De gelijkenis van de zaaier reikt ons aan dat het misschien niet begint bij jezelf, maar bij wat je wordt aangereikt van buiten. In deze gelijkenis wordt het gezaaid in overvloed. De zaaier, waarmee natuurlijk God wordt bedoeld, zaait met gulle hand. Het zaaien gaat met gulle hand en grote gebaren. In overvloed wordt het levenskrachtige zaad over de aarde, over ons, uitgestrooid.