Ik probeer wat nieuws uit.
Op zoek naar nieuwe manieren om met mijn laatste kruimels onderdrukte angsten om te gaan. Want het valt me weer meer op de laatste tijd, die dingen die ik eng vind maar niet meer eng wil laten zijn.
Het helpt niet om het te onderdrukken en “grote Jan” uit te hangen. Het maakt die verborgen angsten niet minder, ze blijven er zijn.
Dus ik besluit ze nu te omarmen. Ze er te laten zijn.
Ik neem ze bij mezelf op de schoot, gun ze hun ruimte en tijd, vraag en luister naar wat ze nodig hebben om wat meer te kunnen ontspannen. En dat gun ik ze, met liefde en licht.
En weet je, nu ik hen toon dat ik ze hoor en zie, nu roepen en slaan ze wat minder hard. Dat voelt heel wat aangenamer voor me, en vast ook wel voor hen.
Ik stel me kwetsbaar op, durf mijn angsten er te laten zijn en hoef ze niet langer te verbergen of onderdrukken.
Ze zijn een deel van mij.
Een deel dat evenveel respect waard is dan alle andere deeltjes van mezelf.
Een deel dat even hard zijn best doet om me te beschermen en laten overleven.
Op hun manier.
De manier die hen werd aangeleerd in het verleden, de manier die het opgelopen trauma heeft ingebrand.
Ze doen hun best.
Net zoals ik mijn best doe.
En ik iedere dag een beetje meer leer.
Met alle gedachten en gevoelens die daarbij komen kijken, want die mogen er zijn.
Gewoon zoals zoals het is.
Net zoals we (er) allemaal mogen zijn, gewoon zoals we zijn.
Zo mag ik.
Zo mag jij.
🤍