Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
Morgen der verrijzenis!
Bij wiens licht de magt der hel verslagen
En de dood vernietigd is!
Heere Jezus, Trooster aller smarten!
Zon der wereld! schijn in onze harten,
Deel ons zelf de voorsmaak meê
Van der zaalgen sabbats-vreê.
Op uw woord, o Leven van ons leven!
Werpen wij het doodskleed af;
Door de kracht des Geestes uitgedreven,
Treden w’ uit ons zondengraf:
Leer ons daaglijks, leer ons duzendwerven,
In uw kruisdood meêgekruisigd sterven,
En herboren — opgestaan,
In uw hoede zijn wij wèl geborgen;
En, schoon eerlang ’t oog on breek’,
Open gaat het op den grooten morgen
Na deez’ aardsche lijdensweek!
Welk een dag der ruste zal dat wezen,
Als w’ onsterflijk, uit den dood verrezen,
Knielen voor uw dankaltaar. —
Amen, Jezus! maak het waar!