Fluent Fiction - Dutch

Fluent Fiction - Dutch

By FluentFiction.orgEducationLanguage Learning
Download on the App Store

Fluent Fiction - Dutch episodes

  • Biking Adventures in Colorful Amsterdam
    Fluent Fiction - Dutch: Biking Adventures in Colorful Amsterdam
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/biking-adventures-in-colorful-amsterdam

    Story Transcript:

    Nl: Het was een felle, heldere dag in Amsterdam.
    En: It was a bright, clear day in Amsterdam.

    Nl: De zon scheen, de lucht was blauw.
    En: The sun was shining, the sky was blue.

    Nl: Mensen lachten.
    En: People were laughing.

    Nl: Eenden zwommen.
    En: Ducks were swimming.

    Nl: Sofie, Lars en Emma waren op avontuur.
    En: Sofie, Lars, and Emma were on an adventure.

    Nl: Alle drie waren beste vrienden.
    En: All three were best friends.

    Nl: Ze woonden in dezelfde straat.
    En: They lived in the same street.

    Nl: Ze gingen tikkertje spelen, zij aan zij, door de smalle straatjes van de oude stad.
    En: They were playing tag, side by side, through the narrow streets of the old city.

    Nl: In Amsterdam zijn er bruggen over de grachten.
    En: In Amsterdam, there are bridges over the canals.

    Nl: De grachten zijn waterwegen.
    En: The canals are waterways.

    Nl: De huizen zijn bont gekleurd.
    En: The houses are brightly colored.

    Nl: Langs de grachten zijn tulpen.
    En: Along the canals are tulips.

    Nl: De tulpen zijn mooi.
    En: The tulips are beautiful.

    Nl: Ze zijn rood, geel, paars.
    En: They are red, yellow, purple.

    Nl: Sofie hield van tulpen.
    En: Sofie loved tulips.

    Nl: Ze kon niet stoppen met kijken.
    En: She couldn't stop looking.

    Nl: Ze fietsten langs de grachten.
    En: They cycled along the canals.

    Nl: Ze keken naar de boten.
    En: They looked at the boats.

    Nl: Ze keken naar de zwemmerende eenden.
    En: They looked at the swimming ducks.

    Nl: Sofie keek naar de tulpen.
    En: Sofie looked at the tulips.

    Nl: Ze was zo aan het dromen.
    En: She was daydreaming.

    Nl: Ze lette niet op de weg.
    En: She wasn't paying attention to the road.

    Nl: Ze zoefde recht naar de gracht!
    En: She zoomed straight towards the canal!

    Nl: "Kijk uit, Sofie!
    En: "Watch out, Sofie!"

    Nl: " riep Emma.
    En: Emma cried.

    Nl: Maar het was te laat.
    En: But it was too late.

    Nl: Sofie had de tip van de gracht bereikt.
    En: Sofie had reached the edge of the canal.

    Nl: Met een grote plons landde ze in het water.
    En: With a big splash, she landed in the water.

    Nl: De tulpen wuifden vaarwel.
    En: The tulips waved goodbye.

    Nl: Lars en Emma renden naar de rand van de gracht.
    En: Lars and Emma ran to the edge of the canal.

    Nl: Sofie kwam boven water, giechelend.
    En: Sofie surfaced, giggling.

    Nl: Ze zwaaide naar Lars en Emma.
    En: She waved to Lars and Emma.

    Nl: "Ik ben in orde!
    En: "I'm okay!"

    Nl: " riep ze.
    En: she shouted.

    Nl: Een passerende boot pikte Sofie op.
    En: A passing boat picked up Sofie.

    Nl: Zij viste haar fiets uit de gracht.
    En: They fished her bike out of the canal.

    Nl: Lars en Emma haalden opgelucht adem.
    En: Lars and Emma breathed a sigh of relief.

    Nl: Ze lachten.
    En: They laughed.

    Nl: Ze fietsen naar huis.
    En: They cycled home.

    Nl: "We zijn blij dat je veilig bent," zeiden ze.
    En: "We're glad you're safe," they said.

    Nl: Sofie lachte alleen maar.
    En: Sofie just laughed.

    Nl: De volgende dag er een nieuw avontuur aan.
    En: The next day brought a new adventure.

    Nl: Maar deze keer keek Sofie beter uit voor de tulpen.
    En: But this time, Sofie kept a better eye out for the tulips.

    Nl: Ze wilde niet nog eens zwemmen in de gracht.
    En: She didn't want to swim in the canal again.

    Nl: Het was een dag vol leren.
    En: It was a day full of learning.

    Nl: Het was een dag vol lachen.
    En: It was a day full of laughter.

    Nl: Het was een dag die ze nooit zouden vergeten.
    En: It was a day they would never forget.

    Nl: En dat was maar goed ook, want dat is waar vriendschap om draait.
    En: And that's a good thing, because that's what friendship is all about.

    Nl: Samen lachen, leren en avonturen beleven.
    En: Laughing, learning, and experiencing adventures together.

    Nl: En dat is precies wat Sofie, Lars en Emma deden in het mooie Amsterdam.
    En: And that's exactly what Sofie, Lars, and Emma did in beautiful Amsterdam.


    Vocabulary Words:
    • Amsterdam: Amsterdam
    • People: Mensen
    • Ducks: Eenden
    • Adventure: Avontuur
    • Friends: Vrienden
    • Tulips: Tulpen
    • Waterways: Waterwegen
    • Houses: Huizen
    • Bridges: Bruggen
    • Colorful: Bont gekleurd
    • Boats: Boten
    • Swimming: Zwemmen
    • Laughing: Lachen
    • Learning: Leren
    • Day: Dag
    • Sun: Zon
    • Sky: Lucht
    • Streets: Straatjes
    • Canal: Gracht
    • Wave: Zwaai
    • Safe: Veilig
    • Sigh: Adem
    • Relief: Opluchting
    • Friendship: Vriendschap
    • Cycled: Fietsen
    • Beautiful: Mooi
    • Clear: Helder
    • Watching: Kijken
    • Playing: Spelen
    14 min
  • The Language Challenge: A Comical Journey to Pronounce 'Scheveningen'
    Fluent Fiction - Dutch: The Language Challenge: A Comical Journey to Pronounce 'Scheveningen'
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/the-language-challenge-a-comical-journey-to-pronounce-scheveningen

    Story Transcript:

    Nl: Het was een zonnige dag in Amsterdam. In een klein en gezellig cafeetje bij het bekende Leidseplein zaten Anna, Pieter en Sofia.
    En: It was a sunny day in Amsterdam. In a small and cozy café near the famous Leidseplein, Anna, Pieter, and Sofia were sitting.

    Nl: Anna was vanuit Amerika naar Nederland gekomen. Zij wilde graag de Nederlandse taal leren. Pieter en Sofia, beiden geboren en getogen in Amsterdam, hielpen haar hierbij. Maar vandaag was een speciale dag. Anna wilde het moeilijkste Nederlandse woord uitspreken: "Scheveningen".
    En: Anna had come from America to the Netherlands. She wanted to learn the Dutch language. Pieter and Sofia, both born and raised in Amsterdam, were helping her with this. But today was a special day. Anna wanted to pronounce the most difficult Dutch word: "Scheveningen".

    Nl: Anna had al meerdere keren geoefend. Ze keek naar Pieter, die haar altijd hielp. "Oké," zei ze, "Ik ben klaar. Het is tijd." Iedereen werd stil. Anna begon te praten, "Sche...Schefeningen?"
    En: Anna had practiced several times already. She looked at Pieter, who always helped her. "Okay," she said, "I'm ready. It's time." Everyone fell silent. Anna began to speak, "Sche...Schefeningen?"

    Nl: Sofia en Pieter begonnen hard te lachen! Anna had het woord hilarisch verkeerd uitgesproken. Zelfs andere mensen in het café moesten lachen.
    En: Sofia and Pieter burst out laughing! Anna had hilariously mispronounced the word. Even other people in the café had to laugh.

    Nl: Anna bleef het woord proberen. "Scheveningen" zei ze, maar telkens weer klonk het als "Schefeningen". Ze bleef maar falen. Sofia, vriendelijk en geduldig als ze is, gaf Anna tips. "Probeer de 'v' te zeggen zoals in 'van'."
    En: Anna kept trying to say the word. "Scheveningen," she said, but each time it sounded like "Schefeningen". She just kept failing. Sofia, kind and patient as she is, gave Anna some tips. "Try to say the 'v' like in 'van'."

    Nl: Maar het mocht niet baten. Anna's tong struikelde over de 'v' en de 'n' en de 'g'. Het was alsof ze een andere taal sprak. Maar ze gaf niet op. Ze probeerde het opnieuw en opnieuw. En bij de tiende poging...
    En: But to no avail. Anna's tongue stumbled over the 'v' and the 'n' and the 'g'. It was as if she was speaking a different language. But she didn't give up. She tried again and again. And on the tenth attempt...

    Nl: "Sche...Scheveningen!" riep ze uit.
    En: "Sche...Scheveningen!" she exclaimed.

    Nl: Het café werd weer stil. Sofia en Pieter keken verrast naar Anna. "Ze heeft het gedaan!" juichte Pieter.
    En: The café fell silent again. Sofia and Pieter looked surprised at Anna. "She did it!" Pieter cheered.

    Nl: "Nog een keer!" moedigde Sofia haar aan.
    En: "One more time!" Sofia encouraged her.

    Nl: "Sche...veningen!" Anna's ogen glansden van blijdschap toen ze het eindelijk juist uitsprak. Iedereen in het café begon te klappen.
    En: "Sche...veningen!" Anna's eyes shone with joy as she finally pronounced it correctly. Everyone in the café started clapping.

    Nl: Anna, Pieter en Sofia lachten samen, blij en voldaan. Het was een dag om nooit te vergeten voor hen. Maar vooral Anna, die erin slaagde om het moeilijkste woord in de Nederlandse taal uit te spreken. Ze had het hilarische gevecht gewonnen en had nooit opgegeven. En vanaf die dag, kon ze vol trots zeggen: "Ik kan 'Scheveningen' uitspreken!" De hele dag bleven ze vieren.
    En: Anna, Pieter, and Sofia laughed together, happy and satisfied. It was a day to never forget for them. But especially for Anna, who managed to pronounce the hardest word in the Dutch language. She had won the hilarious battle and had never given up. And from that day on, she could proudly say, "I can pronounce 'Scheveningen'!" They kept celebrating all day.

    Nl: Dat was de dag dat Anna haar grote doel bereikte, en het werd de mooiste herinnering uit Amsterdam van hun allemaal. Het was een perfecte dag met veel gelach, maar vooral met veel liefde. En zo eindigt ons verhaal, met Anna, Pieter, en Sofia die altijd blijven lachen, zelfs als ze 'Scheveningen' proberen te zeggen!
    En: That was the day Anna achieved her big goal, and it became the most beautiful memory from Amsterdam for all of them. It was a perfect day with lots of laughter, but above all, with lots of love. And so our story ends, with Anna, Pieter, and Sofia always keeping on laughing, even as they try to say 'Scheveningen'!


    Vocabulary Words:
    • English: Dutch
    • Amsterdam: Amsterdam
    • Anna: Anna
    • Pieter: Pieter
    • Sofia: Sofia
    • café: cafeetje
    • Netherlands: Nederland
    • Dutch: Nederlandse
    • Leidseplein: Leidseplein
    • language: taal
    • pronounce: uitspreken
    • word: woord
    • practice: geoefend
    • laughing: lachen
    • helped: hielpen
    • special: speciaal
    • silent: stil
    • tips: tips
    • tongue: tong
    • different: verschillend
    • gave: gaf
    • ready: klaar
    • time: tijd
    • failure: falen
    • proudly: trots
    • beautiful: mooiste
    • laughter: gelach
    • love: liefde
    • celebrating: vieren
    • memory: herinnering
    16 min
  • The Mysterious Labyrinth of Amsterdam: A Tale of Lost and Found
    Fluent Fiction - Dutch: The Mysterious Labyrinth of Amsterdam: A Tale of Lost and Found
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/the-mysterious-labyrinth-of-amsterdam-a-tale-of-lost-and-found

    Story Transcript:

    Nl: Onder de felle zonnestralen die neerdaalden op de stad, rende Marijn over de oude straten van Amsterdam.
    En: Under the bright sun rays shining down on the city, Marijn ran through the old streets of Amsterdam.

    Nl: Marijn was klein, met lichtblond haar en blauwe ogen die glinsterden als de grachten zelf.
    En: Marijn was small, with light blonde hair and blue eyes that sparkled like the canals themselves.

    Nl: Maar vandaag was Marijn in de war.
    En: But today, Marijn was confused.

    Nl: Hij had zich verloren in het ingewikkelde labyrint van de smalle, kronkelende straten die naast de grachten lagen.
    En: He had gotten lost in the intricate labyrinth of narrow, winding streets next to the canals.

    Nl: Je zou denken dat het moeilijk is om te verdwalen in je eigen stad, maar Amsterdam was altijd vol verrassingen.
    En: One might think it's difficult to get lost in your own city, but Amsterdam was always full of surprises.

    Nl: "Laatste keer dat ik hierheen ben gegaan, was deze muur hier niet," mompelde Marijn, terwijl hij naar een pas geschilderde oranje muur staarde.
    En: "Last time I came this way, this wall wasn't here," muttered Marijn, staring at a freshly painted orange wall.

    Nl: Hij was op weg naar de bakkerij aan de Prinsengracht om een vers broodje te halen, maar hij was verdwaald.
    En: He was on his way to the bakery on Prinsengracht to get a fresh sandwich, but he was lost.

    Nl: Marijn besloot om rechts af te slaan, weg van de oranje muur.
    En: Marijn decided to turn right, away from the orange wall.

    Nl: Maar toen hij een hoek omging, zag hij dat de straat doodliep in een blinde muur.
    En: But when he turned a corner, he saw the street dead-ending into a blank wall.

    Nl: Terugkeren was geen optie, want hij was te trots om op zijn stappen terug te keren.
    En: Going back wasn't an option because he was too proud to retrace his steps.

    Nl: Marijn bleef proberen zijn weg te vinden, maar het was alsof de stad zelf hem steeds verder in verwarring bracht, de straten leken te veranderen en te bewegen.
    En: Marijn kept trying to find his way, but it was as if the city itself kept confusing him, the streets seemed to change and shift.

    Nl: Dagen gingen voorbij, of misschien was het slechts uren, maar voor Marijn voelde het als een eeuwigheid.
    En: Days passed, or maybe it was only hours, but for Marijn, it felt like an eternity.

    Nl: Uiteindelijk kwam hij bij een oude molen aan de rand van de Singelgracht.
    En: Eventually, he arrived at an old windmill on the edge of Singelgracht.

    Nl: "Aaah, de oude molen," zei hij, zijn ogen glanzend.
    En: "Aaah, the old windmill," he said, his eyes shining.

    Nl: Hij klimde op de stenen trap van de molen en keek over het dak van de stad.
    En: He climbed the stone stairs of the windmill and looked out over the city's rooftops.

    Nl: Het was een prachtig uitzicht, met de zon die glinsterde op de grachten en de rode daken van de huizen die eruitzagen als rijen van dominostenen.
    En: It was a beautiful view, with the sun gleaming on the canals and the red roofs of the houses looking like rows of dominoes.

    Nl: Vanaf hier kon Marijn de weg naar de bakkerij zien.
    En: From here, Marijn could see the way to the bakery.

    Nl: Met hernieuwde hoop en energie haastte hij zich de trap af en rende naar de bakkerij.
    En: With renewed hope and energy, he hurried down the stairs and ran to the bakery.

    Nl: Toen hij eindelijk aankwam, glimlachte de bakker breed naar hem.
    En: When he finally arrived, the baker smiled broadly at him.

    Nl: "Je bent laat, Marijn.
    En: "You're late, Marijn.

    Nl: We hebben je gemist.
    En: We missed you."

    Nl: ""Het spijt me, meester Bakker," zei Marijn, hijgende na zijn lange avontuur.
    En: "I'm sorry, Master Baker," said Marijn, panting after his long adventure.

    Nl: "Ik was verdwaald.
    En: "I got lost."

    Nl: ""Verdwaald in Amsterdam?
    En: "Lost in Amsterdam?"

    Nl: " lachte de bakker en gaf Marijn een knapperig brood.
    En: the baker laughed and handed Marijn a crispy loaf of bread.

    Nl: "Dat is deel van de charme, jongen.
    En: "That's part of the charm, boy.

    Nl: We raken allemaal wel eens verdwaald.
    En: We all get lost sometimes."

    Nl: "Met een vollebuik en een tevreden hart wandelde Marijn terug naar huis, dit keer zonder te verdwalen.
    En: With a full stomach and a content heart, Marijn strolled back home, this time without getting lost.

    Nl: Hij had geleerd dat zelfs in zijn eigen stad, avontuur om elke hoek kon liggen.
    En: He had learned that even in his own city, adventure could be around every corner.

    Nl: En het belangrijkste was dat, zelfs als hij verdwaalde, hij altijd zijn weg weer zou vinden.
    En: And most importantly, even if he got lost, he would always find his way again.


    Vocabulary Words:
    • sun: zon
    • city: stad
    • streets: straten
    • Amsterdam: Amsterdam
    • small: klein
    • blonde: lichtblond
    • blue: blauw
    • eyes: ogen
    • canals: grachten
    • lost: verdwaald
    • wall: muur
    • bakery: bakkerij
    • sandwich: broodje
    • turn: afslaan
    • corner: hoek
    • windmill: molen
    • rooftops: dak
    • view: uitzicht
    • hope: hop
    • energy: energie
    • baker: bakker
    • crispy: knapperig
    • loaf: brood
    • charm: charme
    • boy: jongen
    • stroll: wandelen
    • adventure: avontuur
    • around: om
    • corner: hoek
    • find: vinden
    15 min
  • The Tower of Stroopwafels: A Sweet Adventure in Amsterdam
    Fluent Fiction - Dutch: The Tower of Stroopwafels: A Sweet Adventure in Amsterdam
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/the-tower-of-stroopwafels-a-sweet-adventure-in-amsterdam

    Story Transcript:

    Nl: David, Jan en Sophie hadden een groot idee. Ze woonden allen in Amsterdam, in de hoogste toren die uitkeek over de bruisende stad. Ze hielden erg van stroopwafels. Zo zoet en lekker. Ze droomden van een toren vol van deze lekkernijen.
    En: David, Jan, and Sophie had a great idea. They all lived in Amsterdam, in the tallest tower overlooking the bustling city. They loved stroopwafels. So sweet and delicious. They dreamed of a tower full of these treats.

    Nl: Op een zonnige dag's ochtend hadden ze een grote stapel stroopwafels. Ze keken ernaar en glimlachten, ze vonden ze prachtig. "We gaan fietsen door de stad met dit!", zei Jan met zijn ogen vol twinkels. Ze stapten op hun fietsen, balancerend met de hoge stapel verse stroopwafels.
    En: One sunny morning, they had a big stack of stroopwafels. They looked at them and smiled, finding them beautiful. "Let's bike through the city with these!" exclaimed Jan, his eyes twinkling. They hopped on their bikes, balancing the high stack of fresh stroopwafels.

    Nl: Ah, de stad was zo druk! Mensen lachten, praatten en kochten spullen op de markt. De geur van vers voedsel vulde de lucht. David, Jan en Sophie begonnen te fietsen op de stenen straat.
    En: Oh, the city was so busy! People were laughing, chatting, and shopping at the market. The smell of fresh food filled the air. David, Jan, and Sophie started biking on the stone street.

    Nl: "Ai!", riep David plots. Een kat liep bijna voor zijn fiets. Jan lachte, maar hij moest ook bijna vallen. Sophie riep: "Kijk uit!". Ze lachten, maar de stroopwafels bleven balanceren.
    En: "Ouch!" David suddenly exclaimed. A cat almost ran in front of his bike. Jan laughed, but he also almost fell. Sophie shouted, "Watch out!" They laughed, but the stroopwafels kept balancing.

    Nl: Sophie zag een groep mensen staan. Ze verkochten bloemen. Ze hield van bloemen. Rood, geel, paars. Ze keek te veel naar de bloemen. "Oh nee!", schreeuwde ze. BANG! Ze botste tegen een mand met appels.
    En: Sophie saw a group of people standing. They were selling flowers. She loved flowers. Red, yellow, purple. She stared at the flowers too much. "Oh no!" she screamed. CRASH! She collided with a basket of apples.

    Nl: Appels rolden over de straat. Mensen keken. Sophie stond op. Ze was oké. Ze keek naar de toren van stroopwafels. De toren stond nog steeds! Ze glimlachte en zei: "We kunnen doorgaan!".
    En: Apples rolled on the street. People looked. Sophie got up. She was okay. She looked at the tower of stroopwafels. The tower was still standing! She smiled and said, "We can keep going!".

    Nl: Ze fietsten langs de kanalen, over de bruggen, door smalle straatjes met mooie huizen. De toren van stroopwafels was nog steeds hoog. Mensen lachten en wezen ernaar. Ze waren verrast en verbaasd.
    En: They biked along the canals, over the bridges, through narrow streets with beautiful houses. The tower of stroopwafels was still high. People laughed and pointed at it. They were surprised and amazed.

    Nl: Aan het eind van de dag keerden ze terug naar hun hoge toren in de stad. Ze waren blij. Hun avontuur was goed gegaan. En de stroopwafeltoren? Die stond er nog steeds, hoog en sterk. De drie vrienden bekeken hun stroopwafeltoren en lachten. Wat een geweldige dag in Amsterdam, dachten ze.
    En: At the end of the day, they returned to their tall tower in the city. They were happy. Their adventure had gone well. And the stroopwafel tower? It was still there, tall and strong. The three friends looked at their stroopwafel tower and laughed. What a wonderful day in Amsterdam, they thought.

    Nl: Ze leerden iets die dag. Ze leerden dat het leven soms moeilijk kan zijn. Maar met vrienden en een beetje balans, kun je zelfs de hoogste toren van stroopwafels rechtop houden.
    En: They learned something that day. They learned that life can be tough at times. But with friends and a little balance, you can even keep the tallest tower of stroopwafels standing upright.


    Vocabulary Words:
    • Sophie: Sophie
    • great: groot
    • idea: idee
    • Amsterdam: Amsterdam
    • tallest: hoogste
    • tower: toren
    • overlooking: uitkijkend
    • bustling: bruisende
    • city: stad
    • loved: hielden van
    • stroopwafels: stroopwafels
    • sweet: zoet
    • delicious: lekker
    • dreamed: droomden
    • full: vol
    • treats: lekkernijen
    14 min
  • Pedaling in Pumps: Learning to Ride in High Heels
    Fluent Fiction - Dutch: Pedaling in Pumps: Learning to Ride in High Heels
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/pedaling-in-pumps-learning-to-ride-in-high-heels

    Story Transcript:

    Nl: Maarten woont in Amsterdam, een drukke stad vol kleur en leven.
    En: Maarten lives in Amsterdam, a bustling city full of color and life.

    Nl: In de oude straten zijn fietsers koning, en zijn trouwe tweewieler is zijn beste vriend.
    En: In the old streets, cyclists rule, and his loyal two-wheeler is his best friend.

    Nl: Maar vandaag is het niet zomaar een dag.
    En: But today is not just any day.

    Nl: Maarten gaat iets doen wat hij nog nooit heeft gedaan: hij gaat op hoge hakken fietsen.
    En: Maarten is going to do something he has never done before: he is going to ride his bike in high heels.

    Nl: Maarten kijkt naar de hoge hakken op zijn voeten, en dan naar zijn fiets.
    En: Maarten looks down at the high heels on his feet, and then at his bike.

    Nl: Aan de voeten van zijn moeder zien de hakken er zo stijlvol uit.
    En: On his mother's feet, the heels look so stylish.

    Nl: Maar aan zijn eigen voeten zien ze er nogal vreemd uit.
    En: But on his own feet, they look kinda strange.

    Nl: Voorzichtig springt hij op zijn fiets.
    En: Carefully, he hops onto his bike.

    Nl: Zijn voeten glijden over de pedalen, hij wiebelt en wankelt.
    En: His feet slide off the pedals, he wobbles and teeters.

    Nl: Oei, dit is moeilijker dan gedacht.
    En: Oops, this is harder than he thought.

    Nl: Hij valt bijna, maar grijpt gelukkig net op tijd het hek naast hem.
    En: He almost falls, but thankfully grabs the fence next to him just in time.

    Nl: Een vogel fluit in de bomen, alsof hij Maarten toejuicht.
    En: A bird chirps in the trees, as if cheering Maarten on.

    Nl: Dankbaar lacht Maarten naar de vogel en probeert het nog een keer.
    En: Gratefully, Maarten smiles at the bird and tries again.

    Nl: Weer staan de hoge hakken hem in de weg.
    En: Once again, the high heels get in his way.

    Nl: Hij zwikt bijna zijn enkel en gooit zijn voeten op de grond.
    En: He almost twists his ankle and throws his feet onto the ground.

    Nl: Angst vult zijn hart.
    En: Fear fills his heart.

    Nl: Wat als hij niet kan fietsen met de hoge hakken?
    En: What if he can't ride with the high heels?

    Nl: Maar dan, een idee.
    En: But then, an idea.

    Nl: Maarten besluit om de hoge hakken te gebruiken om zich voort te duwen, net als met een step.
    En: Maarten decides to use the high heels to push himself forward, like a scooter.

    Nl: En het werkt!
    En: And it works!

    Nl: Acteur voor acteur, zet hij zich af tegen de stenen van de oude Amsterdamse straten.
    En: Actor by actor, he pushes off against the stones of the old Amsterdam streets.

    Nl: Hij slingert door de stad als een sierlijke zwaan op een vijver.
    En: He weaves through the city like a graceful swan on a pond.

    Nl: Mensen kijken hem na, sommigen met verbazing in hun ogen, anderen met een grijns op hun gezicht.
    En: People watch him, some with amazement in their eyes, others with a grin on their face.

    Nl: Uiteindelijk belandt hij in het Vondelpark, moe maar trots.
    En: Finally, he ends up in Vondelpark, tired but proud.

    Nl: Hij stapt af en kijkt naar de hoge hakken.
    En: He gets off and looks at the high heels.

    Nl: Ze zijn nog steeds raar, maar ze hebben hem toch gebracht waar hij wilde zijn.
    En: They still look weird, but they have brought him to where he wanted to be.

    Nl: Maarten leert die dag dat schoenen zijn bedoeld om je te dragen, maar dat het soms oké is als ze je een beetje laten struikelen.
    En: That day, Maarten learns that shoes are meant to carry you, but sometimes it's okay if they make you stumble a bit.

    Nl: Want in het struikelen, kun je soms iets nieuws ontdekken.
    En: Because in stumbling, you can sometimes discover something new.

    Nl: En zo leert Maarten, heel gewoon op zijn fiets in Amsterdam, hoe hij op hoge hakken kan fietsen.
    En: And so, very simply on his bike in Amsterdam, Maarten learns how to ride in high heels.


    Vocabulary Words:
    • Amsterdam: Amsterdam
    • Maarten: Maarten
    • bike: fiets
    • high heels: hoge hakken
    • feet: voeten
    • stylish: stijlvol
    • strange: vreemd
    • carefully: voorzichtig
    • slide off: glijden
    • wobbles: wiebelt
    • teeters: wankelt
    • almost falls: valt bijna
    • grabs: grijpt
    • fence: hek
    • bird: vogel
    • cheering: toejuichen
    • smiles: lacht
    • twists: zwikt
    • ankle: enkel
    • throws: gooit
    • ground: grond
    • fear: angst
    • ride: fietsen
    • push: duwen
    • scooter: step
    • weaves: slingert
    • graceful: sierlijk
    • swan: zwaan
    • pond: vijver
    • tired: moe
    13 min
  • The Suit in the Peloton: An Unexpected Adventure in Amsterdam
    Fluent Fiction - Dutch: The Suit in the Peloton: An Unexpected Adventure in Amsterdam
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/the-suit-in-the-peloton-an-unexpected-adventure-in-amsterdam

    Story Transcript:

    Nl: In het levendige Amsterdam, midden tussen de gekleurde fietsen en lachende mensen, stond Jan.
    En: In the vibrant city of Amsterdam, amidst the colorful bikes and laughing people, stood Jan.

    Nl: Hij droeg een pak, zo glimmend als een ravenveer.
    En: He wore a suit as shiny as a raven's feather.

    Nl: Hij was er om zijn grote presentatie te geven in een belangrijke vergadering.
    En: He was there to give his big presentation at an important meeting.

    Nl: Intussen, keek zijn beste vriendin, Anna, lachend toe.
    En: Meanwhile, his best friend Anna watched, smiling.

    Nl: Ze hield haar camera stevig vast.
    En: She held her camera tightly.

    Nl: Ze wilde elk moment van deze gekke dag vastleggen.
    En: She wanted to capture every moment of this crazy day.

    Nl: En toen, als een zwerm bijen, kwamen de fietsers.
    En: And then, like a swarm of bees, the cyclists came.

    Nl: Het was de jaarlijkse wielerwedstrijd, luid, fel en snel.
    En: It was the annual bike race, loud, intense, and fast.

    Nl: Jan knipperde met zijn ogen.
    En: Jan blinked his eyes.

    Nl: Voor hij het wist, was hij ineens deel van het peloton.
    En: Before he knew it, he was suddenly part of the peloton.

    Nl: Zijn voeten zaten vast in pedalen, zijn handen klemden zich om het stuur.
    En: His feet were locked into the pedals, his hands gripping the handlebars.

    Nl: Het pak fladderde gek achter hem aan terwijl hij op de fiets zat, sneller en sneller tussen de echte fietsers.
    En: The suit fluttered wildly behind him as he rode the bike, faster and faster among the real cyclists.

    Nl: Anna lachte hard.
    En: Anna laughed hard.

    Nl: Dit was geweldig.
    En: This was amazing.

    Nl: Ze filmde snel het hele tafereel.
    En: She quickly filmed the whole scene.

    Nl: Jan probeerde bij te houden.
    En: Jan tried to keep up.

    Nl: De professionals leken wel raketten, snel en gestroomlijnd.
    En: The professionals were like rockets, fast and streamlined.

    Nl: Jan op zijn stadsfiets, met zijn pak en stropdas, hij hield vol.
    En: Jan, on his city bike, with his suit and tie, persisted.

    Nl: Hij trapte harder, hij ademde dieper.
    En: He pedaled harder, he breathed deeper.

    Nl: Hij voelde zich alsof hij vloog.
    En: He felt as though he was flying.

    Nl: Zijn hart bonsde in een ritme, synchroon met de wielen van zijn fiets.
    En: His heart pounded in rhythm, synchronized with the wheels of his bike.

    Nl: Maar toen, met dezelfde snelheid als waarmee hij in de race belandde, was hij er weer uit.
    En: But then, just as quickly as he got into the race, he was out of it.

    Nl: De fietsers waren verdwenen, de race was voorbij.
    En: The cyclists disappeared, the race was over.

    Nl: Jan stond daar, moe maar grijnzend, midden in Amsterdam.
    En: Jan stood there, tired but grinning, in the middle of Amsterdam.

    Nl: Zijn pak plakte aan hem van het zweet en hij voelde zich meer levend dan ooit.
    En: His suit stuck to him with sweat, and he felt more alive than ever.

    Nl: Anna rende naar hem toe, met de camera nog aan.
    En: Anna ran up to him, camera still on.

    Nl: Zij liet de film zien aan Jan.
    En: She showed Jan the footage.

    Nl: Ze lachten samen en keken naar het speciale moment nog een keer, en nog een keer.
    En: They laughed together and watched the special moment again, and again.

    Nl: Dit was een herinnering, vastgelegd voor altijd.
    En: This was a memory, captured forever.

    Nl: En die avond, toen ze samen de video aan hun vrienden lieten zien, lachte iedereen.
    En: And that evening, when they showed the video to their friends, everyone laughed.

    Nl: De spanning van de race, Jan in zijn pak en Anna die alles filmde.
    En: The excitement of the race, Jan in his suit, and Anna capturing it all on film.

    Nl: Het was een geweldig, uniek moment in het drukke, bonte Amsterdam.
    En: It was a fantastic, unique moment in the bustling, colorful Amsterdam.

    Nl: Jan was moe, maar gelukkig.
    En: Jan was tired, but happy.

    Nl: En hij wist dat hij dit nooit zou vergeten.
    En: And he knew he would never forget this.

    Nl: Want zelfs per ongeluk, zelfs in een pak, had hij deelgenomen aan de wielerwedstrijd.
    En: Because even by accident, even in a suit, he had participated in the bike race.

    Nl: En hij had zich nog nooit zo vrij gevoeld.
    En: And he had never felt so free.

    Nl: Maar het allerbelangrijkste, hij had Anna's lach gezien, en dat was de echte prijs.
    En: But most importantly, he had seen Anna's smile, and that was the real prize.


    Vocabulary Words:
    • Amsterdam: Amsterdam
    • Jan: Jan
    • city: stad
    • bikes: fietsen
    • people: mensen
    • suit: pak
    • shiny: glimmend
    • feather: veer
    • presentation: presentatie
    • meeting: vergadering
    • friend: vriendin
    • camera: camera
    • moment: moment
    • race: wedstrijd
    • loud: luid
    • intense: fel
    • fast: snel
    • peloton: peloton
    • pedals: pedalen
    • handlebars: stuur
    • laughed: lachte
    • captured: vastgelegd
    • film: film
    • professionals: professionals
    • rockets: raketten
    • tired: moe
    • grinning: grijnzend
    • sweat: zweet
    • alive: levend
    • smile: lach
    15 min
  • Amsterdam's Surprises: A Lesson in Kindness
    Fluent Fiction - Dutch: Amsterdam's Surprises: A Lesson in Kindness
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/amsterdams-surprises-a-lesson-in-kindness

    Story Transcript:

    Nl: De zon hangt laag boven Amsterdam, de nacht staat op het punt om te vallen.
    En: The sun hangs low above Amsterdam, the night is about to fall.

    Nl: De lucht is nog zwaar van de geur van vers asfalt en natte straatstenen na een zware regenbui.
    En: The air is still heavy with the smell of fresh asphalt and wet cobblestones after a heavy rain shower.

    Nl: Op zijn knalrode Gazelle fietst Jan langs het verlichte kanaal.
    En: Jan is riding his bright red Gazelle bike along the illuminated canal.

    Nl: De lichten twinkelen in het kalme water.
    En: The lights twinkle in the calm water.

    Nl: Dat is Amsterdam, denkt Jan, het mooiste aan het einde van de dag.
    En: That's Amsterdam, Jan thinks, the most beautiful at the end of the day.

    Nl: Plots hoort Jan een motor.
    En: Suddenly, Jan hears a motor.

    Nl: Het is een boot.
    En: It's a boat.

    Nl: Snel en luid.
    En: Fast and loud.

    Nl: Jan fietst langs de rand van het kanaal.
    En: Jan is cycling along the edge of the canal.

    Nl: De boot vliegt voorbij.
    En: The boat zooms past.

    Nl: Met één grote golf klotst water over de kanaalrand.
    En: With one big wave, water splashes over the canal edge.

    Nl: Jan kijkt verbijsterd naar de waterdruppels op zijn kleren.
    En: Jan looks amazed at the water droplets on his clothes.

    Nl: Nog geen tijd om te schrikken of.
    En: No time to be frightened or...

    Nl: Plotseling slipt Jan's achterwiel op de natte keien.
    En: Suddenly, Jan's rear wheel skids on the wet cobblestones.

    Nl: Met een kreet belandt hij in het ijskoude kanaal!
    En: With a scream, he falls into the icy cold canal!

    Nl: Zijn fiets glijdt met hem het water in.
    En: His bike slides into the water with him.

    Nl: Spat.
    En: Splash.

    Nl: Plons.
    En: Plunge.

    Nl: Duisternis.
    En: Darkness.

    Nl: Het water is koud, bitterkoud.
    En: The water is cold, bitterly cold.

    Nl: Jan zwemt naar de oppervlakte.
    En: Jan swims to the surface.

    Nl: Zijn fiets is nergens te zien.
    En: His bike is nowhere to be seen.

    Nl: Jan zwemt naar de kanaalrand.
    En: Jan swims to the canal edge.

    Nl: Hij trekt zichzelf eruit, trillend en koud.
    En: He pulls himself out, trembling and cold.

    Nl: Maar hij is veilig.
    En: But he is safe.

    Nl: Zijn fiets is nog in het kanaal.
    En: His bike is still in the canal.

    Nl: Hij kan niet terug.
    En: He can't go back.

    Nl: Jan loopt naar huis, druipend en zonder zijn geliefde fiets.
    En: Jan walks home, dripping wet and without his beloved bike.

    Nl: Hij voelt zich boos en verdrietig.
    En: He feels angry and sad.

    Nl: Die boot heeft zijn dag verpest!
    En: That boat ruined his day!

    Nl: De volgende ochtend komt de zon weer op over Amsterdam.
    En: The next morning, the sun rises over Amsterdam again.

    Nl: Jan ontwaakt vroeg.
    En: Jan wakes up early.

    Nl: Hij zit aan het ontbijt, maar ziet er moe uit.
    En: He sits at breakfast, but looks tired.

    Nl: Zijn moeder geeft hem een krant.
    En: His mother hands him a newspaper.

    Nl: "Kijk Jan," zegt ze, "Ze hebben gisteren een fiets uit het kanaal gevist.
    En: "Look, Jan," she says, "Yesterday they fished a bike out of the canal.

    Nl: De fiets is terug bij de eigenaar gebracht.
    En: The bike has been returned to its owner."

    Nl: "Jan kijkt naar de krant.
    En: Jan looks at the newspaper.

    Nl: Niet zijn naam, maar zijn fiets staat erin.
    En: Not his name, but his bike is mentioned.

    Nl: "Eigenaar verliest fiets in kanaal, goede Samaritaan vist het op," leest hij.
    En: "Owner loses bike in canal, good Samaritan fishes it out," he reads.

    Nl: Met een brede glimlach straalt Jan's gezicht.
    En: With a broad smile, Jan's face lights up.

    Nl: Zijn dagelijks fietsritje wordt weer een realiteit.
    En: His daily bike ride becomes a reality again.

    Nl: Ondanks de narigheid die de boot veroorzaakte, heeft iemand zijn dag weer gemaakt.
    En: Despite the trouble that the boat caused, someone has made his day again.

    Nl: Jan leert een waardevolle les.
    En: Jan learns a valuable lesson.

    Nl: Soms kan er iets slechts gebeuren.
    En: Sometimes something bad can happen.

    Nl: Maar er zijn altijd mensen die je helpen.
    En: But there are always people who help you.

    Nl: Die maken de wereld beter.
    En: They make the world better.

    Nl: Zoals Amsterdam, altijd mooi na de regen.
    En: Like Amsterdam, always beautiful after the rain.

    Nl: Het is een stad vol verrassingen.
    En: It is a city full of surprises.


    Vocabulary Words:
    • The: De
    • sun: zon
    • hangs: hangt
    • low: laag
    • above: boven
    • Amsterdam: Amsterdam
    • night: nacht
    • is: is
    • about: op het punt
    • to: om te
    • fall: vallen
    • air: lucht
    • still: nog
    • heavy: zwaar
    • with: van
    • smell: geur
    • of: van
    • fresh: vers
    • asphalt: asfalt
    • and: en
    • wet: natte
    • cobblestones: straatstenen
    • after: na
    • a: een
    • rain: regen
    • shower: bui
    • Jan: Jan
    • is: is
    • riding: fietst
    • his: zijn
    15 min
  • Cycling Adventure through Amsterdam's Canal Boat Parade
    Fluent Fiction - Dutch: Cycling Adventure through Amsterdam's Canal Boat Parade
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/cycling-adventure-through-amsterdams-canal-boat-parade

    Story Transcript:

    Nl: De dag was mooi in Amsterdam.
    En: The day was beautiful in Amsterdam.

    Nl: Dat was goed voor Maarten en Femke.
    En: That was good for Maarten and Femke.

    Nl: Ze wilden fietsen.
    En: They wanted to go cycling.

    Nl: Maar, er was iets grappigs aan de hand.
    En: But, something funny was happening.

    Nl: Er was een grote rondvaartbootparade.
    En: There was a big canal boat parade.

    Nl: Veel boten en veel mensen.
    En: Lots of boats and lots of people.

    Nl: Maarten en Femke keken elkaar aan.
    En: Maarten and Femke looked at each other.

    Nl: Ze lachten en pakten hun fietsen.
    En: They laughed and grabbed their bikes.

    Nl: Hun vriend Lars woonde aan de andere kant van de stad.
    En: Their friend Lars lived on the other side of the city.

    Nl: Ze wilden naar hem toe.
    En: They wanted to go to him.

    Nl: Maar, de boten blokkeerden de weg.
    En: But, the boats were blocking the way.

    Nl: Femke zei: "Laten we het proberen.
    En: Femke said, "Let's try it."

    Nl: " Maarten knikte.
    En: Maarten nodded.

    Nl: Hij was klaar voor een avontuur.
    En: He was ready for an adventure.

    Nl: Ze fietsten langs de grachten.
    En: They cycled along the canals.

    Nl: Ze zagen de boten van dichtbij.
    En: They saw the boats up close.

    Nl: Er waren grote boten.
    En: There were big boats.

    Nl: En er waren kleine boten.
    En: And there were small boats.

    Nl: Er waren boten in alle kleuren.
    En: There were boats in all colors.

    Nl: Ze reden langs de Herengracht en de Prinsengracht.
    En: They rode along the Herengracht and the Prinsengracht.

    Nl: Ze zagen het Anne Frank Huis en de Westertoren.
    En: They saw the Anne Frank House and the Westertoren.

    Nl: Ze moesten veel stoppen.
    En: They had to stop a lot.

    Nl: Voor de boten.
    En: Because of the boats.

    Nl: En voor de mensen.
    En: And because of the people.

    Nl: Maar, ze vonden het niet erg.
    En: But, they didn't mind.

    Nl: Het was een beetje als een spel.
    En: It was a bit like a game.

    Nl: Soms was het eng.
    En: Sometimes it was scary.

    Nl: Maar meestal was het leuk.
    En: But mostly it was fun.

    Nl: Ze lachten veel.
    En: They laughed a lot.

    Nl: En ze zwaaiden naar de mensen op de boten.
    En: And they waved to the people on the boats.

    Nl: Na een lange tijd kwamen ze bij Lars.
    En: After a long time, they arrived at Lars'.

    Nl: Hij stond in de deuropening en lachte.
    En: He was standing in the doorway, laughing.

    Nl: "Hoe was jullie reis?
    En: "How was your journey?"

    Nl: " vroeg hij.
    En: he asked.

    Nl: Maarten en Femke lachten.
    En: Maarten and Femke laughed.

    Nl: "Het was een groot avontuur," zeiden ze.
    En: "It was a great adventure," they said.

    Nl: Ze vertelden Lars over de boten.
    En: They told Lars about the boats.

    Nl: En over de mensen.
    En: And about the people.

    Nl: Ze vertelden over de Herengracht en de Prinsengracht.
    En: They told him about the Herengracht and the Prinsengracht.

    Nl: Over het Anne Frank Huis en de Westertoren.
    En: About the Anne Frank House and the Westertoren.

    Nl: Lars luisterde en lachte.
    En: Lars listened and laughed.

    Nl: En toen zei hij: "Dat is Amsterdam.
    En: And then he said, "That's Amsterdam."

    Nl: " Maarten, Femke en Lars gingen binnen.
    En: Maarten, Femke, and Lars went inside.

    Nl: Ze waren blij.
    En: They were happy.

    Nl: Ze waren moe.
    En: They were tired.

    Nl: Maar ze wisten het zeker: Amsterdam was prachtig.
    En: But they knew for sure: Amsterdam was beautiful.

    Nl: Ook met een rondvaartbootparade.
    En: Even with a canal boat parade.


    Vocabulary Words:
    • The: De
    • Day: dag
    • Beautiful: mooi
    • Amsterdam: Amsterdam
    • Good: goed
    • Maarten: Maarten
    • Femke: Femke
    • They: Ze
    • Wanted: wilden
    • Go: gaan
    • Cycling: fietsen
    • Funny: grappig
    • Happening: aan de hand
    • Big: grote
    • Canal: grachten
    • Boat: boot
    • Parade: parade
    • Lots: veel
    • People: mensen
    • Looked: keken
    • Laughed: lachten
    • Grabbed: pakten
    • Bikes: fietsen
    • Friend: vriend
    • Lived: woonde
    • Other: andere
    • Side: kant
    • City: stad
    • Blocking: blokkeerden
    • Way: weg
    13 min
  • The Rain-Defying Adventures of Jan and His Big Red Umbrella
    Fluent Fiction - Dutch: The Rain-Defying Adventures of Jan and His Big Red Umbrella
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/the-rain-defying-adventures-of-jan-and-his-big-red-umbrella

    Story Transcript:

    Nl: Kijk naar Jan!
    En: Look at Jan!

    Nl: Daar fietst hij door de natte straten van de stad Amsterdam.
    En: There he is, cycling through the wet streets of the city of Amsterdam.

    Nl: Zijn fiets slipt en slipt over de gladde keien, maar Jan is niet bang.
    En: His bike slips and slides over the smooth cobblestones, but Jan is not afraid.

    Nl: Zijn gekleurd, miniatuurparapluutje, vast aan zijn stuur, beschermt hem tegen de grote, koude druppels van de regen.
    En: His colorful, miniature umbrella attached to his handlebars protects him from the large, cold raindrops.

    Nl: Langs het kanaal rijdt hij.
    En: He rides along the canal.

    Nl: De boten dobberen rustig op de grote, donkere golven.
    En: The boats bob peacefully on the large, dark waves.

    Nl: De wind speelt met de takken van de bomen.
    En: The wind plays with the branches of the trees.

    Nl: De lucht is vol met het geluid van klokkenspel uit de Oude Kerk.
    En: The air is filled with the sound of bells from the Oude Kerk.

    Nl: Maar Jan hoort het niet.
    En: But Jan doesn't hear it.

    Nl: Het lied van de regen vult zijn oren.
    En: The song of the rain fills his ears.

    Nl: Regendruppels kleuren zijn jas en broek donker, maar hij tovert een lach op zijn gezicht.
    En: Raindrops darken his jacket and pants, but he conjures a smile on his face.

    Nl: Daar in de verte, ziet hij de felle kleuren van de bloemenmarkt.
    En: There in the distance, he sees the bright colors of the flower market.

    Nl: Al de bloemen zijn nat van de regen.
    En: All the flowers are wet from the rain.

    Nl: De bloemenverkopers, met hun grote paraplu's, begroeten hem vrolijk.
    En: The flower sellers, with their big umbrellas, greet him cheerfully.

    Nl: Hij rijdt verder, langs de markt, naar de grote boekwinkel bij de Dam.
    En: He continues riding, past the market, towards the big bookstore near the Dam Square.

    Nl: Daar hebben ze het boek dat hij zoekt.
    En: There they have the book he is looking for.

    Nl: Hij springt van zijn fiets en loopt de boekwinkel binnen.
    En: He hops off his bike and enters the bookstore.

    Nl: Maar oh nee!
    En: But oh no!

    Nl: Zijn kleine paraplu kan hem niet meer beschermen.
    En: His small umbrella can no longer protect him.

    Nl: Zijn kaart van papier is helemaal nat.
    En: His paper map is completely soaked.

    Nl: Hij kijkt met droevige ogen naar de weke kaart in zijn handen.
    En: He looks at the soggy map in his hands with sad eyes.

    Nl: Maar dan, ziet hij iets moois.
    En: But then, he sees something beautiful.

    Nl: Een grote, rode paraplu.
    En: A big, red umbrella.

    Nl: Hij koopt het met het laatste geld in zijn zak.
    En: He buys it with the last money in his pocket.

    Nl: Blij rent hij terug naar zijn natte fiets, hangt de grote, rode paraplu aan zijn stuur en opent hem breed om hem en zijn fiets te beschermen.
    En: Happily, he runs back to his drenched bike, hangs the big, red umbrella on his handlebars, and opens it wide to protect him and his bike.

    Nl: Hij fietst weer vrolijk door de stad.
    En: He cycles through the city again, joyfully.

    Nl: Zijn nieuwe, grote paraplu houdt de regen tegen.
    En: His new, big umbrella keeps the rain at bay.

    Nl: Hij maakt de mensen aan het lachen.
    En: It makes people laugh.

    Nl: Kijk naar Jan, roepen ze, en zijn grote, rode paraplu!
    En: Look at Jan, they shout, and his big, red umbrella!

    Nl: Dus zijn dag eindigt goed.
    En: So his day ends well.

    Nl: Jan blijft lachend fietsen, ondanks de voortdurende regen.
    En: Jan keeps cycling with a smile, despite the constant rain.

    Nl: En als hij 's nachts het licht uitdoet, is zijn laatste gedachte aan de dag van de grote, rode paraplu, de dag waarop hij de regen heeft verslagen.
    En: And when he turns off the light at night, his final thought is of the day with the big, red umbrella, the day he defeated the rain.


    Vocabulary Words:
    • Look: Kijk naar
    • Jan: Jan
    • There: Daar
    • he: hij
    • is: is
    • cycling: fietst
    • through: door
    • the: de
    • wet: natte
    • streets: straten
    • of: van
    • the: de
    • city: stad
    • of: van
    • Amsterdam: Amsterdam
    • His: Zijn
    • bike: fiets
    • slips: slipt
    • and: en
    • slides: slipt
    • over: over
    • the: de
    • smooth: gladde
    • cobblestones: keien
    • but: maar
    • is: is
    • not: niet
    • afraid: bang
    • His: Zijn
    • colorful: gekleurd
    13 min
  • The Amsterdam Adventures: A Selfie, a Canal, and a Heroic Act
    Fluent Fiction - Dutch: The Amsterdam Adventures: A Selfie, a Canal, and a Heroic Act
    Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
    fluentfiction.org/the-amsterdam-adventures-a-selfie-a-canal-and-a-heroic-act

    Story Transcript:

    Nl: Lars en Emma zijn in Amsterdam.
    En: Lars and Emma are in Amsterdam.

    Nl: In hun backpacks zitten broodjes kaas, appels en een kaart van de stad.
    En: In their backpacks, they have cheese sandwiches, apples, and a map of the city.

    Nl: De zon schijnt fel.
    En: The sun is shining brightly.

    Nl: Amsterdam ziet er prachtig uit.
    En: Amsterdam looks beautiful.

    Nl: Lars, met blonde haren en blauwe ogen, pakt zijn telefoon.
    En: Lars, with blonde hair and blue eyes, takes out his phone.

    Nl: "Ik wil een selfie maken", zegt hij.
    En: "I want to take a selfie," he says.

    Nl: Achter hem is de mooie Oude Kerk.
    En: Behind him is the beautiful Oude Kerk.

    Nl: De kerk is groot en oud, net een reus van steen.
    En: The church is big and old, like a stone giant.

    Nl: Emma lacht naar Lars.
    En: Emma smiles at Lars.

    Nl: Ze heeft bruine haren en een vrolijke lach.
    En: She has brown hair and a cheerful smile.

    Nl: Lars stapt achteruit.
    En: Lars steps backward.

    Nl: Stap, stap, stap.
    En: Step, step, step.

    Nl: Click!
    En: Click!

    Nl: De foto is gemaakt.
    En: The photo is taken.

    Nl: Maar hee, wat is dat?
    En: But hey, what's that?

    Nl: Plotseling voelt Lars niks onder zijn voeten.
    En: Suddenly, Lars feels nothing beneath his feet.

    Nl: Spetterspater!
    En: Splash!

    Nl: Lars valt de gracht in.
    En: Lars falls into the canal.

    Nl: "Oh nee!
    En: "Oh no!"

    Nl: ", roept Lars.
    En: Lars exclaims.

    Nl: Het water is koud en donkergroen.
    En: The water is cold and dark green.

    Nl: Zijn hart bonst in zijn keel.
    En: His heart beats in his throat.

    Nl: Emma schrikt.
    En: Emma is startled.

    Nl: Ze ziet Lars in het water spartelen.
    En: She sees Lars struggling in the water.

    Nl: Snel gooit ze haar tas weg.
    En: Quickly, she throws her bag away.

    Nl: Ze springt in het water om Lars te helpen.
    En: She jumps in the water to help Lars.

    Nl: Emma is een sterke zwemmer.
    En: Emma is a strong swimmer.

    Nl: Ze zwemt naar Lars toe, pakt zijn hand en trekt hem naar de kant.
    En: She swims towards Lars, grabs his hand, and pulls him to the shore.

    Nl: Op de kant hijgen ze uit.
    En: On the shore, they catch their breath.

    Nl: Lars hoest een beetje.
    En: Lars coughs a little.

    Nl: "Bedankt, Emma", zegt hij.
    En: "Thanks, Emma," he says.

    Nl: Emma lacht.
    En: Emma smiles.

    Nl: "Volgende keer moet je beter kijken, Lars", zegt ze.
    En: "Next time, you should pay better attention, Lars," she says.

    Nl: Lars knikt.
    En: Lars nods.

    Nl: Hij zal nooit meer achteruitlopen voor een selfie.
    En: He will never walk backwards for a selfie again.

    Nl: Terug in hun hotel drogen ze hun kleren.
    En: Back at their hotel, they dry their clothes.

    Nl: Lars kijkt naar zijn telefoon.
    En: Lars looks at his phone.

    Nl: De foto is gelukt.
    En: The photo turned out well.

    Nl: Op het scherm ziet hij de oude geel-bruine stenen van de kerk, de blauwe lucht erboven en in een hoekje zijn eigen geschrokken gezicht net voordat hij viel.
    En: On the screen, he sees the old yellow-brown stones of the church, the blue sky above, and in one corner, his own startled face just before he fell.

    Nl: Lars lacht weer, dit keer van puur geluk.
    En: Lars laughs again, this time with pure joy.

    Nl: "Wat een avontuur, hè Emma?
    En: "What an adventure, huh, Emma?"

    Nl: " zegt hij.
    En: he says.

    Nl: Emma knikt en ze proosten met warme chocolademelk.
    En: Emma nods, and they toast with hot chocolate.

    Nl: Ze zullen Amsterdam nooit vergeten.
    En: They will never forget Amsterdam.

    Nl: Ze hebben een verhaal om te vertellen.
    En: They have a story to tell.

    Nl: Over een selfie, een gracht en een reddende zwemactie van een vriendin in Amsterdam.
    En: A story about a selfie, a canal, and a friend's heroic swimming act in Amsterdam.


    Vocabulary Words:
    • Lars: Lars
    • Emma: Emma
    • Amsterdam: Amsterdam
    • backpacks: rugzakken
    • cheese sandwiches: kaasbroodjes
    • apples: appels
    • map: kaart
    • city: stad
    • sun: zon
    • shining: schijnt
    • brightly: fel
    • beautiful: prachtig
    • blonde hair: blonde haren
    • blue eyes: blauwe ogen
    • takes out: pakt
    • phone: telefoon
    • selfie: selfie
    • behind: achter
    • beautiful: mooie
    • church: kerk
    • big: groot
    • old: oud
    • stone: steen
    • giant: reus
    • smiles: lacht
    • brown hair: bruine haren
    • cheerful: vrolijke
    • smile: lach
    • steps: stapt
    • backward: achteruit
    14 min

About Fluent Fiction - Dutch

From the publisher's feed

Are you ready to supercharge your Dutch listening comprehension? Our podcast is the perfect tool for you.

Studies show that the key to mastering a second language is through repetition and…

More shows like Fluent Fiction - Dutch

This American Life by This American Life

This American Life

90,541 Listeners

The Diary Of A CEO with Steven Bartlett by DOAC

The Diary Of A CEO with Steven Bartlett

8,319 Listeners

Learn Dutch with LinguaBoost by LinguaBoost

Learn Dutch with LinguaBoost

10 Listeners

Crime Weekly by Stephanie Harlowe and Derrick Levasseur

Crime Weekly

10,101 Listeners

The Mel Robbins Podcast by Mel Robbins

The Mel Robbins Podcast

18,833 Listeners

Candace by Candace Owens

Candace

10,585 Listeners