
Sign up to save your podcasts
Or


Hedendaagse oorlogen zijn voorbeelden van de totale verwoesting die door mensen kan worden aangericht. Toch bestaat er zoiets als de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’. Is deze nog te verdedigen?
Oorlog kennen we allemaal. Het is al duizenden jaren onderdeel van de menselijke ervaring. Het grootste deel van die tijd waren er bepaalde regels voor hoe een oorlog moest worden gevoerd. Ze vonden plaats op een slagveld, de burgerbevolking werd beschermd en er werd gebruikgemaakt van eenvoudige wapens. Maar de oorlogsvoering is veranderd. Ze is verwoestender geworden door het gebruik van geavanceerde drones en bommen, waarbij vaak ook burgerdoden vallen.
Het aantal conflicten in de wereld heeft een toppunt bereikt sinds de Tweede Wereldoorlog en het aantal landen met kernwapens groeit gestaag. De oorlogen in Oekraïne en Gaza zijn hedendaagse voorbeelden van de totale verwoesting die oorlog kan aanrichten. Bertrand Russell schreef: ‘Oorlog bepaalt niet wie gelijk heeft, maar alleen wie er overblijft.’ In hedendaagse oorlogen blijft er niet veel over. We kennen de verhalen van deze twee oorlogen omdat we ze indirect meemaken en zien hoe ze zich voltrekken. We weten dat de aanvallende partijen kolossale offensieven zijn gestart. We weten dat de binnengevallen landen wreed zijn aangevallen en hevig lijden, terwijl er maar geen eind lijkt te komen aan het conflict.
Vanaf het moment dat oorlog voor het eerst werd uitgezonden op televisie zijn we meegenomen naar slagvelden over de hele wereld. De beelden van deze oorlogen zijn in ons geheugen, ons hart en onze ziel gegrift. We zien de holle ogen van uitgehongerde kinderen die door een broer of zus worden vastgehouden. We zien kinderen die met uitgestrekte armen lege pannen omhooghouden bij een voedselpunt om maar iets te krijgen om mee naar huis te kunnen nemen. We zien ziekenhuizen met een gebrek aan medisch materiaal, bedden en hygiëne. We zien dokters en verpleegkundigen die worden overspoeld door het aantal binnengebrachte gewonden. We zien mannen die lijkzakken dragen en vrouwen die huilen om een geliefde. We zien demonstranten die eisen dat hun familielid, levend of dood, na twee jaar gijzeling weer haar huis wordt gebracht. We zien hoe Oekraïners zich door de strenge winters vechten. We zien mensen van vlees en bloed die de littekens van oorlog voor de rest van hun leven met zich mee zullen dragen.
We zien hoe Netanyahu zijn plannen verdedigt om de overgebleven Palestijnen over te brengen naar een land als Soedan, waar mensen hun eigen hel van honger, dood, dakloosheid en burgeroorlog doormaken. We zien hoe Oekraïners hun land met man en macht beschermen en elke nacht vernietigende droneaanvallen ondergaan. Dit is oorlog anno 2025.
Oorlog kun je beschrijven als gruwelijk, verschrikkelijk, verwoestend, zinloos, wreed, enzovoort, maar we moeten de term eerst beter begrijpen voordat we er iets mee kunnen. Er bestaat zoiets als de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’, en het loont om uit te zoeken wat dit precies betekent, omdat zoiets niet vaak is voorgekomen en omdat de theorie ons misschien kan helpen om vragen te stellen – en die te beantwoorden. Een rechtvaardige oorlog is ‘een ethisch kader dat de omstandigheden beschrijft waarin oorlog moreel gerechtvaardigd is, gericht op de redenen om oorlog te voeren en het gedrag binnen de oorlogvoering’. Er zijn bij een rechtvaardige oorlog drie zaken om rekening mee te houden: het recht om oorlog te voeren, het juiste gedrag tijdens de oorlog, en rechtvaardigheid na afloop van de oorlog. Deze principes moeten grondig worden overwogen alvorens de oorlog te verklaren.
Rusland wist allang wat het wilde: herovering van grondgebied waarop het recht beweerde te hebben, plus macht en aanwezigheid in de rest van Europa. Netanyahu gebruikte de slachting en de gijzelingen van 7 oktober als rechtvaardiging voor zijn acties tegen Palestina. Zijn doel is de volledige vernietiging van Hamas, de initiator van de aanslag op Israël, en de herovering van Palestijns grondgebied. In beide gevallen draait het om land en macht.
Er zijn bij een rechtvaardige oorlog drie zaken om rekening mee te houden
Wat ons betreft zijn deze twee conflicten geen weerspiegeling van de theorie van de rechtvaardige oorlog. Een rechtvaardige oorlog omvat de verplichting om de burgerbevolking, en in het bijzonder kinderen, te beschermen. Israël en Rusland hebben dit principe verworpen. Daarnaast is het geweld dat in deze oorlogen wordt gepleegd niet proportioneel als het gaat om de aantallen doden en de mate van verwoesting. De internationale gemeenschap noemt wat er gaande is genocide, etnische zuivering en oorlogsmisdaden.
Sinds het begin der tijden lijken wij mensen vijanden nodig te hebben om op te zoeken en te vernietigen. Onze eindeloze zoektocht om oorlog – en in het bijzonder het concept van de rechtvaardige oorlog – te begrijpen gaat door. Maar vandaag de dag moeten we ons afvragen: is een rechtvaardige oorlog überhaupt mogelijk, of zijn we met deze nieuwe dimensies van onmenselijkheid en kwaad dat station al ruimschoots gepasseerd?
‘Het allerwreedste wat je het ego van een man kan aandoen, is zeggen dat zijn haar niet helemaal “je van het“ is’, schrijft voormalig toptennisster Andrea Petković. Zo’n opmerking kan zelfs grote gevolgen hebben.
Als ik bepaalde mannen in mijn persoonlijke kring een onveilig gevoel wil geven, hoef ik daartoe enkel een snedige opmerking over hun kapsel te maken. En met bepaalde mannen bedoel ik alle mannen die ik ken.
‘Naar de kapper geweest?’ – terwijl er in geen velden of wegen een nieuw kapsel te bekennen is.
‘Wat heb je met je haar gedaan?’ als je gewoon wat wil stoken. Soms volstaat een lange, bedachtzame blik richting iemands haargrens voor het gewenste resultaat: een onzekere man.
Ik ben er nog steeds van overtuigd dat mijn coach Petar een zeer beroemde, zeer getalenteerde top 3-tennisser vier maanden van zijn carrière heeft afgenomen, enkel door langs hem te lopen in de sportschool, over zijn eigen (dus Petars) bol te aaien en tegen de speler te zeggen: ‘Binnenkort zie je er net zo uit als ik.’ Petar is sinds zijn twintiger jaren kaal. De speler in kwestie, een knappe en doorgaans zelfverzekerde jongeman, begon te stamelen en zich te verontschuldigen in zijn poging een weerwoord te bedenken en verloor de daaropvolgende vijf toernooien in de eerste ronde. Het duurde even voor hij van die zware klap was bijgekomen en zijn techniek weer onder de knie had.
Ik moet trouwens wel zeggen dat Petar zelf een uitzondering is. Geen enkele haaropmerking, hoe gemeen ook, zou deze man kunnen breken.
Ik blik terug op het U.S. Open van dit jaar. Het feit dat Carlos Alcaraz per ongeluk zijn magnifieke ravenzwarte lokken afscheerde en dat hij de tenniswereld toe- (en uit)lachte toen ze reageerden alsof hij zojuist op straat een baby had verslonden, was het eerste teken dat hij dit prestigieuze toernooi zonder kleerscheuren zou overleven. En wel hierom.
Ik was een professioneel tennisster toen sociale media triomfantelijk oprukten en onze hersencellen
begonnen af te stompen. Dag in, dag uit kreeg ik op mijn profielen opmerkingen over mijn uiterlijk. Dit is niet verrassend; ik ben een vrouw (hoewel veel gebruikers meenden dat ik een man was omdat ik over spieren en een perfecte kaaklijn beschikte) en dat soort dingen hebben wij nou eenmaal altijd moeten doorstaan. Soms lachte ik, soms huilde ik en soms belde ik Adidas om te vragen of ze mij T-shirts konden sturen in plaats van mouwloze hemden, zodat ik mijn spieren kon verbergen (aan de kaaklijn kon ik weinig doen).
Je kan wel doen alsof het je koud laat, maar hier en daar kan een reactie akelig blijven hangen en zich een plek verwerven tussen al die afgestompte hersencellen. Daarom zien alle vrouwen op tv er nagenoeg perfect uit. Zelfs tennissters en sporters hebben hun haar tegenwoordig tot in de puntjes gevlochten, dragen op maat gemaakte outfits, hebben een egale huid en onberispelijke make-up. Na alle reacties en al het gepraat achter hun rug om was de enige oplossing ervoor zorgen dat er NIETS op hun uiterlijk aan te merken viel – al is dat uiteindelijk een utopie.
Wat voor vrouwen in de publieke schijnwerpers hun algemene uiterlijk is, is voor mannen in diezelfde schijnwerpers – vooral topsporters – hun haar. Daarmee kunnen ze persoonlijkheid tonen, een kalend plekje verbergen of ‘niet kaal, maar cool’ zijn. Denk aan Jack Draper met zijn frosted tips [geblondeerde puntjes], die de gedachte aan boybands uit de vroege jaren 2000 oproepen, David Beckham en de opkomst van de metroseksuele man die gewoon moisturiser mag gebruiken en zijn nagels knipt. Denk aan Taylor Fritz met zijn vorig jaar geblondeerde haar, een trotse knipoog naar zijn roots als Southern Californian jongen die net iets te veel van surfen en van [de band] Fall Out Boy houdt. Denk aan Alexander Zverev en zijn man bun, die al zo’n tien jaar uit de mode is – maar tennissers malen niet om trends. Hij loopt rond met een kapsel dat alleen maar omschreven kan worden als: dringend aan een knipbeurt toe.
Dit is wat ik eigenlijk wil zeggen: het allerwreedste wat je het ego van een man kan aandoen, is zeggen dat zijn haar niet helemaal ‘je van het’ is. Toch is dat precies wat de volledige tenniswereld deed met Carlos – en Carlos glimlachte erom. Hij verloor maar één set in de finale tegen Jannik Sinner, won de U.S. Open en heroverde de wereldwijde nummer 1-plek. Carlos Alcaraz heeft écht zelfvertrouwen. Het soort zelfvertrouwen dat niet ten val kan worden gebracht door externe krachten, het soort zelfvertrouwen waarmee je toernooien wint.
En dat, dames en heren, is mijn haartheorie. Hij is boud en nogal subjectief, maar hij is van mij. De haartheorie is tevens waarom ik vermoed dat er zo veel goede roodharige tennisspelers zijn. Boris Becker, Jim Courier, Jannik Sinner. Als je een jeugd met oranje haar en sproeten kan doorstaan, kun je alles.
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» Bestaat er zoiets als ‘rechtvaardige oorlog’?
» Dit is hoe de media over Soedan schrijven
» De psychologie van mannelijke kapsels
Oorlogen bestaan voornamelijk uit verschrikkelijk leed, dood en constante vernietiging. Elke weduwe die alleen kinderen opvoedt, of het nu in Afghanistan, Gaza of Oekraïne is, weet dat maar al te goed. Toch schuilde in elk oorlogsgebied waar ik als verslaggever verbleef achter het verdriet soms ook het verlangen naar voortzetting van de oorlog.
Naar een oorlog, werd dan gezegd, die anders zou zijn. Waarin de moordenaars van vaders en zonen achter de tralies zouden belanden. Of eveneens zouden worden gedood.
Deze angstaanjagende dorst naar meer geweld zag ik vaak genoeg in de ogen van mensen wier pad ik kruiste – ongeacht cultuur of afkomst. Wij in het democratische Westen houden ons graag voor dat we anders zijn. Maar dat zijn we niet. Na de terreuraanslagen van 9/11 heerste een onlesbare dorst naar gerechtigheid; ‘Make no mistake, we will hunt them down’. Een lange, brute oorlog in Afghanistan was het gevolg. Twee jaar later vielen de VS, met dezelfde argumenten, Irak binnen. Na de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 was het een lid van de regering van premier Bibi Netanyahu die de Palestijnen in Gaza ‘ongedierte’ noemde – een onverbloemde uiting van die onstilbare honger naar oorlog, en des te schokkender in een regio waar al duizenden jaren geleden in het Oude Testament het principe van passend, proportioneel geweld werd vastgelegd: ‘oog om oog, tand om tand’ – niet minder, maar dus zeker ook niet meer.
Bestaat een ‘rechtvaardige oorlog’?
In Europa rechtvaardigden sommigen de brute moordpartijen door Hamas op voornamelijk Israëlische burgers als een antwoord op het langdurige lijden van de Palestijnen. Opnieuw; een soort ‘rechtvaardige’ aanval. Die wereldwijd geaccepteerde behoefte aan wraak maakt het voor staten wel heel eenvoudig om de grieven en de roep om gerechtigheid van oorlogsslachtoffers te manipuleren.
Bestaat een ‘rechtvaardige oorlog’? Is het meer dan een mooie term voor wraak? Per slot van rekening is een oorlog vooral een vorm van collectief geweld. U hoeft het dan ook niet eens te zijn met dat idee van de rechtvaardige oorlog, waar filosofen en historici over debatteren. Maar het is de moeite waard ons erin te verdiepen. Door al die mensen die ik in oorlogsgebieden ben tegengekomen die hun geweld aan anderen willen opleggen, zal de verschrikking van oorlog nooit helemaal van onze aarde verdwijnen. Maar op zijn minst kunnen we grenzen proberen te stellen aan die momenten van hunkering naar gerechtigheid – of, als u wilt, naar wraak.
Antonia Rados
AI kan grote hoeveelheden gegevens analyseren en antwoorden afstemmen op een specifiek doel. Hierdoor kan het desinformatie verspreiden, maar chatbots kunnen nu ook patronen in nepnieuws herkennen en effectieve strategieën ontwikkelen om het tegen te gaan.
Het internet maakt het makkelijker dan ooit om complottheorieën op te doen en te verspreiden. En al zijn sommige onschuldig, andere kunnen zeer schadelijk zijn, doordat ze onenigheid zaaien en zelfs leiden tot onnodige sterfgevallen. Nu denken onderzoekers een nieuw hulpmiddel te hebben ontwikkeld om valse complottheorieën te bestrijden: AI-chatbots. Onderzoekers van MIT Sloan en Cornell University ontdekten dat chatten over een complottheorie met een groot taalmodel (LLM) het geloof van mensen erin met ongeveer 20 procent deed afnemen, zelfs bij deelnemers die wat zij geloofden belangrijk zeiden te vinden voor hun identiteit. Het onderzoek werd recentelijk gepubliceerd in het tijdschrift Science.
De bevindingen kunnen een belangrijke stap voorwaarts betekenen om mensen die zulke ongefundeerde theorieën aanhangen te bereiken en tot zinnen te brengen, zegt Yunhao (Jerry) Zhang, een postdoc die is verbonden aan het Psychology of Technology Institute en daar de invloed van AI op de samenleving bestudeert.
De Nobelprijs voor Natuurkunde is dit jaar door de Amerikaan John Hopfield en de Canadees Geoffrey Hinton gewonnen. Hun ontdekkingen hebben zelflerende machines mogelijk gemaakt en zijn essentieel geweest voor de ontwikkeling van AI-systemen zoals ChatGPT.
Het Nobelcomité benoemt dat de doorbraken op het gebied van machinaal leren van Hopfield en Hinton een volledig nieuwe manier laten zien waarop we computers kunnen gebruiken om ons te helpen en te begeleiden bij het aanpakken van veel van de uitdagingen waar onze maatschappij voor staat, schrijft The New York Times.
Er zijn maar weinig methoden die aantoonbaar invloed hebben op de denkwijze van complottaanhangers, zegt Thomas Costello, onderzoeker aan MIT Sloan en hoofdauteur van de studie. Wat het onder andere zo moeilijk maakt, is dat verschillende mensen vasthouden aan verschillende gedeelten van een theorie. Dat betekent dat het aanvoeren van bepaalde stukjes feitelijk bewijs weliswaar effect op de een heeft, maar bij een ander niet altijd werkt.
Hier komen AI-modellen in het spel, zegt hij. ‘Ze hebben toegang tot een enorme hoeveelheid informatie over diverse onderwerpen en zijn getraind op het internet. Daarom zijn ze in staat feitelijke tegenargumenten te genereren tegen specifieke complottheorieën.’
AI-modellen zijn in staat feitelijke tegenargumenten te genereren tegen specifieke complottheorieën
Aan deelnemers werd gevraagd informatie te delen over een complottheorie die zij geloofwaardig vonden. Waarom werden ze erdoor aangetrokken? Door welke bewijzen werd de theorie volgens hen gestaafd? De antwoorden werden gebruikt om steeds de meest toepasselijke reactie van de chatbot uit te lokken, die door de onderzoekers werd ingesteld om zo overtuigend mogelijk te zijn.
De deelnemers werd ook gevraagd hoezeer ze overtuigd waren van de juistheid van hun complottheorie op een schaal van 0 (beslist onjuist) tot 100 (beslist juist), en vervolgens aan te geven hoe belangrijk de theorie was voor hun begrip van de wereld. Daarna traden ze in drie rondes in gesprek met de AI-bot. Er werd door de onderzoekers voor drie rondes gekozen om er zeker van te zijn dat ze genoeg zinnig materiaal verzamelden.
Na ieder gesprek werd aan de deelnemers opnieuw gevraagd hun vertrouwen in de theorie aan te geven. Vervolgens benaderden de onderzoekers alle deelnemers tien dagen na het experiment, en twee maanden later nog eens, om te beoordelen of hun inzichten na het gesprek met de AI-bot waren veranderd. De deelnemers gaven aan gemiddeld 20 procent minder geloof te hechten aan de door hen gekozen complottheorie, waaruit geconcludeerd kan worden dat sommigen na hun gesprekken met de bot fundamenteel van mening waren veranderd.
In zijn nieuwste boek Nexus: A Brief History of Information Networks from the Stone Age to AI waarschuwt Harrari voor de negatieve kant van kunstmatige intelligentie. De auteur van de bestseller Sapiens waarschuwt voor de verraderlijke gevaren van machinaal leren en het vermogen om de waarheid te manipuleren. ‘Het enge aan de AI-revolutie is dat er voor het eerst gereedschap is ontwikkeld dat in staat is om zelf beslissingen te nemen en ideeën te genereren’, aldus Harari in The Guardian.
‘Zelfs in een laboratoriumsetting is 20 procent een enorme score als het gaat om het veranderen van menselijke overtuigingen,’ zegt Zhang. ‘Misschien was het in de echte wereld minder geweest, maar ook 10 procent of 5 procent zou nog aanzienlijk zijn.’
De auteurs probeerden de neiging van AI-modellen om informatie te verzinnen – het zogenaamde ‘hallucineren’ – te ondervangen door een professionele factchecker in te zetten om de nauwkeurigheid van 128 AI-claims te evalueren. 99,2 procent ervan bleek juist te zijn, terwijl 0,8 procent als misleidend werd beoordeeld. Geen enkele bleek volkomen onjuist te zijn.
Een verklaring voor dit hoge nauwkeurigheidsgehalte is dat er een heleboel over complottheorieën op het internet is geschreven, waardoor ze heel ruim in de trainingsdata van het model figureerden, zegt David G. Rand, hoogleraar aan MIT Sloan en ook betrokken bij het project.
‘Mensen waren opmerkelijk ontvankelijk voor bewijs. En dat is echt belangrijk,’ zegt hij. ‘Bewijs doet ertoe.’
Als woordvoerder van een brede culturele beweging riep onder andere de Ierse auteur Sally Rooney in oktober op tot een boycot van Israëlische culturele instellingen, bedoeld als solidariteitsactie met de Palestijnen. Maar is het niet juist van het grootste belang om elkaars boeken te lezen? vragen twee literair agenten zich af.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in The New York Times op 31 oktober 2024.
Joden staan bekend als het volk van het boek. Wat niet veel mensen weten, is dat deze benaming haar oorsprong heeft in de islam en verwijst naar degenen die het goddelijke woord van Allah in schriftvorm hebben ontvangen. Onder Joden is dit een geuzennaam geworden, die de herinnering oproept aan een volk dat met zijn neus in de boeken zit terwijl de wereld aan hen voorbijtrekt, dan wel hen vervolgt. Het is des te verontrustender dat een groep auteurs, onder wie Sally Rooney, Jhumpa Lahiri en Jonathan Lethem, een open brief heeft ondertekend die oproept tot een boycot van Israëlische culturele uitingen en instellingen zoals uitgeverijen, festivals, literaire agentschappen en publicaties, die ‘medeplichtig [zouden] zijn aan het schenden van de Palestijnse rechten’. Wij zien dit als een contraproductieve en misleidende afwijzing door mensen die wij beschouwden als onze medestanders in een heilige missie: boeken voortbrengen.
Deze aanval op de cultuur verdeelt juist die mensen die een directe dialoog zouden moeten voeren en elkaars boeken zouden moeten lezen. De oplossing voor het conflict kan onmogelijk liggen in minder lezen in plaats van meer. Wat hopen deze auteurs, die normaal gesproken fel tegen boekverboden en ‘zuiveringsacties’ op bibliotheken zijn, met deze boycot te bereiken?
We leven in angst over wat deze oorlog heeft veroorzaakt, hier, in Gaza en in Libanon
Als literair agenten in Jeruzalem hebben wij de afgelopen vijfendertig jaar een klein, onafhankelijk bureau opgebouwd, met partnerschappen in meer dan vijftig landen. Onze missie is om de Israëlische literatuur internationale bekendheid te geven. Onder onze klanten bevond zich David Grossman, winnaar van de Man Booker International Prize 2017. Yuval Noah Harari’s Sapiens werd in meer dan zestig talen vertaald. Onze schrijvers verdiepen zich in de complexe structuur van het Israëlische leven en hebben daar een internationale reputatie mee opgebouwd en vele lezers mee geïnspireerd. Meir Shalev, Yehuda Amichai, Tom Segev, Zeruya Shalev, Matti Friedman en Hila Blum staan bekend om hun scherpe blik waarmee ze de gevestigde orde uitdagen.
Sommige lezers beschouwen deze column misschien als een klacht van de bevoorrechte Israëlische creatieve klasse. Maar als ze denken dat wij de oorlog in Gaza goedkeuren, dat wij hier comfortabel en stilzwijgend zitten toe te kijken, dan zien ze blijkbaar niet in hoe wanhopig veel Israëliërs verlangen naar een einde aan deze oorlog. We zijn getraumatiseerd, begraven onze doden en leven in angst over wat deze oorlog heeft veroorzaakt, hier, in Gaza en in Libanon. Als zij deze dingen niet weten, lezen de schrijvers die deze brief hebben ondertekend dan überhaupt?
Kou neergedaaldHoe urgent deze open brief ook is, het is nu al meer dan tien jaar geleden dat er een kou neerdaalde over de wereld van de Israëlische literatuur. Wij hebben het geweten. Onze boeken werden op beurzen en bij onderhandelingen afgewezen. Onze inboxen vulden zich met e-mails van redacteurs die openlijk minachting toonden voor al wat Israëlisch was. De poorten werden al lang voor deze laatste oorlog gesloten.
Deze afwijzing zal enkel voordeel opleveren aan nationalistische partijen, die zulke boycots misbruiken voor hun eigen politieke gewin. Wanneer Israël geïsoleerd raakt, worden de extremisten in het land alleen maar sterker.
In boekwinkels over de hele wereld staat bij de ingang vaak een ‘Israëlisch-Palestijnse tafel’. De oorlog houdt iedereen bezig, dus waarom zouden winkeliers daar geen slaatje uit slaan? Maar de selectie op deze tafel onthult vaak de gevaarlijke kortzichtigheid van boekverkopers die in naam van de Palestijnen denken te handelen.
Op de meeste van die tafels is met name het Palestijnse verhaal vertegenwoordigd. Deze boeken moeten gepubliceerd worden; sterker nog, wij hebben enkele van deze auteurs zelf vertegenwoordigd. Maar de weinige Israëlische boeken die de tafels halen, beslaan slechts een klein hoekje: geschiedenis, politiek, actualiteit, romans en verhalen – een schamel aanbod dat een volk en zijn cultuur vertegenwoordigt, hun verhalen, hun geheimen en getuigenissen. En dat aanbod krimpt. Joodse en Israëlische schrijvers hebben moeite om nog een uitgever te vinden.
Je kunt de vreselijke tragedie van dit land niet begrijpen als je alleen de literatuur van één kant leest
De meest recente bestseller van Sally Rooney heet Intermezzo, een woord dat een onderbreking beschrijft tussen twee delen van een muziekstuk. Het gaat over de wisselwerking tussen twee broers en de verbondenheid die er ondanks de afstand tussen hen bestaat.
Je kunt een probleem niet oplossen door slechts één kant van de vergelijking te bekijken. Je kunt de vreselijke tragedie van dit land niet begrijpen als je alleen de literatuur van één kant leest. Je kunt de Palestijnse rechten niet bepleiten door degenen die voor hen willen vechten uit te sluiten van het enige slagveld waar die rechten kunnen worden verworven.
Deze aanval op de Israëlische uitgeverswereld is een uiting van dwaze wrok die haaks staat op de essentie van literatuur – alsof wij de mogelijkheid hebben om over een staakt-het-vuren te onderhandelen of premier Benjamin Netanyahu af te zetten. Als je echt gelooft dat boeken de kracht hebben om hart en ziel te beroeren, waarom zou je, in plaats van een boycot te steunen, dan niet proberen die kracht op een constructieve manier in te zetten en die culturele instellingen te gebruiken om namens de Palestijnen je zaak te bepleiten?
BestaansrechtAan de auteurs die niet willen dat hun boeken in het Hebreeuws worden vertaald, die niet willen dat Israëli’s lezen wat zij te zeggen hebben, en aan de auteurs die niet willen dat de internationale gemeenschap de Israëli’s leest die, in de kern, hun bondgenoten zijn: je handelt niet alleen in strijd met je eigen belangen, maar ook in strijd met je idealen.
Je kunt alleen een culturele boycot van Israëlische literaire instellingen voeren als je gelooft dat wij sowieso geen bestaansrecht hebben. En als dat je standpunt is, is het niet je intentie om dit conflict op te lossen, het lijden te verlichten en een onafhankelijk Palestina in te luiden. In dat geval pleit je ervoor de andere inheemse bevolking van deze plek te verdrijven, de mensen over wie je blijkbaar heel weinig leest.
Deborah Harris is oprichter en directeur van de in Jeruzalem gevestigde Deborah Harris Agency.
Jessica Kasmer-Jacobs is in Jeruzalem werkzaam als literair agent.
De wereldwijde temperatuurstijging zal onze vakanties drastisch veranderen. Niet alleen zullen we andere bestemmingen kiezen, ook de traditionele zomer als hoogseizoen staat onder druk.
In 1975 scoorde zanger en presentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin men volgens Carrell nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:
Ein Sommer, wie er früher einmal war,
Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
Und nicht so nass und so sibirisch, wie im
letzten Jahr
Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden – een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden – en de plek die daarbij hoorde: het strand.
Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022.
De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder, en dit alles gebeurde nog voor de warme klimaatcyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte. Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat – het toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening – en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de pandemie heeft plaatsgemaakt voor een piek in het toerisme, tekent zich een nieuwe wereldkaart met vakantiebestemmingen af.
KusttoerismeVoorlopig prijken stranden nog prominent op de kaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, en in de Verenigde Staten is het segment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.
Sommige strandbestemmingen, zoals de Malediven en delen van het Caribisch gebied, zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook langs de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen uiteindelijk zal overmannen. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.
Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte
Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat ooit betere tijden heeft gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, die nu werden bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die er door Londense deelgemeenten werden gehuisvest.
Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen (mits de Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken). Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol de rol van verlaten vakantiebestemming wel eens kunnen overnemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.
VoorjaarNog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste is het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal stellen zonder kinderen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen ruimte meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.
De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40 procent van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens een gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS is het skiseizoen in de periode van 1982 tot 2016 al 34 dagen korter geworden, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.
Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.
Een antropoloog verkent het fenomeen lachen, dat veel complexer blijkt dan een simpele uiting van vreugde. Soms is het een ongewenste impuls – juist wanneer stilte is vereist.
Toen ik klein was, overkwam het me nogal eens dat ik onbedaarlijke lachbuien kreeg. Als ik eenmaal begon te lachen, vond ik het heel moeilijk om te stoppen. Dat was vooral een groot probleem in situaties waarin ik niet hoorde te lachen, maar de drang om te lachen zo overweldigend werd dat ik al snel de bijnaam Giggling Gertie kreeg.
Een van de beste beschrijvingen die ik van dit fenomeen heb gezien is de giggle loop. Deze uitdrukking werd bedacht door een personage genaamd Jeff in de Britse sitcom Coupling uit de beginjaren van dit millennium.
‘Eigenlijk is het als een feedbackloop,’ zegt Jeff. ‘Je bent ergens waar het stil is. Er zijn mensen. Het is een plechtige gelegenheid: een bruiloft. Nee! Het is een minuut stilte voor iemand die is overleden. Plotseling, uit het niets, komt de gedachte in je op: het ergste wat ik zou kunnen doen tijdens een minuut stilte is lachen. En zodra je dat denkt, ga je al bijna lachen – automatische reactie!’
Er is niets zo leuk als verstrikt raken in een giechelloop, waarbij de drang om te lachen zich opbouwt totdat je je niet meer kunt inhouden. Pas dan realiseer je je vaak dat lachen een nogal vreemd fenomeen is. Hoewel we lachen meestal zien als een reactie op iets grappigs, is lachen soms bepaald geen lachertje!
In het ideale geval is lachen iets wat we delen
Omdat ik een antropoloog ben die gespecialiseerd is in gezondheid en geneeskunde, behoort lachen niet echt tot mijn vakgebied – tenzij je de opvatting onderschrijft dat lachen het beste medicijn is. Mijn interesse in het onderwerp is eerder persoonlijk van aard, niet alleen vanwege mijn verleden als Giggling Gertie, maar ook omdat het helemaal niet zo eenduidig werkt als het lijkt.
In het ideale geval is lachen iets wat we delen. Volgens antropoloog Munro Edmonson is lachen sociaal; het nodigt uit tot een soortgelijke reactie. Lachen werkt inderdaad aanstekelijk: als we iemand horen lachen, gaan we vaak zelf ook lachen of op zijn minst glimlachen, een effect dat consequent wordt aangetoond door psychologisch onderzoek. Zo zijn we beland bij het van tevoren opgenomen gelach in sitcoms, het zogeheten canned laughter. Filmstudio’s realiseerden zich dat hun shows door het geluid van gelach af te spelen grappiger overkwamen op het publiek, zodat ze ook een zekere controle hadden over de momenten waarop mensen lachten.
Maar lachen wordt een heel ander verhaal als je de enige bent die lacht. Denk aan het ongemakkelijke gegrinnik van actrice Natalie Portman na een slechte grap tijdens haar toespraak bij de Golden Globe Awards in 2011. Haar lach, die slechts vier seconden duurde, werd al snel het onderwerp van eindeloze loopingvideo’s. Zoals cultuurwetenschapper Fran McDonald laat zien in haar analyse van het incident, ‘lijkt lachen zonder humor van ons robots, griezelige mensen en monsters te maken’.
LuchtstroomVolgens Edmonson is het centrale kenmerk van lachen aspiratie: we laten een krachtige luchtstroom vrij als we lachen. Maar lachen wordt ook gekenmerkt door herhaling. Sterker nog, gezien de buitengewone variatie in de geluiden die mensen maken als ze lachen, is herhaling datgene wat lachen universeel herkenbaar maakt. Daarom geven schrijvers lachen ook weer als ‘hi-hi-hi’, ‘ha-ha-ha’ en ‘ho-ho-ho’ (tenminste als je de Kerstman bent). En dat herhalende zie je niet alleen terug in de Engelse transcriptie. Edmonson merkt op dat lachen in het Russisch wordt weergegeven als xe, xe, xe [che, che, che]; in Tzotzil – een Maya-taal die in Mexico wordt gesproken – is het ’eh ’eh ’eh.
We begrijpen niet precies waarom we dit geluid maken als we lachen. Toen de negentiende-eeuwse bioloog Charles Darwin de biologie van gevoelens onderzocht in The Expression of the Emotions in Man and Animals, schreef hij: ‘Waarom de geluiden die de mens maakt als hij blij is het eigenaardige herhalende patroon van lachen hebben, weten we niet.’ De reactie lijkt zich echter al voor te doen voordat ons gedrag is beïnvloed door de ons bijgebrachte cultuur: bij baby’s van 4 maanden oud is er al sprake van herkenbaar lachen.
Mensapen reageren op bijna dezelfde manier als mensen wanneer ze gekieteld worden
Lachen is ook niet uniek voor mensen. Mensapen reageren op bijna dezelfde manier als mensen wanneer ze gekieteld worden. Omdat chimpansees, bonobo’s, enzovoort een ander spraakkanaal en andere stembanden hebben dan mensen, klinkt het bij hen meer als een hond die hijgt of een persoon die een astma-aanval of energieke seks heeft. Deze primatengeluiden hebben echter hetzelfde ‘eigenaardige herhalende karakter’ dat Darwin bij mensen vaststelde. Daarom wordt lachen door wetenschappers omschreven als een soortoverschrijdend fenomeen.
Maar hoewel je in het spel van andere primaten duidelijk gelach kunt onderscheiden, is het onduidelijk of ze gevoel voor humor hebben. Recent onderzoek heeft aangetoond dat ze in staat zijn om te plagen door middel van non-verbaal gedrag. Maar, zoals evolutionair psycholoog Robert Provine opmerkte, ‘er is geen bewijs dat ze op ogenschijnlijk humoristisch gedrag – hun eigen gedrag of dat van anderen – reageren met lachen’.
Betekenis geven aan lachen lijkt typisch menselijk te zijn.
Geen controleHoewel lachen soms met opzet gebeurt, hebben we er vaak geen controle over, en dat zou weleens de wijdverspreide Europees-Amerikaanse ambivalente houding ten opzichte van lachen kunnen verklaren. Volgens literatuurwetenschapper Sebastian Coxon komt een groeiende angst voor vrolijkheid duidelijk naar voren in de Europese geschiedschrijving van de late Middeleeuwen. Zo waarschuwde Desiderius Erasmus, degene die mensen adviseerde om ‘scheten te camoufleren met hoestbuien’, ook tegen ‘luid gelach en mateloze vrolijkheid’.
Erasmus noemde met name het ‘hinnikende geluid dat sommige mensen maken als ze lachen’ een kwalijke zaak. En we hebben tegenwoordig nog steeds de neiging om ongeremd lachen te vergelijken met het geschreeuw van dieren: ‘huilen’ en ‘gieren’ van het lachen, ‘kraaien’ van plezier, enzovoort.
Achter deze aanduidingen gaan pogingen schuil om lachen in het domein van de goede smaak en beleefde omgangsvormen te plaatsen, die sterk werden bepaald door geslacht en klasse. Zo wordt lezers in een etiquettegids uit 1860 met de titel The Ladies’ Book of Etiquette and Manual of Politeness: A Complete Hand Book for the Use of the Lady in Polite Society aangeraden om hun gelach tijdens een etentje te matigen, zodat het niet te hard of te zacht klinkt: ‘Besmuikt lachen wekt de indruk dat je de mensen om je heen uitlacht, en een luide, onstuimige lach is altijd ongepast voor een dame.’
Er is niet alleen veel kritiek op hoe we lachen, maar ook op de dingen waaróm we lachen
Er is niet alleen veel kritiek op hoe we lachen, maar ook op de dingen waaróm we lachen, zoals een vroeg negentiende-eeuws kunstwerk laat zien. Op Laughter, een ets van de Britse kunstenaar en sociaal commentator Thomas Rowlandson, is een man te zien die lacht om zijn kat, die getooid is met een muts en een mantel. Het bijschrift luidt: ‘Lachen is een van de plezierigste emoties en is moeilijk te verklaren, omdat de lachlust vaak wordt opgewekt door de eenvoudigste oorzaken, zoals het geval is bij de plattelander en zijn kat.’
Hier wordt geïmpliceerd dat ‘onbeschaafde’ plattelanders geen gevoel voor stijl hebben en daarom gemakkelijk te amuseren zijn. (Voor de goede orde, ik ben net zo onbeschaafd, want ik zal katten afgebeeld met menselijke rekwisieten nooit niet-grappig vinden.)
Humor en smaakHoewel humor en smaak dus met elkaar in verband gebracht worden, is het toch vaak fysieke komedie die de meeste lachsalvo’s oplevert. Het is geen toeval dat de eerste komedie met wereldsucces The Gods Must Be Crazy was, waarvan de sublieme ‘Tati-achtige slapstick’ van New York tot Caracas en van Tokio tot Lagos bezoekers trok, ondanks het feit dat de film door filmrecensenten alom werd veroordeeld als apartheidspropaganda.
Scenarioschrijvers voorspellen al lange tijd dat fysieke humor steeds prominenter zal worden in Hollywood-komedies omdat die ‘dialoog en zelfs de meeste culturele verschillen overstijgt’ en films steeds meer een wereldwijde markt moeten aanspreken om gegarandeerd winst op te leveren. (Voor zover ik kan zien bestaat de toekomst van Hollywoodfilms voornamelijk uit Marvel-films en slapstickkomedies.)
Dit verklaart ook het succes van shows als America’s Funniest Home Videos en Total Wipeout, die je kunt onderbrengen in het genre van de komische ongelukken. ‘Dit is ongelooflijk stom,’ zei ik altijd als mijn man naar het laatstgenoemde programma keek, waarin deelnemers belachelijke hindernisbanen aflegden in de hoop 10.000 pond te winnen en het publiek toekeek hoe ze herhaaldelijk door van alles werden geraakt, van allerlei dingen af vielen en op van alles terechtkwamen. En toch moest ik onwillekeurig lachen, ik kon er niets aan doen.
Lachen verstoort het idee van een stabiel, coherent ik
Zoals McDonald opmerkt, verstoort lachen het idee van een stabiel, coherent ik, zoals je kunt zien aan uitdrukkingen als ‘stukgaan of barsten van het lachen’. Bovendien betekent ongeremd lachen niet alleen een gebrek aan zelfbeheersing; het kan ook politiek gevaarlijk zijn. Literatuurhistoricus Joseph Butwin schrijft over ‘opruiend lachen’ als een wapen van de onderdrukten dat kan dienen om hiërarchieën en machtsverhoudingen te destabiliseren.
Uiteindelijk is het duidelijk dat lachen iets heel vreemds is. Het is van alle menselijke uitingen tegelijkertijd de meest sociale en de meest ontwrichtende, een uitdrukkingsvorm die sociale structuren en regels verstoort. In gepaste situaties met anderen lachen werkt misschien bindend, maar onverwacht, eigengereid lachen brengt barsten aan het licht en laat zien dat we niet precies zijn wie we denken dat we zijn.
Het is het grootste mysterie in de geschiedenis van de Belgische kunst: waar is het in 1934 gestolen paneel van het Lam Gods verborgen? Bestaat het nog? Vlaanderen wil al jaren de ontknoping van dit detectiveverhaal weten.
Iedereen wil het Lam Gods zien. De Franse revolutionairen en de hertog van Wellington, Hitler en Eisenhower, Jules Michelet en Albert Camus, koning Frederik III van Pruisen en zijn collega Jozef II uit het Heilige Roomse Rijk. Door de kunst en de geschiedenis is het altaarstuk, dat in opdracht werd gemaakt voor de kathedraal van Gent (waar het in gerestaureerde staat te bewonderen is), een van de beroemdste kunstwerken ter wereld.
Deze 3,75 meter hoge polyptiek, bestaande uit vier vaste panelen en twintig beweegbare luiken, werd tussen 1424 en 1432 gemaakt door Hubert Van Eyck en zijn jongere broer Jan Van Eyck. Het Lam Gods is een meesterwerk van de westerse kunst vanwege zijn harmonie, ontwerp, voorstelling, lichtval en uitvoering, schreef historicus Jules Michelet erover. De jongste van de gebroeders Van Eyck, die de olieverftechniek perfectioneerde, voegde veel details toe, zelfs de maankraters op de maan, en bracht de mensen, dieren, bomen en bloemen die op dit altaarstuk rond Christus (het Lam) zijn afgebeeld tot leven. Het Lam offert zijn leven, gesymboliseerd door zijn bloed, en ziet hoe engelen, heiligen, geestelijken en notabelen naar hem toe komen om hem te aanbidden.
MysterieBehalve schoonheid bevat het werk ook veel mysterie. In de lucht boven de stad zijn bijvoorbeeld gezichten van mensen onderscheiden. Maar wie zijn het? Tijdens de restauratie werd op de kop van het lam een tweede paar oren ontdekt. Deze zouden het eerste paar in de zestiende eeuw hebben vervangen. Maar waarom?
Historici wijzen ook op het voortdurende rondzwerven van het altaarstuk. In 1566 namen de calvinisten de macht over in Gent. Beeldenstormers wilden het werk van Jan Van Eyck vernietigen. Maar het werd op het laatste moment door de katholieken verborgen. Twee eeuwen later liet de burgemeester van Gent op verzoek van Jozef II de twee eikenhouten schilderijen met de afbeeldingen van Adam en Eva verwijderen, omdat de keizer deze te naakt vond. In 1794 brachten de revolutionairen het veelluik naar het Louvre, waarna Wellington het in 1816 persoonlijk terugbracht naar Gent. Via de ene verkoop na de andere belandde een deel ervan vervolgens in handen van de Pruisische koning Frederik III en daarna kwam het terecht in het Bode-Museum in Berlijn.
Het is zo vaak rondgegaan dat het Lam Gods door de eeuwen heen het meest gestolen, verspreide en getransporteerde schilderij ter wereld is geworden. En het gaat niet alleen om oude geschiedenis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de overgebleven delen in Gent ingemetseld en in 1918 werden de overige panelen in Berlijn teruggevonden. De nazi’s namen het werk in beslag in 1940 en verstopten het in de zoutmijn van Altaussee in Oostenrijk. Toen de de nazi’s de zoutmijn vier jaar later wilden laten ontploffen, werd het altaarstuk gered door de Monuments Men, opgericht door de Amerikaanse generaal Eisenhower.
De bisschop van Gent ontving een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd
In 1940 hadden de Duitsers echter niet op het gehele altaarstuk de hand kunnen leggen. Er ontbrak een paneel, dat tot op heden mist. Toen kerkdienaar Van Volsem op 11 april 1934 de Sint-Baafskathedraal in Gent opende, ontdekte hij dat er twee panelen waren gestolen: het paneel met de afbeelding van de Rechtvaardige Rechters [binnenkant] en het paneel met de afbeelding van Johannes de Doper [buitenkant].
De politie had weinig aanknopingspunten. Op de laatste dag van dezelfde maand ontving de bisschop van Gent echter een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd, ondertekend met de initialen D.U.A. De bisschop ging het gesprek aan en D.U.A. stuurde hem vervolgens een ticket voor een bagagedepot toe van het station Brussel-Noord. Ter plaatse overhandigde de medewerker van het bagagedepot een groot rechthoekig pakket aan de politie, waarin het paneel van Johannes de Doper zat. D.U.A. was dus geen oplichter. Maar toen de medewerker gevraagd werd naar het uiterlijk van de persoon die het pakket had achtergelaten, wist hij zich weinig te herinneren; hij omschreef hem als een man van in de vijftig met een sikje. Dat was alles.
Nadat het eerste paneel was overhandigd, besloot de politie een stap verder te gaan en bood aan om op 14 juni via een tussenpersoon in Antwerpen het losgeld te betalen om het tweede paneel terug te krijgen. Ze stopten echter slechts vijfentwintigduizend frank in de envelop. De dief, woedend, overhandigde de Rechtvaardige Rechters niet en het onderzoek liep vast.
Zijn geheimEind november 1934, tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde vond een van de vreemdste feiten uit de hele zaak plaats. Nadat een man genaamd Arsène Goedertier een toespraak had gehouden, kreeg hij een hartaanval. Deze voormalige kerkdienaar en betrouwbare bankier uit Wetteren gaf op zijn sterfbed toe dat hij de enige was die wist waar het paneel met de Rechtvaardige Rechters zich bevond. Hij sprak de woorden ‘in mijn kantoor, sleutel, kast, map ziekenfonds…’, blies zijn laatste adem uit en nam zijn geheim mee het graf in. In de hoop meer te weten te komen ging men op zoek naar de bewuste map in Goedertiers kantoor. Er zat een envelop in met kopieën van de dertien losgeldbrieven, maar nergens was ook maar een spoor van het schilderij te bekennen…
In 1939 verklaarde de rechtbank Arsène Goedertier als de dief van de schilderijen, maar het laatste woord was hierover nog niet gezegd. Zoals dat gaat, doen sindsdien allerlei theorieën de ronde. Er werd bijvoorbeeld beweerd dat het schilderij zich bevond in de grafkelder van Koning Albert I, die in februari 1934 was overleden. In 2018 kwamen sommigen met het idee dat er zich onder de Kalandebergstraat, een winkelstraat in Gent, een kleine tunnel bevond. Maar er zijn geen doorslaggevende bewijzen. In 1941 werd een bestelling geplaatst bij een kopiist, die het schilderij reproduceerde en een van de Rechtvaardige Rechters afbeeldde in de gedaante van koning Leopold III. Albert Camus laat een van de personages in zijn roman De val het originele paneel in een kledingkast verstoppen.
Het verhaal eindigt hier niet. Caroline Dewitte, magistraat bij het parket van Gent en al twintig jaar verantwoordelijk voor de zaak van de Rechtvaardige Rechters, bevestigt dat er in oktober 2024 opnieuw een huiszoeking werd uitgevoerd in Oost-Vlaanderen. ‘Er waren wel degelijk aanwijzingen,’ benadrukt ze, ‘maar het schilderij is niet gevonden. Het Openbaar Ministerie doet altijd onderzoek als er geloofwaardige informatie binnenkomt. We willen geen deuren sluiten, enerzijds omdat het een belangrijk werk is en anderzijds om in toekomstig onderzoek duidelijk te kunnen maken dat een locatie al is gecontroleerd.’
‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken’
‘We hopen het nog steeds te vinden,’ zegt ze. ‘Er is geen bewijs dat suggereert dat het vernietigd is.’ Hoewel er bij het parket van Gent geen actief onderzoek loopt naar de zaak van de Rechtvaardige Rechters neemt het natrekken van aanwijzingen die door burgers of amateurspeurders worden doorgegeven ongeveer vijf procent van de werktijd van de magistraat in beslag. ‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken. Ik ben niet alleen. Er zijn twee agenten van de federale politie in Gent die ervaring hebben en meewerken aan het dossier.’
De zaak is in Gent nog steeds springlevend. Naar aanleiding van de recente berichten over de huiszoeking in oktober heeft Dewitte nadere informatie ontvangen.
In zijn invloedrijke werk The Story of Art beschrijft Ernst Hans Gombrich het ‘onvermoeibare geduld’ van Jan Van Eyck, waarbij hij detail na detail toevoegde om ervoor te zorgen dat zijn schilderijen de wereld om hem heen weerspiegelden. Dit is wat de Vlaamse schilderkunst onderscheidt van de Italiaanse. Op het Italiaanse schiereiland schilderden Brunelleschi en zijn collega’s – die de olieverfschilderkunst nog niet onder de knie hadden – de werkelijkheid na door middel van lijnen en perspectieven in plaats van minuscule details. Wie weet zal de opeenstapeling van aanwijzingen, details, verhoren, huiszoekingen en het onvermoeibare geduld van magistraten ons, in de geest van Jan Van Eyck, op een dag weer naar de Rechtvaardige Rechters leiden.
From the publisher's feed