling beschikbaar komt voor patiënten met depressie of een ongeneeslijke ziekte. Maar volgens hem komen ook andere diagnoses aan de orde, zoals posttraumatische stressstoornis, verslavingen of eetstoornissen. Depressie zal waarschijnlijk de meest voorkomende indicatie zijn: ongeveer een derde van de patiënten reageert niet op klassieke antidepressiva; psilocybine betekent voor hen een nieuwe behandelmogelijkheid.
Er is al lange tijd een tekort aan psychiaters in Tsjechië, en patiënten moeten tegenwoordig een half jaar wachten op hun eerste sessie. En ook psilocybinetherapie kost tijd: volgens Páleníček kunnen de voorbereiding, de toediening zelf en de daaropvolgende integratie van ervaringen tot wel zestien uur werk in beslag nemen. Het heeft echter één voordeel: als het effect optreedt, begint het vaak direct nadat de psilocybine is uitgewerkt en houdt het lang aan, weken of maanden, waardoor de patiënt niet zo vaak naar de dokter hoeft.
Hoewel de beroepsgemeenschap de baanbrekende legalisering over het algemeen unaniem heeft verwelkomd, roepen sommigen op tot voorzichtigheid. Jan Vevera, hoofd van de psychiatrische kliniek van de faculteit Geneeskunde in Pilsen, wijst erop dat de huidige psychische problemen hun oorsprong vinden in sociale problemen, een hoog stressniveau en algehele ontevredenheid, die niet met medische middelen kunnen worden opgelost. ‘Ook al is psilocybine geen klassiek antidepressivum, het is nog altijd een pil waarin een deel van de samenleving mogelijk een wonderoplossing voor hun problemen zou kunnen zien.’
‘Als je zegt dat psilocybine geen drug is, maar een remedie voor maatschappelijke problemen, zullen mensen er vaker voor kiezen,’ vervolgt Vevera. Hij herinnert eraan dat er de afgelopen decennia meer nieuwe methoden zijn geweest waar de maatschappij veel van verwachtte, zoals biofeedback, lichttherapie of transcraniële stimulatie. De resultaten voldeden uiteindelijk niet aan de verwachtingen. ‘Dit is geen argument tegen psychedelica, maar een argument om de hoge verwachtingen te temperen,’ benadrukt de psychiater. Hij zegt dat er tot nu toe onderzoek is gedaan met een te kleine steekproef van de bevolking en dat het volgens hem niet is uitgesloten dat psilocybine, net als marihuana, een psychose kan veroorzaken.
Volgens voorstanders van de nieuwe behandeling is het essentieel dat psilocybine alleen wordt toegediend door experts die kunnen beoordelen wie er baat bij heeft en een veilig verloop kunnen garanderen. Ze moeten ervaring hebben met het begeleiden van patiënten en idealiter ook legaal ervaring met psychedelica hebben opgedaan tijdens een gespecialiseerde opleiding. Páleníček schat dat er in Tsjechië op dit moment nog geen tien van zulke experts zijn.
Alleen door het naleven van strikte regels kan er worden voldaan aan de verwachtingen die de psychedelische renaissance twee decennia geleden heeft gewekt. ‘De situatie op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg in Tsjechië is ernstig, dus hebben we sterke instrumenten nodig om die te verbeteren,’ zegt Horáček. ‘En psychedelica kunnen zeker zo’n instrument zijn.’
Arwad is het enige bewoonde Syrische eiland en staat bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat. Ook tijdens de burgeroorlog heeft het eiland de traditie in stand weten te houden.
In de zinderende zon, tegen een achtergrond van de Middellandse Zee, slaan mannen spijkers in de achtersteven van een houten boot. Duizenden jaren lang hebben vele handen gezwoegd om deze vaartuigen tot stand te brengen. Halfafgebouwde geraamtes staan verspreid over het strand terwijl hun reeds voltooide witgeschilderde evenbeelden aan de horizon prijken.
Een meter of twee verderop kijkt Mohamed Bahlawan toe. In zijn gerimpelde handen houdt hij een wandelstok, zijn ogen zijn vochtig van de ouderdom. Hij knijpt ze een beetje dicht terwijl hij zijn woorden lang- zaam maar duidelijk articuleert. ‘Wat wij hier doen is zeldzaam,’ zegt hij met een sprankje trots in zijn stem. ‘Dit werk is nergens anders ter wereld te vinden.’
Bahlawan is een bewoner van Arwad, een eiland op 4 kilometer afstand van de Syrische kuststad Tartus. Arwad is het enige van een handjevol Syrische eilanden dat bewoond is en staat deels bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat.
Arwat staat deels bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat.
Vrijwel alle bewoners van het idyllische eiland zijn soenitisch. Hoewel de burgeroorlog het grootste deel van het land verwoestte, is Arwad er zonder fysieke schade van afgekomen. Wel vertrokken veel inwoners naar het buitenland om het regime van Bashar al-Assad of de militaire dienstplicht voor jonge mannen te ontvluchten. Veel anderen verhuisden naar het vasteland om werk te zoeken.
Voor de eilanders is de manier om de kost te verdienen onlosmakelijk verbonden met de omliggende zee; de meesten zijn matroos of visser en een kleiner gedeelte omarmt de traditie van scheepsbouw. Bahlawan erfde het beroep van zijn vader, die het weer van zijn vader leerde. Hij haalt herinneringen op over hoe het vak door de jaren heen veranderde.
‘In het begin deden we alles met de hand. We hadden geen elektrisch gereedschap, enkel een zaag, een dissel, een boor. Later innoveerden we; we kregen een houtzagerij en begonnen met elektriciteit te werken,’ vertelt hij. Zijn woorden worden overstemd door werkgeluiden verderop.
Iets verderop regelt zijn zoon, Farouk Mohamed Bahlawan, de productie van een boot naast zijn werkplaats aan zee. De vijfenvijftigjarige Farouk zit al vijfenveertig jaar in het vak. Tijdens de burgeroorlog kampte hij met de hoge materiaalprijzen, die zijn export beïnvloedden. De problemen werden verergerd door de helse bureaucratische procedures van de Algemene Syrische Autoriteit voor Land- en Zeehavens. ‘Ooit kon je alleen een [scheeps]bouwvergunning krijgen door iemand om te kopen,’ vertelt hij. ‘Nu is de rust teruggekeerd, worden er dingen gefaciliteerd en worden we aangemoedigd om in het vak te blijven.’
Nazem Taleb, huidig hoofd van de haven van Arwad, legt uit hoe de oorlog en de aanwezigheid van controleposten – waar reizigers tussen de verschillende gouvernementen vaak werden gearresteerd – mensen ontmoedigden om Arwad te bezoeken. ‘Er kwam zelfs bijna niemand meer,’ vertelt hij, en voegt eraan toe dat het eiland nu ook vaak bezoekers uit andere delen van Syrië ontvangt, evenals uit andere landen, zoals Libanon en Turkije.
De veertigjarige Hibra Qanatre uit Idlib is een van die bezoekers. Voor de val van het regime was het vanwege de aanhoudende burgeroorlog nagenoeg onmogelijk om het eiland aan te doen. Idlib werd geregeerd door de rebellengroep Hayat Tahrir al-Sham. Andere delen van het land vielen nog steeds onder het gezag van Assad.
‘Voor de revolutie kwam ik vaak naar Arwad – dit is mijn eerste keer na de val van het regime,’ vertelt ze op een van de veerponten die tussen Tartus en het eiland varen. Taleb zegt dat er dertig à veertig boten per dag aankomen op het eiland, elk met ongeveer veertig mensen aan boord. ‘Als begin is dat een mooi aantal bezoekers,’ zegt ze. Qanatres negenjarige nichtje Sara kijkt toe terwijl haar tante over haar bezoek vertelt. Ze is hier samen met haar moeder en haar nicht Naya. Terwijl de boot Arwad benadert, glimlachen de meiden breed en maken ze met hun vingers hartjes voor de foto, met de rug naar het eiland gekeerd. Lachende moeders houden telefoons in de lucht om ze te fotograferen.
‘Dit is de eerste keer dat ik naar het eiland kom. Het is heel anders [dan Idlib],’ zegt Sara terwijl ze plukjes haar uit haar gezicht veegt. ‘Wij hebben geen zee, en het weer is hier ook beter.’
Er klinken geen toeterende auto’s en er hangt geen uitlaatrook.
Tijdens Assads regime was de lucht altijd vervuld van de geur van wantrouwen en de gevreesde inlichtingendienst van de staat. Zoals in veel andere delen van het land voelden ook de inwoners van Arwad de ijzeren greep van het regime. Nu slenteren mensen rond in de hitte, hun handen plakkerig van het ijs dat ze aan zee hebben gegeten. Er klinken geen toeterende auto’s en er hangt geen uitlaatrook. Er heerst een geanimeerde sfeer tussen bewoners die elkaar passeren. Verder landinwaarts kijkt Mustafa Ali Bahar, een bewoner van Arwad, trots naar een bord dat hij voor de snoep- en drankjeszaak van zijn zoon heeft geplaatst. Naast een karikatuur van de ten val gebrachte president Assad staan de woorden ‘Waarom zouden we elkaar ontmoeten? Om bijvoorbeeld een drankje te drinken, haha’. De woorden zijn een referentie naar Assads antwoord op een journalist die hem in augustus 2025 in een interview vroeg waarom hij weigerde in gesprek te gaan met de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan. ‘Voorheen zou ik hiervoor naar Sednaya moeten,’ zegt hij terwijl hij naar het bord wijst. Hij doelt op de beruchte gevangenis waar tegenstanders van het regime en gewone Syriërs werden gemarteld.
Maar, geeft hij ook toe, niet alle wonden zijn geheeld. Veel mensen die door de regering gevangen werden genomen, zijn nog niet teruggekeerd. Over hen is nog niets bekend.
In Arwad zijn we allemaal een soort familie – sommige van mijn buren werden gezocht en sommige van mijn familieleden ook,’ zegt hij. Hij vertelt dat het eiland destijds zwaar was doordrongen van informanten en functionarissen uit verschillende overheidsdiensten, zowel administratief als gerelateerd aan de inlichtingendiensten. ‘Na de bevrijding keerden veel [vluchtelingen] terug.’
Farouk Bahlawan vertelt dat de situatie van Arwad ‘180 graden is gedraaid’ sinds het regime ten val kwam, maar dat hij hoopt dat de faciliteiten nog verder zullen verbeteren. ‘Vandaag de dag worstelen we met [het gebrek aan] elektriciteit. Ook moeten belastingen van de gemeente of het ministerie van Binnenlandse Zaken worden verlaagd zodat we in ons vakgebied kunnen blijven.’
Farouk werd geboren in een familie die veel kennis heeft van de scheepsbouwtraditie. Zijn zonen wilden hem graag opvolgen, maar Farouk was het daar niet mee eens. Nu zijn zijn zonen opgeleid in werktuigbouwkunde. ‘Ze wilden het vak leren, maar ik liet het niet toe,’ zegt hij op ietwat defensieve toon. ‘De reden is dat we hevig werden onderdrukt en beïnvloed door de havenautoriteiten.’
De meeste eilanders moesten in die tijd knokken om hun vak te beoefenen. Visser Mustafa Alaa Othman vertelt dat hoewel zijn kinderen niet voor het vak hebben gekozen, een van hen wel besloot maritieme studies te doen, wat ook een manier is om maritiem officier te worden.
Othman legt uit dat de prijzen torenhoog waren en dat het regime op veel plekken aan plofvissen deed, een verwoestende techniek die vissen in het water doodt, zodat ze de vishandel konden monopoliseren. ‘Uiteindelijk hadden deze praktijken effect op ons en we konden er niets tegen doen,’ zegt hij. Hij hoopt dat de tijd waarin de zee nog barstte van de vissen, op een dag zijn wederkeer maakt.
Ook Farouk is optimistisch over de toekomst van zijn werk op het eiland. Hij vertelt dat hij er bij de regering op aandringt een instituut te stichten waar mensen scheepsbouw kunnen leren, zodat meer jonge mensen zich in het vak kunnen specialiseren. ‘Ik zou docent willen worden bij zo’n soort school, zodat dit beroep kan blijven bestaan.’
Voor hem is scheepsbouw niet slechts een manier om geld te verdienen, maar een levenswijze. Hij beweert dat hij zich elke boot kan herinneren die hij in de afgelopen dertig jaar heeft gebouwd. ‘Als ik zie dat een van mijn boten wordt verwaarloosd, of aan reparatie toe is, doet me dat veel pijn,’ vertelt hij. ‘Ik ga met de boten om alsof het mensen zijn.’ Othman onderschrijft dit gevoel; hij gelooft dat het eiland Arwad moet worden gekoesterd en financieel gesteund. Zijn band met het ruime sop en zijn liefde voor deze levenswijze zijn in de loop der jaren alleen maar gegroeid. ‘Mensen die van de zee houden zijn daar vaak aan overgeleverd,’ zegt hij. ‘De zee overheerst en heeft een geheel eigen karakter.’
Hij heeft een zus in Baniyas, een kuststad op het Syrische vasteland, maar dat leven trekt hem niet aan. ‘In twintig jaar ben ik slechts één keer bij haar gaan logeren,’ zegt hij.
From the publisher's feed