
Sign up to save your podcasts
Or


Een zeer bezorgde moeder voorkwam uiteindelijk niet, dat Jenny van Dalen uit het ‘saaie’ Amersfoort verhuisde naar de Bijlmermeer. En dat gebeurde na een bezoek aan het Kwakoe festival, 40 jaar geleden. De Bijlmer werd de vervanger van die andere, echte wereldreis waarvan ze droomde. En ze had toen nog nooit in een metro gezeten.
Jenny belandde onder meer bij Betondruk, dat zeefdrukken maakte, werd bestuurslid van een welzijnsorganisatie en belandde in de wereld van rondleidingen, die ze nu al 25 jaar in de Bijlmer uitvoert. Ze werd in 2002 ook lid van een politieke partij in ons stadsdeel, Leefbaar Zuidoost genoemd, maar voelde zich als enige vrouw naast 5 mannen niet thuis bij al dat haantjes gedrag.
Ze stortte zich als vrijwilligster op de bejaarden, en dan vooral vrouwen die na het vertrek van de man verarmd achter bleven in een te grote woning en alleen nog aow hadden. De te hoge huur hield hen thuis en dus organiseerde Jenny een busje, dat vijf dagen per week de ‘oudjes’ naar leuke plekken brengt.
Een andere bekommernis werd de woningbouw, die te weinig huizen voor oudere, vaak alleenstaande mensen neerzet, want zij brengen de verhuurders te weinig geld op. En onderwijl houden ze dus te grote en te dure huizen bezet. Een andere ergernis is, dat in het winkelgebeuren, bijvoorbeeld op de Poort, te weinig nationaliteiten zichtbaar zijn. En dus doet zij haar boodschappen op de Javastraat in Oost en ze bezoekt ook geen Kwakoe meer, sinds dat festival entree ging heffen. Maar de Bijlmer blijft desondanks haar wereldstad, vanwege de ruimte, het groen en de fietspaden.
Via het Stadsarchief van Amsterdam belandde de nog altijd Leidse, afgestudeerde kunsthistorica Annet Zondervan in 1991 bij de Bijlmer Artotheek in Holendrecht. Ze werd de jongste bediende en was in 2000 de nieuwe directeur. En de Artotheek (kunstuitleen) kreeg een nieuwe naam: Centrum voor Beeldende Kunst ofwel CBK, eerst een gemeentelijke dienst van ons Stadsdeel, later zelfstandig. Ze verwierf zich een team waar ze trots op is en het centrum vaak jaren trouw bleef. Renske zit er al 25 jaar, Delano 20.
Het CBK groeide uit tot een belangrijk, sturend instituut, dat niet alleen kunst verhuurt, maar ook vele exposities inricht, grote bemoeienis heeft met het plaatsen van kunstwerken in de ruimte, zoals het Mandelabeeld, en sinds een aantal jaren een warme relatie heeft met het instituut voor beeldende kunst in Kumasi, hoofdstad van Ashantiland in Ghana. Dat brengt regelmatig een kunstenaar naar De Bijlmer, die hier een tijd verblijft in Heesterveld en een kunstwerk achterlaat. De beeldende kunst in Ghana is sinds zo’n 20 jaar booming, hoewel de overheid er weinig in investeert. En op hun beurt gaan er ook weer Nederlandse kunstenaars naar Kumasi cq Ghana.
De laatste jaren zoekt het CBK naar uitbreiding, zoals meer eigen ruimte en meer samenwerking met bijvoorbeeld het BijlmerParktheater en Imagine IC. Samen zetten ze het kunstproject Shebang op, waarmee velerlei activiteiten werden ontwikkeld in een leegstaand en binnenkort te slopen gebouw op Amstel 111. Doelstelling van Shebang is het dna van de Bijlmer op Amstel 111 in te weven: een gebied dat geheel uit kantoren bestond, maar onderwijl al flink gesloopt is terwille van torenhoge woningbouw. Er komen duizenden woningen plus wat parken en dat dna waarover Annet spreekt is de Afro-Caribische cultuur in de oude Bijlmer.
Bart, verzorger van bejaarden in Ebenhaezer, woont sinds 2004 in de Bijlmer, eerst gehuwd in een appartement op Ganzenhoef, later zonder vrouw neer gestreken in Holendrecht. Hij is er blij mee. De mensen zijn relaxt en het boerenland is dichtbij. Bart ontdekte in de Bijlmer en Holendrecht grootse (Surinaamse) feesten tot diep in de nacht, zoals in Grubbehoeve waar een woonkamer geheel was leeggehaald voor de party. Je betaalde entree en het feest liep knalhard door tot 5 uur in de ochtend. Bart is ook een fan van het Kwakoe-festival waar hij alle dagen komt, ondermeer vanwege de winti muziek, waarbij oudere dames in trance geraken.
Bart leidt een leven in de schaduw. Een leven dat om muziek draait, een eigen radiostation, om graffiti spuiten en zeker om ouwehoeren en dingen doen voor een betere wereld. “We roepen dat de wapenindustrie vernietigd moet worden, want die industrie doodt niet alleen, maar brengt ook geheime colonne’s en corruptie. We zijn van de Spaz (plezier) querilla: actie voeren zolang het leuk blijft.” En Bart vindt het onzin dat het Bijlmerpark werd omgedoopt tot Mandelapark.
Als afgestudeerd jurist kwam Jeroen Beker vanuit Maastricht naar de Bijlmer. Met z’n vriendin belandde hij via toevalligheden in Geldershoofd, op de achtste etage in een 4-kamerwoning. Geldershoofd was de voortzetting van Gliphoeve 1, het ‘verguisde’ flatgebouw dat begin jaren ‘80 geheel gerenoveerd was. Jeroen landde er in 1988 en was al snel thuis. Anno nu spreekt hij over de lichtheid van de Bijlmer en de mentale ruimte die er heerste. En omdat Jeroen een jurist was, werd hij al snel gevraagd de collectieve ruimten van de flat te leiden, waaronder een druk beklante bar. Hij bleek als stichtings voorzitter een dekmantel te zijn voor allerlei financieel gerommel. Na 1,5 jaar werd de stichting opgeheven.
Jeroen zou later in de Bijlmer nog diverse rollen vervullen, bijvoorbeeld bij de ramp van 1992. Samen met zijn maat Jan Zaal organiseerde hij drie weken lang de opvang voor de slachtoffers in de sporthal. Hij verhuisde in 1994 van huurflat Geldershoofd naar koopflat Groenhoven en vervolgens naar koopwoning Geerdinkhof: een route die vele Bijlmermeerders aflegden, en nog altijd doen.
Dit jaar wordt hij 65 en hoopt hij met z’n vriend te verhuizen naar Zuid-Frankrijk.
De uitbouw van de gemeente Amsterdam werd na de 2de wereldoorlog geregeld door de ambtelijke dienst Stadsontwikkeling. De dienst ontwierp nieuwe wijken/stadsdelen als Nieuw West, Buitenveldert en tenslotte de Bijlmermeer, start bouw in 1968. De Bijlmer was tevens het laatste project van de Amsterdamse stedenbouwers, die zich onder leiding van Cornelis van Eesteren manifesteerden als dienaars van het functionalisme, een architectenstroming die zich vanaf de 1ste wereldoorlog in Europa manifesteerde. Ze voerden een strenge scheiding door in werken, verkeer, recreatie en wonen. Niet de architectuur was belangrijk maar het optimaliseren van alles wat met het leven van doen had. In de Bijlmermeer bereikte deze scheiding van zaken een absoluut hoogtepunt: strakke hoogbouw zonder poespas, de grootste Amsterdamse huurwoningen ooit voor gezinnen, zo’n 110m2; brede en veilige autowegen op 3,5 meter hoogte, met loop- en fietsverkeer op de begane grond; garages voor de auto’s, enorme parken rond de flatgebouwen en geen enkele vorm van industrie. De Bijlmer was zo veilig en gezond als indertijd mogelijk was.
Anno nu is zo’n 60% van de Bijlmer hoogbouw gesloopt en met name vervangen door rijtjeshuizen, huur en vooral koop. De oude Bijlmer bleef bestaan in de zogenaamde GK kwadrant, het gebied tussen metrostation Ganzenhoef en Kraaiennest, later bekend onder de naam Bijlmer Museum. Oorspronkelijk bevatte het gebied 8 grote flatgebouwen, maar twee ervan – Koningshoef en Grunder – werden gesloopt. Ook Kleiburg dreigde op zeker moment tot gruis te worden vermalen
en daar begint ons gesprek met Jeroen Schilt, een architectuur historicus, die in dienst was bij Monumentenzorg van de Gemeente Amsterdam. Hij vertelt in deze podcast hoe het lukte om het GK-gebied zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te behouden, Het werd een beschermd stadsgezicht, een Amsterdams monument. En daar werden nog de koopflats Gouden Leeuw en Groenhoven aan toegevoegd.
Geboren op een boerderij in Veldhoven, een dorp bij Eindhoven, belandde Evert Verhagen als student fysieke geografie en lid van de PSP – nu Groen Links – in de Bijlmer, eerst op een kamer bij Pieter in Koningshoef, vervolgens in Grubbehoeve. Hij werd er bezoeker en vrijwilliger van café De Nachtegaal en later bestuurslid knelpunten van de SWOB, het Bijlmer bewoners orgaan voor opbouwwerk. Hij werd een drijvende kracht achter het verzet van de gemeente, die de toen al grote problemen van de Bijlmer – leegstand, een unheimisch leefgebied en niet zo sociaal opererende bewoners - hoopte te kunnen te bestrijden middels een Amerikaanse architect-criminoloog. Dat was Oscar Newman, die in 1978 door een Amsterdamse ambtenaar, Essenberg, was ontdekt als oplosser van de problemen. De SWOB voerde daar actie tegen, met een boekje vol andere oplossingen en in 1983 een groot symposium over de toekomst van het gebied, dat ooit als Stad van de Toekomst was opgezet. Dat ideaal bleef echter ver weg en daar kon ook het Projectbureau Hoogbouw Bijlmer o.l.v. Paul Bos – stedenbouwkundige en ambtenaar van de gemeente - weinig aan veranderen. Sloop van hoogbouw en nieuwbouw met eengezins werd de oplossing. Bos kon vertrekken, net zoals Evert Verhagen die inmiddels bij het projectbureau een baan had verworven en later de grote man werd achter de toekomst van het Westerpark.
De Bijlmer slaagde ondertussen wel als Stad van Aankomst, ofwel als opvang van talloze, geheel verschillende migrantengroepen als de Surinamers. Tegelijk scoort het nog altijd hoog als het gaat om onveiligheid, armoe, eenouder gezinnen, ongeletterdheid en niet stemmen bij verkiezingen. Een twee jaar geleden ingesteld masterplan moet alsnog redding brengen.
Als Aileen Middel – klein en vaak op school gepest – kwam ze in 1985, 15 jaar oud, met behulp van NS-tienertoer, vanuit Groningen naar de Bijlmer, op zoek naar graffiti, haar lievelingskunst. De Bijlmer leek haar een plek waar graffiti te vinden zou zijn, want die stad, vond ze, leek op New York en daar werden de mooiste en verfijnste tags gemaakt. Tags zijn de graffiti handtekeningen waarmee je jezelf op de wereld zet en een bijzondere identiteit kan verwerven. En als je het goed doet, fleur je bovendien het stedelijk leven op.
Aileen wilde ook haar naam op een muur. De Bijlmer werd haar plek, haar paradijs, dat ze keer op keer bezocht. En op haar 26ste kwam ze er wonen, inmiddels afgestudeerd als kleuter onderwijzeres en al snel werkzaam op een Amsterdamse, door moslims gerunde school.
Ondertussen werd ze als Mick La Rock een begrip in de Amsterdamse graffiti-wereld, waar men veelal in groepjes ‘nachts met de spuitbus rondtrok, of alleen maar naast het spoor wandelde, van het Amstelstation naar de Bijlmer. Haar collega’s waren bijna altijd jongens en vaak van Hollandse huize. In de Bijlmer had je groepen met namen als OBG, BCFD, TKC, DHK, FFF en VNVT
Mick werd moeder, gaf haar baan in het onderwijs op en besloot ‘het te gaan maken’. En dat lukte tenslotte. Verleden jaar, 2023, volgde de ene grote opdracht op de andere, allemaal muurschilderingen, en 2024 is ook al bijna volgeboekt.
Rapper Kiddo Cee – familienaam Peroti – is een ouderwetse ‘troubadour’, die op beats verhaalt over zichzelf en over de stand van zaken in zijn omgeving en de wereld. Hij vertelt en bezweert uit zijn dagboek, leerde de kracht van zwarte muziek (black and proud) via zijn vader, en had een moeder die bij de Jehova's was.
Hij leerde rappen bij de ‘jongerenbende’ van de K-buurt ofwel K 1104 en vertelt nu: “Bij dat rappen vergroot je jezelf, je gaat los op elkaar en je ouders en alles. En als je met z’n allen dat gedaan heb, sla je elkaar op de schouders. Samen rappen is het allermooist.”
Kiddo schreef zijn eerste rap in 1991 en later de 1ste Nederlandstalige rap over de Bijlmer, titel “Waar ik woon”. Het werd een bekende rap, maar ook een, waar de notabelen van Zuidoost moeite mee hadden, ze beschreef nauw gezet de ellende: de Bijlmer als getto.
Ook Kiddo ontvluchtte voor wat jaren de Bijlmer, toen in de K-buurt een rapper werd neer geschoten en z’n vrouw een kind verwachtte. Hij kwam in 2013 terug, thuis in de buurt van moeder, zus en oma, en thuis in de Bijlmer. En hij werd via een omweg leraar maatschappijleer in het onderwijs: hulp van leerlingen die dankzij het mobiel het bos niet meer zien en van kinderen die zich in hun eigen getto opsluiten.
Binnenkort brengt Kiddo een nieuw rapalbum uit.*
* Het album getiteld 1104, De Postcode Waar Het Begon is inmiddels uit en beschikbaar via alle streaming platformen.
Vanaf eind 1980 tot 2008 was Mi Oso Es Mi Cas (mijn huis in het Surinaams en Papiamento) een begrip in de Bijlmer, opgericht door de Surinaamse Elfriede Sinester. Aanleiding was het beleid van het Surinaamse jongerencentrum Jong Godo onder het verkeersplatform van Groeneveen, dat geen meiden toeliet. Elfriede ontdekte dat, toen ze daar als vrijwilligster werkte.
Het leidde tot een eigen meidencentrum in een ruimte van Kouwenoord, met dank aan woningbouwvereniging Nieuw Amsterdam. Het begon met 13 meiden, die ze bij wijze van spreken van straat had geplukt. Ze werd geholpen door haar zus, haar zoon en haar eigen meiden, want andere vrouwen weigerden om als vrijwilligster te werken. Ze wilden poen.
Het familiebedrijf ontdekte al snel dat de problemen bij Surinaamse en Antilliaanse meiden uit arme gezinnen, bijna altijd zonder vader in huis, groot waren. En over sex praten was taboe. De meiden raakten op jonge leeftijd zwanger en werden in veel gevallen door moeder op straat gezet.
Vanuit het welzijnswerk en de stadsdeel-organisatie kwam nooit enige steun. Mi Oso werd vooral tegen gewerkt en verkreeg alleen financiële steun van fondsen, een bank, een Rotaryclub. Het harde werken voor tientallen meiden, vaak 13 uur op een dag, eiste tenslotte z’n tol. In 2008 stopten ze ermee.
Het gezin waarin Frank Kishna opgroeide, vond zijn wortels in India. Zijn voorouders behoorden tot de contractarbeiders, die er eind 19de eeuw werden gerekruteerd voor arbeid op de Surinaamse plantages, die door de afschaffing van de slavernij zonder werkvolk zaten. Ze sloten een contract voor 5 jaar en konden daarna terug. Een aantal deden dat, zoals een voorvader van Frank. Een meerderheid bleef en de leden daarvan werden aangeduid als Hindoestaan. Ze kregen ook een scheldnaam: koelie.
Frank werd onderwijzer en schoolhoofd. In 1974 kreeg hij de kans om in Nederland zes maanden vakantie te vieren. Hij belandde in de Bijlmer, in Kruitberg, nummer 342, en besloot meteen voor een onderwijzers baan te solliciteren. Binnen drie dagen had hij z’n aanstelling op de Bijlmer Drie.
Inmiddels is Frank een gepensioneerde leraar, die nog altijd in Zuidoost woont en bijna al zijn tijd besteed aan het promoten van de klassieke Hindoe-kultuur. Dat gebeurt onder andere via zijn stichting Saraswati Art. Hij brengt boeken uit over de Hindoestaanse filosofie en verzorgt concerten met de klassieke Hindoestaanse muziek. De laatste tijd vinden die plaats in de Amsterdamse Vondelkerk, want in het BijlmerParkTheater was daarvoor geen plaats meer. Ze worden vooral bezocht door ‘witte Nederlanders’.
From the publisher's feed