Bijdetijds – Concertzender | Klassiek, Jazz, World en meer

Bijdetijds – Concertzender | Klassiek, Jazz, World en meer

By ConcertzenderMusic
Download on the App Store

Bijdetijds – Concertzender | Klassiek, Jazz, World en meer episodes

  • Bijdetijds

    Zwitserse muziek – neutraal en zakelijk?

    Waar denkt u aan bij Zwitserse muziek? Het Alpenland heeft zich geen geweldige naam gemaakt in de klassieke dan wel gecomponeerde muziek. Er waren geen hoven die muziek nodig hadden, en de bevolking bestond vooral uit berooide boeren, centenbijterige bankiers en norse huursoldaten. Zwitsers die naam maakten in de muziek, waren meestal in het buitenland actief. Ja, de volksmuziek, alpenhoorns en jodelaars, dát kennen we.

    Gelukkig heeft Zwitserland in de twintigste en eenentwintigste eeuw genoeg componisten voortgebracht om een paar heel interessante programma’s mee te vullen. We houden het vandaag bij een uur. We beginnen met een twintigste-eeuwse componist. Jean Daetwyler (1907-1994) helpt ons niet helemáál van de vooroordelen af. Hij was het grootste deel van zijn carrière in Frankrijk actief, en kijk: we vinden hier een compositie voor orkest, piccolo en … alpenhoorn. Zijn Dialogue avec la nature zal cynici echter gauw overtuigen. In een toegankelijke, maar onconventionele taal verheft hij het volksinstrument tot speler in een rustiek drama. Alle mogelijkheden van dit beperkte instrument, ook tonen die een traditioneel componist als “vals” zou beschouwen, neemt hij op natuurlijke wijze mee.

    Kon u zojuist bij de vraag naar Zwitserse muziek misschien toch een levende componist noemen? Grote kans dat het Beat Furrer was. Deze componist (*1954) werd geboren in Schaffhausen bij de Duitse grens, maar werkt al sinds zijn studietijd in Oostenrijk – een land dat nu eenmaal een betere muziek-infrastructuur heeft. Zodoende geldt hij toch als een halve Oostenrijker, als het geen hele is. Maar zijn werk mag in een overzicht van Zwitserse muziek niet ontbreken. We horen een stukje uit zijn theaterwerk Invocation.

    Een heel ander geval is Sylvie Courvoisier (*1968). Zij komt uit Lausanne, uit het Franstalige deel van Zwitserland, en groeide op in de jazzscene. Maar zoals zovele hedendaagse jazzmuzikanten strekt haar belangstelling zich uit tot ver daarbuiten, en is ze regelmatig op het terrein van de gecomponeerde muziek te vinden. Een titel als Fluxus suggereert al een hoop dada en chaos; de bezetting van piano, tuba en draaiorgel doet de rest.

    Hebt u liever een strijkkwartet met kop en staart? Dan bent u aan het goede adres bij Roland Moser (*1943). Deze geboren Berner studeerde ook in het buitenland (in Keulen om precies te zijn), maar zorgde zelf voor een solide basis in eigen land: aan het Bazelse conservatorium gaf hij jarenlang compositieles. Eén van zijn leerlingen is Michel Roth (*1976), afkomstig uit de bergen van Uri. Bij hem wordt het vooral een vrolijke chaos – een bewijs dat Moser zijn leerling niet in een verstikkende greep hield.

    Afspeellijst

    1. Jean Daetwyler – Dialogue avec la nature

    2. Beat Furrer – Invocation 6
    3. Sylvie Courvoisier – Fluxus
    4. Roland Moser – Neigung
    5. Michel Roth – Im Bau
    6. Michel Roth – Kavalkade

    Uitvoerenden

    Jozsef Molnar (alpenhoorn), Miroslav Kral (piccolo), Slowaaks Filharmonisch Orkest o.l.v. Urs Schneider (1)

    Petra Hoffmann (sopraan), Eva Furrer (fluit) (2)

    Sylvie Courvoisier (piano), Michel Godard (tuba), Pierre Charial (draaiorgel-programmering) (3)

    Berner Streichquartett (4)

    Ensemble Æquatuor; Anne-Mae Krüger (mezzosopraan) (5)

    Aleksandr Gabrys (contrabas en bijgeluiden) (6)

    2 hr
  • Bijdetijds

    Katholieke muziek. Of niet?

    Dat we in Nederland een rijke orgelcultuur hebben zal niet als een schok komen. Wel is het nogal een esoterisch wereldje, waarmee je óf helemaal niets hebt, of heel veel. Kennis van halfgedekte stemmen, koppels, aangehangen pedalen, jaloeziezwellers en viervoetsregisters bekend wordt verondersteld. Bovendien wortelt veel van de muziek in de omgeving waar de meeste orgels te vinden zijn: de kerk. Componisten, organisten en publiek hebben daarom vaak een kerkelijke achtergrond.

    In deze editie van Bijdetijds laten we verschillende composities van eigen bodem horen. Een groot aantal haalt de inspiratie bij de katholieke liturgie – wat niet per se betekent dat de muziek in de mis gebruikt kan worden. Maar laat u niet afschrikken als u niet katholiek en/of geen orgelkenner bent! De katholieke godsdienst heeft de mensheid door de eeuwen getrakteerd op de mooiste gebouwen, de fraaiste rituelen, en de rijkste muziekcultuur. Als u geniet van katholieke missen en motetten, waarom zou u zich dan niet in het orgel verdiepen?

    De meeste werken uit dit programma zijn gecomponeerd in de jaren zeventig, door nu alweer vergeten meesters. Namen als Litanie en Sequens lijken voor zich te spreken. Maar “sequens”, was dat niet ook een begrip uit de muziektheorie? U mag zelf bepalen of u sequensen kunt ontdekken in dit stuk. De Missa brevis van Wijnand van Klaveren (die overigens deze eeuw gecomponeerd is) laat in elk geval weinig ruimte voor twijfel: de vijf delen dragen alle de naam van een vast misdeel. Minder liturgisch zijn de Sweelinck-variaties van Ton de Leeuw (de enige grote naam op dit programma), of de puur op de noten gerichte Parten van Wim de Ruiter.

    Afspeellijst

    1. Wijnand van Klaveren – Missa brevis

    2. Ton de Leeuw – Sweelinck-variaties
    3. Carel Brons – Litanie
    4. Jan Welmers – Sequens
    5. Wim de Ruiter – Parten (selectie)

    Uitvoerenden en orgels

    Gijs Boelen op het Sauer-orgel in het Orgelpark (Amsterdam) (1)

    Lien van der Vliet op het Adema-orgel in de kathedrale Sint-Bavobasiliek (2-5)

    2 hr
  • Bijdetijds

    Een van de radicaalste componisten in Nederland: een selectie.Regelmatig kom je zijn naam tegen: Dick Raaijmakers (1930-2013) wordt steevast genoemd als een van de pioniers van de elektronische muziek in Nederland. Iedere Nederlander met een smaak voor luidsprekermuziek weet het. Ja, die Raaijmakers in het Philipslab, daar hebben we een hoop aan te danken!

    Maar zijn muziek hoor je minder vaak. Op een enkel stukje na dan. Zijn vroege compositie Pianoforte hebben we afgelopen april alleen al twee keer gedraaid! Dat doen we nu dus een keertje niet. We concentreren ons nu op zijn minder bekende werk, dat een aantal zeer verschillende composities met zeer verschillende doelen en ideeën omvat.

    Tussen 1964 en 1967 schrijft en realiseert Raaijmakers zijn Vijf canons. Vijf composities voor geluidsband die qua strengheid zijn collega’s ver achter zich laten. Het grondidee is bij hem een tijdinterval tussen twee toonloze tikjes. Op verschillende manieren worden die tot toonbouwsels omgevormd. Soms verdichten de impulsen zich voor het oor tot tonen (conform wat Stockhausen schreef in zijn essay “Wie die Zeit vergeht”), maar meestal hoor je toch vooral die tikjes – harder en zachter, ijler en dichter. “Muizenmuziek” noemde iemand het, geluid van muizen die ergens doorheen knagen. Gortdroog, maar tegelijk puurder dan puur. Alleen in de vijfde canon neemt de componist een andere afslag. Daar neemt hij ineens een niet-uitgebrachte grammofoonplaat van Édith Piaf als basis! Die slingerde ergens in de Philips-gebouwen ook wel rond… We horen nu deze Canon nr. 5 super “Dis-moi” naast de strenge Canon nr. 1.

    Dick Raaijmakers heeft niet zijn hele carrière kunst-om-de-kunst gemaakt. In de jaren zestig maakte hij drie soundtracks bij industriële promotiefilms. De eerste was voor Philips zelf: Mechanical motions begeleidt een korte film over de productie van beeldbuizen. Sidmar gaat over de staalindustrie. De interpretatie kunnen we best aan de luisteraar overlaten, want de geluidseffecten zijn bedoeld om tot een breed publiek te spreken.

    Haaks op deze toegepaste kunst staat Raaijmakers’ conceptuele werk. Ook dat begon al in de jaren zestig, en gaandeweg werd het steeds meer de hoofdzaak van zijn oeuvre. Steeds minder ging het om het maken van muziekstukken met kop en staart en steeds meer ging het om het idee erachter. Niet het klinkend resultaat staat centraal, maar het maakproces of de middelen.

    Erg droog van klank, maar erg grappig van concept is Ping-pong uit 1983. Hiervoor liet Raaijmakers twee van zijn collega’s, Louis Andriessen en Cornelis de Bondt, tegen elkaar tafeltennissen. Op beide badjes had hij een microfoon aangesloten. Het badje van De Bondt klinkt een halve toon hoger dan dat van Andriessen, zodat we kunnen horen wie wat doet. Om het stuk een beetje muzikale waarde mee te geven, schuiven de pings en pongs op minimal-achtige wijze in elkaar, waardoor er canon-achtige effecten ontstaan. Het hoofdidee achter Ping-pong is de verdeling die er volgens Raaijmakers bestaat tussen “voor-achtermuziek” en “links-rechtsmuziek”. In “voor-achtermuziek”, bijvoorbeeld de romantische muziek, wordt diepgang gesuggereerd, bij “links-rechtsmuziek” staan de muzikale elementen als het ware naast elkaar. Andriessen en De Bondt zijn typische componisten van dat laatste.

    Ook voor Der Fall Leiermann baseerde Raaijmakers zich op de muziek van een vakbroeder, maar nu een reeds lang overleden collega: Franz Schubert. Op een film (die we natuurlijk op de radio niet zien) kijken we hoe de dood Schubert achterna zit in de gedaante van diens lied “Der Leiermann” – in zwaar vervormde gedaante. Later horen we ook nog een troepje brallende jongemannen. Zij zijn alles wat Schubert niet is: gezond, succesvol, sociaal, luidruchtig en gevoelloos. Daarna horen we interpolaties uit Luciano Berio’s completering van Schuberts Tiende symfonie. De noten van Berio zijn ook conceptueel: hij wilde, door Schuberts aanzet met moderne stijlmiddelen te voltooien, laten zien dat je helemaal niet aan de onvoltooide partituren van dode componisten moet zitten. Raaijmakers is het duidelijk met hem eens.

    Een constante in Raaijmakers’ conceptuele werk is het wantrouwen tegen techniek, en dan vooral tegen muziek makende machines. Klinkt gek voor een pionier in de elektronische muziek, nietwaar? Toch lijkt Raaijmakers steeds meer tot het inzicht te komen dat het gewoon niet kán, zo gemakkelijk en zo hard geluid met zo weinig moeite. Muziek hoort door mensen te worden gemaakt, honderd decibel mag niet met één druk op de knop uit een box komen!

    Dus pakt Raaijmakers de techniek terug. In Flux uit 1967 sluit hij een geluidsbox op zichzelf aan. De feedback die dat produceert vormt het muziekstuk. Uiterst conceptueel, al was het maar omdat de componist niet controleert wat er in het muziekstuk klinkt. In Intona uit 1991 (of 1992) doet Raaijmakers het nog even wat radicaler. Twaalf microfoons worden er op het toneel gehaald, en alle twaalf moeten ze eraan. De ene wordt verbrand, de andere wordt gekookt, de volgende wordt verpletterd of doorgezaagd … het kan niet gek genoeg! De geluiden die deze microfoons nog even maken voordat ze begrijpelijkerwijs uitvallen vormen de ‘muziek’.

    Zulke performances laten een hoop vragen open. Als boxen en microfoons niet deugen, wat wil de componist dan wel? Terug naar de piano en de viool gaat hij ook niet… Die vragen laat hij aan ons, of aan andere componisten.Zo radicaal als vandaag zullen we Bijdetijds niet vaak terugvinden. De meeste mensen hebben toch liever muziek met handen en voeten, stukken waarnaar je fatsoenlijk kunst luisteren. Wie echter nu pas de smaak te pakken heeft, kan de hele performance van Intona ook op YouTube bekijken.

    Afspeellijst

    1. Canon 1 (super augere)

    2. Canon 5 (super “Dis-moi”)
    3. Mechanical motions
    4. Sidmar
    5. Der Fall Leiermann
    6. Ping-pong
    7. Flux
    8. Intona

    Alles van Dick Raaijmakers.

    2 hr
  • Bijdetijds

    De onvoorspelbare wereld van Gerald Barry

    De Nederlandse Reisopera toerde in oktober 2025 met Second Love, een double bill bestaande uit de opera’s The Stronger van Gerald Barry (foto) en Hagar van Jan-Peter de Graaff.

    In deze uitzending van Bijdetijds aandacht voor beide componisten, die twee verschillende werelden representeren. De Ier Barry, die overigens ooit studeerde bij Peter Schat (en daarna bij Stockhausen en Kagel), is de meester van de onvoorspelbaarheid. Zijn muziek is even cryptisch als ongrijpbaar, maar misschien daardoor juist zo aantrekkelijk. Het werk van de Nederlander De Graaff is toegankelijker en getuigt altijd van een groot vakmanschap.

    Speellijst

     

    1. Gerald Barry – 1998
    2. Darragh Morgan piano
      Mary Dullea viool
    3. Jan-Peter de Graaff – Celloconcert nr. 5, The Forest in April
    4. Noord Nederlands Orkest Maya Fridman, o.l.v. Nicolò Foron
    5. Gerald Barry – Midday
    6. Darragh Morgan piano
      Mary Dullea viool
      1 hr
    7. Bijdetijds

      Op deze herfstdag hoort u kalmerende elektronische muziek van New Yorkse componisten. Muziek die niet bedoeld is om de hersens te kraken, maar juist om ze te masseren.

      Speellijst

       

      1. John McGuire – Pulse Music I
      2. Tristan Perich – One bit symphony pt. 2
      3. Paul Lansky – Smalltalk
      4. Nathan Davis – Diving Bell
      5. 1 hr
      6. Bijdetijds

        Hoe vijftig jaar oude archiefstukken ons nu nog verbazen.

        Sinds 1957 heb je jaarlijks – oorspronkelijk in Utrecht, daarna in Amsterdam en nu weer in Utrecht – het Gaudeamus Festival. Jonge componisten uit alle windstreken nemen het in een competitie tegen elkaar op en hun werk is dagenlang op verschillende locaties te horen.

        Voorheen was er ook een competitie voor uitvoerend kunstenaars. Aankomende musici speelden moderne muziek en een jury riep één van hen tot winnaar uit. De muziek die gespeeld werd kwam over het algemeen wel van gearriveerde componisten. Toch is veel muziek anno 2025 bepaald niet canoniek. Olivier Messiaen en Luciano Berio zijn nog algemeen bekend, maar hoe vaak hoor je Jos Kunst nog? Die lijkt onderhand behoorlijk in de vergetelheid geraakt.

        In deze Bijdetijds horen we muziek van de edities van 1972. De eerste horen we helemaal, van de tweede horen we maar één compositie. Het programma opent meteen met de vergeten Jos Kunst en zijn Solo identity I, blijkbaar speciaal gecomponeerd voor deze editie. Jos Kunst was docent hedendaagse muziek aan het Instituut voor Muziekwetenschap van de Universiteit Utrecht en als zodanig de opvolger van de veel ouderwetsere Rudolf Escher. Er gaan bij oudere muziekwetenschappers veel verhalen rond over zijn excentriciteit. Zo liep hij rond met badges van Motörhead en voerde hij uitgebreide discussies met de koffiedames. Als componist blijkt (of lijkt) hij een avantgardist van de oude stempel. Zijn Solo identity volgt de esthetiek van de jaren vijftig: in korte uitbarstingen worden de noten georganiseerd volgens welbepaalde, maar niet erg melodische groepjes.

        Ook Louis Andriessen (1939-2021) volgt anno 1972 deze esthetiek nog. Hoewel hij zich spoedig zou bekeren tot de minimal music, is daar in Registers nog niets van te merken. De naam zegt het eigenlijk al: de pianomuziek is serieel geordend, en wel op zo’n manier dat de verschillende registers om beurten naar voren treden.

        Mauricio Kagel (1931-2008) toont zich al van zijn rijpe kant. In Atem horen we een componist die niet alleen noten componeert, maar ook concepten. De blazer heeft meer te doen dan alleen de muziek uit te voeren – zijn hele wezen wordt in de compositie meegenomen. Op de plaat krijg je daar niet alles van mee, maar de adem – het gehijg – onderschrijft de bedoeling duidelijk.

        Luciano Berio’s Sequenze zijn anno 1972 al moderne klassiekers. In een reeks die dan nog bijna jaarlijks aangroeit verkent de componist steeds één bepaald instrument, dat vaak tot op het uiterste getest wordt. Berio laat zijn instrumenten spreken, zingen, zich van hun onbekende kant zien. Nummer 5 is aan de trombone gewijd. Naar eigen zeggen was het stuk geïnspireerd door een optreden van de clown Grok dat hij als kind had gezien.

        Enrique Raxach (*1932) mag dan nog leven, anno 1925 zal zijn naam bij weinigen een belletje doen rinkelen. De geboren Spanjaard, die sinds 1962 bij ons woont, is vooral in de wereld van de blaasmuziek een grote jongen. Hier horen we hem van een andere kant: als componist van een strijkkwartet.

        De uitvoerenden zijn niet allemaal bekend geworden. Dit geldt echter wel voor de winnaar van 1972. Basklarinettist Harry Sparnaaij werd spoedig na zijn overwinning een begrip op zijn instrument. Ook Polo de Haas, met wie hij het podium deelt in het werk van Loevendie, zou beroemd worden – hij maakte samen met Kees Wieringa Canto Ostinato van Simeon ten Holt tot een gouden plaat!

        Afspeellijst

         

        1. Jos Kunst – Solo identity I
        2. Harry Sparnaaij, basklarinet, winnaar 1972
        3. Mauricio Kagel – Atem für einen Bläser
        4. Harry Sparnaaij, basklarinet
        5. Louis Andriessen – Registers
        6. William Dobbins, piano, 1972
        7. Olivier Messiaen – Première communion de la Vierge
        8. Alexander Abercrombi, piano, 1972
        9. Luciano Berio – Sequenza V
        10. Armin Rosin, trombone, 1972
        11. Theo Loevendie – Muziek voor basklarinet en piano
        12. Harry Sparnaaij en Polo de Haas, 1972
        13. Enrique Raxach – Fases
        14. Studenten van het conservatorium Warschau, strijkkwartet, 1973
        15. Jos Kunst – Solo identity II
        16. Polo de Haas, piano
          2 hr
        17. Bijdetijds

          Twee toonaangevende vrouwen

          Wie zijn de twee belangrijkste, nog levende vrouwelijke componisten van deze tijd? Afgaande op het aantal uitvoeringen en de gewonnen prijzen lijken Unsuk Chin (foto) en Olga Neuwirth het meest in aanmerking te komen. Daarom aandacht voor beiden in deze uitzending van Bijdetijds.

           

          Speellijst

           

          1. Unsuk Chin – Graffiti
          2. Musikfabrik o.l.v. Peter Rundel
          3. Olga Neuwirth – Miramondo Multiplo
          4. Marco Blaauw, trompet / Musikfabrik o.l.v. Christian Eggen
          5. Unsuk Chin – Cantatrix Sopranica
          6. Anu Komsi, sopraan / Piia Komsi, sopraan / David Cordier, countertenor / Musikfabrik o.l.v. Stefan Asbury
            1 hr
          7. Bijdetijds

            De Duitse componist Stefan Heucke is nog een onbekende in Nederland. Hij is geboren in 1959 en studeerde in Stuttgart en Detmold. Hij schreef vooral voor Duitse orkesten en ensembles.

            Heuckes werken variëren van miniaturen voor piano tot kamer- en vocale muziek. Ook schreef hij stukken voor koor en orkest, soloconcerten, twee opera’s en een ballet. Daarnaast maakt hij graag bewerkingen van klassieke composities. In deze uitzending zijn eerste pianoconcert en variaties op een Ländler van Schubert.

            Speellijst

             

            1. Stefan Heucke – Klavierkonzert 1 opus 96
            2. Sinfonieorchester Münster o.l.v. Golo Berg
              Ana-Marija Markovina (piano)
            3. Stefan Heucke – Sechs Variationen über einen Ländler von Schubert op. 65
            4. Ana-Marija Markovina (piano)
              CD Hänssler Classic HC24005

              2 hr 1 min
            5. Bijdetijds

              Vandaag vier composities van de serie Horizon van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO). Horizon is de live-serie waarin het KCO hedendaagse composities laat horen.

              Speellijst

               

              1. Klaas de Vries – Providence
              2. KCO o.l.v. David Robertson
              3. Richard Rijnvos – Antarctique
              4. KCO o.l.v. Susanna Mälkki
              5. Rodion Sjtsjedrin – Hobo Concert
              6. KCO o.l.v. Susanna Mälkki / Alexei Ogrintchouk, hobo
              7. Mayke Nas – No reason to panic
              8. KCO o.l.v. David Robertson
                1 hr
              9. Bijdetijds

                Melodieën of geen melodieën, dat is de vraag bij Helmut Lachenmann

                Afgaande op zijn muziek is de Duitste componist Helmut Lachenmann (1935, foto) geen lachebekje, maar de schijn bedriegt. Hij kan bijzonder geestig uit de hoek komen, zoals moge blijken uit de titel van zijn meest recente grote werk My Melodies. In het hele stuk, dat drie kwartier duurt en werd geschreven voor acht hoorns en groot symfonieorkest, is geen flard van een traditionele melodie te bekennen.

                In zijn Six Melodies pakte de Amerikaan John Cage het anders aan. De melodieën, gespeeld door een violist, staan volledig los van de pianobegeleiding, maar de luisteraar ontkomt er niet aan de beide partijen op elkaar te betrekken, met als gevolg ronduit betoverende fantoomharmonieën.

                 

                Speellijst

                 

                1. Helmut Lachenmann – My Melodies
                2. Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Matthias Hermann
                3. John Cage – Six Melodies
                4. Irvine Arditti, viool / Stephen Drury, piano

                   

                  1 hr

                About Bijdetijds – Concertzender | Klassiek, Jazz, World en meer

                From the publisher's feed

                Radio, Themakanalen, On Demand