
Sign up to save your podcasts
Or


George Enescu (1881-1955) – Strijkkwartet nr1, opus 22:1 (1916-20)
Uitvoerenden: Ad Libitum Quartet
Pancho Vladigerov (1899-1978) – Strijkkwartet in G-gr.t. opus 34 (1940)
Uitvoerenden: AMEA Quartett
Hoewel George Enescu een van de belangrijkste Roemeense componisten was, verbleef hij vooral buiten zijn vaderland en reisde als vioolvirtuoos over de wereld. In zijn beide strijkkwartetten is van enige hang naar Roemeense volksmuziek niet veel te bespeuren. Alleen het Allegretto scherzando van het Eerste strijkkwartet, in Es-gr.t., opus 22:1, heeft op momenten iets van een volkse improvisatie, maar dan wel uitermate gekunsteld. In dit kwartet betoont Enescu zich in de eerste plaats een volgeling van Franck, Fauré en Debussy, wat ook niet zo vreemd is aangezien hij sinds zijn studietijd bij Massenet en Fauré in Frankrijk woonde.
Het Strijkkwartet in G-gr.t., opus 43 van de Bulgaar Pancho Vladigerov is in menig opzicht een laatromantisch werk, opgebouwd op basis van brede uitgezongen melodische lijnen en met tal van contrasten.
Alexandre Tansman (1897-1986) – Strijkkwartet nr.2 (1922)
Uitvoerenden: Silesian String Quartet
Jerzy Fitelberg (1903-1951) – Strijkkwartet nr.1 (1926)
Uitvoerenden: ARC Ensemble
Jerzy Fitelberg (1903-1951) – Strijkkwartet nr.2 (1928)
Uitvoerenden: ARC Ensemble
Grazyna Bacewicz (1909-1969) – Strijkkwartet nr.1 (1938)
Uitvoerenden: Amar Corde String Quartet
Alexandre Tansman brak in Frankrijk vooral door na de première van zijn bondige vierdelige Tweede strijkkwartet, dat hij in 1922 had voltooid. Merkwaardigerwijs doet, met uitzondering van het ultrakorte Scherzo, weinig in deze muziek aan Polen denken.
Jerzy Fitelberg was naast Szymanowski en Tansman de derde Poolse componist die tussen de twee wereldoorlogen snel naam maakte met zijn aansprekende moderne muziek. Zelf karakteriseerde hij zijn muziek als “met een zelfde energie en van eenzelfde hoog voltage als dat van Stravinsky”. In het vijfdelige Eerste strijkkwartet (1926) horen we dat door de knipoog naar Stravinsky Histoire du Soldat. Het Tweede strijkkwartet (1928) van Fitelberg is niet minder spits, geestig en modern. En ook hierin brengt Fitelberg een hommage aan zijn grote held Stravinsky.
De jongste Poolse componist, Grazyna Bacewicz, componeerde haar Eerste strijkkwartet (1938) nog voor het uitbreken van de oorlog en kort na de dood van haar belangrijkste voorganger Karol Szymanowski. Dit werk is deels een weerslag van het neoklassicisme uit de jaren dertig, maar evenzeer van haar zoektocht naar een moderne zangerigheid, met hier en daar enkele onopvallende herinneringen aan de Poolse volksmuziek.
Karol Szymanowski (1882-1937) – Strijkkwartet nr.1, opus 37 (1917)
Uitvoerenden: Carmina Quartet
Karol Szymanowski (1882-1937) – Strijkkwartet nr.2, opus 56 (1927)
Uitvoerenden: Carmina Quartet
Alexandre Tansman (1897-1986) – Strijkkwartet nr.3 (1925)
Uitvoerenden: Silesian String Quartet
De belangrijkste Poolse componist in de eerste helft van de twintigste eeuw was zonder enige twijfel Karol Szymanowski. In zijn twee strijkkwartetten uit 1917 en 1929 streefde hij ernaar een Pools idioom in een moderne klankcultuur te ontwikkelen, in zekere zin naar analogie van Bartók in dezelfde jaren in Hongarije. Het Eerste strijkkwartet, opus 37 ontstond in de zomer voorafgaande aan de Oktober Revolutie en wordt gekenmerkt door een uiterste aan nuances. Een beetje zoals we die ook van de late Beethovenkwartetten kennen.
Het Tweede strijkkwartet is strakker gevormd en heeft een eerste deel dat niet minder sprookjesachtig begint dan zijn ballet Harnasie, waar hij gelijktijdig aan werkte. In het tweede en derde deel van dit kwartet klinken elementen van de volksmuziek uit het Tatragebergte.
De Pool Alexandre Tansman vetrok eind 1919 naar Parijs, waar hij tot zijn dood in 1986 is gebleven. Zijn beknopte Derde strijkkwartet uit 1925 is meer een Frans kwartet dan het Eerste kwartet van Martinů uit vrijwel dezelfde tijd.
Erwin Schulhoff (1894-1942) – Strijkkwartet nr.1 (1924)
Uitvoerenden: Alma Quartet Amsterdam
Erwin Schulhoff (1894-1942) – Strijkkwartet nr 2 (1925)
Uitvoerenden: Alma Quartet Amsterdam
Vitezslava Kaprálová (1915-1940) – Strijkkwartet opus 8 (1935/36)
Uitvoerenden: Kaprálová Quartet
Geheel in lijn met de esthetiek van de jaren twintig horen we in de muziek van Erwin Schulhoff neobarokke stijlmiddelen naast elementen uit de jazz en de music hall. Met de twee vierdelige Strijkkwartetten (1924 en 1925) schaarde Schulhoff zich naast Stravinsky en Hindemith: de snelle delen zijn sterk motorisch, de langzame zangerig of dromerig, maar nooit sentimenteel. Tegelijkertijd horen we op momenten ook de invloed van Arnold Schönberg.
Vitezslava Kaprálová vertrok na haar studie in Praag naar Parijs om naast orkestdirectie compositie te studeren bij Martinů. Haar Strijkkwartet (1936) dateert uit haar Praagse jaren en verraadt haar Moravische afkomst. Maar we horen ook de invloed van de Tsjechische taal op de bouw van melodieën en ritmen, zoals ook in de muziek van Janáček.
Hans Krasa (1899-1944) – Thema en variaties (1936)
Uitvoerenden: Bennewitz Quartet
Viktor Ullmann (1898-1944) – Strijkkwartet nr.3 (1943)
Uitvoerenden: Leden van de Group for New Music
Bohuslav Martinů (1890-1959) – Strijkkwartet nr.6 (1946)
Uitvoerenden: Martinů Quartet
Bohuslav Martinů (1890-1959) – Strijkkwartet nr.7 ‘Concerto da camera’ (1947)
Uitvoerenden: Martinů Quartet
Met zijn Thema en variaties voor strijkkwartet uit 1936 componeerde Hans Krasa een mooi afgewogen werk. Het thema is simpel en recht-door-zee, maar levert daardoor veel ruimte voor aardige stijlvariaties, van swing tot zuivere romantiek, van café chantant tot jazz en fugato.
Het Derde strijkkwartet (1942/43) van Viktor Ullmann dateert uit de jaren toen hij in Theresienstadt gevangen zat. Het is een opvallend traditioneel werk, waaraan de herkomst en de omstandigheden in Theresienstadt geen vat hebben gehad. De vier delen lopen zonder onderbreking in elkaar over en vormen gezamenlijk een kunstige hoofd- of sonatevorm.
Het Zesde strijkkwartet (1946) van Martinů dateert uit 1946. Martinů was vlak voor de oorlog naar de Verenigde Staten uitgeweken en woonde toen in New York. Kenmerkend voor zijn late stijl zijn de vele verwijzingen naar Tsjechische volksdansen.
Het Zevende strijkkwartet (1947) heeft als subtitel ‘Concerto da camera’ meegekregen en wordt duidelijk gekenmerkt door neobarokke stijlelementen. Direct al aan het begin van het slotdeel moeten we aan de Brandenburgse concerten van Bach denken.
Pavel Haas (1899-1944) – Strijkkwartet nr.2, opus 7,
‘From The Monkey Mountains’ (1925)
Uitvoerenden: Bennewitz Quartet
Pavel Haas (1899-1944) – Strijkkwartet 3, opus 15 (1938)
Uitvoerenden: Pavel Haas Quartet
Met Pavel Haas, en eerder al Erwin Schulhoff en Hans Krasa, komen we bij een groep componisten die in de Tweede wereldoorlog ten onder zijn gegaan en van wie de muziek voor langere tijd uit de analen was geschrapt.
Het Tweede strijkkwartet (1925) van Haas heeft als subtitel “Uit de Apenbergen” meegekregen, waarbij de ‘apenbergen’ een lokale bijnaam was voor het Moravische hoogland oftewel de streek Vysocina. De vier delen beschrijven momenten tijdens een zomervakantie in de Moravische heuvels: het idyllische landschap, een hobbelig tochtje met de koets, dromend onder de maneschijn, en een woeste zomernacht met dans en drank.
Het Derde strijkkwartet (1938) van Pavel Haas laat mooi horen hoe in de jaren dertig een ingehouden lyriek de overhand kreeg op de ongeremde uitgelatenheid van de ‘roaring twenties’.
Erwin Schulhoff (1894-1942) – Uit de Suite (1923)
Uitvoerenden: Alma Quartet Amsterdam
Bohuslav Martinů (1890-1959) – Strijkkwartet nr 4 (1937)
Uitvoerenden: Martinů Quartet
Bohuslav Martinů (1890-1959) – Strijkkwartet nr 5 (1938)
Uitvoerenden: Martinů Quartet
Erwin Schulhoff componeerde de Suite voor strijkkwartet in 1923. Deze muziek past volledig in de ‘roaring twenties’, nu echter vanuit Tsjechië bezien.
Martinů’s Vierde en Vijfde strijkkwartet uit 1937 en 1938 passen goed bij de veranderingen in de cultuur na het instorten van de beurs in 1929 en het zoeken naar meer lyriek. Bovendien laten deze werken horen dat Martinů in de loop der jaren steeds meer heimwee naar zijn vaderland kreeg. Het Vijfde strijkkwartet was aanvankelijk opgedragen aan de jonge componiste Vitezslava Kaprálová, die in Parijs bij Martinů studeerde en korte tijd een jeugdige affaire met haar leraar had.
Hans Krása (1899-1944) – Strijkkwartet, opus 2 (1921)
Uitvoerenden: The La Roche Quartet
Bohuslav Martinů (1890-1959) – Strijkkwartet nr 2 (1925)
Uitvoerenden: Martinů Quartet
Bohuslav Martinů (1890-1959) – Strijkkwartet nr 3 (1929)
Uitvoerenden: Martinů Quartet
Hans Krasa, die samen met zijn vakbroeders Viktor Ullmann, Pavel Haas en Gideon Klein in 1944 vanuit Theresienstadt naar Auschwitz afgevoerd en in de gaskamers vermoord werd, componeerde zijn driedelige Strijkkwartet opus 2 in 1921. Het is een mild dissonant werk met prachtige sfeermomenten, een speels, intiem en dromerige langzaam deel.
Internationaal was Bohuslav Martinů de meest succesvolle van de Tsjechische componisten van zijn generatie. Hij vestigde zich na de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk, waar het bondige driedelige Tweede strijkkwartet (1925) is ontstaan. Hier en daar zijn Tsjechische motiefjes te horen, maar overwegend is dit een motorisch neoclassicistisch werk met een onverwachte ‘nachtmuziek’ in het Andante–Moderato.
In het eveneens driedelige Derde strijkkwartet uit 1929 van Martinů is de toon wat Franser dan het vorige kwartet terwijl de muziek van Bartók inmiddels ook zijn intrede heeft gemaakt.
Alois Hába (1893-1973) – Strijkkwartet nr.1, opus 4 (1919)
Uitvoerenden: Hába Quartet
Alois Hába (1893-1973) – Strijkkwartet nr.3, opus 12 (1922)
Uitvoerenden: Hába Quartet
Naast Janáček en Martinů was Alois Hába de derde componist die in de jaren tussen de twee wereldoorlogen een aanzienlijke naam had opgebouwd, niet alleen door zijn omvangrijke oeuvre, maar vooral vanwege zijn experimenten op het terrein van zeer kleine intervallen. Zijn Eerste strijkkwartet, opus 4, uit 1919 staat echter nog geheel in het teken van de romantische expressiviteit die hem door Franz Schreker werd onderwezen.
Met het Derde strijkkwartet uit 1922 komen we bij een heel andere kant van Alois Hába, namelijk die van de intervalexperimenten met kwarttonen. Dit houdt in dat het kleinste interval dat we op de piano kennen, de halve toon, nog eens wordt opgesplitst in twee gelijke delen van elk een kwarttoon. Op strijkinstrumenten kunnen dergelijke kleine intervallen, en zelfs nog kleinere, overigens vrij eenvoudig worden uitgevoerd. Hába’s eendelige Tweede kwartet (opus 7, 1920) en tweedelige Derde strijkkwartet (opus 12, 1922) zijn echter geheel op kwarttonen gebaseerd.
Leos Janáček (1854-1928) – Strijkkwartet Nr.1 ‘Kreutzer Sonata’ (1923)
Uitvoerenden: Hagen Quartett
Leos Janáček (1854-1928) – Strijkkwartet Nr.2 ‘Intieme brieven’ (1928)
Uitvoerenden: Hagen Quartett
Bohuslav Martinů (1890-1959) – Strijkkwartet nr.1 ‘Het Franse kwartet’ (1918)
Uitvoerenden: Martinů Quartet
In Tsjechië werd de toon in de jaren twintig gezet door een toen al eerbiedwaardige componist, Leoš Janáček (1854-1928), wiens Eerste kwartet ‘Kreutzersonate’ (1923) kort voor zijn zeventigste verjaardag het licht zag en zijn Tweede kwartet ‘Intieme brieven’ (1928) kort voor zijn dood.
Het eerste werk is een indrukwekkend muzikaal relaas naar aanleiding van de gelijknamige novelle (1889) van Leo (Lev) Tolstoj (1828-1910), over een man die zijn vrouw vermoord, die een affaire had met een jonge violist die zij begeleidde in de Kreutzersonate van Beethoven.
Het Tweede kwartet is te beschouwen als een muzikaal verslag van de vele intieme brieven die Janáček in het laatste jaar van zijn leven (tijdens het componeren van het kwartet, zelfs dagelijks) naar de veertig jaar jongere Kamila Stösslova stuurde. Aanvankelijk wilde Janáček zijn kwartet dan ook Liefdesbrieven noemen.
Het Eerste strijkkwartet van Bohuslav Martinů dateert uit 1918 en heeft de bijnaam gekregen ‘Het Franse kwartet’, aangezien Martinů toen hij zich inmiddels in 1923 in Frankrijk had gevestigd het heeft vrijgegeven voor uitvoering en hij er kennelijk zelf een zekere Franse kleur in herkende. Voor ons is het werk toch echt Boheems van toon, met hooguit een zweem van impressionisme in de harmoniek.
From the publisher's feed