
Sign up to save your podcasts
Or


Welkom terug bij de podcast van het NIOZ, het Koninklijk Nederlands instituut voor Onderzoek der Zee.
Het instituut bestaat 150 jaar, anderhalve eeuw Nederlands zeeonderzoek. We maken met onderzoekers van het instituut de balans op in een wereld die opwarmt: zeven gesprekken, zeven zeeën, bij elkaar één oceaan.
Deze keer: de Noord-Atlantische oceaan, waar de aandrijfmotor is van de AMOC, de lopende band van stromingen die warm water uit de tropen langs de Europese kust naar het noorden brengen, en in de diepte koud poolwater weer afvoeren langs de kusten van Canada en Amerika.
Dat warmtetransport naar het noorden, wat we kennen als de warme golfstroom, tempert sinds de laatste ijstijd de uitersten in ons klimaat: milde winters, ijsvrije havens, natte zomers.
De AMOC, die van oudsher met stevige pas langs onze kust marcheert, lijkt - nu de aarde opwarmt - last te hebben van vermoeidheid. De voorspellingen zeggen dat ze het rustig aan gaat doen, er misschien wel de brui aan geeft. Een ontwikkeling die met argusogen wordt gevolgd door de oceanograaf dr. Femke de Jong, die al tientallen jaren modellen bouwt en scheepgaat om met alle middelen die ze tot haar beschikking heeft de stromingen in de Noord-Atlantische oceaan te meten en te doorgronden.
Interviewer Mathijs Deen spreekt Femke de Jong op Texel, met de blik over de Waddenzee die rustig ligt te rimpelen onder een mild, warm briesje. Stel dat die AMOC stil zou vallen, en de warme golfstroom stagneert, en het is midden in de winter, begin februari, wat zouden we dan zien?
Muziek: Mathijs Duringhof, portretfoto Femke de Jong door Anneke Hymmen
Welkom terug bij de podcast van het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Het instituut bestaat 150 jaar, anderhalve eeuw zeeonderzoek.
In dit jubileumseizoen maken we met NIOZ'ers de balans op in een wereld die opwarmt. Zeven gesprekken, zeven zeeën en bij elkaar één oceaan.
Scheidend directeur professor Han Dolman spreken we op punt van afzwaaien. Vijf jaar lang was hij de baas van het instituut. Hij kwam van de VU naar Texel, klimaatwetenschapper, gespecialiseerd in CO2. Vijf jaar geleden verruilde hij de studeerkamer voor de directiekamer. En nu hij vertrekt zegt hij dat er in het zeeonderzoek nieuwe wetenschap nodig is. Urgentere vragen stellen. Onderzoek doen naar oplossingen. Niet bang zijn voor politieke uitspraken. De verhalen vertellen op nieuwe podia, zodat het verhaal gehoord wordt. Successen waren er ook. Drie nieuwe onderzoekschepen liepen van stapel. Nieuwe partners meldden zich aan de poort.
We zitten in het torentje van het NIOZ en kijken over de Waddenzee. Op de vraag, vijf jaar geleden, wat hij zag als hij over zee keek, antwoordde hij toen: het spel van licht en water. En nu?
Welkom terug bij de podcast van het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee.
Het NIOZ bestaat 150 jaar: anderhalve eeuw Nederlands zeeonderzoek. We maken met onderzoekers van het instituut de balans op in een wereld die opwarmt: zeven gesprekken, zeven zeeën, bij elkaar één oceaan.
Interviewer is weer Mathijs Deen, schrijver van boeken waarin de zee nooit ver weg is. Hij gaat praten met onderzoekers van het NIOZ: over de Atlantische Golfstroom, over kustverdediging tegen de Noordzee, kortom, over klimaat en biodiversiteit in de verschillende zeeën van die ene grote oceaan.
Vooruitblik op aflevering 1, waarin we spreken met scheidend directeur professor Han Dolman, op het punt van afzwaaien. Vijf jaar lang was hij de baas van het instituut:
“Als je het heel positief formuleert, ben ik een completere aardwetenschapper geworden.”Nu hij vertrekt, zegt hij dat er in het zeeonderzoek een nieuwe wetenschap nodig is:
“Het is niet alleen maar de zee als je object van je verwondering, maar ook nadrukkelijk een zee die aan het veranderen is.”Urgentere vragen stellen en onderzoek doen naar oplossingen. Niet bang zijn voor politieke uitspraken:
“Onafhankelijk van het feit dat er zo’n malloot als Trump zit, is het natuurlijk sowieso beter dat we dat zelf zouden doen.”Verontrustende verhalen vertellen, op nieuwe podia, zodat ze gehoord worden.
“De suggestie was dat wij wat minder prominent klimaat en biodiversiteit op de voorgrond zouden moeten zetten. Als je iets doet, moet je er eerlijk voor uitkomen.”Han Dolman, na vijf jaar sadder but wiser.
“Wiser, wel over de zee, en ook voor een deel over de veerkracht van de zee, het terugkomvermogen.”De nieuwe podcastserie van het NIOZ, zeven zeeën, één oceaan.
De muziek in de podcast is gecomponeerd en uitgevoerd door Mathijs Duringhof.
Een gesprek vanuit de NIOZ-haven op Texel, de thuishaven van de nationale onderzoeksschepen (research vessels): RV Pelagia, het grote onderzoeksschip dat de Oceanen bevaart en dat zich ten tijde van dit interview op de Noordzee bevindt, RV Navicula, het onderzoeksschip dat onderzoek doet op het Wad en in de Zeeuwse wateren en getuige de lege kade ook is uitgevaren, en RV Stern, de kleinste van de vloot, die wetenschappers afzet op - of ophaalt van zandbanken en onbewoonde eilanden, locaties bevoorraadt en voor kleinere wetenschappelijke klussen op het Wad inzetbaar is. De Stern is de enige die in de thuishaven aan de kade ligt.
Alle drie de schepen worden vervangen, de Pelagia in de iets verdere toekomst, de Navicula volgend jaar, maar de opvolger van de Stern, de RV Adriaen Coenen, is klaar. Het nieuwe schip is genoemd naar de 16e eeuwse Scheveningse vishandelaar Adriaen Coenen, een autodidact die niet alleen vis afsloeg, maar ook tekenaar en schrijver was van het Visboeck, een rijk geïllustreerd compendium van wat er zoal in zee leeft: van haring tot monsters, tot aan de industrie die zich met de visvangst bezighoudt.
In de NIOZ-haven treft interviewer Mathijs Deen de schipper van de Stern, Wim Jan Boon, die hem meeneemt aan boord van het scheepje dat bijna een halve eeuw dienst heeft gedaan, 16 meter lang, blauwe romp, witte opbouw, laag groen achterdek met stevig A-frame.
Ze is aan vervanging toe, en Wim Jan Boon, telt de dagen tot het moment dat hij in haar opvolger zal binnenlopen. De RV Adriaen Coenen maakt een week na het gesprek voor het eerst de oversteek van de werf in Lauwersoog, naar haar thuishaven op Texel.
Video-teaser en korte video over de duurzame RV Adriaen Coenen.
Op de zandbanken en de kwelders of schorren van de waddenzee en de Zeeuwse wateren, waar het getij met bovenmenselijke regelmaat op en af gaat, ontstaan patronen. De zee, een ongedurige beeldhouwer, slaat ieder tij opnieuw sporen in het zand, in de geulen, maar ook in de vegetatie en zelfs in de manier waarop schelpdieren als mosselen zich vastzetten aan de ondergrond en aan elkaar.
Wie maar lang genoeg kijkt, zoals de bioloog Johan van de Koppel, ziet dat er geen willekeur heerst, maar orde. En waar orde heerst, daar is niet alleen een oorzaak die te onderzoeken valt, maar daar is, in geval van Van de Koppel ook de wiskunde, die de patronen waarin de mossels zich organiseren in formules kan vangen.
Een gesprek aan de Oosterschelde over de weerbaarheid van zelf-organiserende mosselen, kreken als bloedvaten, 'Egyptisch boeren' en het visualiseren van de landschappelijke geschiedenis van Zeeland.
De zee voor onze kust is een zandbak, die voortdurend onderloopt met heel onrustig water. Het zand uit de zandbak is in voortdurende staat van beroering: door het tij natuurlijk, het komen en gaan van de vloedgolf, maar vooral ook door de wind. De bodem van Zeeland, Holland, Friesland, Groningen, het is voor een groot deel sediment dat de zee heeft achtergelaten, de helft van ons land is door de zee, in samenspel met de rivieren, neergelegd.
Maar hoe dat precies is gebeurd, hoe de zee het zand met ieder tij en met elke windvlaag opwervelt, vervoert, neerlegt, afslaat, door de zeegaten van Zeeland en het Wad aan- en weer afvoert; dat is een ontzettend ingewikkeld natuurkundig proces, waarover fysisch oceanograaf dr. Theo Gerkema zich al decennia het hoofd breekt.
Foto: Scenic aerial view of tideways and sandbanks in the Lower Saxony Wadden Sea national park at the German North Sea coast during low tide. Heide Pinkall/Shutterstock.com.
De oceaan is bad vol mineralen. Of een wereldomvattende soeppan vol chemische processen, waarin de ingrediënten iedere 2000 jaar door de grote soeplepel van de golfstromen worden omgeroerd. En het leven van alle wezens die er in rond dobberen of zwemmen, is volledig van die ingrediënten afhankelijk. Er hoeft maar één essentieel stofje, al is het maar een snufje metaal, te ontbreken of het raderwerk staat stil. Professor Rob Middag studeerde biologie, maar hij heeft zich meer en meer ondergedompeld in de scheikunde. Hij speurt naar metalen in de oceanen, met instrumenten die zo gevoelig zijn dat ze een mespunt ijzer detecteren in ruim 10 miljoen liter water.
Als er ooit iemand de stop uit de zee zou trekken en al
het water gorgelend in een afvoerputje zou verdwijnen, dan zou er, waar nu
water is, een landschap tevoorschijn komen met oneindige vlaktes, heuvelland,
vulkanen, bergketens en duizelingwekkend diepe canyons. Dr. Furu Mienis, marien
geoloog, kan zich daar zo langzamerhand een aardig beeld bij vormen, vooral bij
die canyons, want haar specialiteit is de diepzee, dat deel van de oceaan
waarin geen daglicht doordringt. Interviewer Tessel Blok trof Furu Mienis in
het torentje van het NIOZ, waar de diepzeespecialiste uitkeek over de ondiepe Waddenzee.
Tien jaar lang was de geoloog Professor Henk Brinkhuis, directeur van het Koninklijk NIOZ, Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. In die periode waren twee van zijn grootste zorgen hoe het instituut met krappe middelen te laten overleven en hoe een vloot van drie onderzoeksschepen in de vaart te houden. Nu, tien jaar later bestaat het NIOZ nog, en de vervanging van de vloot is in volle gang.
Henk Brinkhuis heeft de directiehamer doorgegeven en hij is weer terug bij wat hij het liefste doet: boren in de zeebodem, op zoek naar het verleden van ons klimaat. Hij is net terug van een expeditie naar de Noordelijke Atlantische Oceaan waar hij geboord heeft naar de aardlagen die 56 miljoen jaar geleden zijn neergelegd. De aarde was een broeikas toen, met palmen op de polen en concentraties broeikasgassen die die van vandaag nog verre overschrijden.
Senior instrumentenmaker Edwin Keijzer, Texelaar van geboorte, heeft, in de dertig jaar
dat hij bij het NIOZ in dienst is, leren werken onder hoge druk. Hij werkt bij
het onderdeel Nationale Mariene Onderzoeksfaciliteiten. Keijzer vertelt hoe het
is om met het team van uitvinders apparaten te maken voor de zeeonderzoekers van
het NIOZ en andere instituten en universiteiten; apparaten die bijvoorbeeld onder
omstandigheden van 600 atmosfeer soms een half jaar lang onafgebroken
nauwkeurig blijven meten. “Het is eenvoudiger om iets te maken voor de ruimte
dan voor de diepzee.”
From the publisher's feed

246 Listeners