
Sign up to save your podcasts
Or


Aardwetenschapper professor Han Dolman staat aan het begin van zijn aanstelling als directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, het NIOZ. Hij zal leiding geven aan ongeveer 325 medewerkers: aan onderzoekers van overal ter wereld, aan ondersteunend personeel, aan zeelieden, technici en instrumentenmakers en aan een kleine vloot onderzoeksschepen die alle uithoeken van de oceaan bevaren. En hij is natuurlijk beschermheer van het onderzoek zelf, dat zich uitstrekt van de kust tot de oceaan, van de delta tot de diepzee.
Het is een interessante maar ook een verontrustende tijd voor oceaanonderzoekers. Het klimaat verandert, de zeeën veranderen mee. Dolman, die zich als hoogleraar aan de VU de laatste jaren vooral heeft bezig gehouden met klimaatonderzoek op het land, 30% van het aardoppervlak, maakt op 1 november 2021 de oversteek naar Texel, om, zoals hij zelf zegt, zich te gaan concentreren op de andere 70%.
Het waren de snavels van de verwante vinken op de verschillende eilanden van de Galapagos archipel die Darwin op het spoor zetten van zijn evolutietheorie. Veranderende omstandigheden leiden tot aanpassing in lichaamsbouw: kijk maar naar die verwante vogels op de verschillende eilanden: de ene heeft een dikke snavel ontwikkeld, de andere een lange.
Nu, bijna twee eeuwen na Darwins ontdekking in de stille oceaan, houden vogelsnavels de biologen nog steeds bezig. Deze keer is het de snavel van de kanoet, het dappere, compacte steltlopertje, dat ieder jaar de halve wereldbol overvliegt om te broeden en te eten. Vogelonderzoeker professor Jan van Gils van het NIOZ en de RuG heeft, als een hedendaagse Darwin, opnieuw de evolutie betrapt, deze keer bij de veranderingen van de kanoetensnavel.
Onder invloed van de opwarming van de aarde wordt de kanoet kleiner, maar de snavel van de exemplaren die in deze veranderende wereld overleven, krimpt minder hard mee, zodat in verhouding tot de rest van het lichaam de snavel groter is geworden. Een Pinokkio-snavel, noemt van Gils dat. En hij komt met een nieuwe onthulling: niet alleen de snavel verandert, ook komen er sinds hij begonnen is met zijn metingen steeds minder mannetjes uit het ei. De kanoet produceert vooral vrouwtjes.
Het IPCC-rapport 2021 is uit, het VN-klimaatrapport dat ruwweg om de zeven jaar verschijnt. Het rapport geeft een overzicht van de meest recente inzichten en bevindingen van klimaatonderzoek van experts dat over de hele wereld wordt gedaan. Natuurlijk schrijven niet al die experts aan het rapport. Dat is voorbehouden aan een selecte groep wetenschappers die de literatuur van hun vakgebied hebben bijgehouden en in aparte hoofdstukken die bevindingen samenvatten. NIOZ-onderzoeker dr. Aimée Slangen was een van de hoofdauteurs van het hoofdstuk over zeespiegelstijging. In deze podcast vertelt Aimee wat we nu weten over de zeespiegelstijging die ons te wachten staat, in hoeverre de trend nog te beïnvloeden is. Maar we beginnen met de vraag hoe de tekst die ze met haar Amerikaanse collega geschreven heeft, tot stand is gekomen, wat de moeilijkheden zijn om zo’n tekst samen te stellen en waarom ze dat wil, meewerken aan een rapport dat zo in de publieke belangstelling staat en waar - in dit achterdochtige tijdsgewricht – met zoveel vuur op geschoten zal worden.
In het recent verschenen Amerikaanse boek ‘A World on the Wing’ wordt Theunis Piersma getypeerd als een legende in de wereld van de kustvogels. Hij dankt zijn wereldwijde reputatie ondermeer aan zijn studie aan de vogeltrek, waarbij hij vogels een zendertje geeft en met de gegevens die daarbij binnenkomen, de trekroutes over onze planeet in kaart brengt. Een gesprek van Mathijs Deen met trekvogelecoloog Piersma, die bij zijn onderzoeksobject vaak het perspectief probeert aan te nemen van de individuele vogels die hij bestudeert. (Foto door Jan van de Kam.)
Ecoloog Professor Tjeerd Bouma doet ondermeer onderzoek naar kustverdediging met gebruikmaking van natuurlijke processen zoals het aanleggen van kwelders, en wellicht van bossen, voor de dijken. Mathijs Deen praat met Tjeerd Bouma vanuit de NIOZ-locatie in het Zeeuwse Yerseke, met uitzicht over de Oosterschelde; een zeearm vol verhalen over de eeuwenlange wisselwerking tussen mens en natuur. (Foto 'Saeftinghe' door Edwin Paree).
Het is bijna een jaar geleden dat in Scheveningen vijf bijzonder ervaren surfers verongelukten toen ze werden overweldigd door opgehoopt zeeschuim dat door een ongelukkige samenloop van omstandigheden was ontstaan en op drift geraakt. Marien ecologe Katja Philippart, die al jaren onderzoek doet naar de algen die dit schuim veroorzaken, aarzelde toen niet, liet haar gebruikelijke werk vallen en ging op onderzoek uit naar de omstandigheden waaronder dit tragische ongeluk had kunnen gebeuren.
Een gesprek met ‘Waddenprofessor’ Philippart over algenbloei, wind en stroming, maar ook over de kweek van platte oesters en het samenspel tussen land en water.
Marien geoloog Gert-Jan Reichart beklimt het torentje van het NIOZ om te praten over diepzeemijnbouw en CO2.
Op het moment dat we dit gesprek opnemen is, meer dan 10.000 kilometer van Texel verwijderd, een andere NIOZ-geoloog Henko de Stigter op het Noorse onderzoeksschip Island Pride onderweg naar de Clarion-Clipperton Fracture Zone, een plek in de Stille Oceaan waar een proef wordt gedaan met diepzeemijnbouw. Het NIOZ is bij de proef aanwezig om na te gaan of - en hoeveel - schade die proef aanbrengt aan de zeebodem, op vijf kilometer diepte. Niet alleen Henko de Stigter is onderweg, ook de Rainbow Warrior van Greenpeace heeft koers gezet naar de site.
Dr. Henko de Stigter werkt voor de NIOZ-afdeling Ocean Systems Research, en professor dr. Gert-Jan Reichart is hoofd van die afdeling. Reichart leidt al jaren onderzoek naar de zogeheten mangaanknollen, de mysterieuze klompen van zeldzame metalen waarvan er miljarden in de diepzee verspreid liggen. De industrie wil ze oogsten, de natuurbeschermers willen ze ongemoeid laten, de wetenschappers doen onderzoek in dat spanningsveld.
Afbeelding: Mangaanknol met diepzeespons. Expeditie SO242. ROV KIEL6000, GEOMAR.
Te gast is vogelonderzoekster Tamar Lok, die aan het NIOZ lepelaars bestudeert.
Texel heeft vanouds een kolonie gehad, ook toen de vogel in de rest van Nederland bijna was verdwenen. Maar ze zijn weer terug, ook op de andere eilanden, een vertrouwde, zwijgzame, sneeuwwitte, slanke en sierlijke verschijning, hoog op de poten, bijna afgeleid en hautain, schrijdt hij door het water, de lange donkere snavel nijver zigzaggend voor zich uit.
De vlucht gestrekt, recht van koers: een lepelaar weet waar hij heengaat, beter zelfs dan de wetenschappers ooit konden vermoeden. Stapje voor stapje verovert Tamar Lok terrein op het innerlijk van deze geheimzinnige, zwijgzame vogel.
Een wat afwijkende aflevering: dit keer geen interview met een NIOZ-onderzoeker, maar een interview met kapitien Bram Fey vanaf het Wadden en delta onderzoeksschip de RV Navicula in de haven op Texel. Bram Fey bevaart al bijna twintig jaar het Wad van Texel tot de Dollard, en soms aan de Duitse kant van de Eems tot onder het Wangeroog. Zelfs na zoveel tijd, blijkt het Wad nog altijd verrassingen voor hem in petto te hebben. De laatste 10 minuten gaan over zijn vrijwilligerswerk op de Zuidelijke Oceaan bij Antarctica, waar hij helpt met het tellen van krill, zeevogels en zeezoogdieren.
Een wandeling langs de vloedlijn: het geluid van schelpen onder je schoenzolen, krakend kalk. De zee waar die schelpendieren hun huizen bouwen verzuurt. Dat komt doordat het oceaanwater CO2 opneemt. En van CO2, daar komt alleen maar meer van. Kalk lost op in zuur. Schelpen dus ook. Komt er een dag dat het geluid van schelpen onder je voeten tot het verleden zal behoren? Dat de zee te zuur is voor schelpen om hun huizen te bouwen? Lennart de Nooijer weet het antwoord op die vraag. Hij is opgeleid in de biologie, maar gepromoveerd bij de geologen. Hij doet bij het NIOZ onderzoek naar de eigenaardige verhouding tussen kalk en CO2, vooral bij piepkleine zeebeestjes: eencelligen die kalkhuisjes bouwen om in te wonen.
From the publisher's feed

246 Listeners