Audio – 360 Magazine

Audio – 360 Magazine

By Audio – 360 MagazineSociety & CultureNewsDaily News
Download on the App Store

Audio – 360 Magazine episodes

  • Juninummer | Tegen tirannie

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Wat zij zeggen over de verkiezingen in Suriname

    » Het Westen verveelt zich dood

    » Jongeren zetten de toon in Afrika

    Moesson in mei

    Volgens de Bulgaarse schrijver Georgi Gospodinov kunnen we pas briljant zijn vanaf ons zesde of zevende, dat is namelijk – met een beetje mazzel – de leeftijd waarop we leren schrijven. Schrijven, aldus Gospodinov, en verhalen in het algemeen helpen ons onthouden, bevrijden ons van angsten en zijn zelfs in staat om levens te redden.

    In het geval van Sjeherazade, de vertelster uit Duizend-en-één-nacht, speelt dat letterlijk: door elk verhaal dat ze vrouwenmoordenaar Shahryar vertelt leeft ze een nacht langer. Maar het geldt bijvoorbeeld ook, zoals de Nigeriaanse kunstcurator Azu Nwagbogu in ons Dossier over de kracht van kunst en verzet vertelt, voor de verhalen die fotografie overbrengt. Het Afrika dat in het werk van (vaak westerse) fotografen te zien is, heeft niet per se te maken met het object, Afrika, zelf. ‘Het probleem is het Afro-pessimisme, waarin we altijd maar weer de hopeloosheid van de situatie te zien krijgen. Dat leidt tot apathie; niemand wil iets doen’, aldus Nwagbogu. Als er een ander discours zou gelden, zoals hij met zijn LagosPhotos-festival voor ogen heeft, krijgen mensen een vollediger beeld en zijn ze minder geneigd hun hoofd af te keren van het continent, zoals de VS momenteel doen – een voorbeeld dat Europa, beargumenteert Paul Munzinger in Süddeutsche Zeitung, vooral niet moet volgen. Met de juiste investeringen en bestedingen kan Afrika voorop komen te lopen – en kunnen er vele levens worden gered. Ook al door de uitzonderlijk jonge bevolking, die het ene na het andere autoritaire regime aan het wankelen brengt.

    ‘Het is allemaal de schuld van Trump’, concludeerde ze lachend

    Ook rondom Amerika vormt zich een steeds rechtlijniger discours. Op bezoek bij mijn dochter op haar reis door onder andere Indonesië, vertelde een vriendin hoe onvoorspelbaar het is gesteld met het weer; moesson in mei, dat kan eigenlijk niet. ‘Het is allemaal de schuld van Trump’, concludeerde ze lachend. Een zin die hier op Bali, en vast op veel andere plekken, een running gag is geworden. 

    Maar werkt dat niet ook een vorm van apathie in de hand? Historicus Yuval Noah Harari legt uit waarom we het ons in ieder geval niet kunnen veroorloven langer verbaasd te zijn over zijn acties, die namelijk zeker niet zo onvoorspelbaar zijn als het klimaat, zij het niet minder schadelijk.  

    Bijna honderd jaar geleden trok Thomas Mann uit Duitsland weg naar juist dit land, waar hij wél vrijuit mocht spreken, denken en schrijven. ‘God helpe ons in duisternis gedompelde (…) land en lere het vrede te sluiten met de wereld en zichzelf!’ schreef hij over zijn geboorteland. Misschien moeten we het niet zozeer van god hebben, als wel van de verhalenvertellers en al die dappere jongeren die zich in ieder geval genoeg verbazen om in actie te komen.

    Laura Weeda

    4 min
  • De wereld kan iets opsteken van Turkse protesterende jongeren

    Straatprotesten in Turkije tegen het regime van Erdoğan blazen de falende progressieve partijen nieuw leven in. Andere landen kunnen hier iets van leren.

    Nadat president Recep Tayyip Erdoğan tweeëntwintig jaar lang met machtsgrepen, overname van staatsapparaten en zware onderdrukking de Turkse bevolking heeft geprobeerd te reduceren tot islamo-fascistische onderdanen, vecht Turkije terug tegen zijn autoritarisme. Eind maart zijn er aanhoudende protesten geweest in talloze Turkse steden, waaronder in de machtscentra van het regime. 

    Burgemeester Ekrem İmamoğlu van Istanboel is op 19 maart op dubieuze verdenkingen van corruptie gearresteerd, met als gevolg een opgezweepte bevolking. Binnen enkele dagen groeiden de protesten uit tot iets groters. Het werd een nationale beweging met als eisen democratie, waardigheid en vrijheid. De protesten deden denken aan de Gezi-opstand in 2013, waarbij een demonstratie tegen de bebouwing van het Gezipark in Istanboel uitgroeide tot een nationale protestbeweging tegen het autoritaire regime. Toch zijn er wat verschillen. Dit keer gaan ook jongeren de straat op, en dat terwijl iedereen dacht dat zij onder het Erdoğan-regime en tijden van economische crisis alle hoop voor de toekomst hadden laten varen. Ze riskeren ongeremd politiegeweld als ze naar dit soort, inmiddels verboden, bijeenkomsten gaan. 

    Op een van de borden staat een tekst die het heersende sentiment perfect samenvat: ‘Als wij branden, branden jullie ook.’ Hoewel de protesten met veel politieke humor gepaard gaan, weet iedereen dat het allesbehalve grappig is: het land staat op een politiek kantelpunt. De teerling is geworpen. Erdoğan trekt zich terug of er zwaait wat. Hoe dat eruit komt te zien is een onduidelijk en angstaanjagend vooruitzicht. Toch heerst er een ongekende vastberadenheid onder het volk om die barrière van angst te doorbreken. In tegenstelling tot tijdens de Gezi-opstand wordt de politieke actie dit keer georganiseerd door de grootste oppositiepartij. Althans, dat is de opzet.

    ‘Als wij branden, branden jullie ook’

    İmamoğlu is niet alleen de burgemeester van de grootste stad in Turkije, maar met zijn immense populariteit ook Erdoğans enige serieuze politieke rivaal. Vlak voordat hij om twijfelachtige redenen werd gearresteerd – vanwege financiële corruptie, leidinggeven aan een criminele organisatie en samenwerking met terroristische organisaties – stond İmamoğlu op het punt zijn kandidaatschap voor de volgende presidentsverkiezingen aan te kondigen. 

    Verscheidene opiniepeilingen hebben aangetoond dat hij kans maakt om Erdoğan bij de volgende verkiezingen, in 2028, te verslaan. Volgens bronnen dicht bij Erdoğan was er een plan om İmamoğlu te arresteren en zwart te maken, en vervolgens een bewindvoerder aan het hoofd van de oppositie te plaatsen. Dit is al jaren Erdogans modus operandi. Een aantal burgemeesters uit oppositiepartijen – zoals de sociaaldemocraten of de Koerdische partij – zijn in hechtenis genomen en de arrestatie van İmamoğlu was voorzien. In de laatste video voor zijn arrestatie zei İmamoğlu kalm dat hij ‘vastberaden zou opkomen’ voor het Turkse volk.

    Honderdduizenden mensen hebben dit als startsignaal gezien en hebben sinds die nacht de stadspleinen opgezocht. Bij het zien van de massale protesten veranderde de voornaamste oppositiepartij de kandidaatsverkiezingen in een grootschalige politieke actie. Partijleiders riepen alle burgers op om voor İmamoğlu te stemmen, als teken voor het regime dat steun aan hem de partijpolitiek ontstijgt. Bijna vijftien miljoen mensen stemden voor İmamoğlu, waarmee zijn positie als oppositiekandidaat werd bevestigd.

    Democratieën wereldwijd kunnen een heleboel leren van wat er sindsdien in Turkije is gebeurd. Kennelijk zijn de gebruikelijke politieke partijen – de Democraten in de VS en de sociaaldemocraten in Europa – niet in staat om de politieke en morele woede van de menigte, die leiders zoals Trump en Erdoğan veroorzaken, te benutten. Partijen willen hun vingers niet branden aan de onvoorspelbaarheid van ‘straatpolitiek’ – en de menigte wil zich met zijn jeugdige enthousiasme niet graag binden aan versleten politieke instellingen. Wat is dan de oplossing?

    Het koraalrif

    De ouderwetse progressieve oppositiepartijen lijken op scheepswrakken; ze liggen weg te rotten. Ze zijn na vijftig jaar flirten met neoliberale hegemonie hun karakter kwijtgeraakt. Hun inherente banden met de progressieve delen van de samenleving zijn verbroken. Ze zijn door hun overweldigende bureaucratie veranderd in logge reuzen, die de wendbaarheid van het nieuwe radicale rechts onmogelijk kunnen bijbenen. Maar wat er nu in Turkije gebeurt, is dat energieke jongeren, die zich als een school vissen rond het wrak verzamelen, het weer doen opbloeien als een koraalrif. 

    Dag in, dag uit geven jonge sprekers toespraken bij belangrijke partijbijeenkomsten en helpen ze de partij op weg. Ze zorgen ervoor dat de woede verder reikt dan alleen de arrestatie van İmamoğlu. Ze hebben een enorme invloed op het karakter van deze politieke beweging en doen de sociaaldemocratische partij weer opbloeien. De jongeren navigeren die trage reus terwijl die op zijn beurt flexibeler en dapperder probeert te worden om zich zo te kunnen verzetten tegen het meedogenloze regime.

    Niet alleen in Turkije, ook in Europa en over de hele wereld luidt de vraag: is de menigte met zijn frisse energie in staat het wrak te betreden en dit in een levend organisme te veranderen, een organisme dat sterk genoeg is om de historische stroom richting het autoritarisme tegen te gaan? Turkije zal het ons leren.

    7 min
  • Thomas Piketty: ‘De VS zijn de controle over de wereld duidelijk aan het verliezen’

    Trump zou willen dat de Pax Americana door de rest van de wereld met heffingen wordt gecompenseerd, zodat hij voor altijd van zijn tekorten af is. Het probleem is alleen dat zijn macht al tanende is en dat we ons moeten voorbereiden op een wereld zonder de VS, legt Piketty uit in zijn column.

    De VS zijn geen betrouwbaar land meer. Voor sommigen is dat oud nieuws. De oorlog in Irak in 2003, waarbij meer dan honderdduizend doden vielen, een regio blijvend werd gedestabiliseerd en Rusland zijn invloed herwon, confronteerde de wereld al met de kwalijke gevolgen van de Amerikaanse militaire overmoed. De huidige crisis is echter van een andere orde. Momenteel worden de economische, financiële en politieke machtsstructuren van een ontredderd land ter discussie gesteld, geleid door een onstabiele en grillige leider tegen wie geen democratisch kruid gewassen is.

    Om te bedenken hoe dit verder gaat, moeten we ons bewust zijn van de veranderingen die momenteel plaatsvinden. Dat de Trump-aanhangers zo’n bruut en wanhopig beleid voeren, komt doordat ze niet weten hoe ze moeten reageren op de economische verzwakking van het land. Uitgedrukt in koopkrachtpariteit – dat wil zeggen in reële hoeveelheid goederen, diensten en uitrusting die jaarlijks wordt geproduceerd – heeft het bbp van China dat van de VS al in 2016 overtroffen. Het ligt momenteel meer dan 30 procent hoger en zal tegen 2035 het dubbele bedragen van het Amerikaanse bbp. De realiteit is dat de Verenigde Staten de controle over de wereld aan het verliezen zijn.

    Sterker nog, de opeenhoping van Amerikaanse handelstekorten heeft ertoe geleid dat de externe publieke en private schuld van het land dit jaar een ongekende hoogte heeft bereikt van 70 procent van het bbp. Stijgende rentetarieven zouden de VS kunnen dwingen tot aanzienlijke rentebetalingen aan de rest van de wereld, waaraan ze tot dusver enkel zijn ontkomen doordat ze de touwtjes van het mondiale financiële systeem in handen hebben. In dat licht moeten we dan ook het taboedoorbrekende voorstel van de trumpistische economen zien om belasting te heffen op de rente die wordt uitbetaald aan buitenlandse houders van Amerikaanse staatsobligaties. Alsof dat nog niet genoeg is wil Trump zijn land erbovenop helpen door zich Oekraïense mineralen toe te eigenen – en Groenland en Panama op de koop toe.

    ‘Trump is in feite niets meer dan een gedwarsboomde koloniale machthebber’

    Vanuit historisch oogpunt bezien is het opmerkelijk dat het enorme Amerikaanse handelstekort, dat tussen 1995 en 2025 jaarlijks gemiddeld zo’n 3 tot 4 procent van het bbp bedroeg, maar één precedent kent voor een economie van een dergelijke omvang: het is ongeveer het gemiddelde handelstekort van de grote Europese koloniale machten (het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Nederland) tussen 1880 en 1914. Het verschil is dat deze landen over enorme buitenlandse activa beschikten, die zoveel rente en dividenden opleverden dat ze hun handelstekort ruimschoots konden financieren, terwijl ze tegelijkertijd hun buitenlandse vorderingen konden blijven uitbreiden.

    Trump is in feite niets meer dan een gedwarsboomde koloniale machthebber. Hij wil dat de Pax Americana, net als die van Europa in het verleden, door de rest van de wereld dankbaar met subsidies wordt gecompenseerd, zodat hij voor altijd van zijn tekorten af is. Het probleem is alleen dat de macht van de VS al tanende is en dat de tijd zich niet langer leent voor deze brute en ongebreidelde vorm van kolonialisme. Trump lijkt niet te beseffen dat de Verenigde Staten in 1945 wereldleider zijn geworden dankzij de breuk met de Europese koloniale orde en de invoering van een ander ontwikkelingsmodel, gebaseerd op het democratische ideaal en een aanzienlijke onderwijskundige voorsprong op de rest van de wereld. Daarmee ondermijnt hij het morele en politieke prestige waarop dat wereldleiderschap is gebouwd. 

    Een nieuwe Europese economie

    Hoe moet Europa op deze teloorgang reageren? Allereerst door zich op de zuidelijke landen te richten met het voorstel tot een nieuw sociaal en ecologisch multilateralisme te komen ter vervanging van het liberale multilateralisme, dat ten dode is opgeschreven. Europa moet zich eindelijk achter een ingrijpende bestuurshervorming van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank scharen, zodat kan worden afgestapt van het huidige censuskiesrecht en landen als Brazilië, India en Zuid-Afrika de plaats krijgen die ze toekomt. Als Europa de kant van de VS blijft kiezen in een poging dit onomkeerbare proces te stoppen, zullen de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) onvermijdelijk een parallelle internationale architectuur opbouwen, onder leiding van China en Rusland.

    Als Sub-Saharaans Afrika de afgelopen decennia van betere handelsvoorwaarden had kunnen profiteren, had het kunnen investeren in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg. In plaats daarvan behelpen de regeringen daar zich manmoedig met een schrijnend gebrek aan middelen: amper tweehonderd euro per jaar, uitgedrukt in koopkrachtpariteit, voor een leerling in het lager en middelbaar onderwijs, terwijl elk kind in het Noorden op veertig tot vijftig keer meer kan rekenen (achtduizend euro in Europa, tienduizend in de VS).

    Ook heeft Europa in 2024 een ernstige fout gemaakt door zich te verzetten tegen het voorstel voor fiscale rechtvaardigheid dat Brazilië bij de G20 had ingediend en door tegen een raamwerkverdrag voor eerlijke belastingheffing binnen de VN te stemmen, wederom samen met de Verenigde Staten, zodat de OESO en de kring van rijke landen de controle konden houden over kwesties die als te belangrijk werden beschouwd om aan armere landen over te laten.

    ‘Europa moet eindelijk zijn rol in het wereldwijde gebrek aan handelsevenwicht erkennen’

    Europa moet eindelijk zijn rol in het wereldwijde gebrek aan handelsevenwicht erkennen. Het is gemakkelijk om kritiek te uiten op de objectief buitensporige handelsoverschotten van China, dat – net als het Westen destijds – zijn machtspositie benut om lage prijzen te bedingen voor grondstoffen en de wereld te overspoelen met industriële goederen. Toch profiteert de Chinese bevolking hier nauwelijks van; zij zou meer gebaat zijn bij hogere lonen en een degelijke sociale zekerheid.

    Ook Europa neigt in feite naar onderbesteding en onderconsumptie binnen zijn eigen grenzen. Tussen 2014 en 2024 kende de Verenigde Staten een gemiddeld jaarlijks handelstekort (goederen en diensten) van ongeveer 800 miljard dollar. In dezelfde periode boekte Europa een gemiddeld overschot van 350 miljard dollar – bijna evenveel als China, Japan, Zuid-Korea en Taiwan samen (450 miljard). Wil Europa daadwerkelijk bijdragen aan een sociaal en ecologisch rechtvaardiger ontwikkelingsmodel, dan zal er veel meer nodig zijn dan de extra militair-budgettaire investeringen van Duitsland of de minimale CO₂-grensheffingen die momenteel worden overwogen.

    8 min
  • Het Westen verveelt zich dood

    Ons politiek nihilisme is de vrucht van de verpletterende verveling en geestelijke leegte van onze moderne maatschappij. Burgers weten zich geen raad met de vrijheid en overvloed die door eerdere generaties tot stand is gebracht.

    Stel dat Schopenhauer gelijk heeft en het leven één voortdurende slingerbeweging is tussen pijn en verveling. De enorme materiële overvloed van de rijke geïndustrialiseerde samenleving heeft weliswaar een pijnstillende werking (er is simpelweg minder fysieke pijn dan vroeger, toen we nog geen fluoride, geen anesthesie en geen zittend leven hadden), maar de oplossing van het ene probleem lijkt het andere alleen maar te verergeren. In plaats van pijn lijden we nu aan verveling, dé kenmerkende gemoedstoestand van het moderne leven. Die verveling is een direct gevolg van overvloed: een onuitputtelijke stroom ‘videocontent’ of chocoladetaart of eender wat voor snoepgoed en verwennerij kan geen blijvende voldoening geven. Op den duur krijg je overal een keer genoeg van, en dan moet je op zoek naar je volgende kick.

    Volgens Schopenhauer komt verveling voort uit ‘botheid van geest’, uit de ‘innerlijke leegte’ die een mens doet ‘smachten naar prikkels van buitenaf’, naar alles wat afleiding schenkt en de tijd kan doden. Een man die in weelde baadt maar niet beschikt over de intellectuele gaven om verveling uit te bannen ‘zou beter af zijn als de armoede hem wat te doen had gegeven’. Is het toeval dat zo veel jonge miljardairs in een gênante midlifecrisis belanden? Het probleem met ‘het bezit van vrije tijd’ is dat die tijd soms meer als een last dan als een geschenk gaat voelen, zowel voor de bezitter als voor de samenleving. Vrije tijd ‘brengt gevaren met zich mee’.

    Overtollige mensen met overtollige tijd zijn zelden een recept voor maatschappelijke stabiliteit. Vandaar dat de Romeinen hun stadsbevolking voorzagen van brood én spelen. Vandaar dat de protestantse hervormers zo’n felle strijd voerden tegen ledigheid, om te voorkomen dat de armen ten prooi vielen aan de verlokkingen van de duivel. Maar materiële vooruitgang brengt altijd een potentieel teveel aan vrije tijd met zich mee. ‘Minstens even belangrijk als het grote probleem van werk’, schreef de Amerikaanse filosoof Alfred H. Lloyd in de jaren twintig van de vorige eeuw, is een probleem dat ‘om nadere beschouwing schreeuwt en iedereen opvalt die er de ogen voor opent en ze er niet koppig voor gesloten houdt: het probleem van de vrije tijd’. Vrije tijd kan een bedreiging voor de maatschappelijke orde vormen als mensen niet in staat zijn hun besteding ervan in goede banen te leiden. Daarom was John Dewey ook van mening dat een ‘waarlijk democratische samenleving’ in de moderne tijd ook een ‘zinvolle vrijetijdsbesteding voor iedereen’ moet garanderen.

    ‘Overtollige mensen met overtollige tijd zijn zelden een recept voor maatschappelijke stabiliteit’

    Conservatieve critici hebben dat ideaal altijd afgedaan als luchtfietserij. ‘Het is bespottelijk om te denken dat als mensen maar vijftien of twintig uur per week werken, ze in hun vrije tijd in de weer zullen gaan met een brok marmer of een partituur’, schrijft Richard Posner. ‘Als ze geen consumptiegoederen en diensten hadden om hun tijd mee te vullen, zouden ze vechten, stelen, te veel eten en drinken en uitslapen.’ Los van de maatschappelijke functie van werk is het ook een noodzakelijk kwaad. Zonder zo’n overloopvat om de tomeloze hartstocht en de overtollige energie van mensen op te vangen zou de beschaving snel tot barbarij vervallen.

    Weinig standpunten zijn zo lang en zo consequent door de elite gehuldigd, en dat is niet zo gek. In de satirische middeleeuwse boerenutopie Luilekkerland of Cocagne, een land ‘sonder arbeit ende sonder pijn’, kon je met een uur slapen een stuiver verdienen en met drie keer boeren ‘oft eenen harden scheet te laten’ een hele daalder. In het Amerikaanse volksliedje Big Rock Candy Mountains wordt gejubeld dat ‘they hung the jerk that invented work’ en ‘little streams of alcohol come a-trickling down the rocks’. Toen in Groot-Brittannië de industrialisatie goed op gang kwam, was het aantal nationale feestdagen door de autoriteiten in 1834 van zeventien teruggebracht naar vier. Vrije dagen verleidden de mensen immers maar tot allerhande zedeloos gedrag, variërend van volkssporten als ‘hanenwerpen’ tot liederlijke dronkenschap. Zoals ook duidelijk geïllustreerd werd door de onuitroeibare traditie van ‘Blauwe Maandag’, of ‘Sint Maandag’ in het Engelse taalgebied, de dag waarop arbeiders met een weekendkater hun werk verzuimden.

    Deze arbeiders beschikten niet over de financiële armslag van de rijke man die volgens Schopenhauer beter af zou zijn als de armoede hem wat te doen had gegeven, maar ook hun vrije tijd bracht gevaren met zich mee. Of het onvermogen om de vrije tijd nuttig te besteden nu leidde tot verveling en geestelijke leegte onder de rijken of tot driftige buien van genotsbevrediging onder het ‘klootjesvolk’, de wortel van het probleem is dezelfde. Te veel vrije tijd, te veel verveling maakt mensen licht vatbaar voor oplichters, volksmenners en hun eigen lage driften.

    De zoektocht naar identiteit

    In de ruim tien jaar dat ik nu schrijf en nadenk over werk en de opofferingskosten daarvan in de moderne tijd, heb ik het ‘probleem van de vrije tijd’ meestal alleen terloops aangestipt, vooral omdat ik hoopte dat het wel oplosbaar is. Maar de huidige politieke situatie in de Verenigde Staten (en in sommige andere geïndustrialiseerde democratieën) vraagt om nadere bezinning en kan niet volledig worden begrepen zonder het probleem van verkeerd bestede vrije tijd mee te wegen. Niet alleen is het aantal gewerkte uren gaandeweg steeds verder gedaald, maar het meeste werk (al die ‘niet-onmisbare’ functies) kan mensen ook niet meer zo veel zingeving verschaffen als vroeger. Uit een peiling van Gallup blijkt dat ‘werknemers in de VS zich steeds minder verbonden voelen met hun werkgever, lagere verwachtingen koesteren, minder voldoening putten uit hun organisatie en minder voeling hebben met de missie en doelstellingen daarvan’.

    Die trends onderstrepen hoe belangrijk het is dat vrije tijd voorziet in alle behoeften en verlangens die maken dat wij mensen zijn en niet slechts ‘aangeklede apen’, zoals C.S. Lewis het noemde. Maar het is geen geheim wat de meeste mensen met hun vrije tijd doen. Verslavende, sensatiebeluste en onbenullige media en amusementsvormen zijn doorgedrongen in alle uithoeken van het leven in de eenentwintigste eeuw, tot de werkvloer aan toe. Veel van dat amusement speelt natuurlijk in op de essentiële behoefte van de moderne mens: het blijvende verlangen naar iets wat ontzag en verwondering inboezemt, naar een gevoel van stralende genade, de ervaring van het sublieme in een onttoverde wereld.

    ‘het meeste werk […] kan mensen ook niet meer zo veel zingeving verschaffen als vroeger’

    Waar we nu mee kampen, zijn de gevolgen van deze combinatie van ontwikkelingen. Valse romantiek is sterk in opkomst bij hoogopgeleide jonge conservatieven, die zijn grootgebracht met de gedachte dat ze ertoe doen en nu tot de ontdekking komen dat er eigenlijk geen behoefte aan hun diensten bestaat. En een theatraal idealisme is het grote euvel van veel te veel hoogopgeleide linkse jongelui, die de historische overwinningen van eerdere progressieve generaties vaak dunnetjes over willen doen, ook al is die buit grotendeels allang binnen. Maar het resultaat dat voor de politiek het meest relevant is, is misschien dat politieke partijen uit de mode zijn en online massabewegingen zeer in trek. Hoe klein dat verschil ook lijkt, het gaat diep. Niet iedereen die als Republikein geregistreerd staat, zal zich meteen aansluiten bij een gewelddadige opstand of juichen als de pijlers van de Amerikaanse rechtsorde worden ontmanteld. Niet iedereen die op de Democraten stemt, wordt daarmee op slag een activist voor intens impopulaire maatschappelijke hervormingen. Daar is meer voor nodig.

    Zowel de MAGA-stroming als de intolerante, autoritaire equivalenten ter linkerzijde vertonen veel kenmerken van de massabeweging van ‘ware gelovigen’ zoals die begin jaren vijftig door de havenarbeider annex filosoof Eric Hoffer getypeerd werd. Beide stromingen zijn natuurlijk een afspiegeling van bredere sociaaleconomische ontwikkelingen, die variëren van verstoringen in de arbeidsmarkt en groeiende ongelijkheid tot dalende sociale mobiliteit en een ‘hoogopgeleiden-overschot’. Maar belangrijker is dat beide stromingen hun achterban bespelen via die kanalen en bezigheden die de meeste vrije tijd en aandacht van mensen opslurpen. Als er één ding is dat de maatschappelijk meest schadelijke achterbannen van onze tijd verenigt, is het dat ze allemaal ‘erg online’ zijn.

    Massabewegingen gedijen net als sommige strenge religieuze sekten bij de zelfhaat van hun volgelingen. Dat zijn mensen die zichzelf niets te bieden hebben. Als ze in zichzelf kijken, vinden ze slechts leegte. De gemiddelde volgeling is niet alleen gefrustreerd door zijn levensomstandigheden, maar ook murw van verveling en ontevreden over zichzelf. In zijn werk, zijn sociale leven en zijn privésituatie vindt hij volop bewijzen van zijn machteloosheid, dus zoekt hij een nieuwe identiteit voor zichzelf in het lidmaatschap van de beweging. Ineens hoort hij ergens bij.

    ‘Wie zelf weinig gepresteerd heeft, beroept zich vaak op de prestaties van zijn land’

    De concrete boodschap van de beweging is bijzaak. De ongewenste eigen identiteit kan men afschudden door bij zichzelf een of andere geestelijke stoornis vast te stellen (die zelfdiagnose is een groeiende trend op sociale media) en zo toe te treden tot een nieuwe gemeenschap van lotgenoten. Door zichzelf weg te cijferen ten opzichte van historisch onrecht. Door zich een nieuwe identiteit of godsdienst aan te meten. Of door trouw te zweren aan een charismatische leider die belooft de instanties op de schop te nemen die jouw ontplooiing zogenaamd in de weg hebben gestaan. Dit gedrag tref je doorgaans niet aan onder mensen die zelf een gezonde en verrijkende invulling aan hun ongeregimenteerde vrije tijd geven.

    Dat het inhoudelijke programma van de beweging van ondergeschikt belang is, levert ironische situaties op. De traditioneel ‘mannelijke’ beeldtaal van de MAGA-beweging lijkt velen aan te spreken; maar wat zijn zij die braaf achter de alfafiguur van de grote leider aanlopen anders dan gedweeë meelopers? Veel aanhangers klagen over economische ongelijkheid, maar zijn zelf bepaald niet berooid. Wie echt straatarm en wanhopig is, heeft tijd noch middelen om af te reizen naar partijbijeenkomsten, aan opstanden mee te doen of memecoins en ander waardeloze merchandising te kopen. Die kan zich niet de uitrusting veroorloven om in het weekend soldaatje te spelen.

    Ook het nationalistische karakter en de hersenloze destructiedrang van de beweging zijn kenmerkend. Wie zelf weinig gepresteerd heeft, beroept zich vaak op de prestaties van zijn land. ‘Wanneer we ons ik afzweren en opgaan in een compact geheel, doen we niet alleen afstand van ons individueel gewin, maar ook van onze individuele verantwoordelijkheid’, schreef Hoffer. ‘Wanneer we onze individuele onafhankelijk verruilen voor het groepsgevoel van een massabeweging, vinden we daarin een nieuwe vrijheid: de vrijheid om zonder wroeging of schaamte te haten, intimideren, liegen, martelen, moorden en verraden.’

    Een nieuwe vrijetijdsethiek

    Krijgen de oude puriteinse zedenmeesters dan toch gelijk? Misschien, maar alleen omdat zij ons een selffulfilling prophecy hebben nagelaten. Een samenleving die zo doortrokken is van het protestantse arbeidsethos en zo in het teken staat van het najagen van individueel succes, is niet in staat om zijn burgers op een ander soort leven voor te bereiden. 

    Terwijl onze eigen wijsgerige traditie toch oplossingen te over biedt voor het probleem van de vrije tijd, of die nu de nadruk leggen op het belang van vriendschap (Epicurus), bezinning (Aristoteles) of het dienen van de publieke zaak ‘met oog voor de ander’ (Cicero). Deze essentiële menselijke kwaliteiten zijn danig uitgehold, resulterend in een tijdperk van eenzaamheid, achteloosheid en opgeklopt groepsdenken. Maar met genoeg vrije tijd en bewuste benutting daarvan kunnen ze in ere worden hersteld. Demagogen, complottheorieën en sekteleiders zullen er altijd zijn, maar ze krijgen geen vat op een volk dat in zichzelf vervulling vindt.

    Een gezonde relatie met onze vrije tijd krijgen we niet vanzelf. Dat vereist een ethiek van de vrije tijd, en net als de deugdethiek van Aristoteles moet die ons waarschijnlijk met de paplepel worden ingegoten. Alleen door diepgaande en aanhoudende gewenning leert een mens gaandeweg onderscheid te maken tussen kunst en amusement, tussen lagere en hogere geneugten, tussen het prikkelende en het sublieme. Zij die dit onderscheid ontkennen, zijn van dat idee niet af te brengen, want zij behoren niet tot de ingewijden. Zij weten niet waarover ze spreken.

    ‘Alleen door diepgaande en aanhoudende gewenning leert een mens gaandeweg onderscheid te maken tussen kunst en amusement’

    Het leren waarderen van de meer verrijkende bronnen van zelfontplooiing vergt tijd en zelfdiscipline. Maar een complete entertainmentbranche is er louter op gericht ons van dat rechte pad af te brengen. Vanaf een bepaald moment kreeg onderwijs niet langer tot doel om te streven naar het vormen van evenwichtige burgers met een rijk geestelijk leven, politiek inzicht en geestelijke of emotionele zelfstandigheid, zoals Dewey ooit hoopte. Het doel is nu alleen nog om in een tijd van aanhoudende technologische veranderingen de voorraad ‘menselijk kapitaal’ voor onze economie op peil te houden.

    Enkele jaren geleden werd alle leerlingen nog op het hart gedrukt dat ze moesten ‘leren programmeren’, ongeacht of daar hun interesse lag. Maar nu krijgen we te horen dat juist op dit vlak de grote taalmodellen al veel beter zijn. Zal een deel van de voor bèta-onderwijs gereserveerde miljarden alsnog opzijgezet worden om de geesteswetenschappen te redden, de vakgebieden bij uitstek waarvan de waarde niet volledig van onvoorspelbare macro-economische ontwikkelingen afhankelijk is? Ik zou er maar niet op rekenen.

    De grootsheid van Amerika heeft een samenleving voortgebracht waarin de burgers zich geen raad weten met de vrijheid en overvloed die door eerdere generaties tot stand is gebracht. We zijn er nu getuige van hoe deze erfenis wordt verkwanseld, en dat schouwspel is nog vunziger en stompzinniger dan gedacht.

    16 min
  • Meinummer | Smeltende talen

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Erven wordt bijna net zo belangrijk als werken

    » Het belang van onderwijs in eigen taal 

    » Een telescoop als een kathedraal

    Schatkamers van wijsheid

    Op zoek naar tegenwicht tegen ‘de afbraak der beschaving’ kwam de film van Xavier Lefebvre over de herrijzenis van de zes jaar geleden door brand verwoeste Notre-Dame dicht in de buurt. Hij laat zien hoe vaklieden eikenbomen met middeleeuwse handbijlen tot balken hakken. Hoe meer dan 1000 kubieke meter kalksteen op zijn plaats wordt gehesen, uitgebeiteld tot springende bogen en grijnzen­de waterspuwers, en hoe 4000 vierkante meter lood wordt gerold, geplooid en warm – en dus nog kneedbaar – op het houten gerestaureerde dak­gebinte wordt aangebracht. Met elke klap op een koperen nagel stijgt het respect voor waartoe de menselijke soort ook in staat is. 

    Met de nadruk op ‘ook’, omdat het tegenovergestelde, de opzettelijke vernieling van verworven­heden, steeds meer op de loer ligt. Niet alleen oorlogen en vlammenwerpende mogendheden zijn daar schuldig aan. Als gevolg van klimaatverandering verdwijnt bijvoorbeeld in Scandinavië een ­eeuwenoude en eindeloze schat aan woorden, samen met de landschappen waar ze uit voortkomt. Weggesmolten zoals de sneeuwkappen die ermee werden beschreven. Daar treuren de rendierhouders niet om, het gaat hen om het verlies van diepgewortelde kennis die generaties lang is doorgegeven. 

    Hier en daar wordt er werk van gemaakt om die ‘schatkamers van wijsheid’ te behouden

    Hier en daar wordt er werk van gemaakt om die ‘schatkamers van wijsheid’ als belangrijk onderdeel van de sociale en culturele geschiedenis te behouden. Op Hawaï spreken dankzij taalprogramma’s voor jongere generaties weer veel meer mensen Hawaïaans, en op het Japanse eiland Okinoerabu zijn schoolprojecten gestart in het Shimamuni. In Mexico-Stad biedt de gemeente sinds kort onderwijs in Náhuatl aan op openbare scholen. Deze 1500 jaar oude taal van de Azteken wordt nog steeds gesproken door ongeveer 1,5 miljoen mensen. Hun tomatl is onze tomaat, chocolade komt van chocolatl, avocado van ahuacatl, en zo zijn er nog meer inheemse woorden die tot het dagelijks gebruik zijn gaan behoren. 

    Tegelijkertijd verschijnen er nieuwe woorden, is er straattaal en zijn er uitdrukkingen uit de popcultuur die trends worden, zoals de ‘innies’ en ‘outies’ uit de serie Severance. Die zouden voor een tijdgeest staan waarin het on- en offlineleven, werk en privé, afzonderlijk bestaan in één persoon. Omdat het anders voor sommigen moeilijk vol te houden is. Dan kennen ze de ‘vriendschapsbankjes’ zeker niet, waar ze een luisterend oor kunnen vinden van getrainde notre-dames met veel levenswijsheid. Dit ­Zimbabwaanse initiatief is de kathedraal niet, maar biedt met minder gewicht toch tegenwicht.

    Katrien Gottlieb

    [email protected]

    4 min
  • De ontwrichtende kracht van lachen

    Een antropoloog verkent het fenomeen lachen, dat veel complexer blijkt dan een simpele uiting van vreugde. Soms is het een ongewenste impuls – juist wanneer stilte is vereist.

    Toen ik klein was, overkwam het me nogal eens dat ik onbedaarlijke lachbuien kreeg. Als ik eenmaal begon te lachen, vond ik het heel moeilijk om te stoppen. Dat was vooral een groot probleem in situaties waarin ik niet hoorde te lachen, maar de drang om te lachen zo overweldigend werd dat ik al snel de bijnaam Giggling Gertie kreeg.

    Een van de beste beschrijvingen die ik van dit fenomeen heb gezien is de giggle loop. Deze uitdrukking werd bedacht door een personage genaamd Jeff in de Britse sitcom Coupling uit de beginjaren van dit millennium.

    ‘Eigenlijk is het als een feedbackloop,’ zegt Jeff. ‘Je bent ergens waar het stil is. Er zijn mensen. Het is een plechtige gelegenheid: een bruiloft. Nee! Het is een minuut stilte voor iemand die is overleden. Plotseling, uit het niets, komt de gedachte in je op: het ergste wat ik zou kunnen doen tijdens een minuut stilte is lachen. En zodra je dat denkt, ga je al bijna lachen – automatische reactie!’

    Er is niets zo leuk als verstrikt raken in een giechelloop, waarbij de drang om te lachen zich opbouwt totdat je je niet meer kunt inhouden. Pas dan realiseer je je vaak dat lachen een nogal vreemd fenomeen is. Hoewel we lachen meestal zien als een reactie op iets grappigs, is lachen soms bepaald geen lachertje!

    In het ideale geval is lachen iets wat we delen

    Omdat ik een antropoloog ben die gespecialiseerd is in gezondheid en geneeskunde, behoort lachen niet echt tot mijn vakgebied – tenzij je de opvatting onderschrijft dat lachen het beste medicijn is. Mijn interesse in het onderwerp is eerder persoonlijk van aard, niet alleen vanwege mijn verleden als Giggling Gertie, maar ook omdat het helemaal niet zo eenduidig werkt als het lijkt.

    In het ideale geval is lachen iets wat we delen. Volgens antropoloog Munro Edmonson is lachen sociaal; het nodigt uit tot een soortgelijke reactie. Lachen werkt inderdaad aanstekelijk: als we iemand horen lachen, gaan we vaak zelf ook lachen of op zijn minst glimlachen, een effect dat consequent wordt aangetoond door psychologisch onderzoek. Zo zijn we beland bij het van tevoren opgenomen gelach in sitcoms, het zogeheten canned laughter. Filmstudio’s realiseerden zich dat hun shows door het geluid van gelach af te spelen grappiger overkwamen op het publiek, zodat ze ook een zekere controle hadden over de momenten waarop mensen lachten.

    Maar lachen wordt een heel ander verhaal als je de enige bent die lacht. Denk aan het ongemakkelijke gegrinnik van actrice Natalie Portman na een slechte grap tijdens haar toespraak bij de Golden Globe Awards in 2011. Haar lach, die slechts vier seconden duurde, werd al snel het onderwerp van eindeloze loopingvideo’s. Zoals cultuurwetenschapper Fran McDonald laat zien in haar analyse van het incident, ‘lijkt lachen zonder humor van ons robots, griezelige mensen en monsters te maken’.

    Luchtstroom

    Volgens Edmonson is het centrale kenmerk van lachen aspiratie: we laten een krachtige luchtstroom vrij als we lachen. Maar lachen wordt ook gekenmerkt door herhaling. Sterker nog, gezien de buitengewone variatie in de geluiden die mensen maken als ze lachen, is herhaling datgene wat lachen universeel herkenbaar maakt. Daarom geven schrijvers lachen ook weer als ‘hi-hi-hi’, ‘ha-ha-ha’ en ‘ho-ho-ho’ (tenminste als je de Kerstman bent). En dat herhalende zie je niet alleen terug in de Engelse transcriptie. Edmonson merkt op dat lachen in het Russisch wordt weergegeven als xe, xe, xe [che, che, che]; in Tzotzil – een Maya-taal die in Mexico wordt gesproken – is het ’eh ’eh ’eh.

    We begrijpen niet precies waarom we dit geluid maken als we lachen. Toen de negentiende-eeuwse bioloog Charles Darwin de biologie van gevoelens onderzocht in The Expression of the Emotions in Man and Animals, schreef hij: ‘Waarom de geluiden die de mens maakt als hij blij is het eigenaardige herhalende patroon van lachen hebben, weten we niet.’ De reactie lijkt zich echter al voor te doen voordat ons gedrag is beïnvloed door de ons bijgebrachte cultuur: bij baby’s van 4 maanden oud is er al sprake van herkenbaar lachen.

    Mensapen reageren op bijna dezelfde manier als mensen wanneer ze gekieteld worden

    Lachen is ook niet uniek voor mensen. Mensapen reageren op bijna dezelfde manier als mensen wanneer ze gekieteld worden. Omdat chimpansees, bonobo’s, enzovoort een ander spraakkanaal en andere stembanden hebben dan mensen, klinkt het bij hen meer als een hond die hijgt of een persoon die een astma-aanval of energieke seks heeft. Deze primatengeluiden hebben echter hetzelfde ‘eigenaardige herhalende karakter’ dat Darwin bij mensen vaststelde. Daarom wordt lachen door wetenschappers omschreven als een soortoverschrijdend fenomeen.

    Maar hoewel je in het spel van andere primaten duidelijk gelach kunt onderscheiden, is het onduidelijk of ze gevoel voor humor hebben. Recent onderzoek heeft aangetoond dat ze in staat zijn om te plagen door middel van non-verbaal gedrag. Maar, zoals evolutionair psycholoog Robert Provine opmerkte, ‘er is geen bewijs dat ze op ogenschijnlijk humoristisch gedrag – hun eigen gedrag of dat van anderen – reageren met lachen’.

    Betekenis geven aan lachen lijkt typisch menselijk te zijn.

    Geen controle

    Hoewel lachen soms met opzet gebeurt, hebben we er vaak geen controle over, en dat zou  weleens de wijdverspreide Europees-Amerikaanse ambivalente houding ten opzichte van lachen kunnen verklaren. Volgens literatuurwetenschapper Sebastian Coxon komt een groeiende angst voor vrolijkheid duidelijk naar voren in de Europese geschiedschrijving van de late Middeleeuwen. Zo waarschuwde Desiderius Erasmus, degene die mensen adviseerde om ‘scheten te camoufleren met hoestbuien’, ook tegen ‘luid gelach en mateloze vrolijkheid’.

    Erasmus noemde met name het ‘hinnikende geluid dat sommige mensen maken als ze lachen’ een kwalijke zaak. En we hebben tegenwoordig nog steeds de neiging om ongeremd lachen te vergelijken met het geschreeuw van dieren: ‘huilen’ en ‘gieren’ van het lachen, ‘kraaien’ van plezier, enzovoort.

    Achter deze aanduidingen gaan pogingen schuil om lachen in het domein van de goede smaak en beleefde omgangsvormen te plaatsen, die sterk werden bepaald door geslacht en klasse. Zo wordt lezers in een etiquettegids uit 1860 met de titel The Ladies’ Book of Etiquette and Manual of Politeness: A Complete Hand Book for the Use of the Lady in Polite Society aangeraden om hun gelach tijdens een etentje te matigen, zodat het niet te hard of te zacht klinkt: ‘Besmuikt lachen wekt de indruk dat je de mensen om je heen uitlacht, en een luide, onstuimige lach is altijd ongepast voor een dame.’

    Er is niet alleen veel kritiek op hoe we lachen, maar ook op de dingen waaróm we lachen

    Er is niet alleen veel kritiek op hoe we lachen, maar ook op de dingen waaróm we lachen, zoals een vroeg negentiende-eeuws kunstwerk laat zien. Op Laughter, een ets van de Britse kunstenaar en sociaal commentator Thomas Rowlandson, is een man te zien die lacht om zijn kat, die getooid is met een muts en een mantel. Het bijschrift luidt: ‘Lachen is een van de plezierigste emoties en is moeilijk te verklaren, omdat de lachlust vaak wordt opgewekt door de eenvoudigste oorzaken, zoals het geval is bij de plattelander en zijn kat.’

    Hier wordt geïmpliceerd dat ‘onbeschaafde’ plattelanders geen gevoel voor stijl hebben en daarom gemakkelijk te amuseren zijn. (Voor de goede orde, ik ben net zo onbeschaafd, want ik zal katten afgebeeld met menselijke rekwisieten nooit niet-grappig vinden.)

    Humor en smaak

    Hoewel humor en smaak dus met elkaar in verband gebracht worden, is het toch vaak fysieke komedie die de meeste lachsalvo’s oplevert. Het is geen toeval dat de eerste komedie met wereldsucces The Gods Must Be Crazy was, waarvan de sublieme ‘Tati-achtige slapstick’ van New York tot Caracas en van Tokio tot Lagos bezoekers trok, ondanks het feit dat de film door filmrecensenten alom werd veroordeeld als apartheidspropaganda.

    Scenarioschrijvers voorspellen al lange tijd dat fysieke humor steeds prominenter zal worden in Hollywood-komedies omdat die ‘dialoog en zelfs de meeste culturele verschillen overstijgt’ en films steeds meer een wereldwijde markt moeten aanspreken om gegarandeerd winst op te leveren. (Voor zover ik kan zien bestaat de toekomst van Hollywoodfilms voornamelijk uit Marvel-films en slapstickkomedies.)

    Dit verklaart ook het succes van shows als America’s Funniest Home Videos en Total Wipeout, die je kunt onderbrengen in het genre van de komische ongelukken. ‘Dit is ongelooflijk stom,’ zei ik altijd als mijn man naar het laatstgenoemde programma keek, waarin deelnemers belachelijke hindernisbanen aflegden in de hoop 10.000 pond te winnen en het publiek toekeek hoe ze herhaaldelijk door van alles werden geraakt, van allerlei dingen af vielen en op van alles terechtkwamen. En toch moest ik onwillekeurig lachen, ik kon er niets aan doen.

    Lachen verstoort het idee van een stabiel, coherent ik

    Zoals McDonald opmerkt, verstoort lachen het idee van een stabiel, coherent ik, zoals je kunt zien aan uitdrukkingen als ‘stukgaan of barsten van het lachen’. Bovendien betekent ongeremd lachen niet alleen een gebrek aan zelfbeheersing; het kan ook politiek gevaarlijk zijn. Literatuurhistoricus Joseph Butwin schrijft over ‘opruiend lachen’ als een wapen van de onderdrukten dat kan dienen om hiërarchieën en machtsverhoudingen te destabiliseren.

    Uiteindelijk is het duidelijk dat lachen iets heel vreemds is. Het is van alle menselijke uitingen tegelijkertijd de meest sociale en de meest ontwrichtende, een uitdrukkingsvorm die sociale structuren en regels verstoort. In gepaste situaties met anderen lachen werkt misschien bindend, maar onverwacht, eigengereid lachen brengt barsten aan het licht en laat zien dat we niet precies zijn wie we denken dat we zijn.  

    12 min
  • Niet iedereen in het Globale Zuiden is rouwig om de teloorgang van USAID

    Volgens de Keniaanse opinieschrijver Patrick Gathara heeft ontwikkelingshulp altijd in dienst gestaan van een wereldwijd koloniaal systeem. De implosie van deze bedrijfstak, waar de ontmanteling van USAID een voorbeeld van is, biedt de kans om een ​​nieuwe wereldorde te scheppen met meer onafhankelijkheid en gelijkheid.

    De bliksemcampagne van Donald Trump tegen het US Agency for International Development (USAID) heeft deze organisatie, die als ‘grootste donor ter wereld’ te boek staat, te gronde gericht. Aan de betrokkenen de ondankbare taak het internationale systeem voor ontwikkelings- en humanitaire hulp van de totale ondergang te redden. Velen betreuren de ernstige gevolgen van dit ongeëvenaarde besluit van de Amerikaanse president, die hierin overigens niet helemaal alleen staat, want ook andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, willen bezuinigen op ontwikkelingshulp.

    Ontwikkelingswerker Luca Crudeli, naar eigen zeggen sinds 2003 gepassioneerd bezig met zijn vak, schreef op LinkedIn dat hij gebukt gaat onder het gevoel ‘dat de morele kern van ons werk geruisloos uit onze handen glipt’ en onder het verontrustende besef ‘dat de humanistische essentie van ontwikkelingshulp zoek kan raken in een wirwar van contracten en strategische statistieken’.

    Maar die omschrijving van ontwikkelingshulp als iets essentieel humanistisch zal veel mensen in het Globale Zuiden nogal wrang in de oren klinken. Ongetwijfeld zijn veel ontwikkelingswerkers fatsoenlijke mensen met moreel besef die zich oprecht bekommeren om het welzijn van hun medemensen wereldwijd. Ook staat vast dat de hulpindustrie ervoor zorgt dat miljoenen mensen kunnen overleven.

    Desalniettemin is de essentie van ontwikkelingshulp altijd al veel minder humanistisch geweest dan de pleitbezorgers ervan beweren. In werkelijkheid is de hulpindustrie een instrument voor geopolitiek beheer geweest, een middel om wereldwijde ongelijkheid en de onttrekking van middelen die deze voedt in stand te houden in plaats van tegen te gaan. De afgelopen dagen, na de teloorgang van USAID, heeft deze realiteit steeds meer aandacht gekregen ​​– bewust of onbewust.

    Amerikaanse belangen

    Een verklaring van InterAction, een alliantie die ‘de stemmen van Amerika’s leidende humanitaire en ontwikkelingsorganisaties bundelt en versterkt’, maakte dat heel duidelijk. Deze organisaties, zo stond er vóór een haastige herschrijving, ‘werken onvermoeibaar om levens te redden en de Amerikaanse belangen wereldwijd te bevorderen’. Met de toevoeging dat de aanval op USAID ‘programma’s ter ondersteuning van Amerikaans mondiaal leiderschap’ heeft opgeschort en ‘gevaarlijke vacuüms heeft gecreëerd die China en onze tegenstanders snel zullen opvullen’. Klinkt dit ‘humanistisch’?

    Marina Kobzeva, die bijna twintig jaar als hulpverlener heeft gewerkt, schreef in een reactie hoe verschillend er op de verklaring is gereageerd. Collega’s uit het Globale Noorden repten van een ‘slechte formulering’ en ‘een oprechte vergissing’, terwijl die uit het Globale Zuiden een soort genoegdoening leken te voelen: ‘Eindelijk laten ze hun ware aard zien.’

    Goed beschouwd was de hulpindustrie een rechtstreeks vervolg op de ‘beschavingsmissie’ van het kolonialisme

    Het westerse humanitarisme is vanaf het begin nauw verbonden geweest met westers kolonialisme. Zo werd de Berlijnse Conferentie van 1884-1885, die de opmaat vormde voor de verovering van Afrika door Europa, als een humanitaire aangelegenheid gepresenteerd. En hoewel de eerste humanitaire organisaties werden opgericht om de gruwelijke gevolgen van conflicten in Europa aan te pakken toen wederopbouwprojecten na de Tweede Wereldoorlog op een lager pitje kwamen te staan, begonnen veel organisaties zich te roeren in het Globale Zuiden, waar ze het westerse hegemonisme actief ondersteunden.

    Goed beschouwd was de hulpindustrie een rechtstreeks vervolg op de ‘beschavingsmissie’ van het kolonialisme. Het weldoenersimago verdoezelt de uitbuitende natuur van het internationale systeem, en probeert de ergste excessen te verzachten zonder daadwerkelijk aan dat systeem te tornen. Feitelijk is er sprake van een symbiotische relatie. De hulpindustrie legitimeert wereldwijd op exploitatie gerichte handels- en bestuursstelsels, en wat die opleveren legitimeert weer het bestaan ​​van hulporganisaties.

    Structurele transformatie

    Hierdoor is de geracialiseerde wereldorde nauwelijks veranderd en blijft er diepe ongelijkheid bestaan, ondanks de groei van hulp- en ontwikkelingsorganisaties. Een onderzoek uit 1997 van het Amerikaanse Congressional Budget Office concludeerde dat buitenlandse hulp hooguit een marginale rol speelde in economische ontwikkeling en het menselijk welzijn, en die ontwikkeling zelfs kon belemmeren, afhankelijk van plaats en omstandigheden.

    Het is daarom niet verrassend dat nu de hulpsector bezig is om te vallen, sommige zogenaamde begunstigden daar niet zo rouwig om zijn. Heba Aly, voormalig directeur van het persbureau The New Humanitarian, merkte op dat tijdens een recente bijeenkomst ‘sommige activisten uit het Globale Zuiden zich minder zorgen maakten over bezuinigingen op hulp dan de donoren. Het zou hun eigen leiders misschien dwingen verantwoordelijkheid te nemen en niet langer afhankelijk te zijn van ondersteuning.’ Hieruit blijkt hoe hulpverlening fundamentele hervormingen van zowel mondiale als nationale systemen van koloniale exploitatie vervangt door liefdadigheid.

    ‘Als dit het begin is van het einde van hulp, moeten we ons richten op een structurele transformatie’

    De uitholling van westerse hulp zal ongetwijfeld tragisch en pijnlijk zijn. Sommige van ’s werelds meest kwetsbaren zullen lijden, velen zullen sterven. Dit aspect verdient een belangrijke plaats in discussies over de rechtvaardigheid of kwalijkheid van hulp in het algemeen. We moeten de wereld tegemoet treden zoals die is, niet zoals we willen dat die is, en al het mogelijke in het werk stellen om ongunstige effecten te verzachten.

    Maar dit is ook een kans om een wereld zonder ontwikkelingshulp op te bouwen. ‘Als dit het begin is van het einde van hulp,’ schrijft Aly, ‘moeten we ons richten op een structurele transformatie’: de hervorming van mondiale handels- en financiële systemen die ervoor hebben gezorgd dat de armsten hebben betaald voor de levensstijl van de rijken.

    Dat betekent niet dat we een Hobbesiaanse wereld krijgen zonder solidariteit. Wel een wereld waarin liefdadigheid geen dekmantel is voor onrechtvaardigheid. Het einde van hulp betekent idealiter ook het einde van ’ontwikkeling’, een verderfelijke ideologie die ervan uitgaat dat de ‘ontwikkelde wereld’, waarvan de welvaart stoelt op de ruïnering van andere samenlevingen en van de aarde, een voorbeeld is dat navolging verdient. We moeten werken aan een wereldorde die werkelijk humanistisch is.

    8 min
  • Zie het Lam Gods, maar waar is het?

    Het is het grootste mysterie in de geschiedenis van de Belgische kunst: waar is het in 1934 gestolen paneel van het Lam Gods verborgen? Bestaat het nog? Vlaanderen wil al jaren de ontknoping van dit detectiveverhaal weten.

    Iedereen wil het Lam Gods zien. De Franse revolutionairen en de hertog van Wellington, Hitler en Eisenhower, Jules Michelet en Albert Camus, koning Frederik III van Pruisen en zijn collega Jozef II uit het Heilige Roomse Rijk. Door de kunst en de geschiedenis is het altaarstuk, dat in opdracht werd gemaakt voor de kathedraal van Gent (waar het in gerestaureerde staat te bewonderen is), een van de beroemdste kunstwerken ter wereld.

    Deze 3,75 meter hoge polyptiek, bestaande uit vier vaste panelen en twintig beweegbare luiken, werd tussen 1424 en 1432 gemaakt door Hubert Van Eyck en zijn jongere broer Jan Van Eyck. Het Lam Gods is een meesterwerk van de westerse kunst vanwege zijn harmonie, ontwerp, voorstelling, lichtval en uitvoering, schreef historicus Jules Michelet erover. De jongste van de gebroeders Van Eyck, die de olieverftechniek perfectioneerde, voegde veel details toe, zelfs de maankraters op de maan, en bracht de mensen, dieren, bomen en bloemen die op dit altaarstuk rond Christus (het Lam) zijn afgebeeld tot leven. Het Lam offert zijn leven, gesymboliseerd door zijn bloed, en ziet hoe engelen, heiligen, geestelijken en notabelen naar hem toe komen om hem te aanbidden.

    Mysterie

    Behalve schoonheid bevat het werk ook veel mysterie. In de lucht boven de stad zijn bijvoorbeeld gezichten van mensen onderscheiden. Maar wie zijn het? Tijdens de restauratie werd op de kop van het lam een tweede paar oren ontdekt. Deze zouden het eerste paar in de zestiende eeuw hebben vervangen. Maar waarom?

    Historici wijzen ook op het voortdurende rondzwerven van het altaarstuk. In 1566 namen de calvinisten de macht over in Gent. Beeldenstormers wilden het werk van Jan Van Eyck vernietigen. Maar het werd op het laatste moment door de katholieken verborgen. Twee eeuwen later liet de burgemeester van Gent op verzoek van Jozef II de twee eikenhouten schilderijen met de afbeeldingen van Adam en Eva verwijderen, omdat de keizer deze te naakt vond. In 1794 brachten de revolutionairen het veelluik naar het Louvre, waarna Wellington het in 1816 persoonlijk terugbracht naar Gent. Via de ene verkoop na de andere belandde een deel ervan vervolgens in handen van de Pruisische koning Frederik III en daarna kwam het terecht in het Bode-Museum in Berlijn.

    Het is zo vaak rondgegaan dat het Lam Gods door de eeuwen heen het meest gestolen, verspreide en getransporteerde schilderij ter wereld is geworden. En het gaat niet alleen om oude geschiedenis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de overgebleven delen in Gent ingemetseld en in 1918 werden de overige panelen in Berlijn teruggevonden. De nazi’s namen het werk in beslag in 1940 en verstopten het in de zoutmijn van Altaussee in Oostenrijk. Toen de de nazi’s de zoutmijn vier jaar later wilden laten ontploffen, werd het altaarstuk gered door de Monuments Men, opgericht door de Amerikaanse generaal Eisenhower.

    De bisschop van Gent ontving een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd

    In 1940 hadden de Duitsers echter niet op het gehele altaarstuk de hand kunnen leggen. Er ontbrak een paneel, dat tot op heden mist. Toen kerkdienaar Van Volsem op 11 april 1934 de Sint-Baafskathedraal in Gent opende, ontdekte hij dat er twee panelen waren gestolen: het paneel met de afbeelding van de Rechtvaardige Rechters [binnenkant] en het paneel met de afbeelding van Johannes de Doper [buitenkant].

    De politie had weinig aanknopingspunten. Op de laatste dag van dezelfde maand ontving de bisschop van Gent echter een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd, ondertekend met de initialen D.U.A. De bisschop ging het gesprek aan en D.U.A. stuurde hem vervolgens een ticket voor een bagagedepot toe van het station Brussel-Noord. Ter plaatse overhandigde de medewerker van het bagagedepot een groot rechthoekig pakket aan de politie, waarin het paneel van Johannes de Doper zat. D.U.A. was dus geen oplichter. Maar toen de medewerker gevraagd werd naar het uiterlijk van de persoon die het pakket had achtergelaten, wist hij zich weinig te herinneren; hij omschreef hem als een man van in de vijftig met een sikje. Dat was alles.

    Nadat het eerste paneel was overhandigd, besloot de politie een stap verder te gaan en bood aan om op 14 juni via een tussenpersoon in Antwerpen het losgeld te betalen om het tweede paneel terug te krijgen. Ze stopten echter slechts vijfentwintigduizend frank in de envelop. De dief, woedend, overhandigde de Rechtvaardige Rechters niet en het onderzoek liep vast.

    Zijn geheim

    Eind november 1934, tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde vond een van de vreemdste feiten uit de hele zaak plaats. Nadat een man genaamd Arsène Goedertier een toespraak had gehouden, kreeg hij een hartaanval. Deze voormalige kerkdienaar en betrouwbare bankier uit Wetteren gaf op zijn sterfbed toe dat hij de enige was die wist waar het paneel met de Rechtvaardige Rechters zich bevond. Hij sprak de woorden ‘in mijn kantoor, sleutel, kast, map ziekenfonds…’, blies zijn laatste adem uit en nam zijn geheim mee het graf in. In de hoop meer te weten te komen ging men op zoek naar de bewuste map in Goedertiers kantoor. Er zat een envelop in met kopieën van de dertien losgeldbrieven, maar nergens was ook maar een spoor van het schilderij te bekennen…

    In 1939 verklaarde de rechtbank Arsène Goedertier als de dief van de schilderijen, maar het laatste woord was hierover nog niet gezegd. Zoals dat gaat, doen sindsdien allerlei theorieën de ronde. Er werd bijvoorbeeld beweerd dat het schilderij zich bevond in de grafkelder van Koning Albert I, die in februari 1934 was overleden. In 2018 kwamen sommigen met het idee dat er zich onder de Kalandebergstraat, een winkelstraat in Gent, een kleine tunnel bevond. Maar er zijn geen doorslaggevende bewijzen. In 1941 werd een bestelling geplaatst bij een kopiist, die het schilderij reproduceerde en een van de Rechtvaardige Rechters afbeeldde in de gedaante van koning Leopold III. Albert Camus laat een van de personages in zijn roman De val het originele paneel in een kledingkast verstoppen.

    Het verhaal eindigt hier niet. Caroline Dewitte, magistraat bij het parket van Gent en al twintig jaar verantwoordelijk voor de zaak van de Rechtvaardige Rechters, bevestigt dat er in oktober 2024 opnieuw een huiszoeking werd uitgevoerd in Oost-Vlaanderen. ‘Er waren wel degelijk aanwijzingen,’ benadrukt ze, ‘maar het schilderij is niet gevonden. Het Openbaar Ministerie doet altijd onderzoek als er geloofwaardige informatie binnenkomt. We willen geen deuren sluiten, enerzijds omdat het een belangrijk werk is en anderzijds om in toekomstig onderzoek duidelijk te kunnen maken dat een locatie al is gecontroleerd.’

    ‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken’

    ‘We hopen het nog steeds te vinden,’ zegt ze. ‘Er is geen bewijs dat suggereert dat het vernietigd is.’ Hoewel er bij het parket van Gent geen actief onderzoek loopt naar de zaak van de Rechtvaardige Rechters neemt het natrekken van aanwijzingen die door burgers of amateurspeurders worden doorgegeven ongeveer vijf procent van de werktijd van de magistraat in beslag. ‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken. Ik ben niet alleen. Er zijn twee agenten van de federale politie in Gent die ervaring hebben en meewerken aan het dossier.’

    De zaak is in Gent nog steeds springlevend. Naar aanleiding van de recente berichten over de huiszoeking in oktober heeft Dewitte nadere informatie ontvangen.

    In zijn invloedrijke werk The Story of Art beschrijft Ernst Hans Gombrich het ‘onvermoeibare geduld’ van Jan Van Eyck, waarbij hij detail na detail toevoegde om ervoor te zorgen dat zijn schilderijen de wereld om hem heen weerspiegelden. Dit is wat de Vlaamse schilderkunst onderscheidt van de Italiaanse. Op het Italiaanse schiereiland schilderden Brunelleschi en zijn collega’s – die de olieverfschilderkunst nog niet onder de knie hadden – de werkelijkheid na door middel van lijnen en perspectieven in plaats van minuscule details. Wie weet zal de opeenstapeling van aanwijzingen, details, verhoren, huiszoekingen en het onvermoeibare geduld van magistraten ons, in de geest van Jan Van Eyck, op een dag weer naar de Rechtvaardige Rechters leiden. 

    10 min
  • Aprilnummer | Vergrijzing

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Nanmoku, het bejaardste dorp in het bejaardste land

    » In Narva is ‘de Russische dreiging alom aanwezig’

    » Bashar Murad, een kunstzinnige queerstem tegen Israëlische agressie

    De dapperen

    Vrouwen die zich afkeren van patriarchale systemen, jongeren die geen kinderen meer willen omdat er te veel crises in de wereld zijn en mannen die steeds minder vruchtbaar worden. Onze verworvenheden van de afgelopen eeuw – betere scholing voor meisjes, meer beschikking over het eigen lijf – lijken zich evenals de slechte ontwikkelingen – pesticiden, stress, het klimaat – tegen ons te keren. De oplossing is in deze tijd ironisch te noemen: migratie. Spanje, waar premier Pedro Sánchez benadrukte dat er moest worden gekozen tussen open en welvarend of arm en afgesloten, wordt gezien als de best presterende economie van Europa of zelfs de wereld. Helaas vormt Spanje op dit gebied nogal een uitzondering in de westerse wereld.

    Geen wonder, aldus de Britse columnist Owen Jones, dat jonge mensen geen vertrouwen meer hebben in de democratie. In Frankrijk zou dat bijvoorbeeld al gelden voor een op de drie jongeren. ‘Mensen hebben alle reden om woedend te zijn, maar hun woede is op de verkeerde doelwitten gericht,’ aldus Jones. Als je het artikel uit Der Spiegel leest van Marc Pitzke, die als ‘buitenlander’ in New York getrouwd is met een zwarte man, wordt de woede heel invoelbaar, in dit geval tegen de uitsluiting van bepaalde bevolkingsgroepen. ‘Zodra je besluit dat één kwetsbare minderheid kan worden opgeofferd, werk je binnen een fascistisch gedachtegoed,’ aldus filosoof Judith Butler tegen El País.

    ‘Wees realistisch, denk het onmogelijke’

    Maar behalve migratie is er nog een remedie: hoop. ‘Wees realistisch, denk het onmogelijke’, schreef de Duitse filosoof Ernst Bloch. En daarvoor is moed nodig. Neem onafhankelijksstrijder Ramos-Horta, die er alles aan doet om Oost-Timor op de been te houden. Inmiddels is de jonge democratie sterk, zijn er serieuze verkiezingen en heeft het land binnen Azië een van de hoogste scores op het gebied van persvrijheid. Of neem Nobelprijswinnaar Narges Mohammadi, die zich al meer dan dertig jaar inzet voor iedereen van wie de rechten worden geschonden, en voor vrouwen in Iran in het bijzonder. Of Jineon Baek, die het decennia-oude sofaprobleem oploste, en daarmee bewees dat ‘simpele problemen soms onverwacht complexe oplossingen hebben’. Dat geldt andersom vast ook.

    Ook Gary Shteyngart had hoop, in zijn zoektocht naar het volmaakte pak. Uiteindelijk slaagt dit maatpak, dat hem overal heen vergezelt en met wiens (eet)voorkeuren hij graag rekening houdt, er zelfs in hem van zichzelf te doen houden. Ook leert hij wijze lessen, zoals: ‘Zesdraads is voor de dapperen’, een opmerking die hij niet helemaal begrijpt maar wel waardeert. Ik ook, want de dapperen verdienen iets bijzonders.

    Laura Weeda

    [email protected]

    4 min
  • Maartnummer | BYD

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Een gezonde democratie vraagt om aandacht
    » Zuid-Koreaanse 4B-beweging waait over naar de VS
    » Hoe een ecologische ramp in Oekraïne uitgroeide tot een natuurwonder

    Kruidje-roer-me-niet

    Wie gunt het de natuur nou niet, om zich weer in volle glorie te herstellen? Zoals het kruidje-roer-me-niet met de veelzeggende Latijnse naam Mimosa pudica, die wanneer het wordt aangeraakt (verlegen) de gelederen sluit om pas weer voorzichtig de blaadjes uit te slaan als het gevaar geweken is. Homo sapiens zou nog wat van de natuur kunnen leren, in plaats van haar een lesje te leren en met de grond gelijk te maken voor eigen financieel gewin. 

    In deze vechtende, competitieve wereld heeft het zin slim en adaptief te zijn in de strijd om te overleven. Zoals het ‘schaduwalarm’ dat planten – en waarom niet mensen – in staat stelt om snel te reageren op veranderingen in hun omgeving. 

    Biologen van de Universiteit Utrecht ontdekten in 2012 dat het moment dat twee buurplanten elkaar raken, een signaal geactiveerd wordt dat de groei omhoog stimuleert. (Multi-interpretabel om dat alarm op de grotemensenwereld toe te passen. No pun intended). In plaats van dat ze elkaar het leven onmogelijk maken. 

    Laat de natuur in naam van de enige echte heilige pachamama een rechtspersoon worden die de mens voor het gerecht sleept

    Maar als blijkt dat bepaalde ecosystemen en bomen op onze planeet al honderdduizenden tot tientallen miljoenen jaren bestaan en op de een of andere manier hun karakteristieke eigenschappen hebben behouden, ondanks dat ze grote veranderingen hebben ondergaan, waarom kunnen wij dat dan niet? Zonder elkaar te intimideren en te vernederen, de hersens in te slaan, uit te buiten, ga maar door – te veel wreedheden om op te noemen. 

    Laat de natuur in naam van de enige echte heilige pachamama (Moeder Aarde) een rechtspersoon worden die de destructieve mens voor het gerecht sleept. 

    Als dat niet werkt, is een collectieve hypnose wellicht een manier om vrede op en voor de aarde af te dwingen.

    Lukt ook dat niet, dan kan misschien een hypnotherapeut (met een cumlaudediploma) een tiental autocraten transnationaal induceren met de vraag zich te concentreren op een prettige herinnering, aan het grote Sovjetrijk, of aan de bevestiging van een vader die zijn zoon geen kluns vond, maar een uitstekende zakenman. 

    Daarna volgt de suggestie, wanneer de patiënt verteld wordt dat zijn megalomane ‘ambities’ een ernstige en helaas chronische vorm van PDS zijn en er niets anders op zit dan de rest van zijn termijn op een andere troon door te brengen. 

    Katrien Gottlieb

    [email protected]

    4 min

About Audio – 360 Magazine

From the publisher's feed

Het beste uit de internationale pers